header_science

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Knaagdieren

 

De dierenpagina ...klik hier 
Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

de orde Rodentia, de soortenrijkste van de Zoogdieren. Deze kleine of middelgrote dieren (afmeting inclusief staart 12Ė100 cm, gewicht 4 g Ė 50 kg) zijn verspreid over de gehele aarde.

Knaagdieren zijn betrekkelijk primitieve zoogdieren, waarbij alleen de schedel en het gebit specialisaties vertonen. Ze bevinden zich vermoedelijk thans op het hoogtepunt van hun ontwikkeling. De knaagdieren hebben zich waarschijnlijk ontwikkeld uit insecteneters. De oudste knaagdieren (Paramys) zijn gevonden in jong-Paleoceen-lagen in Noord-Amerika. Uit afzettingen uit het Pleistoceen in Nederland en BelgiŽ zijn overblijfselen bekend van verschillende uitgestorven soorten, o.m. een soort bever, een stekelvarken, verschillende woelmuissoorten, de alpenmarmot en de berglemming.

Het gebit heeft in elke kaakhelft ťťn beitelvormige, doorgroeiende snijtand, die ondanks de slijtage ten gevolge van het knagen nooit korter wordt. De twee tanden in de boven- en in de onderkaak zijn alleen aan de voorkant met email bedekt. Hoektanden ontbreken. Tussen de snijtanden en de dwars geplooide (bij de herbivoren) of knobbelige (bij de omnivoren) kiezen bevindt zich een grote tussenruimte (diastema). Het gebit is voor elke soort zů karakteristiek, dat determinatie (bijv. van gebitsdelen in braakballen) veelal mogelijk is. De onderkaak kan in twee standen geplaatst worden: ůf de dieren bijten met de snijtanden ůf zij kauwen met de kiezen; gelijktijdig kan dat niet. Het kauwen geschiedt door de onderkaak eerst opzij te brengen en daarna met een ruk naar binnen te bewegen. Tussen de lijsten op de kiezen wordt daarbij het voedsel fijngesneden. Behalve om te knagen, wordt het gebit door bepaalde soorten ook gebruikt om te graven.

Het lichaam is rond, de hals kort en dik, de poten zijn kort, de achterpoten soms aanzienlijk langer dan de voorpoten (spring- en huppelmuizen). De staart is vaak lang, spaarzaam behaard en soms voorzien van een schubbenkleed. De duim ontbreekt gewoonlijk. Knaagdieren zijn zoolgangers of halfzoolgangers; de naakte zoolkussens zijn vaak kenmerkend voor de soort. Verschillende soorten (o.a. de hamsters) hebben wangzakken, waarin tijdelijk voedsel wordt bewaard. De maag is enkelvoudig, het darmkanaal lang en sterk gekronkeld. De blindedarm is groot, de dikke darm lang. De hersenen zijn over het algemeen weinig ontwikkeld en slechts bij enkele grote knaagdieren (bever, marmot, waterzwijn) geplooid. Het leervermogen is goed en ervaringen worden gemakkelijk in het gedrag verwerkt, zodat bijv. oude ratten vaak moeilijk zijn te vangen. Lichaamsbouw en leefwijze lopen bij de Knaagdieren sterk uiteen (adaptieve radiatie). Er zijn o.a. klimmers, gravers, springers, lopers en zwemmers. Op enkele uitzonderingen na zijn het nachtdieren, die vooral van plantaardig voedsel leven (herbivoren); slechts een klein deel (o.a. ratten, muizen) is omnivoor. De vaak gespleten bovenlip (een onvolledige vorming van het monddak) is bij het knagen bijzonder nuttig.

Van de zintuigen zijn vooral het reukorgaan en het gehoororgaan uitstekend, het eerste overheerst. Knaagdieren kunnen ook ultrasone geluiden waarnemen. De oriŽntering in de ruimte geschiedt soms door echo-oriŽntatie (sonar) of met behulp van de zonnestand. Enkele soorten (eekhoorn, goudhamster) kunnen kleuren onderscheiden. De oorschelpen variŽren sterk in afmeting en kunnen soms geheel ontbreken. De tastzin is vooral goed ontwikkeld aan kop, voorpoten, borst en buik. Sommige soorten houden in 's winters koude gebieden een echte winterslaap (slaapmuizen, hamsters), andere (eekhoorn) alleen een winterrust en/of leggen een wintervoorraad aan. Weer andere vertonen trekbewegingen (o.a. de lemming), vnl. als er in het woongebied voedselgebrek ontstaat.

De paring duurt kort en wordt soms snel achtereen herhaald. Bij kleine soorten is er vaak direct na de baring weer bevruchting mogelijk. De voortplanting verloopt meestal zeer snel: vaak zijn er vier tot zes worpen per jaar, met bij sommige soorten tot achttien jongen per worp. Overbevolking treedt op onder gunstige omstandigheden van voeding, dekking, klimaat, enz. De jongen zijn meestal nestblijvers, die dan naakt en blind worden geboren. Voor het grootbrengen van de jongen worden wel ingewikkelde bouwwerken (bever) of nesten (eekhoorn, dwergmuis) gebouwd, of holen gegraven.
Knaagdieren leven zelden solitair (eekhoorn, slaapmuizen, hamster), meestal in families of in kolonies (marmotten) of in grote troepen (ratten, lemmingen, woelmuizen).
Mede door hun grote individuenrijkdom kunnen sommige soorten knaagdieren grote hoeveelheden voedsel door vraat of met hun uitwerpselen voor de mens oneetbaar maken. Bovendien zijn zij vaak overbrengers van verschillende besmettelijke ziekten, o.m. de pest (via rattenvlooien), de ziekte van Weil, rabies, mond- en klauwzeer, tularemie e.a. Enkele soorten staan bloot aan vervolging of worden op grote schaal gefokt wegens hun kostbare pels (bever, chinchilla's, muskusrat en beverrat).
In biologische en medische laboratoria zijn cavia's, ratten, muizen en goudhamsters veel gebruikte proefdieren.

Van de ongeveer 6.000 bestaande zoogdiersoorten behoren bijna 3.000 soorten tot de knaagdieren. Ze komen overal op aarde voor in alle soorten gebieden (behalve in zee). Enkele leven in de bossen en op de steppen, andere in gebergten. Men treft hen ook aan op de grond of in bomen en ook in water.
Knaagdieren zijn altijd duidelijk te herkennen aan hun gebit: in de boven- en onderkaak bevinden zich naast andere tanden altijd twee haakvormig gekromde, sterke knaagtanden, die aanmerkelijk groter zijn dan de andere tanden. Deze knaagtanden lopen aan de zijkanten schuin toe. Ze hebben geen wortel en groeien het hele leven door. De hoektanden ontbreken volledig bij knaagdieren. Tussen de kiezen en de snijtanden gaapt een gat.
Knaagdieren kunnen, afhankelijk van de soort, een lichaamslengte bereiken van 5 tot 100 cm. Ze voeden zich voornamelijk met plantaardig voedsel, zoals plantenwortels, vruchten en schors, maar gedeeltelijk ook met verschillende kleine diertjes.Veel van hen leggen voorraden aan en slaan deze op in onderaardse ruimten of holen. Wanneer de winter aanbreekt, trekken ze zich daarin terug. Als ze wakker worden tijdens hun winterslaap kunnen ze zich aan de verzamelde voorraad te goed doen.
Knaagdieren hebben goed ontwikkelde zintuigen, vooral de reuk en het gehoor zijn sterk ontwikkeld. Sommige soorten kunnen zelfs ultrasonisch geluid waarnemen (muizen, vleermuizen). Knaagdieren krijgen tamelijk veel jongen. De draagtijd is meestal zeer kort. De levensduur van kleine knaagdieren bedraagt hoogstens anderhalf jaar, stekelvarkens kunnen echter wel tot 18 jaar oud worden. Enkele knaagdieren worden door de mens gebruikt als bontleverancier (chinchilla, nutria en bisam), andere worden gebruikt voor onderzoeken (ratten, witte muizen, Guinese biggetjes).
Knaagdieren zijn zeer schadelijk en dragen ook ziekten over. Ze leven deels in graanopslagplaatsen of leven in de nabijheid van de mens in huizen of in rioleringen. Als ze niet zoveel vijanden hadden onder de zoogdieren en de vogels, zouden ze, doordat ze zich zo sterk en snel kunnen vermenigvuldigen, de hele aarde kunnen beheersen en vernietigen.
Tot de vele soorten knaagdieren behoren onder andere eekhoorntjes, hamsters, bevers, muizen, stekelvarkens, Guinese biggetjes en chinchillaís.

 

De dierenpagina ...klik hier
Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009