header_science

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Info weekdieren

 

 Zoogdierenpagina klik hier >>>

 
Weekdieren of Mollusken, de stam Mollusca van het Dierenrijk, sinds het Cambrium over de gehele wereld verspreid, momenteel met naar schatting 100.000 soorten, daardoor op de Geleedpotigen na de soortenrijkste stam.

De Weekdieren vertonen een enorme diversiteit; de meeste groepen zijn gekenmerkt door een week lichaam en het bezit van een harde schelp. Andere typische weekdierkenmerken zijn verder een mantel (die het lichaam omhult), een radula (rasptong, bestaand uit een samenstel van een groot aantal horizontale rijen minuscule tandjes) en (kamvormige) kieuwen (ctenidia); de verschillende groepen vertonen verder overeenkomst in bouw van bloedvatenstelsel en zenuwstelsel en ook in de embryonale ontwikkeling.
De mantel (pallium), in wezen een huidplooi, is zelf weer gevouwen, zodat een mantelholte gevormd wordt. De mantel is op veel verschillende manieren gedifferentieerd en speelt een rol bij voedselvoorziening, ademhaling, voortbeweging en opbouw van de schelp. Bij de Keverslakken en Mosselachtigen is de mantel langs de voet vergroot voor het vergaren van voedsel; bij de Slakken is door de torsie (draaiing van het lichaam) de mantel aan de rugzijde komen te liggen. Bij de Koppotigen daarentegen is de mantel aan de buikzijde gesitueerd en dient daar als krachtig gespierd orgaan voor de voortbeweging. De mantel vormt de schelp. De wand van de schelp is in principe opgebouwd uit drie lagen: een buitenlaag (periostracum, een eiwitlaag), een prismatische middenlaag (calciet of aragoniet, op basis van calcium) en een binnenlaag (gewoonlijk een parelmoerlaag). De schelp bestaat voor een groot deel uit kalk; deze kalk wordt ontleend aan het voedsel of aan het zeewater. Zie ook schelp, Slakken [dierkunde] en Mosselachtigen.
Het bloedvatenstelsel is een open stelsel. Het zenuwstelsel doet nog veel aan dat van de Gelede wormen denken (touwladderzenuwstelsel met talrijke modificaties). Bij de Koppotigen is van een zodanige concentratie van zenuwknopen (ganglia) in de kop sprake, dat het woord Ďhersenení hier wel voor gebezigd wordt.
De bevruchte eicel ondergaat een spiraalklieving, wat resulteert in een van trilhaarkransen voorziene larve (trochophora-larve; zie ook Gelede wormen), welk stadium ook binnen het ei doorlopen kan worden. Het volgende stadium, de veligerlarve, heeft al een schelpje en een velum (drijf- en zwemvlies). Ook dit stadium kan in het ei doorlopen worden; bij bepaalde groepen voltrekt de gehele gedaanteverwisseling zich zelfs binnen het ei.
De drie grootste groepen van de Weekdieren zijn in principe gekenschetst door hun leefwijze, nl. de Slakken zijn kruipende voedselraspers, die de gehele wereld veroverd hebben, de Mosselachtigen zijn weinig beweeglijke filtreerders in zee en zoet water, en de Koppotigen zijn zeer beweeglijke in zee levende roofdieren geworden. Hoewel de Weekdieren gemakkelijk in een aantal hoofdgroepen in te delen zijn, is de onderlinge relatie van die groepen nog omstreden, wat samenhangt met verschillende inzichten betreffende de afstamming van de Mollusken. Enerzijds zijn er argumenten aan te voeren voor een gemeenschappelijke voorouder van de Gelede wormen, de Geleedpotigen en de Weekdieren, anderzijds bestaat de mogelijkheid de Weekdieren van eenzelfde voorouder als de Platwormen af te leiden. Hiermee houdt o.a. verband de vraag of en in hoeverre de Weekdieren (sporen van) segmentatie vertonen.
Tot de weekdieren, die men ook mollusca noemt, behoren meer dan 100.000 soorten. Ze worden onderverdeeld in drie hoofdcategorieŽn: mosselen, de slakken en de koppotigen. Hoewel ze qua uiterlijk kunnen verschillen hebben ze toch allemaal dezelfde bouw: kop, romp en mantel. Hun weke lichaam bevat geen skelet. Aan de onderkant van de romp bevindt zich een voet, die gewoonlijk ter voortbeweging dient. Bij de koppotigen (inktvissen) heeft deze voet zich ontwikkeld tot een trechter en armen. De mantel, die meestal begint bij de overgang tussen ingewandszak en voet, is in alle drie groepen verschillend gevormd. Bij de meeste soorten bevindt zich hier vaste behuizing van kalk, de schelp. Tussen de romp en de mantel ligt de mantelholte, die bij de in het water levende soorten kieuwen bevat, en bij de landslakken longen. Stoffen worden uitgewisseld via een open bloedvatenstelsel. Het zenuwstelsel bestaat uit drie paar zenuwknopen. Deze bevinden zich in de kop, in de voet en in de ingewanden. Ze zijn onderling met elkaar verbonden. Vanuit deze zenuwknopen lopen de zenuwen door het lichaam. Weekdieren planten zich voort door middel van eieren. Uit deze eieren komen zwemmende larven komen. Tot de slakken behoren de longslakken en de kieuwslakken, tot de koppotigen behoren de inktvis en de nautilus.
Uitgestorven soorten, zoals de belemnieten, zijn als fossielen in de aardlagen bewaard gebleven. Ze hebben vooral in het Jura-tijdperk en het Krijt geleefd. De ammonieten, die dezelfde bouw hebben als de nautilus, leefden ook zoín 200 miljoen jaar geleden in het Jura-tijdperk. Ze bevolkten destijds in grote getalen de zeeŽn. Ook zij zijn uitgestorven.
 
   

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009