De Kolossos stond waarschijnlijk op de landtong tussen de Grote en de
Kleine Haven, op een marmeren sokkel van vijf meter hoog. Het beeld,
een oorlogsmonument, werd tussen 304 en 292 v.Chr. opgericht door de
beeldhouwer Chares van Lindos. Bij een aardbeving in vermoedelijk 224
v.Chr. brak het enorme beeld bij de knieën, en wederopbouw stuitte op
bezwaren van religieuze zijde. Het puin is eeuwenlang blijven liggen.
Pas in de zevende eeuw na Christus werd het schroot afgevoerd, door
Arabieren, die het volgens de annalen verkochten aan 'een jood uit
Emesa'.
Het is ook niet zeker, zoals algemeen wordt aangenomen, dat de
Kolossos diende als vuurtoren, dus dat hij een fakkel droeg. Het kan
ook een lans geweest zijn.