header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Koeweit

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 

Koeweit (Arab.: Dawlat el-Koewait, = de staat Koeweit), emiraat in het noordoosten van het Arabisch Schiereiland, 17.818 km2, met (1996) 1.816.000 inw. (102 inw. per km2); hoofdstad: Koeweit-Stad. Tot Koeweit behoort een aantal eilanden in de Perzische Golf, waarvan het enig bewoonde Fajlaka is, voor de Baai van Koeweit. Een Neutrale Zone (5700 km2) was tussen 1922 en 1966 gezamenlijk bezit van Koeweit en Saoedi-ArabiŽ. In mei 1966 werd de grond onder de twee landen verdeeld, maar de exploitatie van de aardolie en andere grondstoffen wordt nog steeds gedeeld. Munteenheid is de Koeweitse dinar, onderverdeeld in 1000 fils. Nationale feestdag is 25 februari.

1. Fysische geografie
Koeweit bestaat vnl. uit grindwoestijn en zandvlakten, met slechts hier en daar een heuvel (tot 300 m hoog), enige sikkelduinen (barchanen) en oases. Het klimaat wordt gekenmerkt door droogte en hitte, gepaard gaande met een grote relatieve vochtigheid.

2. Bevolking
De zeer snelle bevolkingsgroei (gemiddeld 4, 4% per jaar) is deels veroorzaakt door immigratie, deels door het hoge geboorteoverschot. Het geboortecijfer bedroeg in 1987 29,5Č, het sterftecijfer 2,4Č. De gemiddelde levensverwachting is 72 jaar voor mannen en 76 jaar voor vrouwen. Ongeveer 62% van de bevolking bestaat uit immigranten, onder wie Palestijnen, Egyptenaren, SyriŽrs, IndiŽrs en Bengalen. Ca. 96% van de bevolking woont in de steden. Een bijzondere plaats nemen de bedoeÔnen in, die statenloos zijn en wier aantal op ca. 100.000 wordt geschat. De officiŽle taal is het Arabisch, waarvan het gesproken dialect weinig afwijkt. Verder wordt er Farsi en Urdu gesproken. Velen spreken Engels. De islam is staatsgodsdienst; 90% van de bevolking is islamiet. Het merendeel (63%) van de Koeweiti's behoort tot de soennitische richting, ca. 27% tot de sji'ieten. Ruim 8% is christen, 2% hindoe.

3. Bestuur en samenleving
Krachtens de in 1962 in werking getreden grondwet is Koeweit een erfelijk emiraat. De emir is wereldlijk en geestelijk leider. Hij benoemt de premier en hij is opperbevelhebber van het leger. De volksvertegenwoordiging, die in principe voor vier jaar wordt gekozen, heeft beperkte bevoegdheden.
Alleen in Koeweit geboren mannen vanaf 21 jaar, m.u.v. hen die in overheidsdienst zijn, zijn stemgerechtigd. Koeweit kent geen politieke partijen, hoewel de oprichting ervan, met uitzondering van communistische partijen, niet verboden is. Na de Tweede Golfoorlog, waarbij Koeweit bevrijd werd (1991), werd de roep onder de bevolking om meer democratie steeds sterker. Administratief is het land verdeeld in vijf gouvernementen met tezamen tien districten.
Koeweit is aangesloten bij de volgende internationale organisaties: de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties van de VN, de Arabische Liga (waaronder de Raad van de Arabische Economische Eenheid), de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT), de OPEC, de OAPEC en de Gulf Cooperation Council (GCC).
In het algemeen is de rechtspraak gestructureerd volgens westerse principes, met dien verstande dat personen- en familiekwesties behandeld worden volgens het traditioneel-islamitische sjari'a-recht, en de handelsgeschillen aan profane criteria getoetst worden. Koeweit kent geen lijfstraffen. Doodstraffen gelden voor land- en hoogverraad. In 1975 is dienstplicht ingevoerd: 2 jaar voor mannen tussen 21 en 30 jaar (1 jaar voor studenten). Sinds het uitbreken van de Tweede Golfoorlog is het defensiebudget drastisch verhoogd. Koeweit had in 1988 een leger van ruim 20!000 man.
Van de overvloedige inkomsten uit de winning van aardolie worden allerhande sociale voorzieningen betaald. Er zijn kinder-, jeugd- en bejaardentehuizen, alsook scholen voor gehandicapten. Er is een bijstandswet voor minderbedeelden. Van de inkomsten van de buitenlanders worden sociale premies ingehouden als bijdrage aan de overigens kosteloze gezondheidszorg, die een ongekend hoge vlucht heeft genomen.
Het onderwijs is voor een groot deel in handen van de staat en op alle niveaus gratis. Kinderen tot vijftien jaar zijn leerplichtig. Ook onderwijs in het buitenland in vakken waarin de enige Koeweitse universiteit (gesticht 1966) niet voorziet, is kosteloos. Er zijn drukbezochte instellingen voor volwasseneneducatie; niettemin was in 1987 nog ca. 29% van de bevolking boven de vijftien jaar analfabeet.
Hoewel de grondwet vrijheid van pers en omroep garandeert, werd in aug. 1976 censuur ingesteld. Er verschijnt een groot aantal dag- en weekbladen. De belangrijkste zijn Al Qabas (= De Stokebrand, 85.000 ex.), Al Anbaa (= Het Nieuws, 80.000) en Al Siyassa (= De Politiek, 80.000). Engelstalig zijn de Arab Times (45.000) en de Kuwait Times (30.000). Het officiŽle persbureau is KUNA. De staatsradio zendt uit in het Arabisch, Engels en Farsi. De televisie verzorgt veel uitzendingen met een educatief karakter.

4. Economie
Het grootste deel van de staatsinkomsten leveren de verkopen van aardolie en aardgas aan vooral westerse en westers georiŽnteerde landen, het resterende deel is afkomstig uit inkomsten van in het buitenland (Verenigde Staten, West-Europa) geÔnvesteerd kapitaal. Vrijwel alle verbruiksgoederen, technologie en vele soorten diensten worden betrokken uit o.a. de Verenigde Staten, Groot-BrittanniŽ, Japan, Duitsland, ItaliŽ, India, China en Libanon; ook vrijwel alle voedsel wordt geÔmporteerd.
De landbouw levert dadels, graan, citrusvruchten, uien, tomaten en meloenen; met succes zijn plannen uitgevoerd om de productie van citrusvruchten, dadels, hout, alsmede van veeteeltproducten te verhogen. Ook de visserij (garnalen en krabben), een kleine, maar vitale sector, is sterk opgevoerd.
Koeweit heeft steeds afgezien van het ontwikkelen van een eigen zware industrie en er de voorkeur aan gegeven in het buitenland gelden in deze sector te investeren. Lokale lichte industrieŽn produceren vooral voor de eigen markt. Recent investeerde Koeweit in de aardolie- en aardgasverwerkende industrie. Daarnaast is er een vrij grote steen- en cementindustrie.
De aardoliereserves van Koeweit behoren tot de grootste in de wereld. In 1996 werd deze reserve geschat op 96!500 miljard vaten, d.i. 10% van de wereldreserve. De aardolieproductie werd pas in 1946 op grote schaal aangepakt. De export van geraffineerde aardolie en LPG begon in 1962. Vanaf okt. 1973 werd ernaar gestreefd de aardolieproductie, die in 1972 nog 148 miljoen ton bedroeg, af te remmen. De productie zakte tot 138 miljoen ton, dwz. 2,6 miljoen vaten per dag, en daalde vervolgens naar 2 miljoen vaten. Ondanks deze verminderde productie stegen de nationale inkomsten, deels als gevolg van de prijsstijgingen van de aardolie, deels door nationalisatie van de productiebedrijven. In de eerste helft van de jaren tachtig daalde de productie tot beneden de 1 miljoen vaten per dag. Mede door de prijsdalingen op de oliemarkt verhoogde Koeweit de productie sinds 1988 tot boven de 1,5 miljoen vaten per dag. Olie-uitvoer is goed voor 40% van het bnp, 85% van het overheidsbudget en 95% van de export. In 1979 kwam een nieuwe installatie gereed, die in staat was alle aardgas te verwerken. De productie van LPG bedroeg in 1995 2,5 miljoen ton per jaar (40% butaan en 60% propaan). Het vloeibare gas wordt, voor de helft met eigen tankers, vooral naar het Westen geŽxporteerd.
Het in het buitenland geÔnvesteerde kapitaal, vooral in onroerend goed en bedrijfsaandelen in Europa, de Verenigde Staten en Japan bedroeg begin 1990 meer dan $ 30 miljard. De waarde van de reserve van de Centrale Bank had ernstig te lijden onder een crisis op de Koeweitse aandelenmarkt in 1982. Het merendeel van de inkomsten uit investeringen wordt weer belegd; een klein deel (10%) ervan wordt ondergebracht in een Reservefonds voor Toekomstige Generaties (RFFG), dat in 1976 is opgezet en pas na 25 jaar mag worden aangesproken.
Het RFFG wordt evenals de staatsreserves beheerd door het Ministerie van FinanciŽn. Koeweit verstrekt sinds 1973 lage-renteleningen aan ontwikkelingslanden ter waarde van ruim 8% van het bnp (voor de Westerse industrielanden ligt dit cijfer rond de 1%), o.a. via het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en grotendeels via het Kuwait Fund for Arab Economic Development (KFAED). Op deze wijze gingen aanzienlijke bedragen naar SyriŽ, JordaniŽ en de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO), alsmede naar andere Arabische landen en staten in AziŽ en Afrika.
Er bestaan uitstekende wegverbindingen tussen de hoofdstad en de aardoliehavens Mina el-Ahmadi en Mina Abdalla en met de buurlanden Irak en Saoedi-ArabiŽ met een totale lengte van ca. 5000 km. Dicht bij de hoofdstad Koeweit ligt de in 1980 geheel gemoderniseerde internationale luchthaven, daarnaast heeft de stad ook een goed geoutilleerde haven voor stukgoederen. Koeweit bezit de grootste koopvaardijvloot van de Arabische wereld. Er zijn havens in Koeweit-stad, Shuaiba en Doha. Van de aardolievelden zijn, behalve naar de hoofdstad Koeweit en Mina al-Ahmadi, pijpleidingen aangelegd naar de eveneens aan zee gelegen plaatsjes Mina el-Abdalla en Mina Saoed. Kuwait Airways werd in 1962 door de regering opgekocht.

5. Geschiedenis
5.1 Tot 1990

Door de eeuwen heen is Koeweit nauwelijks beÔnvloed geweest door de over het nabijgelegen MesopotamiŽ heersende regimes. De stad Koeweit zou in het begin van de 18de eeuw gesticht zijn door o.a. de thans nog heersende al-Sabah-dynastieŽn. De lokale dynastieŽn onderhielden eeuwenlang betrekkingen met Groot-BrittanniŽ; met de Oost-Indische Compagnie bestond een uitgebreide ruilhandel. Een in 1899 met de Britten gesloten protectoraatsverdrag moest Koeweit beschermen tegen de Turken en aanvallen van Wahhabieten. In juni 1961 werd het vorstendom onafhankelijk en trad het toe tot de Arabische Liga.
Een Iraakse annexatiepoging in datzelfde jaar werd met hulp van Britse troepen en later troepen van de Arabische Liga verijdeld. In 1963 erkende Irak Koeweit. Hernieuwde Iraakse aanspraken hadden verhoogde militaire activiteiten tot gevolg en resulteerden in een verdere uitbouw van de marine. Binnenlandse onlusten leidden in 1976 tot instelling van censuur en het buiten werking stellen van de grondwet. De voorheen goede betrekkingen met de Verenigde Staten bekoelden sterk na de toenadering tussen Egypte en IsraŽl. Als gevolg van het vredesakkoord tussen deze landen werden de betrekkingen met Egypte verbroken en de economische hulp aan CaÔro opgeschort (1979).
De islamitische revolutie in Iran (1978-1979) miste haar uitwerking op de sji'itische minderheid in Koeweit niet. Ondergrondse sji'a-organisaties pleegden bomaanslagen op westerse doelen en aardolie-installaties. In mei 1985 mislukte een aanslag op de emir, Jabir al-Ahmad al-Sabah. Tevens kaapten sji'itische activisten enige malen vliegtuigen teneinde de vrijlating van gevangen medestanders af te dwingen. De emir, die in 1981 het parlement hersteld had, ontbond dit weer in 1986.
In de Eerste Golfoorlog (1980-1988) koos Koeweit de zijde van Irak, waardoor het enige malen tot een confrontatie met Iran kwam.
In 1981 behoorde Koeweit samen met Saoedi-ArabiŽ en de kleinere Arabische Golfstaten tot de oprichters van de GCC (Samenwerkingsraad van de Golf), die binnen enkele jaren uitgroeide tot een regionale verdedigingsorganisatie en een politiek en economisch samenwerkingsverband. Toen in 1987 Koeweitse tankers in de Golf door Iran aangevallen werden, begonnen de Verenigde Staten met hun vloot de Koeweitse scheepvaart te escorteren. Koeweit begroette in aug. 1988 met grote opluchting het bestand in de Iraans-Iraakse Oorlog.
De betrekkingen met Egypte werden in 1987 hersteld en nadien nauwer aangehaald. Op aandrang van de oppositie liet de emir in juni 1990 verkiezingen houden voor een Nationale Raad.
5.2 Na 1990
Op 2 aug. 1990 werd Koeweit binnengevallen door Irak. Volgens de Iraakse regeringsleider Saddam Hoessein was Koeweit medeverantwoordelijk voor een grote daling van de wereldolieprijzen. Daarnaast werd Koeweit beschuldigd van diefstal van aardolie van Iraaks grondgebied, die het land tijdens de achtjarige Eerste Golfoorlog tussen Irak en Iran gepleegd zou hebben. De emir en kroonprins
Sheikh Sabah al-Ahmed al-SabahSaad al-Abdullah al-Sabah - zie foto vluchtten al tijdens de eerste uren van de bezetting naar Saoedi-ArabiŽ. Er werd in Koeweit een pro-Iraakse 'Voorlopige Vrije Koeweitse Regering' gevormd, die op 7 aug. het land tot republiek uitriep. Een dag later, op 8 aug., werd Koeweit officieel door Irak geannexeerd.
De Verenigde Naties veroordeelden de Iraakse inval in Koeweit en eisten directe en onvoorwaardelijke terugtrekking van de Iraakse troepen. De Verenigde Staten zonden grote hoeveelheden troepen naar het Midden-Oosten, de Sovjet-Unie probeerde door middel van diplomatiek overleg een vredesovereenkomst tot stand te brengen. Na het verstrijken van het VN-ultimatum, resolutie 678, werd op 16 jan. 1991 begonnen met de bevrijding van Koeweit. Op 26 febr. waren de Iraakse strijdkrachten in Koeweit verslagen en werd de hoofdstad bevrijd (zie Tweede Golfoorlog). Na afloop van de oorlog bleek dat Koeweit systematisch was leeggeroofd. Veel Koeweiti's zuchtten in Iraakse gevangenissen en werden daaruit slechts mondjesmaat vrijgelaten.
Honderden aardoliebronnen waren door de terugtrekkende Iraakse troepen in brand gestoken en de drie olieraffinaderijen van het land waren verwoest. Ten gevolge van de oliebranden trad ernstige lucht- en bodemverontreiniging op. Bij wraakneming op Palestijnen, Jemenieten, Soedanezen en anderen die ervan verdacht werden met de Iraakse bezetters te hebben samengewerkt, kwamen grote aantallen mensen om het leven. Bij verkiezingen in oktober 1992 behaalde de merendeels islamitische oppositie een grote overwinning.
Regelmatig deden zich in de eerste helft van de jaren negentig grensincidenten voor bij de Iraakse grens. Onder Russische druk erkende Irak in 1994 formeel Koeweit, inclusief de aan Irak in 1993 opgelegde grenscorrecties. Desondanks bleef de relatie met Irak gespannen.
De relatief lage olie-inkomsten (ondanks het feit dat Koeweit meer olie produceerde dan het in OPEC-verband vastgelegde quotum), de kosten van de Golfoorlog en de hoge defensie-uitgaven drukten zwaar op de begroting. In okt. 1996 werden parlementsverkiezingen gehouden (vrouwen hebben geen kiesrecht in Koeweit, wat tot demonstraties leidde), waarbij het moslim-fundamentalistische blok en de liberale stroming aan invloed inboetten.

Telefoongids Koeweit
Postcodes Koeweit

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009