|
1.
Fysische geografie
Koeweit bestaat vnl. uit grindwoestijn en zandvlakten, met slechts hier
en daar een heuvel (tot 300 m hoog), enige sikkelduinen (barchanen) en
oases. Het klimaat wordt gekenmerkt door droogte en hitte, gepaard
gaande met een grote relatieve vochtigheid.
2. Bevolking
De zeer snelle bevolkingsgroei (gemiddeld 4, 4% per jaar) is deels
veroorzaakt door immigratie, deels door het hoge geboorteoverschot. Het
geboortecijfer bedroeg in 1987 29,5‰, het sterftecijfer 2,4‰. De
gemiddelde levensverwachting is 72 jaar voor mannen en 76 jaar voor
vrouwen. Ongeveer 62% van de bevolking bestaat uit immigranten, onder
wie Palestijnen, Egyptenaren, Syriërs, Indiërs en Bengalen. Ca. 96% van
de bevolking woont in de steden. Een bijzondere plaats nemen de
bedoeïnen in, die statenloos zijn en wier aantal op ca. 100.000 wordt
geschat. De officiële taal is het Arabisch, waarvan het gesproken
dialect weinig afwijkt. Verder wordt er Farsi en Urdu gesproken. Velen
spreken Engels. De islam is staatsgodsdienst; 90% van de bevolking is
islamiet. Het merendeel (63%) van de Koeweiti's behoort tot de
soennitische richting, ca. 27% tot de sji'ieten. Ruim 8% is christen, 2%
hindoe.
3. Bestuur en
samenleving
Krachtens
de in 1962 in werking getreden grondwet is Koeweit een erfelijk emiraat.
De emir is wereldlijk en geestelijk leider. Hij benoemt de premier en
hij is opperbevelhebber van het leger. De volksvertegenwoordiging, die
in principe voor vier jaar wordt gekozen, heeft beperkte bevoegdheden.
Alleen in Koeweit geboren mannen vanaf 21 jaar, m.u.v. hen die in
overheidsdienst zijn, zijn stemgerechtigd. Koeweit kent geen politieke
partijen, hoewel de oprichting ervan, met uitzondering van
communistische partijen, niet verboden is. Na de Tweede Golfoorlog,
waarbij Koeweit bevrijd werd (1991), werd de roep onder de bevolking om
meer democratie steeds sterker. Administratief is het land verdeeld in
vijf gouvernementen met tezamen tien districten.
Koeweit is aangesloten bij de volgende internationale organisaties: de
Verenigde Naties en een aantal suborganisaties van de VN, de Arabische
Liga (waaronder de Raad van de Arabische Economische Eenheid), de
Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT), de OPEC, de
OAPEC en de Gulf Cooperation Council (GCC).
In het algemeen is de rechtspraak gestructureerd volgens westerse
principes, met dien verstande dat personen- en familiekwesties behandeld
worden volgens het traditioneel-islamitische sjari'a-recht, en de
handelsgeschillen aan profane criteria getoetst worden. Koeweit kent
geen lijfstraffen. Doodstraffen gelden voor land- en hoogverraad. In
1975 is dienstplicht ingevoerd: 2 jaar voor mannen tussen 21 en 30 jaar
(1 jaar voor studenten). Sinds het uitbreken van de Tweede Golfoorlog is
het defensiebudget drastisch verhoogd. Koeweit had in 1988 een leger van
ruim 20!000 man.
Van de overvloedige inkomsten uit de winning van aardolie worden
allerhande sociale voorzieningen betaald. Er zijn kinder-, jeugd- en
bejaardentehuizen, alsook scholen voor gehandicapten. Er is een
bijstandswet voor minderbedeelden. Van de inkomsten van de buitenlanders
worden sociale premies ingehouden als bijdrage aan de overigens
kosteloze gezondheidszorg, die een ongekend hoge vlucht heeft genomen.
Het onderwijs is voor een groot deel in handen van de staat en op alle
niveaus gratis. Kinderen tot vijftien jaar zijn leerplichtig. Ook
onderwijs in het buitenland in vakken waarin de enige Koeweitse
universiteit (gesticht 1966) niet voorziet, is kosteloos. Er zijn
drukbezochte instellingen voor volwasseneneducatie; niettemin was in
1987 nog ca. 29% van de bevolking boven de vijftien jaar analfabeet.
Hoewel de grondwet vrijheid van pers en omroep garandeert, werd in aug.
1976 censuur ingesteld. Er verschijnt een groot aantal dag- en
weekbladen. De belangrijkste zijn Al Qabas (= De Stokebrand, 85.000 ex.),
Al Anbaa (= Het Nieuws, 80.000) en Al Siyassa (= De Politiek, 80.000).
Engelstalig zijn de Arab Times (45.000) en de Kuwait Times (30.000). Het
officiële persbureau is KUNA. De staatsradio zendt uit in het Arabisch,
Engels en Farsi. De televisie verzorgt veel uitzendingen met een
educatief karakter.
4. Economie
Het grootste deel van de staatsinkomsten leveren de verkopen van
aardolie en aardgas aan vooral westerse en westers georiënteerde landen,
het resterende deel is afkomstig uit inkomsten van in het buitenland
(Verenigde Staten, West-Europa) geïnvesteerd kapitaal. Vrijwel alle
verbruiksgoederen, technologie en vele soorten diensten worden betrokken
uit o.a. de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Japan, Duitsland,
Italië, India, China en Libanon; ook vrijwel alle voedsel wordt
geïmporteerd.
De landbouw levert dadels, graan, citrusvruchten, uien, tomaten en
meloenen; met succes zijn plannen uitgevoerd om de productie van
citrusvruchten, dadels, hout, alsmede van veeteeltproducten te verhogen.
Ook de visserij (garnalen en krabben), een kleine, maar vitale sector,
is sterk opgevoerd.
Koeweit heeft steeds afgezien van het ontwikkelen van een eigen zware
industrie en er de voorkeur aan gegeven in het buitenland gelden in deze
sector te investeren. Lokale lichte industrieën produceren vooral voor
de eigen markt. Recent investeerde Koeweit in de aardolie- en
aardgasverwerkende industrie. Daarnaast is er een vrij grote steen- en
cementindustrie.
De aardoliereserves van Koeweit behoren tot de grootste in de wereld. In
1996 werd deze reserve geschat op 96!500 miljard vaten, d.i. 10% van de
wereldreserve. De aardolieproductie werd pas in 1946 op grote schaal
aangepakt. De export van geraffineerde aardolie en LPG begon in 1962.
Vanaf okt. 1973 werd ernaar gestreefd de aardolieproductie, die in 1972
nog 148 miljoen ton bedroeg, af te remmen. De productie zakte tot 138
miljoen ton, dwz. 2,6 miljoen vaten per dag, en daalde vervolgens naar 2
miljoen vaten. Ondanks deze verminderde productie stegen de nationale
inkomsten, deels als gevolg van de prijsstijgingen van de aardolie,
deels door nationalisatie van de productiebedrijven. In de eerste helft
van de jaren tachtig daalde de productie tot beneden de 1 miljoen vaten
per dag. Mede door de prijsdalingen op de oliemarkt verhoogde Koeweit de
productie sinds 1988 tot boven de 1,5 miljoen vaten per dag.
Olie-uitvoer is goed voor 40% van het bnp, 85% van het overheidsbudget
en 95% van de export. In 1979 kwam een nieuwe installatie gereed, die in
staat was alle aardgas te verwerken. De productie van LPG bedroeg in
1995 2,5 miljoen ton per jaar (40% butaan en 60% propaan). Het vloeibare
gas wordt, voor de helft met eigen tankers, vooral naar het Westen
geëxporteerd.
Het in het buitenland geïnvesteerde kapitaal, vooral in onroerend goed
en bedrijfsaandelen in Europa, de Verenigde Staten en Japan bedroeg
begin 1990 meer dan $ 30 miljard. De waarde van de reserve van de
Centrale Bank had ernstig te lijden onder een crisis op de Koeweitse
aandelenmarkt in 1982. Het merendeel van de inkomsten uit investeringen
wordt weer belegd; een klein deel (10%) ervan wordt ondergebracht in een
Reservefonds voor Toekomstige Generaties (RFFG), dat in 1976 is opgezet
en pas na 25 jaar mag worden aangesproken.
Het RFFG wordt evenals de staatsreserves beheerd door het Ministerie van
Financiën. Koeweit verstrekt sinds 1973 lage-renteleningen aan
ontwikkelingslanden ter waarde van ruim 8% van het bnp (voor de Westerse
industrielanden ligt dit cijfer rond de 1%), o.a. via het Internationaal
Monetair Fonds (IMF) en grotendeels via het Kuwait Fund for Arab
Economic Development (KFAED). Op deze wijze gingen aanzienlijke bedragen
naar Syrië, Jordanië en de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO),
alsmede naar andere Arabische landen en staten in Azië en Afrika.
Er bestaan uitstekende wegverbindingen tussen de hoofdstad en de
aardoliehavens Mina el-Ahmadi en Mina Abdalla en met de buurlanden Irak
en Saoedi-Arabië met een totale lengte van ca. 5000 km. Dicht bij de
hoofdstad Koeweit ligt de in 1980 geheel gemoderniseerde internationale
luchthaven, daarnaast heeft de stad ook een goed geoutilleerde haven
voor stukgoederen. Koeweit bezit de grootste koopvaardijvloot van de
Arabische wereld. Er zijn havens in Koeweit-stad, Shuaiba en Doha. Van
de aardolievelden zijn, behalve naar de hoofdstad Koeweit en Mina
al-Ahmadi, pijpleidingen aangelegd naar de eveneens aan zee gelegen
plaatsjes Mina el-Abdalla en Mina Saoed. Kuwait Airways werd in 1962
door de regering opgekocht.
5. Geschiedenis
5.1 Tot 1990
Door de eeuwen heen is Koeweit nauwelijks beïnvloed geweest door de over
het nabijgelegen Mesopotamië heersende regimes. De stad Koeweit zou in
het begin van de 18de eeuw gesticht zijn door o.a. de thans nog
heersende al-Sabah-dynastieën. De lokale dynastieën onderhielden
eeuwenlang betrekkingen met Groot-Brittannië; met de Oost-Indische
Compagnie bestond een uitgebreide ruilhandel. Een in 1899 met de Britten
gesloten protectoraatsverdrag moest Koeweit beschermen tegen de Turken
en aanvallen van Wahhabieten. In juni 1961 werd het vorstendom
onafhankelijk en trad het toe tot de Arabische Liga.
Een Iraakse annexatiepoging in datzelfde jaar werd met hulp van Britse
troepen en later troepen van de Arabische Liga verijdeld. In 1963
erkende Irak Koeweit. Hernieuwde Iraakse aanspraken hadden verhoogde
militaire activiteiten tot gevolg en resulteerden in een verdere uitbouw
van de marine. Binnenlandse onlusten leidden in 1976 tot instelling van
censuur en het buiten werking stellen van de grondwet. De voorheen goede
betrekkingen met de Verenigde Staten bekoelden sterk na de toenadering
tussen Egypte en Israël. Als gevolg van het vredesakkoord tussen deze
landen werden de betrekkingen met Egypte verbroken en de economische
hulp aan Caïro opgeschort (1979).
De islamitische revolutie in Iran (1978-1979) miste haar uitwerking op
de sji'itische minderheid in Koeweit niet. Ondergrondse
sji'a-organisaties pleegden bomaanslagen op westerse doelen en
aardolie-installaties. In mei 1985 mislukte een aanslag op de emir,
Jabir al-Ahmad al-Sabah. Tevens kaapten sji'itische activisten enige
malen vliegtuigen teneinde de vrijlating van gevangen medestanders af te
dwingen. De emir, die in 1981 het parlement hersteld had, ontbond dit
weer in 1986.
In de Eerste Golfoorlog (1980-1988) koos Koeweit de zijde van Irak,
waardoor het enige malen tot een confrontatie met Iran kwam.
In 1981 behoorde Koeweit samen met Saoedi-Arabië en de kleinere
Arabische Golfstaten tot de oprichters van de GCC (Samenwerkingsraad van
de Golf), die binnen enkele jaren uitgroeide tot een regionale
verdedigingsorganisatie en een politiek en economisch
samenwerkingsverband. Toen in 1987 Koeweitse tankers in de Golf door
Iran aangevallen werden, begonnen de Verenigde Staten met hun vloot de
Koeweitse scheepvaart te escorteren. Koeweit begroette in aug. 1988 met
grote opluchting het bestand in de Iraans-Iraakse Oorlog.
De betrekkingen met Egypte werden in 1987 hersteld en nadien nauwer
aangehaald. Op aandrang van de oppositie liet de emir in juni 1990
verkiezingen houden voor een Nationale Raad.
5.2 Na 1990
Op 2 aug. 1990 werd Koeweit binnengevallen door Irak. Volgens de Iraakse
regeringsleider
Saddam Hoessein was Koeweit medeverantwoordelijk voor een grote
daling van de wereldolieprijzen. Daarnaast werd Koeweit beschuldigd van
diefstal van aardolie van Iraaks grondgebied, die het land tijdens de
achtjarige Eerste Golfoorlog tussen Irak en Iran gepleegd zou hebben. De
emir en kroonprins
Saad
al-Abdullah al-Sabah - zie foto vluchtten al tijdens de eerste uren
van de bezetting naar Saoedi-Arabië. Er werd in Koeweit een pro-Iraakse
'Voorlopige Vrije Koeweitse Regering' gevormd, die op 7 aug. het land
tot republiek uitriep. Een dag later, op 8 aug., werd Koeweit officieel
door Irak geannexeerd.
De Verenigde Naties veroordeelden de Iraakse inval in Koeweit en eisten
directe en onvoorwaardelijke terugtrekking van de Iraakse troepen. De
Verenigde Staten zonden grote hoeveelheden troepen naar het
Midden-Oosten, de Sovjet-Unie probeerde door middel van diplomatiek
overleg een vredesovereenkomst tot stand te brengen. Na het verstrijken
van het VN-ultimatum, resolutie 678, werd op 16 jan. 1991 begonnen met
de bevrijding van Koeweit. Op 26 febr. waren de Iraakse strijdkrachten
in Koeweit verslagen en werd de hoofdstad bevrijd (zie Tweede
Golfoorlog). Na afloop van de oorlog bleek dat Koeweit systematisch was
leeggeroofd. Veel Koeweiti's zuchtten in Iraakse gevangenissen en werden
daaruit slechts mondjesmaat vrijgelaten.
Honderden aardoliebronnen waren door de terugtrekkende Iraakse troepen
in brand gestoken en de drie olieraffinaderijen van het land waren
verwoest. Ten gevolge van de oliebranden trad ernstige lucht- en
bodemverontreiniging op. Bij wraakneming op Palestijnen, Jemenieten,
Soedanezen en anderen die ervan verdacht werden met de Iraakse bezetters
te hebben samengewerkt, kwamen grote aantallen mensen om het leven. Bij
verkiezingen in oktober 1992 behaalde de merendeels islamitische
oppositie een grote overwinning.
Regelmatig deden zich in de eerste helft van de jaren negentig
grensincidenten voor bij de Iraakse grens. Onder Russische druk erkende
Irak in 1994 formeel Koeweit, inclusief de aan Irak in 1993 opgelegde
grenscorrecties. Desondanks bleef de relatie met Irak gespannen.
De relatief lage olie-inkomsten (ondanks het feit dat Koeweit meer olie
produceerde dan het in OPEC-verband vastgelegde quotum), de kosten van
de Golfoorlog en de hoge defensie-uitgaven drukten zwaar op de
begroting. In okt. 1996 werden parlementsverkiezingen gehouden (vrouwen
hebben geen kiesrecht in Koeweit, wat tot demonstraties leidde), waarbij
het moslim-fundamentalistische blok en de liberale stroming aan invloed
inboetten.
Telefoongids Koeweit
Postcodes
Koeweit
|