| |
Bij
de koekoeken onderscheiden we slechts twee families: de
koekoeken en de toeraco's.
De koekoeken staan erom bekend dat hun eieren in het nest van
andere vogels leggen. Die zorgen dan voor het uitbroeden en
grootbrengen van de jongen. De vrouwtjes leggen de eieren
meestal in de nesten van kleine zangvogels. Op een onbewaakt
ogenblik legt het vrouwtje een ei in het nest van de andere
vogel. Vervolgens gooit ze een ei van haar gastvrouw uit het
nest.
Een koekoeksvrouwtje legt ongeveer8-12 eieren, in verschillende
nesten. Na 12 dagen komt een hongerige, jonge koekoek uit het
ei. Het koekoeksjong is onverzadigbaar en gunt zijn
stiefbroertjes en -zusjes niets. In tegendeel, men heeft zelfs
gezien, dat kleine koekoeken de andere jongen uit het nest
duwden.
De tengere pleegouders kunnen nauwelijks genoeg voedsel
aanslepen voor het koekoeksjong dat al snel groter is dan
zijzelf. De koekoeksvrouwtjes leggen de eieren altijd in de
nesten van dezelfde zangvogels. Niet alle koekoekssoorten laten
hun eieren door andere vogels uitbroeden.
De vogels in de gematigdere en koelere streken zijn trekvogels.
Koekoeken komen overal op aarde voor.
Hun grootte is per soort verschillend, de kleinere soorten zijn
maar 15 cm lang, de grotere soms wel 70 cm. Ze leven in het bos.
Daar eet de koekoek zeer veel grote insecten en harige rupsen en
hij is daarom dan ook een nuttig dier. De koekoeken die bij ons
voorkomen hebben een onopvallend grijs verenkleed. Op hun borst
en buik hebben ze grijze en zwarte dwarsstrepen. De
koekoeksoorten, die in tropische gebieden voorkomen, zijn
gedeeltelijk bedekt met prachtige groene en blauwe veren |
|
|
|
|
|
|