Brussel (B) -
Belgische onderzoekers ontdekken dat uitzaaiingremmers kanker kunnen doen
uitzaaien.
Een groot probleem met kanker is dat het zich uitzaait. Individuele
kankercellen maken zich los van een gezwel en weten zich ergens anders te
vestigen. Daar kan dan een nieuwe tumor ontstaan. Totnogtoe dacht men dat
knippende enzymen, proteasen, daarin een grote rol speelden. Belgische
onderzoekers hebben ontdekt dat ook specifieke protease-remmers uitzaaiingen
bevorderen.
De proteasen veroorzaken uitzaaiingen doordat ze eiwitten kunnen knippen die
een cel op zijn plaats houden. Ze maken daarmee ruim baan voor de kankercel
om naar een bloedvat te migreren. Men verwacht dat in uitzaaiende tumoren
minder van deze knipremmers actief zijn, een mogelijke kankertherapie is dan
ook de patiënt extra remmers te geven. Sommige tumoren, vooral laat in het
ziekteproces, hebben echter juist meer protease-remmers dan normaal.
Belgische onderzoekers van het Vlaams Interuniversitair Instituut voor
Biotechnologie VIB zijn erachter gekomen dat ook deze remmers zelf voor
uitzaaiingen kunnen zorgen. Daarvoor vergeleken ze longkankers uit muizen.
De tumoren die agressief uitzaaiden bleken meer proteaseremmer SLPI (Secretory
Leukocyte Protease Inhibitor) te bevatten dan minder agressieve tumoren.
De wetenschappers haalden het gen dat codeert voor SLPI uit de
muizengezwellen en stopten dat op zo'n manier in de minder agressieve
kankercellen, dat die erg veel SLPI gingen maken. Als zij die cellen bij
muizen inspoten, kregen die veel sneller tumoren en uitzaaiingen dan muizen
die onveranderde kankercellen kregen. Bovendien bleek juist het actieve deel
van SLPI de kanker te bevorderen. De onderzoekers hebben daarna het stukje
dat voor de werkelijke protease-remming zorgt uitgeschakeld. Kankercellen
die zo'n gen extra kregen, groeiden helemaal niet extra snel.
De ontdekking betekent echter niet dat alle protease-remmers kanker
stimuleren. Dat geldt wel voor dit speciale eiwit, maar er zijn veel meer
soorten eiwitknippers en remmers daarvan. Soms versnelt een protease de
verspreiding, andere keren blijkbaar juist zijn remmer. |
|
|
|
|
|
|