header vogels

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Knobbelzwaan

 
   
  Knobbelzwaan of cygnus olor
Stand- en zwerfvogel. Oudere vogels met geheel witte veren, oranjerode snavel en een zwarte snavelwortel en zwartgrijze poten; jonge dieren grijsbruin of meteen wit, grijze snavel.  De knobbel op de wortel van de snavel is bij mannetjes in de broedtijd sterk geprononceerd. Naast de knobbel en de kleur van de snavel onderscheidt deze soort zich van de wilde en de kleine zwaan door de vaak S-vormige houding van de hals. Verspreiding en woongebied : wilde vogels in Polen en het zuiden van ScandinaviŽ. In Midden-Europa tamme of verwilderde parkvogels, die sinds 1950 sterk in aantal zijn toegenomen. Woont in staand of langzaam stromend water in het laagland; een enkele keer ook in brak of zout water. Voortplanting : groot horst van riet en twijgen in of bij het water. Legtijd vanaf midden april. 5-8 helder groen-grijze eieren, die later vaak verkleuren tot bruin. Eťn legsel. Het vrouwtje broedt alleen 35-40 dagen. Nadat de jongen uit het ei gekropen zijn, worden ze door beide ouders gevoed. Met 120-150 dagen zijn de jongen in staat om te vliegen, maar ze blijven nog tot in de herfst in familieverband wonen. Voedsel : water- en oeverplanten, ook landplanten worden gegraasd. Bij het grondelen komt de lange hals goed van pas; het lichaam blijft daarbij (in tegenstelling tot de eenden) recht.
 
   

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009