header landen en staten

 


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Indonesië
bevolking en bestuur

 

Terug naar overzicht Azië >>  

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Indonesia picturesDe overgrote meerderheid van de bevolking behoort tot het Maleise ras. Er zijn duidelijke, vnl. culturele verschillen tussen enerzijds bijv. Batak, Dajaks en Toradja's en anderzijds Javanen (de grootste groep; zie Java [aardrijkskunde]), Sundanezen, Madurezen, Maleiers in engere zin, Minangkabauers, Atjehers, Buginezen en Baliërs. In Irian Jaya en omliggende eilanden wonen de tot de Melanesische groep behorende Papoea's. Volken die kenmerken vertonen van zowel de Maleiers als de Melanesiërs vindt men op Maluku en op Nusa Tenggara, m.n. op Timor. Er zijn enkele kleine, geïsoleerd levende, tot het Europese hoofdras behorende groepen, zoals de Koeboes op Sumatera en de Mentawaiers. De grootste minderheidsgroep vormen de vier miljoen Chinezen, van wie (nog steeds) één miljoen staatsburger is van de Chinese Volksrepubliek.
De bevolking is zeer ongelijk over de archipel verspreid: ca. 67% woont op Java, Madura en Bali (samen slechts 7% van de totale oppervlakte). In Jakarta, waar 8,2 miljoen mensen wonen, is de bevolkingsdichtheid 15.592 inw. per km2. Andere grote steden zijn: Surabaya (2, 5 miljoen), Bandung (2, 1 miljoen), Medan (1, 7 miljoen), Semarang (1, 3 miljoen), Palembang (1, 1 miljoen), Makassar (945.000) en Yogyakarta (412.000). Pogingen tot interne emigratie ( 'transmigratie') om de druk van de overbevolking op Java te verlichten, hebben geen succes gehad. Zeer dun bevolkt zijn Irian Jaya en Kalimantan. De bevolkingsgroei wordt geschat op 1,6% per jaar. Er bestaat sinds 1968 een Nationaal Instituut voor Family Planning, dat ten doel heeft het jaarlijkse geboorteoverschot terug te dringen. De bevolking nam sedert de jaren tachtig minder sterk toe en het geboortecijfer daalde van 41,5‰ in 1970 tot ca. 25‰ in 1995; het sterftecijfer daalde in dezelfde periode van 17,5‰ tot 9‰. Bijna 36% van de bevolking is jonger dan 15 jaar; de gemiddelde levensverwachting bedraagt 66 jaar. Ca. 61% van de bevolking woont in landelijke gebieden, doorgaans, althans wat Java betreft, in gesloten nederzettingen (desa, kampong) met een inwonertal dat varieert van vele honderden tot minder dan vijftig. De Chinese minderheid woont vnl. in de stedelijke centra.
2.2 Taal
De officiële taal is Bahasa Indonesia, handelstalen zijn Engels en in afnemende mate Nederlands. Voorts worden er tal van Indonesische talen gesproken en op Irian Jaya, vooral in het binnenland en op de nabij gelegen eilanden, een aantal niet tot deze familie behorende talen.
2.3 Religie
De overgrote meerderheid van de bevolking hangt de soennitische richting binnen de islam aan (ruim 87%). Ongeveer 10% is christelijk (waarvan tweederde protestants en een derde rooms-katholiek), 5% hangt plaatselijke religies aan. Op Bali overheerst het hindoeïsme. De grondwet garandeert vrijheid van godsdienst.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
Indonesia picturesDe grondwet van 1945, in 1949 vervangen door een federale grondwet, die in 1950 op haar beurt plaatsmaakte voor een voorlopige unitaire constitutie, werd in 1959 wederom van kracht. Basis van deze grondwet is de officiële staatsfilosofie Pantjasila, die vijf grondbeginselen van de Indonesische eenheidsstaat omvat: godsgeloof, nationalisme, menselijkheid, sociale rechtvaardigheid en volkssoevereiniteit (musyawarah, traditionele democratie gebaseerd op wijsheid en concensus). De uitvoerende macht berust bij de president (voor vijf jaar gekozen en herkiesbaar) en bij de ministers, die door de president benoemd worden en die aan hem verantwoordelijk zijn. De president beschikt over het vetorecht inzake wetsvoorstellen en heeft verder grote volmachten, m.n. wanneer hij de noodtoestand in het hele land uitroept. De wetgevende macht berust bij het parlement (Dewan Perwakilan Rakyat) met 500 leden, van wie 400 direct door het volk worden gekozen en 100 (75 militairen) door de president worden benoemd. Het hoogste orgaan is het gekozen Raadgevend Volkscongres (Malejis Permusyawaratan Rakyat), dat bestaat uit duizend leden en samengesteld is uit de leden van het parlement en uit vertegenwoordigers van regionale en beroepsgroepen; het komt ten minste eens in de vijf jaar bijeen, stelt de politieke richtlijnen vast en kiest de president. Alle beslissingen worden unaniem genomen in overeenstemming met het musyawarah-principe.
3.2 Administratieve indeling
Het land is verdeeld in 24 provincies (propinsi) en drie zgn. bijzondere gebieden (daerah's): Jakarta Raya, Yogyakarta en Aceh (Atjeh).
3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties
Indonesië is lid van de Verenigde Naties en alle suborganisaties, van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT), het Colombo-plan, de Organisatie van Olieproducerende Landen (OPEC), het Verbond van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN), de Organisatie van Niet-Gebonden Landen, de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB), de Islamitische Ontwikkelingsbank en de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC). Speciaal met het oog op Indonesiës economische situatie werd in 1967 de Intergouvernementele Groep voor Indonesië, IGGI, opgericht, waarin dertien westelijke crediteurlanden zijn verenigd.
3.4 Politieke organisatie; partijwezen; vakbeweging
Tot de vestiging van de zgn. geleide democratie in 1960 kende Indonesië een rijk geschakeerd partijpolitiek leven. In dat jaar werd het aantal partijen teruggebracht tot acht. Na de militaire machtsovername in 1965 werd de communistische partij (PKI) met al haar suborganisaties verboden; tegenwoordig is zij echter ondergronds nog actief. De nog bestaande partijen werden in 1973 onder dwang samengesmolten in twee combinaties, de islamitische Partai Persatuan Pembangunan (Partij van Eenheid en Opbouw, PPP) en de deels seculiere, deels christelijke Partai Demokrasi Indonesia (PDI). Deze twee partijen zijn de enige twee toegelaten partijen naast de regeringspartij en vormen samen de oppositie in het parlement. Daarnaast was in 1964 de Sekretariat Bersama Golongan Karya (Algemeen Secretariaat van Functionele Groepen; afk. GOLKAR) ontstaan, formeel geen politieke partij, maar een corporatieve organisatie van beroepsgroepen en militairen, die het beleid van de regering steunt. Zij functioneert in ieder geval wel als regeringspartij in het parlement. Bij de overkoepelende vakbondsorganisatie, de Serikat Pekerja Seluruh Indonesia (SPSI, in 1973 opgericht), zijn 13 afzonderlijke vakbonden aangesloten. Hoewel het recht op staking door de grondwet wordt gegarandeerd, moeten stakingen officieel door de overheid worden goedgekeurd. In 1990 werd het stakingsverbod dat gold voor enkele sectoren van de economie die de regering van vitaal belang achtte, opgeheven.
Voorts is er nog een aantal groeperingen die een gewapende strijd tegen de regering voeren: Fretilin, het revolutionaire front voor een onafhankelijk Oost-Timor, OPM, de organisatie voor een vrij Papua in Irian Jaya en UDT, de democratische unie van Timor (voor onafhankelijkheid van Oost-Timor in federatie met Portugal; sinds 1986 nauw verbonden met Fretilin).

 

Naar Indonesië economie >>  

Poolgebieden

 

 

 
 

uw eigen startpagina
© copyright Wisetogo 2006
Privacy Statement