|
Kikkers en padden vormen met
2600 soorten een reusachtige orde van de amfibieën. Ze hebben allemaal een
typische kikkervorm. Op een plomp lichaam zit een grote kop met sterk
uitpuilende ogen. De iets kortere voorpoten hebben vier tenen, de lange
krachtige achterpoten hebben vijf tenen. De tenen zijn vaak door zwemvliezen met
elkaar verbonden. Wanneer de dieren volwassen zijn, hebben ze geen staart. De
meeste kikkers en padden leven op het land. Hun eitjes, die ze in een
gelei-achtige massa onderbrengen, leggen ze in snoeren of klonten in het water.
Hieruit komen de larven
(kikkervisjes) tevoorschijn. De larven hebben een staart en ademen via kieuwen.
Ze voeden zich met waterplanten. Na enige tijd beginnen ze zich geleidelijk in
een kikker (of pad) te veranderen. Ze krijgen achter- en voorpoten, de bek wordt
breder en de staart verschrompelt. In plaats van de kieuwen vormen zich longen
en er ontstaat een dier, dat op het land kan leven.
Tot de kikkers en padden behoren onder andere de groene kikker, de gewone pad,
de vroedmeesterpad, de stierkikker.
Vroeger noemde men bepaalde families staartloze amfibieën padden en werden
andere soorten kikkers genoemd. Tegenwoordig heeft men hier geen eenduidige
classificaties voor.
Kikkers of ‘Echte’ kikkers, de grote familie Ranidae van de Kikvorsachtigen,
verbreid in de gehele wereld behalve het zuidelijke deel van Zuid-Amerika,
Centraal- en Zuid-Australië en Nieuw-Zeeland.
Het geslacht Rana heeft model gestaan voor het westerse beeld van ‘de’ kikker.
In Europa komen ca. acht soorten voor, waarvan drie of vier in Nederland en
België. Ten gevolge van waterverontreiniging is de kikkerstand sedert de jaren
zestig in sommige streken sterk achteruitgegaan.
1. Soorten en leefwijze
Het meest algemeen is de bruine kikker (R. temporaria), een tot 10 cm grote,
zeer variabel licht- tot donkerbruin gekleurde soort. Hij schijnt slechts op
Texel en Rottum te ontbreken. De dieren leven vaak ver van het water. De
eiafzetting kan al in maart beginnen. Het kikkerdril bestaat uit grote klonten
van tot 4000 eieren. De bruine kikker is de enige kikker die de Noordkaap
bereikt. Veel sterker aan water gebonden is de groene kikker (R. esculenta),
waarvan de vrouwtjes tot 12 cm groot kunnen worden. De soort ontbreekt op de
Waddeneilanden. De voortplanting begint pas in mei. De mannetjes kwaken zeer
luid (boerennachtegaal) met behulp van twee aan de zijkant van de kop
uitstulpbare witte kwaakblazen. De grote groene kikker (R. ridibunda), tot 15
cm, lijkt zeer veel op de groene kikker en komt ook in Nederland voor. De derde
zeker voorkomende soort is de heikikker (R. arvalis), vooral in vochtige
heidegebieden en duinpannen (van de Waddeneilanden alleen op Texel). Hij lijkt
op de bruine kikker, maar blijft kleiner, tot 8 cm. De voortplanting begint eind
maart. Niet-Europese soorten uit de familie Echte kikkers zijn bijv. de
Noord-Amerikaanse bullfrog (R. catesbeiana) en de grootste bekende kikker, R.
(of Conrana) goliath, uit Midden-Afrika (tot 25 cm).
2. Mythologie
In het oude Egypte was de kikker een heilig dier, waarvan men dacht dat het
vanzelf uit de modder ontstaan was. Daarom werden ook oergoden als mannen met
een kikkerkop afgebeeld. Zij waren immers niet geschapen, maar waren de oorzaak
van hun eigen bestaan. Ook de geboortegodin Heket had de gestalte van een
kikker, daar zij het geheim kende van het spontaan verrijzende leven. Reeds in
de Rgveda alsmede in de klassieke oudheid werd de kikker beschouwd als
weerprofeet, die de regen aankondigt. |