|
Zeeroofdieren, de orde Pinnipedia van de Zoogdieren (soms opgevat als een
onderorde van de Roofdieren). Het zijn aan het waterleven aangepaste dieren,
die de kusten van vrijwel alle zeeën ter wereld bewonen met een sterke
voorkeur voor de poolstreken; vrijwel alle soorten komen in, soms massaal,
sociaal verband voor.
De aanpassingen aan
een roofdierleven in het water bestaan uit een torpedovormig lichaam,
verkorte vinvormige ledematen, gereduceerde staart en oorschelpen, en
talloze fysiologische veranderingen die diep en langdurig duiken mogelijk
maken. De ogen zijn groot en het gezichtsvermogen onder water is uitstekend;
snor- en oogharen doen dienst als tastorganen. De neusgaten kunnen gesloten
worden, evenals de gehooropeningen. De huid is bedekt met een korte,
aanliggende pels, die uit verschillende lagen kan bestaan; de meeste vormen
bezitten een onderhuidse speklaag. De jacht op deze dieren (
‘sealing’-industrie) is vooral gebaseerd geweest op huid en speklaag
(blubber, olie, traan) en daarnaast uiteraard op het feit dat de dieren in
soms enorme aantallen aan de kust zijn aan te treffen.
De dieren rusten op zandbanken, klippen en ijsschotsen; het enige jong wordt
op het land ter wereld gebracht, waar het enige tijd moet verblijven, o.a.
om te ruien. Datzelfde geldt voor de volwassen dieren, die met de rui soms
tevens stukken huid afstoten (o.a. zeeolifanten). De harem met een dominante
(overheersende) bul is de basis van het sociale systeem; als regel worden de
vrouwtjes vrij kort na het werpen weer bevrucht, waarbij vertraagde
implantatie voor kan komen. Enkele soorten beschikken over
communicatiesystemen gebaseerd op echo-oriëntatie. Zeeroofdieren zijn in
eerste instantie snel zwemmende visvangers; inktvissen maken ook een zeer
belangrijk deel van het voedsel uit, terwijl schaaldieren en vogels (en
andere zeeroofdieren) eveneens wel worden gevangen. Alle prooien worden heel
ingeslikt; het gebit heeft geen kauwfunctie, de kiezen zijn in de regel
gelijkvormig en naar achteren gericht.
De Zeeroofdieren zijn verwant aan de Beerachtigen onder de Landroofdieren;
de mogelijkheid bestaat dat zeehonden en oorrobben niet van een en dezelfde
voorouder afstammen. De totaal 33 soorten vallen op natuurlijke wijze uiteen
in drie families, de Oorrobben, de Walrussen en de Zeehonden. |