header_science

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Koningstijd en republiek

 

De Romeinen klik hier

 

De geschiedenis van Rome kan men laten beginnen met de vereniging tot ťťn gemeenschap van de Palatinus en de Quirinalis, de twee oudst bewoonde heuvels. De hieruit ontstane stad kwam al spoedig onder Etruskische heerschappij. Van een Romeins Rijk onder deze koningen kan men nog niet spreken. Nadat de verdreven koning Tarquinus Superbus in 496 v.C. definitief was verslagen, sloten de Romeinen en Latijnen een verbond, terwijl tevens strijd werd gevoerd met de Volsci, de Sabijnen en de Aequi. De verovering van Veji na een beleg van tien jaar (405Ė396 v.C.) door Camillus is een vaststaand gegeven.

Hierna breidde Rome zijn macht voortdurend verder over de omliggende streken en steden uit. De expansie stagneerde tijdelijk in 387, toen invallende GalliŽrs Rome, met uitzondering van het Capitool, bezetten en de Romeinen een weinig eervolle vrede oplegden, zodat de buurvolken (Etrusken, Volsci e.a.) in opstand kwamen. Door dezelfde noodtoestand werd echter de bestaande standenstrijd tot een eind gebracht en de opgestane volken konden worden onderworpen. In 358 v.C. moesten de Latini en Hernici capituleren; met de Etrusken werd een verdrag gesloten, terwijl de Latini bij Sinuessa werden verslagen (338). In de Tweede Samnitische Oorlog (326Ė304 v.C.; de Eerste is waarschijnlijk niet historisch) leden de Romeinen de nederlaag in de pas van Caudium (321). Toch zagen zij juist in deze oorlog kans de overhand te krijgen in Midden- en Zuid-ItaliŽ. De Samnitische guerrilla bestreden zij met een netwerk van kolonies van boeren/soldaten en wegen (Via Appia, 312 v.C.). Zo werden bovendien arme boeren aan land geholpen, wat de interne spanningen verminderde.

De Derde Samnitische Oorlog (298Ė290 v.C.) gaf de beslissing in Romeins voordeel, maar zonder moeite ging het niet. Zij moesten niet alleen tegen de Samnieten, maar ook tegen de Etrusken, GalliŽrs en UmbriŽrs strijden; de Slag bij Sentinum (295 v.C.) werd echter door hen gewonnen. Door hun machtsuitbreiding in CampaniŽ en Samnium raakten zij in conflict met Tarente, dat de hulp inriep van koning Pyrrhus uit Epirus, die wel enige overwinningen behaalde (Heraclea 280, Ausculum 279), maar de situatie niet uitbuitte en in 275 bij Beneventum werd verslagen. Tussen 280 en 276 voerde hij op SiciliŽ oorlog tegen Carthago, als kampioen van de Grieken op SiciliŽ. De vrede bracht met zich mee dat voortaan geheel Zuid- en Midden-ItaliŽ onder Romeinse hegemonie stonden. Door een systeem van wegen en koloniŽn handhaafden de Romeinen hun gezag; de onderworpen volken werden Latijnse of Italische socii (bondgenoten). Aan enkele Latijnse steden werd het burgerrecht verleend. De bondgenoten behielden een grote mate van zelfbestuur, maar moesten soldaten leveren.

Door de veroveringen in Zuid-ItaliŽ kwam Rome in contact met SiciliŽ en de Carthagers. In drie Punische oorlogen werd Carthago bestreden. Na de Eerste Punische Oorlog (264Ė241 v.C.) verkregen de Romeinen SiciliŽ, dat de eerste Romeinse provincie werd; in 238 v.C. annexeerden zij, gebruik makend van Carthago's interne moeilijkheden, SardiniŽ en Corsica. Door de gunstige afloop van de Tweede Punische Oorlog (218Ė201 v.C.) werd Spanje Romeins gebied. De bondgenoot van de Carthagers in deze oorlog, Philippus V van MacedoniŽ, werd in de Slag bij Cynoscephalae in 197 v.C. verslagen; het gebied van het Macedonische rijk bleef beperkt tot MacedoniŽ zelf. Antiochus III de Grote van SyriŽ, die MacedoniŽ hulp geboden had, werd verslagen bij Magnesia ad Sipylum in 190 v.C. en moest de Vrede van Apamea sluiten, waarbij zijn macht werd beknot (188 v.C.). Carthago werd verwoest in 146 v.C. (Derde Punische Oorlog); het gebied werd een provincie. Perseus van MacedoniŽ werd in 168 v.C. bij Pydna verslagen, zijn rijk in vieren verdeeld en in 146 met Griekenland als een provincie ingelijfd. Korinthe, de handelsconcurrent, werd in datzelfde jaar verwoest. Pergamum, dwz. westelijk Klein-AziŽ, viel de Romeinen in 133 bij testament toe; dit werd de provincie Asia. Het verzet in Spanje, onder leiding van Viriathus (147Ė139 v.C.), eindigde pas bij diens vermoording. Bij Numantia duurde het tien jaar voordat Scipio Africanus de stad kon nemen (133 v.C.). De grootste van deze oorlogen was de Tweede Punische. Jarenlang stonden bijna 100!000 Romeinse burgers in het veld, op verschillende fronten. Rome had daarna de grootste geoefende reserve van alle staten in dat gebied.

Door de veroveringen onderging het rijk ook wijzigingen in zijn sociale structuur. De belastingpachters, publicani, werden in de provinciŽn spoedig rijk. Zij vormden een nieuwe klasse, die haar geld belegde in landerijen, vooral in ItaliŽ. De boerenbevolking, die toch al te lijden had gehad van de tochten van Hannibal (in de Tweede Punische Oorlog de grote Carthaagse generaal, die de Romeinen bestreed in hun eigen ItaliŽ), trok naar Rome en vormde daar een proletariaat dat in leven moest worden gehouden. De hervormingspogingen van de gebroeders Gracchus mislukten (133, 121 v.C.) en de Senaat bleek al spoedig geen overwicht meer te hebben. De onderlinge verdeeldheid van de heersende klasse bleek vooral in de oorlog tegen Jugurtha (111Ė105 v.C.). Marius, die tot de populares (de besten) behoorde, wist Jugurtha ten slotte te vernietigen, terwijl hij korte tijd later de Cimbren en Teutonen bij Aquae Sextiae en Vercellae versloeg (102, 101 v.C.). Dit was slechts mogelijk door een ingrijpende legerhervorming, waarbij proletariŽrs als vrijwilligers in het leger werden opgenomen. Het gevaar was niet denkbeeldig dat de soldaten die veldheer zouden volgen die hun de meeste buit beloofde. De komende burgeroorlogen bewezen dit. In deze burgeroorlogen (90Ė30 v.C.) kwamen de belangengroepen (ItaliŽrs, publicani, proletariŽrs, soldaten en binnen de Senaat optimates en populares) telkens in wisselende coalities tegenover elkaar te staan. Twisten tussen generaals/politici waren steeds de aanleiding.

De Bondgenotenoorlog (91Ė89 v.C.) bracht de Italische bondgenoten het burgerrecht. In de daaropvolgende Eerste Burgeroorlog (88Ė81 v.C.) tussen Marius en de Senaatsgezinde Sulla, ontstaan door de kwestie van het opperbevel in de strijd tegen koning Mithridates van Pontus, verdreef Sulla eerst Marius. Toen Sulla tegen Mithridates met succes streed (Eerste Mithridatische Oorlog, 88Ė84), kregen de aanhangers van Marius weer de macht. Marius zelf stierf in 86 v.C., maar zijn partijgenoten, onder leiding van Cinna, bleven Rome beheersen tot de terugkeer van Sulla, die hen in 82 v.C. onder de muren van de stad versloeg. Sulla herstelde de macht van de Senaat en legde daarna zijn dictatorschap neer.

Na zijn dood in 79 ontstond er verzet tegen Sulla's maatregelen en probeerden verschillende Romeinen de macht te verwerven. Dezen zochten steun bij de volksmassa. De eersten die zo naar voren kwamen, waren Pompejus en Crassus. Deze laatste bedwong de slavenopstand onder leiding van Spartacus (73Ė71 v.C.). Pompejus wist de zeerovers in de Middellandse Zee te bedwingen (67), overwon Mithridates en regelde de toestanden in het oosten. De Eufraat en de Syrische woestijn werden de grens. Toen hij in 63 naar Rome kwam, was daar juist de samenzwering van Catilina onderdrukt (63), waardoor de Senaat meende Pompejus hooghartig te kunnen behandelen. Het gevolg was het Eerste Driemanschap tussen Crassus, Pompejus en Gaius Julius Ceasar(60). Zij wisten de Senaat naar hun hand te zetten. Crassus sneuvelde echter al spoedig in de strijd tegen de Parthen (53).

Caesar was in 58 naar GalliŽ vertrokken, dat hij in acht jaar wist te onderwerpen en waar hij zijn leger aan zich wist te binden. Pompejus ging langzamerhand meer naar de Senaat overhellen (in 52 was hij consul sine collega, dwz. bijna dictator). Een botsing tussen beide mannen was onvermijdelijk: in de zgn. Tweede Burgeroorlog (49Ė45) werd Pompejus verslagen en gedood.

Caesar was nu alleenheerser; hij werd dictator perpetuus en begon met de reconstructie van de Romeinse staat, waardoor hij de basis voor het keizerrijk legde. Na de moord op hem in 44 door republikeinse senatoren (o.a. Cassius en Brutus) brak een tijd van verwarring aan, die eindigde met de oprichting van het Tweede Driemanschap, in 43 gesloten tussen Octavianus (postuum aangenomen zoon van Caesar), Lepidus en Marcus Antonius. Brutus en Cassius werden het jaar daarop bij Philippi verslagen en hierop verdeelden de Driemannen het rijk, waarbij Lepidus algauw terzijde werd geschoven.

Octavianus bestuurde het westen, terwijl Antonius het oosten toegewezen kreeg. Hij raakte echter onder invloed van de Egyptische koningin Cleopatra VII. In de nu volgende Derde Burgeroorlog (31) werden Antonius en Cleopatra verslagen bij Kaap Actium; Egypte werd een speciaal domein van Octavianus binnen het Romeinse Rijk. Deze overwinning verzekerde Rome en ItaliŽ voor enkele eeuwen het politieke overwicht, ook in de oostelijke (hellenistische en Griekssprekende) helft van het Romeinse Rijk.
 

 

De Romeinen klik hier

 

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009