|

 |
De
kevers vormen de grootste insecten order. Er zijn meer dan 350.000
soorten beschreven.
Typische kenmerken van kevers zijn de meestal dunne, samengevouwen
achtervleugels, die door harde pantserachtige voorvleugels worden
bedekt. Hoewel tijdens het vliegen de voorste vleugels worden
uitgespreid vliegen ze alleen maar met behulp van hun
achtervleugels.
Enkele soorten hebben geen achtervleugels. Zij kunnen niet vliegen.
Bij andere soorten zijn de voorste vleugels geatrofieerd. De hele
ontwikkeling van een kever kan tussen de één en vijf jaar duren.
Keverlarven treft men vaak aan in planten, in hout en in de grond.
Het voedsel van de meeste kevers bestaat uit planten, enkele soorten
eten ook aas of kleine dieren.
Tot de kevers behoren onder andere de prachtkevers, loopkevers,
waterkevers en de snuitkevers. De ontwikkeling van de meikever is
een goed voorbeeld van de manier waarop kevers zich in het algemeen
ontwikkelen. |
|
|
|
|
|
|