|
1.
Fysische geografie
Ivoorkust
bestaat uit drie landschappen: a. langs de 550 km lange kust een 3300
km2 grote alluviale vlakte met aan de kust een ten hoogste 35 km brede
strook van zandige sedimenten, begrensd door lagunen (Fresco-, Lahou-,
Ebrié- en Aby-lagune); b. ten noorden daarvan een plateau, dat langzaam
afhelt naar de kust en dat in het noordwesten
verheffingen bezit van 1250 tot 1500 m hoogte; het is bedekt met
tropisch regenwoud, dat zich over een breedte van 230 km uitstrekt tot
8° N.Br. (60!000 km2); c. ten noorden daarvan tot aan de noordgrens
savannen, met oeverwouden langs de rivieren. De vier rivieren: de
Cavally, Sassandra, Bandama en Comoé, lopen alle noord-zuid, hebben
stroomversnellingen en liggen in het droge seizoen bijna droog.
De dierenwereld van Ivoorkust heeft een typisch West-Afrikaans karakter;
vooral de fauna van het regenwoud is zeer karakteristiek (apen, duikers,
enz.). Ivoorkust beheert een deel van het bekende Mt. Nimba Reserve;
driekwart ligt in Guinée en ook een deel in Liberia.
De kustzone heeft de grootste regenval; per jaar: 2 tot 3 m, het
woudgebied 1,35 m, de savannen 0,6 m tot 1,35 m. Abidjan heeft een
gemiddelde temperatuur van 25°C, met schommelingen minder dan 3 °C; meer
landinwaarts is de gemiddelde temperatuur hoger, maar de schommelingen
zijn groter, tot 20 °C. De grote regentijd is van mei tot en met juli,
tijdens de zuidwestmoesson; tijdens de noordoostmoesson (jan.-febr.)
valt er minder regen.
2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De
autochtone bevolking bestaat uit meer dan zestig etnische groeperingen,
die in vier grote cultuurgroepen kunnen worden ondergebracht: de
Akan-volkeren (in het zuidoosten), waartoe de grootste etnische groep
van Ivoorkust, de Baule, behoort, evenals de zgn. Lagunenvolkeren langs
de zuidkust; de oorspronkelijk van de jacht levende Krau-volkeren (in
het zuidwesten), thans landbouwers; de Mandé-volkeren (in het westen en
noordwesten), waartoe o.a. de Dan, Malinké, Bambara en de rondtrekkende
Dioula behoren; en de Volta-volkeren (in het noorden en noordoosten),
waartoe de tweede grote etnische groepering der Senufo (landbouwers)
behoort. Voorts wonen er enkele duizenden Europeanen (meest Fransen),
Libanezen en Syriërs (vnl. handelaren). De ca. 2 miljoen Afrikaanse
gastarbeiders, vnl. uit Boerkina Faso en Mali, hebben in belangrijke
mate bijgedragen tot de zeer sterke jaarlijkse bevolkingsgroei van 3,7%
(natuurlijke groei: 2,6%). Een ander migratieverschijnsel vormt de
snelle verstedelijking: woonde in 1940 nog slechts 6% van de bevolking
in steden, in 1992 was dit cijfer gestegen tot 42%. Vooral de grootste
twee steden, Abidjan (ca. 2,5 miljoen inw.) en Bouaké (ca. 600!000 inw.)
groeien zeer snel. De helft van de bevolking is jonger dan 15 jaar;
slechts 11,4% is ouder dan 45 jaar. De gemiddelde levensverwachting bij
geboorte bedraagt 56 jaar.
2.2 Taal
De officiële taal is het Frans; de stamtalen en dialecten spelen echter
in de dagelijkse omgang de belangrijkste rol. Als handels- en voertaal
wordt m.n. het Dioula veel gesproken.
2.3 Religie
De traditionele stamreligies worden door ca. 63% van de bevolking
aangehangen; ca. 25% is islamitisch en ca. 12% christen, van wie ruim 8%
rooms-katholiek. De Rooms-Katholieke Kerk heeft er een speciale
betekenis, daar het grootste deel van de elite rooms-katholiek is.
3. Bestuur en
samenleving
3.1
Staatsinrichting
Volgens
de grondwet van 1960 berustte de uitvoerende macht exclusief bij de
president, bijgestaan door de door hem benoemde ministers, maar in 1990
werd het ambt van minister-president gecreëerd, die de dagelijkse
regeringszaken regelt. De president wordt via directe en algemene
verkiezingen (stemgerechtigd zijn alle Ivorianen ouder dan 21 jaar) voor
vijf jaar gekozen en is herkiesbaar. De wetgevende macht is in handen
van de Nationale Vergadering, waarvan de 175 leden eveneens voor vijf
jaar worden gekozen. De bevoegdheden van de leden worden beperkt door
het vetorecht van de president.
3.2 Administratieve indeling
Bestuurlijk is het land ingedeeld in 49 departementen, elk met een
prefect aan het hoofd. Daarnaast is de traditionele dorpsorganisatie
blijven bestaan.
3.3 Rechtswezen
De rechtspraak is naar Frans voorbeeld ingericht; daarnaast wordt
gewoonterecht gesproken. Het Opperste Gerechtshof in Abidjan kent vier
kamers (voor zaken betreffende de Grondwet, het burgerrecht, het
administratief recht en de Rekenkamer) en een Hof voor Hoger Beroep.
3.4 Lidmaatschap internationale organisaties
Ivoorkust is lid van de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties
van de VN, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de Entente-Raad,
de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) en de
West-Afrikaanse Economische Gemeenschap (CEAO). Voorts is Ivoorkust
geassocieerd lid van de EU (Lomé-conventie).
3.5 Defensie
De strijdkrachten bestaan uit ca. 13!000, de paramilitaire macht uit
7800 manschappen. In Abidjan is een Frans garnizoen van ca. 1000 man
gelegerd.
3.6 Sociale en medische voorzieningen
Moderne sociale voorzieningen zijn voor gesalarieerd personeel
uitgewerkt in de vorm van arbeidsongevallen- en
zwangerschapsverzekering, pensioen- en invaliditeitsuitkeringen, evenals
voorzieningen voor weduwen en wezen. In de periode 1960-1974 heeft de
overheid veel geïnvesteerd in de gezondheidssector. Twee
universiteitsklinieken in Abidjan zorgen voor de opleiding van medisch
personeel. In samenwerking met UNICEF zijn intensieve vaccinatie- en
genezingsprogramma's opgezet. Slechts eenvijfde deel van de bevolking
beschikt over schoon drinkwater. Malaria en gele koorts komen nog vaak
voor. De virusziekte aids komt op grote schaal voor. Aan
geboorteregeling wordt weinig aandacht besteed. Abortus wordt op grote
schaal gepleegd, hoewel het wettelijk verboden is.
3.7 Partij- en vakbondswezen
De enig toegelaten politieke partij tot 1990 was de Parti démocratique
de la Côte d'Ivoire (PDCI, 1946), een afdeling van de West-Afrikaanse
interterritoriale partij, de Rassemblement démocratique africain (RDA).
Tot de belangrijkste oppositiepartijen behoren het Rassemblement des
Républicains (RDR) en het Front Populaire Ivoirien (FPI). De grootste
vakbond, de Union Générale des Travailleurs de Côte d'Ivoire (1962), is
verbonden met de PDCI. Stakingen zijn verboden.
3.8 Onderwijs
Naast het gratis openbare onderwijs neemt het privéonderwijs een
belangrijke plaats in. Onderwijs vormt een van de prioriteiten van de
regering. Sinds 1983 zijn onderwijzers hun bevoorrechte posities
kwijtgeraakt; vaak werken ze naast hun baan in het onderwijs ook als
boer of planter. Omdat het gebaseerd is op het Franse onderwijssysteem,
sluit het onderwijs in Ivoorkust niet aan bij de behoeften. Abidjan
heeft een universiteit, evenals diverse gespecialiseerde
onderwijscentra. Ongeveer eenderde deel van de volwassenen kan lezen en
schrijven.
3.9 Pers en omroep
Dag- en weekbladen verschijnen in het Frans. De grootste krant, de
Fraternité Matin, heeft een oplage van 110!000 exx. Radio en televisie
zijn in staatshanden. Er wordt door Radio Télévision Ivoirienne in het
Frans, Engels en inheemse talen uitgezonden. Radio Abidjan-Inter is de
eerste commerciële zender.
4. Economie
De economie is sterk exportgericht en kenmerkte zich sinds de
onafhankelijkheid door een sterke groei. In de periode 1980-1986 was er
sprake van een gemiddeld groeipercentage van 3, 6%, dat echter in de
jaren tachtig en negentig geheel teniet is gedaan. De inkomensverdeling
is namelijk zeer ongelijk, terwijl van een nationale economische
ontwikkeling (de zgn. Ivorianisatie) geen sprake is en de economische
groei berust op de aanwezigheid van buitenlands kapitaal. Ca. 80% van de
bevolking is direct of indirect afhankelijk van de landbouw. De inflatie
bedroeg in 1995 nog altijd 10%.
Land-
en bosbouwproducten (o.a. onverwerkt mahoniehout, iroko, acajou en azobé)
vormen ca. 75% van de totale exportwaarde. Ivoorkust is een van de
belangrijkste cacaoproducenten en koffieleveranciers ter wereld. De
diversificatiepolitiek heeft geleid tot grootschalige plantageverbouw
van gewassen als bananen, katoen, ananas, kokospalm, oliepalm,
suikerriet en rubber. Als voedingsgewassen worden aangeplant:
yamswortels, maniok, karité, maïs en gierst. Kolanoten groeien in de
hele woudzone. Andere producten zijn taro, tabak, rubber, grondnoten en
sisal. De veehouderij en de visserij kunnen niet voldoen aan de
binnenlandse vraag naar resp. vlees(producten) en vis.
Tweederde van de elektriciteit wordt door waterkracht geleverd (bij
Ayamé en Kossou) en het overige door thermische elektriciteitscentrales.
De recente ontdekking van aardolie en -gas kan sinds 1995 de
binnenlandse behoefte dekken. Vele delfstoffen, zoals ijzer, mangaan,
nikkel, goud, chroom, uranium, koper en diamant, zijn aangetoond, maar
vrijwel nog niet gewonnen. Nikkel, chroom en kobalt komen voor bij
Bouaké, bij Tortiya heeft de illegale jacht op diamant grote vormen
aangenomen. Het aandeel van de Ivoriaanse overheid is zeer klein. M.n.
buitenlandse investeerders worden aangetrokken. De exportgerichte
industrie is voornamelijk rond Abidjan geconcentreerd. Meer dan de helft
van de industriële productie bestaat uit verwerking van
landbouwproducten. Vooral de textiel- en de voedingsindustrie lopen
voorspoedig. Door de neergang van de internationale conjunctuur
ondervond m.n. de suikerindustrie grote problemen. Ivoorkust bezet de
eerste plaats in de regio op het gebied van de informatica. De
belangrijkste handelspartners zijn Frankrijk, Nigeria, Duitsland,
Nederland, Japan en de Verenigde Staten. Andere importgoederen zijn
motorrijtuigen, aardolie, elektrische apparaten en melkproducten. De
belangrijkste internationale financiële instellingen voor Ivoorkust zijn
de Wereldbank, het Europees Ontwikkelingsfonds van de EG en de
Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Hulp wordt vooral gegeven aan de landbouw
(rijstcultuur en veeteelt), de ontwikkeling van de industrie en in
wetenschappelijk onderzoek. Kenmerkend voor de sterke afhankelijkheid
van Frankrijk is het feit dat de centrale bank, de Banque Centrale des
États de l'Afrique de l'Ouest, in Dakar gevestigd is met een bijkantoor
in Abidjan. Een goed ontwikkeld wegennet (vooral in noord-zuidrichting)
beslaat een totale lengte van 55!000 km (5300 km geasfalteerd). De enige
spoorlijn (1177 km) loopt van Abidjan naar Ouagadougou in Boven-Volta.
Naast Abidjan is San Pedro een haven van betekenis. Air Ivoire verzorgt
binnenlandse luchtverbindingen; Abidjan, Yammoussoukro en Bouaké
beschikken over internationale luchthavens. Eerstgenoemde is de grootste
van Franssprekend Afrika en de thuishaven van Air Afrique, de
gezamenlijke luchtvaartmaatschappij van een aantal West-Afrikaanse
landen.
5. Geschiedenis
Ivoorkust werd in de 15de eeuw gekoloniseerd door de Portugezen. Zij
handelden vooral in ivoor en slaven. In het begin van de 18de eeuw
hebben Fransen tijdelijk nederzettingen gehad te Assinie en Grand Bassam.
In de 19de eeuw begon de meer permanente Franse vestiging. Assinie en
Grand Bassam werden in 1843 bezet door Bouët Willaumez. Geleidelijk
breidde de Franse invloed zich uit, vooral door toedoen van kapitein
Binger. In 1893 werd Binger tot gouverneur van de toen van Senegal
gescheiden kolonie Ivoorkust benoemd. De grenzen met Liberia en Goudkust
(Ghana [aardrijkskunde]) werden resp. in 1892 en 1893 vastgelegd. De
pacificatie was in 1906 voltooid. Ivoorkust maakte deel uit van Frans
West-Afrika. Na de Tweede Wereldoorlog had de politieke beweging
Rassemblement Democratique Africain (RDA) er veel invloed. Op 7 aug.
1960 werd Ivoorkust onafhankelijk. President werd een van de voormannen
van het RDA, F. Houphouët-Boigny. Het land bleef nauwe banden met
Frankrijk onderhouden. Steunend op de Parti Démocratique de la Côte
d'Ivoire (PDCI) maakte Houphouët-Boigny het land tot een eenpartijstaat,
met behoud van de hiërarchie in de etnische groeperingen die in het
regeringssysteem is ingebouwd. Ivoorkust richtte zich in zijn
economische politiek op de westerse industriestaten, wat leidde tot o.m.
overeenkomsten met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de
OESO-landen over bijstandskredieten en financiële leningen. Afgezien van
studentenonrusten in 1969 verliep de politieke ontwikkeling in het land
zelf, in vergelijking met andere Afrikaanse landen, in de jaren zeventig
relatief rustig. Maar groeiende kritiek onder de bevolking tegen de
toenemende bureaucratie leidde in 1980 tot grote wijzigingen in de top
van de PDCI. In 1983 werden grote stakingen met geweld onderdrukt.
President Houphouët-Boigny, in 1985 herkozen, werd van verschillende
kanten bekritiseerd om zijn verkwistend beleid ten aanzien van de nieuwe
hoofdstad Yammoussoukro, m.n. in verband met de bouw van de
rooms-katholieke basilica Onze Lieve Vrouw van de Vrede (een exacte
kopie van de Sint-Pieter te Rome).
In 1990 zette de president een stap in de richting van een
pluralistische politiek met de invoering van het ambt van
minister-president. Deze moet in de toekomst een deel van de macht van
de president overnemen. In hetzelfde jaar begon Houphouët aan zijn
zevende regeerperiode. Voor het eerst namen in dat jaar twee
oppositiepartijen in het parlement plaats, het Front populaire ivoirien
(FPI) en de Parti ivoirien des travailleurs (samen 5% van de zetels). Er
bleef echter politieke onrust.
In dec. 1993 overleed president Houphouët-Boigny. Hij werd opgevolgd
door Henri Konan Bédié. De economische crisis waarin het land verkeerde,
veroorzaakte een groeiend ressentiment tegen buitenlanders, dat zich
o.a. uitte in een reeks maatregelen tegen immigranten, waardoor ook de
spanningen tussen christenen en moslims opliepen.
In 1995 behaalde Bédié bij de presidentsverkiezingen, die werden
geboycot door de twee belangrijkste oppositiepartijen, een absolute
meerderheid. Ook bij de parlementsverkiezingen in hetzelfde jaar behield
de regeringspartij PDCI een overgrote meerderheid. Amnesty International
rapporteerde in 1996 dat Bédié in twee jaar tijd meer tegenstanders
gevangen had gezet dan Houphouët-Boigny in 33 jaar.
|