| |
De
kluut of recurvirostra avosetta
Gedeeltelijke trekvogel. Ongeveer zo groot als een duif. Door de opvallend
naar boven gebogen snavel en de lange poten gemakkelijk te herkennen. In
de vlucht steken de zwarte vleugelpunten af tegen de omgeving evenals de
brede zwarte b and langs de vleugelbocht en een lange, zwarte streep op de
schouder.
Verspreiding en woongebied : her en der voorkomende broedvogel langs
verscheidene Europese kusten, in Oostenrijk en Hongarije. In het verdere
binnenland ook als doortrekker maar nooit talrijk. Zoekt zijn voedsel met
een maaiende beweging van de kop in het vlakke water. Voortplanting : open
komvormig nest in de grond. De vier lichtbruine, donkergevlekte eieren
worden in mei, juni gelegd. Mannetje en vrouwtjes broeden 23-25 dagen. De
jongen kunnen na veertig dagen vliegen. Voedsel : kleine dieren uit de
modder en ondiep water. |
|
|
|
|
|
|