header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Japan

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 

 

Japan (Nippon of Nihon; officieel: Nihon koku), keizerrijk in Oost-AziŽ, 377.812 km2, met (1995) 125,1 miljoen inw. (331 inw. per km2); hoofdstad: Tokio. Het is een eilandenrijk bestaande uit vier grote eilanden, Hokkaido, Honshu (of Hondo), Shikoku en Kyushu, die samen 98% van het grondgebied beslaan, en een groot aantal (3918) kleine eilanden. Munteenheid is de yen, onderverdeeld in 100 sen. Nationale feestdag is de verjaardag van de regerende keizer (Akihito: 23 december).

Naam. In het begin van de 7de eeuw wordt de naam Nihon of Nippon voor het eerst aangetroffen; in 645 werd het de officiŽle aanduiding voor het land. De Sino-Japanse samenstelling Nihon/Nippon (Chin.: Riben; Sino-Koreaans: Ilbon) betekent 'oorsprong (ben) van de zon (ri)', dus: (Land van) de Rijzende Zon. In de 8ste eeuw werd de benaming Riben in China gebruikelijk. De Europese benamingen Japan, Japon, Jap„o, Giappone, enz. gaan eveneens terug op de Chinese uitspraak (van Nihon): Riben, in de 13de eeuw door Marco Polo als Zipangu (= Ribenguo, 'Land van de Zonne-oorsprong') in Europa geÔntroduceerd. Tot 1945 werd Japan ook vaak Dai-Nippon (Groot-Japan) genoemd.

1. Fysische geografie
1.1 Landschap
Japan PicturesDe eilanden zijn bergachtig. Het grootste deel van de bergen en kammen komt niet boven 2000 m, enkele uitgezonderd, zoals het kristallijne Hidagebergte in Zuid-Honshu (tot 3000 m). Als hoeksteen van de vulkanenreeks van de Fossa Magna, een 200 km lange tektonische slenk, is de 3776 m hoge Fuji-san in Zuidoost-Honshu te beschouwen. Verder zijn er op Honshu nog de Ontake-san (3185 m), de Norikuradake (3166 m), de Tateyama (2936 m) en de Washigadake (2880 m). In het geheel zijn er in Japan meer dan 240 vulkanen, waarvan 37 werkzaam. In verband met de tektonische en de vulkanische verhoudingen zijn er in Japan talloze aardbevingen en - in de diepe geosynclinale diepzeetroggen aan de zuidoostzijde - ook vele zeebevingen die geweldige, de kustvlakten teisterende vloedgolven (tsoenami) veroorzaken.
Per jaar komen gemiddeld meer dan 1000 aardschokken voor; grote aardbevingen treden gemiddeld eens in de vijf jaar op. De drie belangrijkste vulkanische zones liggen in Hokkaido, in Noord- en Midden-Honshu en in Zuid-Kyushu. Het land is bijzonder rijk aan minerale bronnen, o.m. zwavel- en radiumbronnen. De kusten zijn door tektonische breukzones en dalen sterk versneden (rŪa-kusten). Laagvlakten zijn bijzonder schaars en bovendien klein. Ze liggen veelal langs de kust als alluviale riviervlakten; enkele komen voor in het binnenland. Vlak land (helling kleiner dan 15į) neemt slechts ca. 25% van de totale oppervlakte in.
1.2 Rivieren en meren
De rivieren zijn kort en woest en transporteren enorme hoeveelheden gesteenten naar haar mondingsgebied. Ze zijn van groot belang voor irrigatie en opwekking van elektriciteit. De rivierbedding ligt in de vlakte veelal boven het omringende land en wordt door natuurlijke of kunstmatige dijken op haar plaats gehouden. Er zijn weinig meren; het grootste en bekendste is het Biwameer (675 km2) nabij Kyoto.
1.3 Geologie
De Japanse eilanden vormen een van de eilandbogen die rond de Grote Oceaan liggen. De geologische geschiedenis van dit gebied is betrekkelijk jong; er komen geen precambrische gesteenten voor. De oudste gesteenten vindt men in een PaleozoÔsche geosynclinale, die in het noordwestelijk gedeelte van het tegenwoordige Japan lag. Hierin werden sedimenten en basische, vulkanische gesteenten afgezet tijdens het Siluur, Devoon, Carboon en Perm. Plooiing en metamorfose van deze gesteenten vonden plaats tijdens Perm en Trias. Aan de oceaanzijde van deze geosynclinale ging de sedimentatie door tot in het Krijt, waarna in dat gebied eveneens plooiing en metamorfose optraden.
Kenmerkend voor dit laatste verschijnsel is de vorming van gepaarde metamorfe zones, waarbij aan de oceaanzijde een zone met hoge druk/lage temperatuur-metamorfose ontstond, en aan de continentzijde een zone met lage druk/hoge temperatuur-metamorfose. De vele granieten die tijdens het Krijt gevormd werden, liggen vnl. in de laatstgenoemde zone, terwijl de ultrabasische gesteenten hoofdzakelijk tot de eerstgenoemde zone beperkt zijn. Naar alle waarschijnlijkheid is de orogenese in Japan nog steeds aan de gang.
1.4 Klimaat
Het klimaat wordt bepaald door de moessoncirculatie van Oost-AziŽ, ook al werkt de maritieme ligging matigend. De neerslag is vooral gebonden aan de zomermoesson, behalve langs de noordwestkust van het eiland Honshu, die de meeste neerslag in de winter krijgt. Voorts treedt op vele plaatsen een najaarsmaximum op in de neerslag; een deel hiervan wordt veroorzaakt door tropische cyclonen, de tyfonen. De temperatuur hangt 's winters samen met de geografische breedte en ligging van oost- of westkust. Zo matigt de Kuro-Shiostroom de wintertemperatuur in een smalle zone langs de Grote-Oceaankust. Ten noorden van 38į N.Br. daalt de gemiddelde temperatuur in januari tot beneden het vriespunt, op Hokkaido zelfs tot -7 įC. Op het meest zuidelijke eiland Kyushu echter is de temperatuur in januari gemiddeld +7 įC. In de zomer zijn de temperaturen in het grootste deel van het land hoog. Zij variŽren dan naar gelang de geografische breedte.
1.5 Plantengroei
De flora is zeer rijk; zij telt meer dan 3000 soorten hogere planten die tot meer dan 1000 geslachten behoren. Het subtropische, altijdgroene bos van Kyushu bestaat vnl. uit eiken en voorts soorten uit de Laurierfamilie (bijv. de kamferboom), Theefamilie (zoals de beroemde Camellia), Palmenfamilie (Trachycarpus excelsa), Illiaceae (steranijs), Peperfamilie en Tulpenboomfamilie; het is rijk aan varens, bamboe en epifytische orchideeŽn. Het subtropische bos gaat op Honshu over in het zomergroene (loofverliezende) Japanse loof-naaldbos, dat tot de soortenrijkste en weligste vegetatietypen ter wereld behoort.
Het bestaat vnl. uit verschillende soorten eiken, waarvan Quercus grosseserrata de hoogste is, esdoorns, magnolia's, berken, essen, elzen, haagbeuken, Prunus, voorts iepen en beuken, met als naaldbomen o.a. Japanse ceder, kransspar, Hibacipres, Hinokicipres, Pinus densiflora, P. parviflora, P. thunbergii, Tsuga sieboldii en Abies firma. Het bos is voorts zeer rijk aan vele soorten lianen, een ondergroei van tientallen soorten heesters en een vaak meters hoge kruidlaag, die een ware wildernis vormt. Op Hokkaido wordt het aandeel van de naaldhoutsoorten noordwaarts groter. Pinus glehnii is het rijkst ontwikkeld in de uitgestrekte hoogvenen in het noorden.
1.6 Dierenwereld
Safari WildlifeDe dierenwereld is een mengfauna, palaearctisch van karakter, maar met een sterke inslag van Aziatische elementen; daarnaast komen talloze endemische vormen voor. Aziatische elementen zijn o.a. een makaak (Macaca fuscata, de noordelijkst bekende apensoort), een vliegende hond (vleermuissoort), de kraagbeer en het sikahert; palaearctische elementen zijn o.a. de bruine beer en een aantal andere roofdieren (marterachtigen en hondachtigen). De vogelwereld is rijk aan soorten. Reptielen en amfibieŽn zijn eveneens goed vertegenwoordigd; vooral onder de hagedissen treft men veel Aziatische elementen aan (gekko's en skinken). De bekendste amfibie is de Japanse reuzensalamander (Megalobatrachus japonicus), met bijna 1,50 m lengte de grootste bekende recente soort van deze diergroep. Onder de zoetwatervissen spelen de Karperachtigen een belangrijke rol.
De mariene fauna vertoont eveneens een interessant mengsel van tropische/subtropische en noordelijke (en zelfs subarctische) elementen; de zuidelijkste eilanden hebben een kustfauna die geheel aansluit bij die van het tropische Indo-Pacifische gebied, die van de noordelijkste archipel is een voortzetting van die van westelijk Noord-Amerika. De gevolgen van de zeer hoge bevolkingsdichtheid (die resulteerde in o.a. het uitroeien van de Japanse wolf) worden enigszins gecompenseerd door een sterke band van de Japanner met de natuur (vaak met een religieuze achtergrond) wat geresulteerd heeft in talrijke reservaten en nationale parken en een uitstekende natuurbeschermingswetgeving.

2. Bevolking
2.1 Algemeen
[r0011194]Van de bevolking is het overgrote deel Japanners (99%). Van de overige, niet-Japanse bevolkingsgroepen zijn de Ainoe en de Koreanen het belangrijkst. Een toenemend probleem is de discriminatie van deze bevolkingsgroepen en van de burakumin, nakomelingen van vroegere verstotenen en paria's, die veelal in eigen dorpen of stadswijken wonen. Na de Tweede Wereldoorlog werd Japan met een bevolkingsexplosie geconfronteerd, maar door maatregelen van de overheid (voorbehoedsmiddelen, mogelijkheid tot het plegen van abortus) werd deze ontwikkeling in de jaren vijftig met succes bestreden; sinds 1960 vertoont het geboortecijfer een dalende lijn (1993: 9,6Č). De bevolking nam tussen 1985 en 1993 met gemiddeld 0,4% toe, wat, gezien het lage geboortecijfer, vnl. is te danken aan het lage sterftecijfer, dat sinds 1951 beneden de 10Č ligt (1993: 7,1Č). De Japanners hebben de hoogste levensverwachting ter wereld: die van de mannen bedroeg gemiddeld 76 jaar in 1993; die van de vrouwen 82,5 jaar.
2.2 Spreiding
Japan behoort tot de dichtstbevolkte landen ter wereld. Van de vier grote eilanden heeft Hokkaido de laagste bevolkingsdichtheid (68 inw. per km2) en Honshu de hoogste (421 inw. per km2). Shikoku en Kyushu nemen met resp. 225 en 317 inwoners per km2 een tussenpositie in. Het dichtst bevolkt zijn de stedelijke conglomeraties van Tokio-Yokohama, Nagoya en Osaka-Kobe (meer dan 4000 inw. per km2). In 1993 woonde 65% van de bevolking in deze conglomeraties. Hoewel de bevolking van Tokio afneemt, groeit de agglomeratie van de stad nog steeds. Deze trend is ook in Osaka waarneembaar. Ruim 77% van de bevolking woont in de steden. De grootste zijn: Tokio (7, 9 miljoen inw.; aggl.: 11,8 miljoen), Yokohama (3, 3 miljoen), Osaka (2, 5 miljoen), Nagoya (2, 1 miljoen), Sapporo (1, 7 miljoen), Kyoto (1, 4 miljoen) en Kobe (1, 5 miljoen). Het dunst bevolkt z
ijn in het algemeen de berggebieden, die het grootste deel van het oppervlak beslaan.
2.3 Taal
De officiŽle taal is Japans. Veel technische termen zijn uit de Engelse taal overgenomen. Zie verder Japanse taal en schrift.
2.4 Religie
De grondwet garandeert godsdienstvrijheid. Als verreweg de belangrijkste religie geldt het shinto (zie sjintŰ), dat ca. 130 sekten telt en sterk beÔnvloed is door het boeddhisme. In de belevingswereld van de bevolking is het onderscheid tussen beide godsdiensten vaag. De meeste Japanners belijden zowel het shinto (92%) als het boeddhisme (76%). Religieuze minderheden worden gevormd door protestanten en rooms-katholieken (1, 2% van de bevolking) en leden van de 'nieuwe religies', die bestaan uit verschillende mengvormen van shinto, boeddhisme, taoÔsme en christelijke religies (9,3%).

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
[r0011191]Japan is een constitutioneel keizerrijk, waarin volgens de grondwet van 3 mei 1947 de keizer het symbool van de staat en de eenheid van het volk is. De soevereiniteit berust bij het volk. De keizer heeft geen macht met betrekking tot de regering; hij voert slechts bepaalde handelingen uit die gestipuleerd zijn in de grondwet. Hij benoemt de eerste-minister, die aangewezen wordt door het parlement, en de opperrechter van het hooggerechtshof, die wordt aangewezen door het kabinet. Hij kondigt wetten en verdragen af, roept het parlement bijeen, kent onderscheidingen toe, enz. Het parlement (Kokkai) is het hoogste orgaan van de staatsmacht en omvat twee Kamers: het Huis van Afgevaardigden (Shugi-in) met 511 leden, gekozen voor vier jaar, en het Hogerhuis (Sangi-in) met 252 leden, gekozen voor zes jaar. De uitvoerende macht ligt bij het kabinet (Naikaku), waarvan de premier door beide kamers wordt aangewezen.
3.2 Administratieve indeling
Het land is verdeeld in 47 prefecturen (todofuken), waarvan er drie een aparte status hebben, t.w. de stadprefecturen (fu) Osaka en Kyoto en het hoofdstadgebied (to) Tokio. Zowel de gouverneurs van prefecturen als de burgemeesters van steden en dorpen worden gekozen door de plaatselijke bevolking.
3.3 Rechtswezen
Het oudst bekende Japanse recht (7de eeuw) was op het Chinese geÔnspireerd; de rechtspraak berustte bij de keizer, een aantal processuele voorschriften werd uitgevaardigd, alsmede een strafwet die zich tegen de bloedwraak keerde; voor het overige heerste gewoonterecht, gebaseerd op moraal en religie. In de latere middeleeuwen nam het recht een sterk feodaal karakter aan, de rechtsbedeling was voorbehouden aan de adel, en wat op schrift werd gesteld, was veeleer een handleiding voor de rechter dan een volkswetboek. Hoofdzakelijk steunde het recht op de gewoonte; allengs ontwikkelde zich ook een systeem van rechterlijke precedenten. Na de Meiji-restauratie van 1868 werd direct een aanvang gemaakt met het voorbereiden van een wetgeving naar westers voorbeeld.
Op alle gebieden, vooral ook op het gebied van het administratieve recht, is allengs de wet in de plaats van de gewoonte getreden, en de gewoonte geldt dan ook tegenwoordig slechts als recht wanneer de wet zulks toelaat of een leemte vertoont. De rechtspraak is gebaseerd op een uit 1947 daterende wet waarin onder invloed van de Amerikanen de oprichting van een opperste gerechtshof en vier lagere rechtbanken (hoge-, districts-, familie- en lokale rechtbanken) werd gedicteerd. Het hoogste gerechtshof, gevormd door een door de keizer aangewezen opperrechter en 14 door het kabinet aangestelde gewone rechters, spreekt recht via een 'grote bank' en drie kleinere banken, waarbij een gedetailleerd reglement bepaalt welke zaken door welke bank behandeld dienen te worden.
De vier lagere rechtbanken vormen eveneens een hiŽrarchisch geheel, waarbij de belangrijkste strafrechtelijke en civiele zaken bij de hoge rechtbank terecht komen. Karakteristiek zijn in het tegenwoordige Japanse recht alleen nog het familierecht en het erfrecht. Evenals in China bevat het wetboek speciale regelen voor de organisatie en de voortzetting van het 'huis', d.i. de familie onder het gezag van een familiehoofd; in principe treedt de vrouw, door het huwelijk, uit haar huis en in dat van de man, maar door een systeem van adoptie kan ook de man in het huis van de vrouw treden. Het huis geldt als een afzonderlijke eenheid uit een oogpunt van eigendom en aansprakelijkheid, en het huisvermogen is aan eigen regelen van erfrecht onderworpen.
3.4 Lidmaatschap van internationale organisaties
Japan is lid van de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties van de VN, de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD), het Colombo-Plan en de APEC (economische unie tussen bijna alle landen rond de Grote Oceaan).
3.5 Defensie
Japan kent slechts een 'zelfverdedigingsmacht'. De omschrijving van de bevoegdheden van het leger zijn neergelegd in de grondwet die Japan onder druk van de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog heeft moeten accepteren. In deze grondwet staat dat 'het Japanse volk voor altijd zal afzien van het soevereine recht om oorlog te voeren en van het dreigen met of het gebruik maken van wapens als middel om internationale conflicten te beslechten. Met de bedoeling het voorafgaande te bereiken zullen geen troepen op het land, in de lucht of in de zee worden gehandhaafd. Het recht van de staat om zich in staat van oorlog te bevinden zal niet worden erkend'.
Ook mag Japan slechts een beperkt deel van zijn bruto nationaal product aan zijn defensie uitgeven. In 1988 beschikte Japan over 156!000 manschappen bij de landmacht, 44.000 bij de marine en 45.000 bij de luchtmacht. De uitgaven aan defensie bedroegen in 1988/1989 1,01% van het bnp. Tussen Japan en de Verenigde Staten bestaat een veiligheidsverdrag waarin o.a. de bepaling is opgenomen dat de Verenigde Staten borg staan voor de veiligheid van Japan. In het kader van dit verdrag zijn de Verenigde Staten met manschappen en materiaal aanwezig. Ook werken de twee landen samen aan de ontwikkeling van gevechtsvliegtuigen.
3.6 Arbeidsverhoudingen
De houding van vele Japanners, m.n. in hogere beroepen, ten aanzien van hun werk en de onderneming waarin zij werken, verschilt sterk van die in het Westen. Vele mensen nemen jarenlang geen vakanties op, omdat zij vinden dat zij hun baas of bedrijf niet in de steek kunnen laten. Ook bestaat in grote bedrijven nog steeds het systeem van 'tewerkstelling voor het leven'.
Bijna 38% van de werkende bevolking bestaat uit vrouwen. Steeds meer vrouwen ambiŽren een carriŤre in een bedrijf. Het systeem van levenslange gebondenheid en van salaris- en carriŤreopbouw welke afhankelijk is van het aantal dienstjaren, vormt echter een belemmering voor de vrouwen die voor de opvoeding van de kinderen hun werk tijdelijk willen onderbreken.
3.7 Sociale en medische voorzieningen
De gehele bevolking valt onder het systeem van sociale voorzieningen, dat o.a. invaliditeits- en werkloosheidsuitkeringen en een pensioenregeling omvat. Na pensionering ontvangt men 40% van het laatst verdiende inkomen. In 1986 waren er per 1000 inwoners 12,7 ziekenhuisbedden beschikbaar.
In het kader van de verruiming van de werkgelegenheid wordt door de bonden ook actie gevoerd voor bindende pensionering met 60 jaar. Tot nu toe is 55 de pensioengerechtigde leeftijd, maar door de lage pensioenen blijven de meeste mensen tot 65 jaar doorwerken.
3.8 Politieke organisatie, partijwezen, vakbeweging
Pictures of NikkoLange tijd werd het parlement gedomineerd door twee grote partijen, de conservatieve Liberaal Democratische Partij (LDP; Jiyu Minshuto), die sinds haar oprichting in 1955 tot 1993 onafgebroken aan de macht was, en de linkse Sociaal-Democratische Partij van Japan (SDPJ; Shakai Minshuto, opgericht in 1945). Maar sinds de verkiezingen van 1993, toen de LDP voor het eerst in haar bestaan in de oppositie werd gedrongen, is het Japanse partijenlandschap aanzienlijk veranderd. Om met de LDP een regeringscoalitie te kunnen vormen gaf de SDPJ in 1994 een aantal van haar traditionele standpunten op: de in de grondwet verankerde 'zelfverdedigingsmacht' van Japan werd geaccepteerd, alsmede kernenergie, de nationale vlag en het volkslied en ten slotte ook het militaire veiligheidsverdrag met de Verenigde Staten. Het gevolg was dat de SDPJ 'leegliep' en praktisch van het politieke toneel verdween. Velen zochten hun toevlucht in nieuwe partijen, zoals de Democratische Partij (DP). In 1994 werd de op hervorming van de politiek en de economie gerichte Shinshinto (Nieuwe Vooruitgangspartij; NFP) opgericht, waarbij zich veel parlementsleden uit andere partijen aansloten. De NFP werd de tweede partij van het land. Nog altijd heeft de in 1922 opgerichte Japanse Communistische Partij (JCP; Nihon Kyosanto) veel invloed.
De vakbonden organiseren de werknemers meestal per bedrijf en niet per bedrijfstak. Hierdoor is het aantal vakbonden enorm groot. In 1994 was slechts 24% van de gesalarieerden georganiseerd in een bond. De grootste vakbond is Rengo (8, 2 miljoen leden; d.i. tweederde van de georganiseerde werknemers).
3.9 Onderwijs
De basis van het onderwijs, dat na de Tweede Wereldoorlog op Amerikaanse leest geschoeid werd, wordt gevormd door de kleuterschool, die wordt gevolgd door ongeveer tweederde van de kinderen. Na de kleuterschool volgt de zesjarige lagere school, daarna de driejarige 'junior'-middelbare school. Tot zover is het onderwijs verplicht en, voor zover door de staat opgezet, kosteloos. Vele Japanse ouders sturen hun kinderen echter naar dure particuliere scholen. Naast de particuliere scholen zijn er vele instituten die zich toeleggen op het geven van bijlessen. Na de 'junior'-middelbare school gaat ruim 90% van de kinderen naar de 'senior'-middelbare school, waar zij een driejarige algemene of beroepsgerichte opleiding krijgen. Het hoger onderwijs wordt verzorgd door (400) universiteiten, junior-colleges en technische instituten, deels openbaar, deels particulier. Van de meer dan 80 staatsuniversiteiten is de Universiteit van Tokio de beroemdste.
3.10 Pers en omroep
De grondwet garandeert persvrijheid. Wat de circulatie van dagbladen betreft nam Japan aan het eind van de jaren tachtig (na Rusland en de Verenigde Staten) de derde positie ter wereld in: 575 exemplaren per 1000 inw. De totale oplage van de 124 verschillende dagbladen, die zeven maal per week verschijnen, bedroeg in 1987 70,2 miljoen. Naast talloze lokale dagbladen zijn er vijf grote nationale dagbladen waarvan Asahi Shimbun (ochtendeditie: 11,6 miljoen exx.), Yomiuri Shimbun (ochtendeditie: 8,9 miljoen exx.) en Mainichi Shimbun (ochtendeditie; 6,8 miljoen exx.) de grootste zijn en die dagelijks zowel een ochtend- als een avondeditie uitbrengen.
De grootste persbureaus zijn Kyodo Tsushin-sha (KYODO) en Jiji Tsushin-sha (JP). De dagbladen brengen gedetailleerder economisch nieuws dan de pers in het Westen. Daarnaast verschenen er in 1988 2700 tijdschriften. Ook zijn er twee gezaghebbende financiŽle dagbladen, Nihon Keizai Shimbun en Sankei Shimbun. Het omroepbestel is gedeeltelijk gecommercialiseerd en voor een ander deel wordt het betaald uit het kijk- en luistergeld.
De commerciŽle radio- en televisie-uitzendingen worden verzorgd door 137 particuliere ondernemingen, verenigd in de Nationale Organisatie van CommerciŽle Zenders (MINPOREN). De niet-commerciŽle uitzendingen worden verzorgd door de Nippon Hoso Kyokai (NHK, 2 televisie- en 3 radiokanalen, 6000 stations), die onder toezicht van de regering staat.

Telefoongids Japan
Postcodes Japan

 

Naar Japan economie >>

 

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009