| |
ORDE:
Scharrelaarvogels
FAMILIE:
IJsvogels
GESLACHT & SOORT
Alcedo atthis
Veel mensen vinden de ijsvogel de mooiste vogel die er bestaat.
Hij brengt het grootste deel van de dag door met vis vangen
onder water, hoewel hij zelf niet eens kan zwemmen.
De prachtige ijsvogel is voortreffelijk aangepast aan het leven
aan de rivieroevers. Zijn helblauwe bovenkant geeft de vogel een
uitmuntende schutkleur. Hij is nauwelijks te herkennen als hij
op zoek naar vis snel en vlak boven het water vliegt.
Leefomgeving
IJsvogels zijn te vinden bij heldere, ondiepe, langzaam
stromende rivieren, op plaatsen die beschut zijn tegen wind en
golfslag. Omdat zij grote hoeveelheden vis nodig hebben, moeten
zij hun leefgebied kiezen in de buurt van gezond en heel visrijk
water.
Bij voorkeur kiezen de vogels plaatsen waar de bomen hun takken
ver over het water laten hangen, en waar het water helder genoeg
is om de prooi te kunnen zien zwemmen.
Veel ijsvogels leven het hele jaar in de naaste omgeving hun
broedgebied. Maar als het water 's winters bevriest zijn de
vogels gedwongen open water op te zoeken, zodat ze dan nog al
eens aan de kust te vinden zijn.
De meeste Russische en Chinese ijsvogels trekken in de herfst
naar het zuiden.
Voortplanting
Over het algemeen nestelen ijsvogels in holten die zij graven in
steile wallen dicht bij water. Tijdens de balts achtervolgen de
ijsvogels elkaar op een zeer luidruchtige manier, waarbij de
vogels het ene moment vlak over het water scheren en het
volgende moment hoog door de toppen van de bomen schieten. Het
elkaar najagen kan uren duren en uiteindelijk leidt het mannetje
het vrouwtje naar de broedtunnel.
Als de broedtunnel nog niet klaar is, vliegen beide ijsvogels
net zo lang met hun snavels tegen de oeverwand aan, tot ze een
kleine opening gemaakt hebben. Zodra er aan de voorkant genoeg
plaats gekomen is, maken de ijsvogels de tunnel langer en
wijder. De grond werken ze met hun pootjes naar buiten. Nadat de
tunnel de goede lengte heeft bereikt en het mannetje het wijfje
naar binnen heeft gelokt, begint het zo genoemde baltsvoeren.
Het mannetje brengt hierbij voedsel aan het wijfje: hij duikt
voor het wijfje in elkaar met hangende vleugels en strekt dan
zijn kop in haar richting om haar een visje aan te bieden. Het
wijfje krijgt door deze baltsvoedering voldoende voedsel om de
zes of zeven eieren te leggen. Zowel het mannetje als het wijfje
broeden en voeden de jongen, die naakt uit het ei komen. In het
begin nemen de jongen er genoegen mee dat ze om beurten gevoerd
worden; na een lekker hapje gaan ze zelfs een stapje terug om
plaats te maken voor het volgende jong. Maar naarmate ze ouder
en groter worden, neemt hun voedselnijd toe
Voedsel en vangstmethode
De ijsvogel vist in de eerste plaats op kleine vissen, zoals
elritzen en stekelbaarsjes. Gezeten op een hoogte van wel drie
meter boven het water, maar vaak ook biddend, zoekt hij naar een
goede buit. Heeft hij een prooi in het vizier, dan stort hij
zich met opgevouwen vleugels bijna loodrecht het water in. Als
hij zijn prooi goed vast in zijn snavel heeft, 'roeit' hij met
krachtige vleugelslagen naar de oppervlakte en vliegt vervolgens
met de gevangen vis naar zijn uitkijkpost terug. Hier slaat hij
zijn prooi dood tegen de boomtakken of de paal waarop hij is
gaan zitten.
Veldwaarnemingen
Ondanks zijn felle kleuren is de ijsvogel niet makkelijk te
ontdekken. Maar hij heeft een zeer herkenbare roep, vooral
tijdens het vliegen. Het hoge "tji" of "tjitu" wijkt duidelijk
af van de roep van andere vogels.
Gedurende de broedtijd nestelen de ijsvogels bij rivieren met
steile, zanderige oeverwallen waarin zij hun tunnels graven. Zij
bouwen hun broedtunnels ook wel in oeverwallen van meren en in
steengroeven.
Korte feitjes
· Een Australische soortgenoot van de ijsvogel, de kookaburra of
lachende ijsvogel, leeft in bosachtige streken. Hij leeft van
insekten, hagedissen en andere kleine dieren.
· De bonte ijsvogel jaagt meer biddend boven het wateroppervlak
dan dat hij op een boomtak zit uit te kijken. Zodoende kunnen ze
ook ver van de oever vandaan midden op het meer op vis jagen.
· De ijsvogel slikt de vis in met de kop naar voren, zodat
vinnen en graten niet in zijn keel kunnen blijven hangen.
· Een familie met zes of zeven jonge ijsvogeltjes eet per dag
ongeveer 100 vissen op.
AFMETINGEN
Lengte: 15-17 cm
Snavellengte: 4 cm
Gewicht: circa 40 gram
Vleugelspanwijdte: 25 cm
VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: met een jaar
Broedtijd: mei tot september
Aantal legsels: 1 of 2 (3)
Legsel: 6-7 witte eieren
Broedduur: 19-21 dagen
Nestverblijf: 23-27 dagen
LEEFWIJZE
Gedrag: solitair
Voedsel: visjes, kreeftjes, kikkers, waterdieren en sommige
soorten landinsekten
Levensverwachting: circa 2 jaar
VERWANTE SOORTEN
In de gematigde en tropische gebieden over de hele wereld komen
86 ijsvogelsoorten voor, waaronder de Kookaburra of lachende
ijsvogel.
VERSPREIDING
De ijsvogel wordt in bijna heel Europa en Zuid-Azie
aangetroffen, of op het uiterste puntje van Noord-Afrika en in
het oosten tot Japan en op de Salomonseilanden in de Stille
Oceaan.
SOORTBESCHERMING
In grote delen van hun leefgebieden loopt het bestand van de
soort terug door verontreiniging van de omgeving en het verlies
van broedplaatsen. In de landen van de EG is de ijsvogel
beschermd. |