| |
De
koperwiek of turdus iliacus
In het najaar klinkt 's nachts voortdurend de hoge 'srie' -roep
van de vele duizenden koperwieken die op trek zijn. Vanuit
Scandinavië komen ze in grote getale naar ons land om te
overwinteren. Meidoorns, duindoorns en vuurdoorns, allemaal zijn
ze zeer in trek, als ze maar bessen dragen. Ook zijn ze
regelmatig in onze tuinen te zien, al gebeurt dat bij streng
winterweer wat vaker.
Kenmerken
Bij deze kleine lijsterachtige valt vooral de roodkoperen
ondervleugel en flankstreep op. Ook een opvallende wenkbrauw- en
baardstreep. Lengte : 21 cm.
Geluid
De roep bestaat uit een ijl, maar ver hoorbaar hoog 'srie'-geluid.
In het vroege voorjaar, kort voor vertrekt, valt soms bij grote
groepen community singing te beluisteren.
Voedsel
Koperwieken eten voornamelijk slakjes en wormen. In najaar en
winter staan vooral fruit en bessen op het menu. Fijngesneden
appels zijn geschikt als wintervoedering.
Nest
Koperwieken zijn echte trekvogels uit het noorden, die niet in
ons land nestelen. Het nest lijkt op een merelnest en wordt
gebouwd in een boom of verstopt in de struiken.
Broedgegevens
Maanden mei tot juli - twee legsels - vier tot zes lichtblauwe,
roodbruin gespikkelde eieren - broedtijd : 12-13 dagen
(vrouwtje) - vliegvlug : na tien dagen; na veertien dagen
zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|