De dagpauwoog
komt voor in Europa en het noordelijk deel van Azië. De vlinder overwintert op
koele, enigszins vochtige plekken. Hij is bij ons altijd als één van de eerste
vlinders in het voorjaar te zien. De vrouwtjes leggen hun eieren in grote
aantallen op grote bossen brandnetels, die in bosranden of langs slootkanten
groeien. De rupsen blijven in grote aantallen bij elkaar en leven en eten
gezamelijk de ene brandnetels na de andere kaal. Als het tijd is om te
verpoppen, zoekt elke rups individueel een geschikte, veilige plaats. De
goudkleurige poppen vallen nauwelijks op./ De ogen op de bovenkant van de
achtervleugels spelen een belangrijke rol bij de zelfverdediging. Een hongerige
rover als een vogel wordt daardoor misschien afgeschrikt. Zo niet, dan zal de
vogel proberen de vlinder in de (schijn)ogen te pikken. De vleugel raakt daarbij
wel wat beschadigd, maar de vlinder is gealarmeerd en zal onmiddellijk
wegvliegen.