header belgie

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

 De Kempen

 

 

 
Waar het zand heer en meester is ....

Niet zo ver buiten het gewoel van de Antwerpse metropool spreiden de Kempen over hun grote vlakten een deken van rust .... van hier tot aan de Nederlandse grens niets dan eenzaamheid, niets dan zand. Deze vlakte is het verlengstuk van het Vlaamse laagland waarvan ze door de Schelde worden gescheiden. Ook hier steken een paar afgestompte heuvelruggen boven de brede, lichte hellende laagtes uit. Geruisloos glijden de twee Neten door hun vlakke valleien naar de Rupel toe. Maar kent het landschap hier geen grote hoogteverschillen, de temperatuur kent er des te meer. De zomer is er heet en de winter bar koud, zelfs een beetje Ardens van aard. Dat sterke contrast is te wijten aan het zand dat heel snel opwarmt maar ook snel terug afkoelt. Naar het oosten toe neemt deze charmante, eenvoudige streek de vorm van een hoger gelegen plateau aan en duikt vervolgens met een steile helling naar de Nederlandse Maas toe. Het plateau heeft zijn ontstaan trouwens aan deze rivier te danken. Vroeger lag de Maasbedding heel wat hoger, moet u weten. Van zijn toch door de Ardennen bracht de rivier ontzagwekkende hoeveelheden zand en keien mee, die hij hier in de vlakte dan afzette. Deze goed doorlaatbare materialen hebben de erosie weten te weerstaan : vandaar de vorming van een plateau tot honderd meter hoogte, maar ook van een nogal schrale bodem.
Tussen het paars van de struikheide en het geel van de brem slingeren de zanderige paden zich door de heidevelden waar zilverige berken trillen bij het zachte briesje. Ze voeren naar de dennebosjes die ginder ver met hun eeuwiggroene toppen naar de hemel reiken.
Dit wat onaardse landschap verbergt soms vreemde verrassingen. Voor de verbaasde ogen van de wandelaar rijzen waarachtig levensechte zandduinen. Het zijn de Zandbergen, reusachtige landduinen die in het oostelijk gedeelte van het plateau tegen de horizon afsteken. De aanwezigheid van duinen, zo ver landinwaarts kan vreemd lijken, maar is gemakkelijk te verklaren. Tijdens de laatste ijstijd werden de Kempen schoongeveegd door hevige winden die het zand dat ze meevoerden op sommige plaatsen terug afzetten waar dan deze landduinen ontstonden, die de streek wat reliŽf geven. Toen het klimaat nog milder werd, koloniseerden eiken en berken grote oppervlakten van het gebied. Vanaf de late steentijd echter begon de mens de grond te ontginnen. Langzaamaan verdween het bosbestand en de uitbreiding van de landbouwgronden verstoorde het labiele evenwicht van het milieu. De uitgeputte zandgronden raakten bedekt met een tapijt van heide. Vanaf de Middeleeuwen werden de heidevelden begraasd door schapen. Deze schapen zorgden ook voor de nodige meststof voor de akkers. Tijdens de avond werden ze samengedreven in de potstal, een stal waarval de bodem werd uitgegraven tot een kuil. De mest die ze er achterlieten werd regelmatig bedekt met een laag heideplaggen. Als die potstal vol was, werd het mengsel van schapemest en heideplaggen op de akkers gestrooid.
Als men de natuur zijn gang laat gaan evolueert de heide langzaam naar bos. Door de begrazing en het plaggen bleef de heide echter jong en kregen de jonge boompjes geen kas, zodat de heide eeuwenlang stand hield. Met de opkomst van de chemische meststoffen gingen de oude gebruiken verloren en vandaag moeten grote onderhoudswerken het voortbestaan van de heide in een paar natuurreservaten verzekeren.
Daarbuiten werden de heidevelden in cultuur gebracht of, in de loop van de achttiende eeuw, vervangen door pijnboomaanplantingen die de duinen vastlegden en moesten voldoen aan de vraag naar mijnhout voor het Limburgse steenkoolbekken. In het begin van de twintigste eeuw keerde de streek inderdaad haar agrarisch  verleden de rug toe en wijdde zich voortaan aan de industrie.
De mens heeft dit landschap inderdaad grondig beÔnvloed. De wisselende vergezichten maken de eentonigheid van de uitgestrekte landbouwgronden goed. De droge mastbossen, de vette ploegakkers en de woeste heidevelden vormen een wonderlijke caleidoscoop waarin de industrie niet uit de toon valt, want ze lag aan de basis van een reeks aangename tuinsteden met veel groen, waarachter de fabrieken zich verschuilen.

 

 Bezoek ook onze natuurbase >>

 

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009