header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Israel

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 

Israel flag thumbnail

 

IsraŽl  (officiŽel: Medinat Jisraeel, [Ivriet], Dawlat Isra'il [arab.], = Staat van IsraŽl), republiek in Voor-AziŽ, officieel 20.770 km2 (volgens de grenzen van 1949, dus exclusief de bezette gebieden en de Palestijnse Autonome Gebieden - Westelijke Jordaanoever, Gazastrook en Golanhoogte: tezamen 7375 km2), met (1995) 5,5 miljoen inw. (261 per km2); hoofdstad: Jeruzalem. Munteenheid is de sjekel, verdeeld in 100 agorot. De nationale feestdag wordt gevierd op de 5de Ijar, de onafhankelijkheidsdag (Jom Ha'azmaoet) ieder jaar wisselend.

1. Fysische geografie
1.1 Landschap en rivieren
Scn2099.jpgIsraŽl omvat van west naar oost drie landschappen: de kustvlakte, het westelijk bergland ( 'westelijk' in tegenstelling tot oostelijk, te weten het bergland in JordaniŽ) en de slenk van el Ghor. De kustvlakte wordt slechts onderbroken door het Karmelgebergte en van zuid naar noord onderscheiden in Sjefťla (= vlakte), de vlakte van Sjaron en ten noorden van de Karmel het dal van Zevoeloen (Zebulon). De kust is een duinkust.
Het westelijk bergland, 700 tot 1000 m hoog, is onder te verdelen van zuid naar noord in het bergland van de Negev, dat van Judea, dat van Samaria en dat van Galilea. De laatste drie gebergten bestaan overwegend uit kalksteen en vertonen karstverschijnselen. Alleen de ondergrond van de Negev, die ca. 50% van de oppervlakte van het land beslaat, bestaat uit graniet. De hoogste verheffingen zijn de berg Hare Meron bij Zefad (1208 m) en de berg Ramon in het zuidwesten van de Negev (1035 m). Het westelijk bergland wordt ten zuidoosten van Haifa onderbroken door de Vlakte van JizreŽl, die het Jordaandal met de Middellandse Zee verbindt. De diepe slenk van el Ghor (een uitloper van het in de Afardriehoek ontspringende riftsysteem) omvat in het noorden het Jordaandal en in het zuiden het dal van Araba. In het noorden ligt het oppervlak van Jam Kinneret op 209 m beneden de zeespiegel, meer zuidelijk dat van de Dode Zee op 394 m beneden de zeespiegel.
De enige grote rivier is de Jordaan [aardrijkskunde]1, deels grensrivier met JordaniŽ. De overige rivieren in IsraŽl, alle naar de Middellandse Zee stromend, zijn kort en voeren onregelmatig water.
1.2 Klimaat
West-IsraŽl bezit een mediterraan klimaat met droge, hete zomers en zachte, vochtige winters. De in het oosten gelegen slenk van el Ghor ontvangt minder dan 200 mm regen per jaar en kent dus een woestijnklimaat. In de zomer lopen de temperaturen plaatselijk vaak op tot meer dan 40 įC, m.n. als uit het oosten de woestijnwind, de sirocco, waait. De zomerwarmte wordt overdag getemperd door de dagelijkse zeewind vanuit het westen; de afkoeling 's nachts is vaak zo sterk dat er dichte nevels en zware dauw optreden. De winterregen valt gewoonlijk in drie perioden: a. de vroege regen na de droge zomer in oktober en november; b. de winterregen, in hevige buien, afgewisseld door perioden met zonneschijn; c. de late (spade) regen in maart en april. De gemiddelde regenval per jaar bedraagt ca. 600 mm en neemt van noord naar zuid en van west naar oost af.
1.3 Plantengroei
Scn2093.jpgHet westen van IsraŽl behoort nog tot de mediterrane regio, waartoe hier uitsluitend altijdgroene bossen behoren. In de laagvlakte en op de duinen is dit het Oleo-Ceratonion met de Johannesbroodboom (Ceratonia siliqua) en Pistacia lentiscus. In het kustgebergte groeit op krijtgrond naaldbos van Aleppo-den (Pinus halepensis), oostwaarts uitstralend tot Jeruzalem en Galilea; op zandgrond bos en struweel van een eik (Quercus ithaburensis) dat op de rendzinabodem van de Karmel en tot in Galilea gemengd is met Styrax officinalis en Pistacia atlantica. Landinwaarts is in het gebergte een maquis-type op terra rossa de meest voorkomende plantengemeenschap. Allerwegen treft men in het mediterrane gebied, aangeplant en verwilderd, de oorspronkelijk uit Zuid-Amerika afkomstige Barbarijse vijg aan (Opuntia ficus-indica; ook wel vijgcactus genoemd, in IsraŽl 'sabra' geheten). Naar het oosten gaat de vegetatie over in die van het steppegebied van de irano-toeranische regio; hier groeit het steppedoornstruweel van Zizyphus lotus, Z. spina-Christi en Acacia arabica. De oever van de Jordaan is vrijwel geheel verstoken van plantengroei. De kalkhalfwoestijn van Judea is in de zomer kaal en dor, in de winter echter groen, terwijl ze in het voorjaar ťťn grote wilde bloementuin lijkt.
1.4 Dierenwereld
Scn2105.jpgIn historische tijd is de soortenrijkdom sterk verminderd, mede doordat de bossen door velerlei oorzaken (o.m. erosie als gevolg van onoordeelkundig rooien) vrijwel geheel zijn verdwenen en pas in recente tijd opnieuw worden aangeplant. De panter komt nog in zeer kleine aantallen voor, evenals de Syrische bruine beer. Van de andere recente soorten zijn te noemen de gestreepte hyena, de gewone jakhals, de gewone ichneumon of faraorat, een egel, een klipdas (in de Statenbijbel als konijntje aangeduid) en een blinde muis (Spalax microphthalmus). Tot de ca. 400 soorten tellende vogelwereld behoren o.m. de raaf, de kerkuil, de vale gier, de witte kwikstaart, een mus (Passer biblicus), patrijzen en kwartels, de kokmeeuw en de gewone pelikaan. Onder de ongewervelde dieren zijn vooral de insecten en woestijnslakken opvallend.
In de Negev-woestijn is het Hai-Barreservaat voor de bijbelse fauna (die men reeds eerder in de diergaarde van Tel Aviv had doen herleven) ingericht, o.m. door import van onagers, Arabische oryxen (een antilopesoort die wel als eenhoorn werd aangeduid) en struisvogels. In dit reservaat leven nog karakals, jakhalzen en wolven.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
IsraŽl telde in 1995 (incl. Oost-Jeruzalem en de geannexeerde Golanhoogvlakte) 4, 4 miljoen inwoners, van wie 82% joden en 17% Arabieren (Palestijnen). Op de Westelijke Jordaanoever en in de Strook van Gaza wonen 97!000 joden en 1!682!000 Arabieren. De bevolking is zeer ongelijk over het land verspreid: in het district Noord, ten noorden van Haifa, en in het district Zuid, ten zuiden van Jeruzalem, - tezamen 85% van de totale oppervlakte van het land - woont slechts ca. 27% van de totale bevolking. IsraŽl is een van de meest geŁrbaniseerde staten ter wereld: ruim 92% van de bevolking woont in de steden. De Arabieren wonen voor het merendeel op het platteland en in de steden van de door IsraŽl bezette gebieden. Het aantal bewoners van de collectieve kibboets, in 1948 aanzienlijk groter dan dat van de coŲperatieve mosjaviem, is sedertdien verschoven ten gunste van de mosjaviem.
Scn2163.jpgDe groei van de joodse bevolking in IsraŽl is zeer uitzonderlijk geweest. In de periode van 1948 tot 1980 was sprake van een toeneming van ruim 300%. Tot het begin van de jaren zeventig was dit in hoofdzaak een gevolg van de enorme immigratie. Nadien is de immigratie sterk verminderd (in 1987 overtrof het aantal emigranten dat van de immigranten). Vanaf het begin van de jaren negentig immigreerden grote getalen joden uit de Sovjet-Unie. De samenstelling van de joodse bevolking is zeer bont. Naar de herkomst zijn grosso modo acht groepen te onderscheiden: a. Een nogal heterogene categorie van joodse bewoners van Palestina van vůůr de moderne immigratie. In 1882, het jaar waarin men de moderne joodse emigratie naar Palestina gewoonlijk laat beginnen, woonden er ca. 24!000 joden in Erets JisraŽl. b. De ca. 150!000 joden die in vier golven tussen 1882 en 1931 het land als kolonisten binnenkwamen, zijn vooral uit Oost-Europese landen afkomstig. Bij de vierde golf (1924-1931) was ook de immigratie van religieuze joden van betekenis. c. Een aantal van meer dan 300!000 joden uit Midden-Europa, m.n. Duitsland en de door Duitsland bezette gebieden, die in de jaren dertig en veertig hun geboorteland ontvluchtten. d. De joden die in de periode 1945-1948 het land legaal of illegaal binnenkwamen, overwegend joden die aan de nazi-vervolgingen waren ontkomen of ze (in concentratiekampen) hadden overleefd. e. De honderdduizenden joden van na 1948 die uit Irak, Jemen en Noord-Afrika het land binnenstroomden, in de jaren tachtig ook uit Iran, EthiopiŽ (de Falasja's). De geringere ontwikkeling, geringere zionistische instelling en het ruimtelijk isolement van de oriŽntaalse joden, plaatsten de IsraŽlische maatschappij voor zeer grote problemen. f. De Sabra's, de in IsraŽl geboren joden (inmiddels veruit de meerderheid van de bevolking). g. Oost-Europese immigranten van na 1957, vooral veel uit de Sovjet-Unie na 1989. h. Zionisten uit de Europese landen, Noord- en Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en AustraliŽ. De etnische verscheidenheid van de bevolking roept vele problemen op.
Het geboorteoverschot bedroeg in 1992 15Č (geboortecijfer 21Č, sterftecijfer 6Č). Het geboortecijfer van de Arabische bevolking in IsraŽl is groter dan dat van de joodse bevolkingsgroep, terwijl de sterftecijfers vrijwel gelijk zijn. In 1995 was 32% van de bevolking jonger dan 15 jaar; slechts 8% was ouder dan 65 jaar. De gemiddelde levensverwachting was in 1990 voor mannen 75 en voor vrouwen 78 jaar.
2.2 Taal
Er zijn twee officiŽle talen: het (modern) Hebreeuws en het Arabisch. Het modern Hebreeuws (ook wel Ivriet genoemd) wordt door vrijwel de gehele joodse bevolking gesproken. Een aantal groepen immigranten heeft daarnaast hun taal van herkomst behouden.
2.3 Religie
Van de bevolking zegt 82% het joodse geloof aan te hangen, ca. 14% de islam, 2,7% het christendom en 1,7% van de bevolking zijn Druzen.
Het openbare leven in IsraŽl wordt gedomineerd door de joodse godsdienst (zie jodendom). De sabbatsrust wordt verzekerd door de wetgeving, aangevuld door plaatselijke regelingen. De traditioneel orthodoxe opvatting van de thora met zijn '248 geboden en 365 verboden' vormt een bron van moeilijkheden voor het openbare leven in de moderne tijd. Dat een orthodoxe minderheid van hooguit 30% van de joodse bevolking in zo sterke mate haar inzichten heeft kunnen doen prevaleren, heeft verschillende oorzaken.
Een groot aantal joden dat zelf weinig of niet godsdienstig is, vindt dat de joodse godsdienstige tradities in het openbare leven moeten worden gehandhaafd. Verder zou wijziging van de religieuze instituties consequenties met zich brengen voor de islamitische en christelijke bevolking. Voorts zijn de religieuze (politieke) partijen coalitiepartners in de regering, die overwegend slechts wensen hebben op het gebied van de godsdienst, het onderwijs en de cultuur. Ten slotte vreest de overgrote meerderheid van de bevolking een 'Kulturkampf' en is zij van mening dat zij zich tegenover het jodendom buiten IsraŽl niet kan veroorloven een strijd tegen de joodse godsdienst te ontketenen.
Het Opperrabbinaat bestaat uit een Asjkenazische en een Sefardische opperrabbijn. De liberale joden genieten, althans in theorie, dezelfde faciliteiten als andere godsdienstige groepen bij de bouw van synagogen, maar hun rabbijnen worden nog altijd niet als zodanig erkend. Daarnaast bestaan er zeer kleine gemeenschappen Samaritanen en KaraÔeten.
De Arabische bevolking belijdt overwegend de islamitische godsdienst. De Druzen hebben sedert 1957 eveneens de status van autonome religieuze gemeenschap.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
IsraŽl heeft vooralsnog geen geschreven constitutie, omdat de orthodoxe en vrijzinnige stromingen niet tot overeenstemming konden komen over principiŽle punten. In 1950 heeft de Knesset besloten van tijd tot tijd zgn. fundamentele wetten aan te nemen, die tezamen de plaats van een grondwet moeten innemen.
De republiek IsraŽl is een parlementaire democratie. Als haar staatshoofd fungeert een president. De uitvoerende macht berust bij de premier en de andere ministers, die samen de regering vormen; zij behoeven het vertrouwen van het parlement, de Knesset. De Knesset (120 leden) bezit wetgevende macht en wordt gekozen voor vier jaar, volgens een systeem van evenredig, direct en geheim kiesrecht, door alle staatsburgers die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Er is een kiesdrempel van slechts 1%, waardoor, volgens tegenstanders van dit stelsel, de kleine, religieuze partijen onevenredig veel invloed hebben. De president, door de Knesset bij geheime stemming voor een periode van vijf jaar gekozen, benoemt de kabinetsformateur na consultatie van de vertegenwoordigers van de partijfracties in de Knesset. De leden van de rechterlijke macht worden door de president voor het leven benoemd op voordracht van een commissie waarin het Hoge Gerechtshof, de regering, het parlement en de balie vertegenwoordigd zijn. Ook overigens is hun onafhankelijkheid gewaarborgd. Voor leden van de religieuze rechtbanken - ook zij zijn staatsambtenaren - geldt iets dergelijks. De 'State Comptroller' (ombudsman) wordt eveneens door de president benoemd, en wel op voordracht van een commissie van de Knesset; hij heeft een ambtsperiode van vijf jaar. Hij is verantwoordelijk tegenover de Knesset en niet tegenover de regering.
3.2 Administratieve indeling
Het land is ingedeeld in zes districten en 17 onderdistricten. De gemeenteraden worden voor vier jaar gekozen. De bezette gebieden staan onder militair bestuur, dat door burgerbeambten wordt geadviseerd.
3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties
IsraŽl is lid van de Verenigde Naties en van de meeste suborganisaties van de VN.
3.4 Politieke partijen en vakbonden
Tot de belangrijkste politieke groeperingen behoort het Likoed-blok, waarin de Heroet-partij (Cheroet, opgericht in 1948; conservatief) en kleinere liberale en nationalistische partijen (zoals de Tsomet- en de Gescher-partij) samenwerken. Het Likoed-blok is o.m. voorstander van een grotere overheidsinvloed in de 'bevrijde' (bezette) gebieden en een liberale markteconomie. Zij is tegen een soevereine Palestijnse staat, alsook tegen de ontruiming van de Golanhoogte en de Westelijke Jordaanoever. Politiek nauw verbonden met de Likoed zijn de Nationale Religieuze Partij (1956; voorstander van o.a. terugkeer naar de oude historische grenzen en van religieus geÔnspireerd onderwijs) en de beide eveneens religieuze partijen Agoedat IsraŽl (1921) en Poalei Agoedat IsraŽl (1924). Sefardische dissidenten uit de Agoedat richtten in 1987 de Shasspartij op, die evenals de fundamentalistische Degel Hathorah, geen territoriale ambities koestert maar vooral religieuze programmapunten benadrukt. Ter rechterzijde bevindt zich voorts de ultra-nationalistische Moledet-partij, die annexatie van de bezette gebieden bepleit. De buiten de wet gestelde Kach-partij is zo mogelijk nog extremer en voorstander van 'transfer' van de Palestijnse bevolking.
Tweede grote partij is de sociaal-democratische Ma'arach (de IsraŽlische Arbeiderspartij). Kern hiervan is de Mapai (1930) die in 1968 fuseerde met de Ahdut Haavoda-Poalei Zion (1944; Arbeiderszionisten) en de Rafi (1965). Laatstgenoemde partij ging in 1969 samen met de linkse MAPAM. Uit het samengaan van al deze partijen ontstond in 1968 de Ma'arach, die in de verkiezingen ook uitkomt met een zgn. Arabische lijst. MAPAM trad later weer uit de Arbeiderspartij en sloot zich met de Burgerrechtenbeweging Rats en de Sjinoei aan tot het Meretsblok. Andere kleine partijen ter linkerzijde zijn: de communistische Rekah-partij en de joods-Arabische Progressieve Lijst voor de Vrede. Exclusief Arabisch is de Arabische Democratische Partij. Nieuwe partijen zijn de Israel Ba'Aliya van N. Sjaransky, die de Sovjetemigranten representeert, en de Haderech ha-Shlishit (Derde Weg), een afsplitsing van de Arbeiderspartij, die tegen de teruggave van de Golanhoogte is. Van politiek gewicht waren voorts vanaf het einde van de jaren zeventig de Vrede Nu-beweging (Sjalom Achsjav) en de ultranationalistische Goesh Emoniem-beweging (het Blok der Getrouwen). Eerstgenoemde keerde zich krachtig tegen het overheidsbeleid in de bezette gebieden en wilde een soepele houding betonen tegenover de Arabische buren en de Palestijnse bevrijdingsbewegingen. Laatstgenoemde beweging stond het vestigen van nieuwe joodse nederzettingen in bezet gebied voor.
Een merkwaardige positie bekleedt de in 1920 opgerichte Histadroet die met ruim 1, 65 miljoen leden (ca. 85% van de beroepsbevolking) en ca. 40 aangesloten vakverenigingen zowel de grootste vakbond is als een van de grootste werkgevers. In deze laatste hoedanigheid beheert de Histadroet via de overkoepelende organisatie Hevrat Ovdim (Algemene CoŲperatieve Bond) een groot aantal ondernemingen op het gebied van de landbouw, industrie, handel, vervoer en bankwezen. In enkele ondernemingen nemen Histadroet en overheid samen deel.

4. Economie
4.1 Algemeen
De periode van 1950 tot 1973 werd gekenmerkt door een snelle expansie van de economie: jaarlijks nam het bruto nationaal product (bnp) met ca. 9% toe. Deze ontwikkeling was slechts mogelijk door grote kapitaalimport in de vorm van buitenlandse hulp en leningen, grote giften van joden buiten IsraŽl, betalingen en leveranties in het kader van de Duitse herstelbetalingen en een verhoogde productiviteit. Na 1973 is de economische situatie echter in snel tempo verslechterd: in 1977 bedroeg de economische groei nog slechts 0, 5%. Omstreeks 1982 was de economische groei vrijwel tot stilstand gekomen, daarna trad er een geleidelijk herstel in tot een groei van 5,2% in 1987, waarna de groei zakte tot nog maar 1% in 1989. Tot de belangrijkste economische problemen behoren de hoge inflatie (58% in 1974, 440% in 1984, door een zeer strak bezuinigingsbeleid werd de inflatie daarna drastisch teruggedrongen tot 16% in 1987, in 1989 weer opgelopen tot bijna 21% over de periode 1985 tot 1994 gemiddeld 18%, over 1995-1996 8,3%), het chronische en grote tekort op de betalingsbalans (in 1995 ruim $ 11 miljard), de hoge defensielasten, de sterk gestegen schuld aan het buitenland (in 1989 opgelopen tot $ 31 miljard; in 1995 al geen meer) en de werkloosheid (in 1995 6,4%). Had men aanvankelijk bewust ernaar gestreefd klasseverschillen gebaseerd op inkomen zoveel mogelijk te beperken, vanaf ca. 1955 valt in de overheids- en andere publieke sectoren een toenemende ongelijkheid van inkomens te constateren. Dit leidde in de jaren zeventig, tezamen met de sterk gestegen kosten van levensonderhoud tot groeiende sociale onrust, wat o.a. tot uiting kwam in een groot aantal stakingen. In het begin van de jaren tachtig kreeg IsraŽl te maken met een hollende inflatie en een snel stijgende werkloosheid. De in 1980 ingevoerde nieuwe munt (de sjekel) verminderde zo snel in waarde dat zij in 1986 moest worden vervangen door een nieuwe sjekel, die duizendmaal de waarde van de oude had. Krachtige bezuinigingen op overheidsuitgaven (defensie, beperking subsidies op voedsel, transport en energie, privatisering), ingrijpende devaluaties, belastingverhogingen en omvangrijke financiŽle bijstand van de Verenigde Staten zorgden sinds 1985 voor een snel economisch herstel. In 1988 en 1989 kwamen er echter nieuwe economische tegenslagen ten gevolge van de Intifadah (verhoging defensielasten, verlies van afzet, tekort aan Palestijnse arbeid, teruggang van toerisme). Sinds het begin van de jaren negentig gaat de ontwikkeling weer opwaarts met een bnp dat jaarlijks 6 ŗ 7% stijgt, vooral dankzij de bouwsector. De samenstelling van het bnp was in 1994 als volgt (tussen haakjes de verdeling van de beroepsbevolking): landbouw 4% (4%), industrie, mijnbouw en bouwnijverheid 38% (29%), overheid, dienstverlening en transport 58% (67%). Bijna 40% van de beroepsbevolking wordt gevormd door vrouwen. In handel, ambacht en kleinbedrijf domineert het particulier eigendom.
4.2 Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij
De mosjaviem en de kibboetziem zijn de belangrijkste bedrijfsvorm in de landbouw. Veel van deze coŲperatieve ondernemingen verkeerden echter in financiŽle moeilijkheden. Afgezien van granen, oliŽn en vetten is het op voedselgebied voor 78% zelfvoorzienend. Gezien de geringe jaarlijkse regenval is irrigatie van essentieel belang. Citrusvruchten zijn de voornaamste landbouwproducten. Van belang zijn ook tuinbouwgewassen als groenten en bloemen en voorts katoen, dadels, olijven, amandelen, druiven, avocado's (sterke productiestijging) en bananen. Graan wordt vooral verbouwd in de valleien van JizreŽl en Harod.
De veehouderij omvat vooral schapen, geiten, rundvee en pluimvee (m.n. kippen). Bosbouw is, gezien de grote hydrologische waarde van de bossen, van uitzonderlijke betekenis. Ruim 600 km2 wordt door bos ingenomen. De visserij wordt in de Middellandse Zee en op de Atlantische Oceaan beoefend. Zoetwatervissen levert het Meer van Kinneret en de viskweekvijvers (karpers) in het vroegere Choelemeergebied.
4.3 Mijnbouw en energievoorziening
De Dode Zee bevat miljarden tonnen aan diverse zouten. In het moderne Sodom winnen de Dead Sea Works daaruit kaliumcarbonaat en broom, met behulp van aardgas dat gewonnen wordt bij Arad. Het kaliumcarbonaat wordt verwerkt in Sodom en Oron. IsraŽl is de grootste exporteur van broom ter wereld. Verder is m.n. de Negev rijk aan mineralen (koper, fosfaat, marmer, gips en glaszand). De exploitatie van delfstoffen is overwegend in handen van de staat. Verreweg de belangrijkste energiebron is aardolie, die vrijwel volledig moet worden ingevoerd. Na de teruggave van de velden van Aboe Rodeis in 1975 en de Almavelden in 1979 aan Egypte hebben de Verenigde Staten de IsraŽlische aardolievoorziening gegarandeerd. Asjdod en Haifa (cap. 6 miljoen ton per jaar) beschikken over raffinaderijen. Er zijn kleine olievelden aangetroffen bij Asjdod en sinds 1988 worden de mogelijkheden van off-shore-winning onderzocht. Bij de Dode Zee wordt aardgas gewonnen. In 1979 is een op steenkool werkende centrale in Hadera in gebruik genomen. Veel waarde wordt gehecht aan de ontwikkeling van kernenergie. In 1976 werd met de Verenigde Staten een overeenkomst gesloten voor de bouw van twee kerncentrales (elk met een capaciteit van 900 MW; ťťn bij Tel Aviv en de ander in de Negev), waarvan de eerste in 1986 in gebruik is genomen. Een kleine waterkrachtcentrale staat aan de Jarmoek, een zijrivier van de Jordaan. Veel huizen zijn uitgerust met voorzieningen die het mogelijk maken te profiteren van zonne-energie. IsraŽl loopt voorop in de ontwikkeling van alternatieve en schone energiebronnen.
4.4 Industrie
Schaarste aan grondstoffen en energie en de geringe binnenlandse markt vormen belangrijke belemmeringen voor de verdere industriŽle ontwikkeling. De snelst groeiende industriŽle sectoren zijn de kapitaalintensieve elektronische, chemische en metaalindustrie (waaronder de vliegtuigbouw en de wapenindustrie). Voedingsmiddelen en textielindustrie namen in betekenis af en namen in 1995 nog slechts 12% van de totale industriŽle productie voor hun rekening. Van belang zijn voorts de diamant-, de cement-, de houtverwerkende en de aardewerkindustrie. Belangrijke industriecentra zijn Tel Aviv, Haifa, Jeruzalem, Ramle, Asjkelon, Asjdod, Hadera en Petach Tikwa. De waarde van de industriŽle export, $ 18 miljoen in 1950, bedroeg in 1994 $ 15,9 miljard (ca. 91% van de totale exportwaarde), waarvan $ 4 miljard uit de diamantexport. De bouwnijverheid heeft in de afgelopen decennia grootse prestaties geleverd om de woningbouw gelijke tred te doen houden met de sterk toegenomen bevolking.
4.5 Handel
Het aandeel van industrieproducten (mineralen, wapens, elektronica, textiel en voedingsmiddelen) in de totale exportwaarde steeg van 18% in 1949 tot ca. 90% in 1994. Geslepen diamanten vertegenwoordigden in 1994 25,9% van de exportwaarde, machines, metaalwaren en elektronica 33,9%. Het aandeel van landbouwproducten daalde in dezelfde periode van 64% tot 9%, waarbij m.n. citrusvruchten sterk terugliepen. Belangrijke invoerproducten zijn aardolie, machines, ruwe diamanten, wapens, graan, spijsolie en vetten. In 1975 werd met de EG een handelsverdrag gesloten waarin werd bepaald dat vanaf 1980 geen wederzijdse invoerbeperkende maatregelen met betrekking tot elkaars industrieproducten meer golden. In 1986 werd een vrijhandelsovereenkomst met de Verenigde Staten gesloten en in 1988 volgden nieuwe overeenkomsten met de EU. In 1994 ging 30% van de export naar de EU, 31,1% naar de Verenigde Staten, 5,8% naar Japan en 15% naar de ontwikkelingslanden. Van de IsraŽlische invoer kwam in hetzelfde jaar 49% uit de EG en 18% uit de Verenigde Staten. De handelsbalans vertoont een chronisch tekort.
4.6 Ontwikkelingssamenwerking
Nog afgezien van de Duitse herstelbetalingen (ca. driekwart van de overeengekomen DM 4 miljard is inmiddels overgemaakt) en de giften van joden buiten IsraŽl heeft de joodse staat vanaf zijn stichting veel buitenlandse financiŽle steun genoten, m.n. van de Verenigde Staten (jaarlijks ca. $ 3 miljard, waarvan bijna de helft voor civiele doeleinden is bestemd). Daarnaast ontving IsraŽl leningen van internationale financiŽle organisaties. De hulpverlening van IsraŽl zelf bestaat vnl. uit technische hulp, m.n. op agrarisch gebied. Het accent ligt daarbij op de Afrikaanse landen. In de jaren zeventig was echter om politieke redenen een verminderde belangstelling vanuit deze landen voor IsraŽlische knowhow te constateren.
4.7 Bankwezen
De president van de centrale bank, de 'Bank of Israel' (opgericht in 1954), wordt op voordracht van het kabinet benoemd door de president van het land voor een periode van vijf jaar. Naast de centrale bank zijn er nog een dertigtal handelsbanken, waarvan Le'Umi Le'Israel, de Israel Discount Bank en Hapoalim de grootste zijn, kredietbanken en ca. 40 andere financiŽle instellingen.
4.8 Verkeer
De verkeerswegen die Eilat met Haifa verbinden, vormen een behoorlijke wegverbinding tussen de Rode Zee en de Middellandse Zee. Het wegennet omvat ruim 12!980 km. Er bestaat een aantal spoorlijnen (totale lengte 1275 km), maar de dichtheid is gering. Van belang voor de ontsluiting van de Negev is de spoorlijn zuidwaarts vanuit Beersjeba naar Eilat. Aangezien de spoorwegen echter zeer gevoelig zijn voor aanslagen, worden maar weinig goederen en personen per trein vervoerd. Het openbaar personenvervoer vindt vnl. plaats door middel van bussen. De exploitatie geschiedt uitsluitend door coŲperaties, waarvan de chauffeurs aandeelhouders zijn. Veel gebruik wordt gemaakt van de sjeroet-taxi's, collectieve taxi's, waarin men slechts voor de eigen zitplaats betaalt.
De IsraŽlische handelsvloot telde in 1993 59 schepen.
De grootste scheepvaartmaatschappij is de Zim; andere zijn de El-Jam en de Maritime Fruit Carriers. Ze zijn tot stand gekomen met steun van de regering en de Histadroet. Lange tijd beschikte IsraŽl slechts over ťťn moderne zeehaven, nl. Haifa (in 1989 60% van alle overslag). De verouderde haven van Jaffa-Tel Aviv is gesloten; in Asjdod, 30 km ten zuiden van Tel Aviv, is in 1965 een tweede Middellandse-Zeehaven gebouwd. In datzelfde jaar kwam ook de nieuwe zeehaven van Eilat tot stand. De internationale luchthaven is Ben Goerion in Lydda (Lod) bij Tel Aviv. De IsraŽlische luchtvaartmaatschappij El Al onderhoudt vandaar luchtverbindingen met vier continenten. Ook buitenlandse luchtvaartmaatschappijen vliegen regelmatig op Ben Goerion. De overige (zeven) IsraŽlische vliegvelden hebben alleen betekenis voor het binnenlandse verkeer, verzorgd door de luchtvaartmaatschappij Arkia.

5. Toeristische gegevens
IsraŽl is een internationaal pelgrimsoord en toeristenland. Het bezit heilige plaatsen voor verschillende godsdiensten, historische plaatsen, talrijke archeologische vindplaatsen, natuurschoon en badplaatsen. De belangrijkste bezienswaardigheden zijn te vinden in of bij: Jeruzalem, Akko, Bet Sjean, Bet Sjeariem, Caesarea (Palestinae), de Dode Zee, Haifa, Lod, de berg Masada bij Arad, Megiddo, Nazareth [aardrijkskunde]1, de Negev, Ramla, Tel Aviv-Jaffa, Tiberias en het Jam Kinneret. Aan dit meer liggen interessante ruÔnes: ten zuiden van Tiberias: Hammath (mozaÔekvloer van 2de-eeuwse synagoge); ten noordoosten van Ginnosar: in Tabga, aan de voet van de Berg der Zaligsprekingen, overblijfselen van de Kerk van de Vermenigvuldiging (5de-eeuwse Byzantijnse mozaÔekvloer); verder naar het noordoosten de deels gerestaureerde resten van de befaamde synagoge van KapernaŁm of KafarnaŁm (2de eeuw); en aan de zuidpunt de Kanašnitische en Romeinse ruÔnes te Deganja (de oudste, in 1909 gestichte kibboets).
In Noord-IsraŽl zijn verder bezienswaardig: de goed bewaard gebleven resten van de synagoge in Kefar Bar'am (2de-3de eeuw), de mozaÔekvloer van de 6de-eeuwse synagoge in Bet Alfa met meer naar het oosten Bet Sean met prachtige mozaÔeken en resten van in de jaren tachtig opgegraven Romeinse en Byzantijnse bouwresten, de kruisvaarderskastelen te Belvoir bij Gesher (gerestaureerd) en bij Naharija; de opgravingen vanaf het 2de millennium v.C. tot de MakkabeeÔsche tijd in Tell Gezer bij Gezer (o.a. watertunnels uit ca. 1500 v.C.); voorts uit de bijbel bekende plaatsen zoals de berg Tabor (ten oosten van Nazareth) die een schitterend uitzicht biedt op de Vlakte van JizreŽl; het kunstenaarsdorp met galeries En Hod op de berg Karmel, de kunstenaarswijk en de oude synagoges (ca. 16de eeuw) in Zefat; het museum voor moderne kunst in Natanja; de witte rotsen bij Rosj Hanikra met hun vele grotten vlak bij zee.
In Midden- en Zuid-IsraŽl zijn voorts van toeristische betekenis: het natuurreservaat bij En Gedi; de woestijn Negev met centrum Beersjeba (bedoeÔenenmarkt) en in de omgeving de opgegraven Byzantijnse-NabateeÔsche steden Avdat, Sjivta en Madaba (alle ca. 6de eeuw). Interessant is de badplaats Eilat met koraaleilanden en het zeeobservatorium voor de kust, met een museum voor moderne kunst en een zeemuseum, en een spectaculair omliggend woestijnlandschap met het dierenreservaat Hai Bar. In Zuidwest-IsraŽl vindt men in de badplaats Asjkelon een park met oudheidkundige vondsten en o.a. een beschilderde Romeinse grafkelder, bij de kibboets Nirim resten van een 5de-6de-eeuwse synagoge (mozaÔekvloer), bij de badplaats Herzlija een kruisvaarderskasteel, en in de kibboets Jad Mordechay een museum gewijd aan de uitroeiing van de joden in de Tweede Wereldoorlog.
Vanuit IsraŽl worden ook veelal de in de Palestijnse gebieden gelegen steden Betlehem en Jericho bezocht en voorts Khirbet Qumran bij Bet Ha'Arava waar de Dode-Zeerollen zijn gevonden en opgravingen zijn verricht in wat misschien een vroeger woongebied van de Essenen is geweest.

Telefoongids IsraŽl
Postcodes IsraŽl

 

Naar IsraŽl geschiedenis >>

 

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009