|
Is een tot ons zonnestelsel behorend hemellichaam van relatief
geringe massa, bestaande uit ijsachtig materiaal, gruis en stof. Kometen
zijn meestal onzichtbaar, maar vertonen bij nadering tot de zon een
wazig uiterlijk en krijgen dan dikwijls een lichtgevende staart, die
zich bij zeer heldere kometen soms over de halve hemel uitstrekt. Reeds
Tycho Brahe toonde aan dat kometen zich niet in de aardse atmosfeer,
maar op grote afstand van de aarde bevinden. De onverwachte verschijning
van een komeet maakte vroeger een diepe indruk; men beschouwde dit als
een voorteken van een ramp, soms ook als een gunstig teken. Zeer heldere
kometen kunnen soms overdag zichtbaar zijn, echter slechts enkele dagen.
Per jaar worden ongeveer een dozijn kometen ontdekt, maar de meeste
ervan zijn met het blote oog niet te zien. Wordt ook wel staartster
genoemd.
1. Naamgeving
Gewoonlijk worden de in een bepaald jaar ontdekte kometen voorlopig
aangeduid met het jaartal van hun ontdekking, gevolgd door een
hoofdletter die aangeeft in welke tweewekelijkse periode hij werd
ontdekt, en een nummer dat aangeeft om de hoeveelste ontdekking het in
die periode gaat. De definitieve naam bestaat uit de naam van de
ontdekker of uit een jaartal en een serienummer. Dit jaartal is het jaar
waarin de komeet de eerste keer na haar eerste ontdekking door haar
perihelium ging, het serienummer is een getal in Romeinse cijfers dat de
volgorde van de periheliumdoorgangen in het betrokken jaar aangeeft. Zo
is de komeet 1941 VIII de achtste komeet die in 1941 haar perihelium
passeerde.
2. Banen
De kometen doorlopen gewoonlijk zeer langgerekte elliptische banen. Deze
zijn meestal zo uitgestrekt dat de omlooptijden op tientallen miljoenen
jaren worden geschat, zodat de meeste kometen in de praktijk nooit meer
worden teruggezien. De kometen zijn afkomstig uit een bolvormige wolk
van zeer grote afmetingen (straal ca. 150!000 maal de afstand aarde-zon)
om ons zonnestelsel. Uit het aantal kometen dat jaarlijks nabij zon en
aarde komt, kan men schatten hoe groot het totale aantal kometen in de
wolk: ca. 1012 à 1013. Volgens deze voor het eerst door de Nederlandse
astronoom Jan Hendrik Oort opgestelde en later verfijnde theorie is de
wolk vermoedelijk lang geleden ontstaan ten gevolge van de storende
invloeden van vooral Uranus en Neptunus op kleine lichamen in ons
zonnestelsel. Alle zichtbare kometen zijn oorspronkelijk uit deze wolk
afkomstig en zijn daaruit in de richting van de aarde gezonden door de
storende krachten van de naburige sterren en de grote interstellaire
wolken.
2.1 Lang- en kortperiodieke kometen
Soms kunnen door de storende krachten van de planeten, en vooral door
die van de zwaarste planeet, Jupiter, die sterk elliptische komeetbanen
worden gewijzigd in minder uitgerekte banen en af en toe in banen die
zich niet verder uitstrekken dan de baan van Jupiter. Zo is men ertoe
gekomen de kometen naar hun banen in twee soorten te verdelen: de
langperiodieke en de kortperiodieke kometen, met een omlooptijd van
groter, resp. kleiner dan 200 jaar. Voor zover de laatste dicht bij de
baan van Jupiter komen, worden zij gerekend tot de Jupiterfamilie. Deze
hebben omlooptijden tussen drie en acht jaar. Hun banen hebben in
tegenstelling tot die van de langperiodieke kometen meestal slechts een
geringe helling ten opzichte van het vlak van de aardbaan en hun
bewegingsrichting is op die van enkele exemplaren na dezelfde als die
van de planeten. Deze kometen zijn vermoedelijk afkomstig uit een gordel
van kometen buiten de baan van Neptunus: de Kuiper-gordel, genoemd naar
de Nederlandse astronoom Gerard Peter Kuiper. Schattingen van de totale
massa van de Oortwolk lopen uiteen van 14 tot 1000 aardmassa's.
3. Bouw en samenstelling
Als een eerst onzichtbare komeet op enige astronomische eenheden afstand
van de zon arriveert, vertoont zij zich als een wazig vlekje met een
diameter van 104 à 105 km. Dit is de kop of coma. Het lichtgeven van de
kop is behalve aan gereflecteerd zonlicht ook te danken aan door de
zonnestraling tot lichtgeven gebrachte koolstof- en cyaanmoleculen. In
de spectra vindt men o.a. banden toegeschreven aan C2, CH, CH2, NH, NH2,
OH, CO, N2+ en OH+. De totale in de ijle wolk opgesloten hoeveelheid
massa is zeer gering, waarschijnlijk ca. 1015 kg. De voornaamste massa
bevindt zich in een betrekkelijk kleine kern in het midden van de coma;
deze kern is waarschijnlijk een massief blok met een diameter van 0,1
tot 20 km en bestaat uit bevroren water, ammoniak, methaan en andere
koolstofverbindingen, vermengd met stofdeeltjes en kleine meteoroïden.
Reeds op zeer grote afstand van de zon worden hieruit door de
zonnewarmte gassen vrijgemaakt, die de coma vormen die men waarneemt.
3.1 Staartvormen
Bij de nadering tot de zon wordt de ontwikkeling van gassen en
stofdeeltjes sterker, vooral aan de naar de zon toegekeerde kant van de
kern. De zonnewind drijft de deeltjes van de zon af en vormt zo de
staart, die wel zo'n 108 km lang kan worden. In de spectra van de staart
treedt CO+ op de voorgrond. In feite ontstaan er twee staarten, nl. een
plasmastaart of type I-staart, bestaande uit door de zonnewind
geïoniseerde moleculen die langs de veldlijnen van het plaatselijke
magneetveld spiraliseren en dus recht van de zon af gericht is, en een
stofstaart of type II-staart, bestaande uit stofdeeltjes, die ten
gevolge van de stralingsdruk van de zonnewind achtergebleven zijn bij de
beweging van de kop; deze staart is gebogen van de zon af gericht.
3.1.1 Meteoren
Uit de kern komen niet alleen stofdeeltjes, maar ook veel grovere
materiedeeltjes met afmetingen van enkele millimeters of centimeters.
Die verspreiden zich in de loop van de tijd langs de komeetbaan in een
steeds langer wordende zwerm. Wanneer de aarde nu de baan van de komeet
snijdt, dringen die deeltjes binnen in de aardatmosfeer en worden daar
zichtbaar als vallende sterren (zie meteoor, meteorenzwerm). Kometen
werden vroeger altijd beschouwd als de diepgekoelde en dus perfect
gebleven restanten oermaterie uit de ontstaansperiode van het
zonnestelsel. Nieuwe berekeningen hebben echter aangetoond dat
komeetoppervlakken door de kosmische straling, gas- en stofdeeltjes
tussen de sterren en de warmte van passerende, hete sterren en
supernova's toch langzaam worden geërodeerd.
4. Enkele bekende kometen
De bekendste komeet is ongetwijfeld komeet Halley, omdat die iedere
74-76 jaar weer in de buurt van de zon komt. De komeet van Encke heeft
een omlooptijd van 3, 3 jaar en is daarmee de komeet met de kortste
omlooptijd. De beroemdste komeet was komeet Shoemaker-levy 9, die in
juli 1994 op Jupiter botste en spectaculaire effecten in diens atmosfeer
veroorzaakte. De helderste komeet die ooit te zien is geweest in de
laatste eeuwen, verscheen in 1882 en passeerde het zonoppervlak op
slechts 480.000 km afstand; zo'n type komeet noemt men een zonscheerder.
Sinds de jaren tachtig zijn met behulp van satellieten vele van zulke
zonscheerders ontdekt. Zij maken wellicht deel uit van één object dat
vroeger uiteen is gevallen |