| |
De
kleine karekiet of acrocephalus scirpaceus
Trekvogel van april tot september. Kleiner en slanken dan een
mus met een dunne snavel. Uiterlijk nauwelijks te onderscheiden
van de bosrietzanger en zeer moeilijk van andere rietzangers.
Onderscheidt zich van de bosrietzanger door de zang. Broedt
bijna uitsluitend in het riet. Verspreiding en woongebied :
verspreide broedvogel in Europa. Bij ons in het laagland wijd
verbreid en op sommige plaatsen zeer talrijk. Voortplanting :
het nest wordt als een mandje in het riet gehangen. Eind mei
begint de leg - in regel één legsel per jaar. Drie tot vijf
eieren, lindegroen met grijze vlekken, vaak aan de stompe kant
duidelijker getekend. Beide ouders broeden elf tot twaalf dagen;
de jonge vogels worden nog elf tot twaalf dagen in het nest
gevoerd. Voedsel : insecten, maar ook bessen. |
|
|
|
|
|
|