| |
De
kievit behoort tot de familie van de plevieren en tot de
steltlopers Hij komt voor in Azië, Noord- en West-Afrika en
Europa. De kievit, die ongeveer 30 cm lang is, is te herkennen
aan zijn karateristieke donkere kuif en aan zijn brede,
afgeronde vleugels.
Zijn bovenkant is zwartachtig-groen, de onderkant is wit en
zwart. De staart is wit en het uiteinde van de staart is zwart.
Zijn naam is afgeleid van zijn roep.
Het voedsel van de kievit bestaat hoofdzakelijk uit insecten.
Daarnaast eten ze ook slakken, wormen en planten.
In het voorjaar vertoont de kievit opvallend baltsgedrag. Het
mannetje probeert de aandacht van het vrouwtje te trekken door
luid met zijn vleugels te slaan en opgewonden buitelingen te
maken. Soms heeft een mannetje meerdere vrouwtjes. Om het
vrouwtje tot broeden aan te zetten bouwt het mannetje
nestkuiltjes. Ze selecteren uiteindelijk één nest en dat wordt
met halmen bekleed.
In 25-30 dagen worden 4 eieren uitgebroed. De jongen, die eerst
een gevlekt verenkleed hebben, zijn nestvlieders, dat wil zeggen
dat ze korte tijd na het uitkomen al kunnen lopen. |
|
|
|
|
|
|