|

|
Imperiums zijn zo oud als
de weg naar Rome, of toch bijna zo oud. De conclusie dat de voornaamste
motieven voor de vorming van een imperium economisch zijn, lijkt
onontkoombaar. Het oude Rome was afhankelijk van haar graanschuren in het
Oos-Mediterrane gebied en de kolonies in de Nieuwe Wereld ontstonden nadat
Europa, op zoek naar toegang tot de rijkdommen van het Verre Oosten, per
ongeluk Amerika ontdekte.
Aan de andere kant leek het 'landjepik' in Afrika, in de laatste decennia
van de 19de eeuw soms meer een strijd om prestige en macht tussen de
Europese staten. De verovering van grondstoffen en afzetgebieden ging
bovendien gepaard met het optreden van christelijke missionarissen.
Wat het motief ook mocht
zijn, imperialisme betekende altijd, in welke vorm dan ook, onderwerping van
de oorspronkelijke bevolking aan een vreemde heerschappij. Racisme was een
onuitgesproken, maar wel fundamentele eigenschap van het moderne
imperialisme. Om de Europese overheersing van 'minderwaardige' volkeren te
rechtvaardigen, werd gretig uit de klassieken geciteerd.
Cicero bijvoorbeeld
rechtvaardigde de Romeinse heerschappij over de 'barbaren' door te wijzen op
het feit dat 'slavernij voor zulke mensen nu eenmaal het beste was'.
Nog altijd wordt
gediscussieerd over de vraag of de verdiensten van het imperialisme (zoals
de aanleg van spoorwegen en andere vormen van economische opbouw of het
vestigen van democratische structuren) opweegt tegen de schade aan welvaart,
tradities, zelfrespect en mensenlevens. Eén ding is zeker : zonder het
Europese imperialisme zou de slavenhandel nooit zulke diepe wonden hebben
geslagen en zouden de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika, de
aboriginals van Australië en het Xhosavolk van Zuid-Afrika niet met
uitsterven bedreigd zijn geweest.
|