Natuur worldwidebase

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Korstmossen
 

 
   



bouw >>
 

indeling >>


economische betekenis >>



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Korstmossen, ook Lichenen of Lichenes (v. Gr. leichŤn = korstmos), zijn een groep organismen gevormd door het samenleven (symbiose) van een schimmel (mycobiont of schimmelcomponent) met een wier of cyanobacterie (fycobiont of wiercomponent); deze symbiose werd rond  1880 ontdekt door S. Schwendener. De schimmelcomponent behoort meestal tot de Zakjeszwammen en soms tot de Steeltjeszwammen, de wiercomponent behoort ůf tot de Groenwieren ůf tot de cyanobacteriŽn (blauwwieren).

Bouw

In de meeste korstmossen is de bijdrage van de wiercomponent beperkt tot een dunne laag vlak onder het buitenoppervlak. De wiercomponent kan in de natuur ook vrijlevend voorkomen; de schimmelcomponent wordt nooit vrijlevend aangetroffen. Men kan beide organismen in reincultuur kweken, waarbij de schimmel echter nooit voortplantingsorganen maakt. Het korstmos als geheel laat zich vrijwel niet in reincultuur brengen en als het lukt, is de groei uitermate langzaam. Meestal zijn de cultuuromstandigheden voor een van beide partners gunstiger dan voor de andere, zodat slechts een van beide gaat groeien. Dan is er geen sprake meer van een korstmos. Tot nu toe is het slechts zeer zelden gelukt uit de beide componenten in reincultuur een korstmos te laten ontstaan.

Indeling

De indeling van de ongeveer 18.000 soorten korstmossen is uitsluitend gebaseerd op de kenmerken van de schimmelcomponenten en loopt dan ook vnl. parallel met de indeling van de vrijlevende Zakjeszwammen. De meest voorkomende wiercomponent is het groenwier Trebouxia, dat als enige wier niet buiten de korstmossen wordt aangetroffen. Sommige korstmossen bevatten twee soorten wieren, maar dat is een uitzondering. De meeste korstmossen vormen korsten op rotsen, bomen en soms op stabiele bodems. De andere zijn blad-, struik- en draadvormig.
Bekende geslachten van de Korstmossen zijn: baardmos (Usnea), Cetraria, Cladonia, Evernia, Peltigera, Ramalina en Xanthoria.
Korstmossen komen overal ter wereld voor. Zij groeien zeer langzaam: korstvormige soorten ongeveer 1 mm in doorsnede per jaar en struikvormige meestal minder dan 1 cm per jaar. Hieruit heeft men berekend dat een aantal grote korsten van korstmossen in koude streken meer dan 4000 jaar oud moet zijn. In de gematigde streken bedraagt de maximale levensduur enkele honderden jaren. De langzame groei maakt het niet eenvoudig de voortplanting te bestuderen. Als een door de mycobiont gevormde spore gaat kiemen, wordt een hyfe gevormd, die alle wieren die hij tijdens de groei ontmoet, omspint. Indien het wier dit contact verdraagt, kan er een nieuw korstmos uit groeien. Vele korstmossen vermenigvuldigen zich door delen van het thallus, die gemakkelijk afbreken (isidiŽn), of door enkele wiercellen omgeven door hyfen, die als poeder aan de buitenkant van het korstmos zitten (sorediŽn). Deze delen kunnen gemakkelijk verspreid worden en elders tot een nieuw korstmos uitgroeien.
De geslachtelijke voortplanting vindt plaats op eenzelfde wijze als bij Steeltjeszwammen en Zakjeszwammen; zo kan een korstmos met een zakjeszwam als schimmelcomponent een apothecium vormen.
Korstmossen bezitten een bijzondere stofwisseling. Zij kunnen voedingsstoffen uit uitwendig aanwezig water (bijvoorbeeld regenwater) absorberen. Dit vermogen stelt ze in staat in zeer voedselarme omstandigheden te leven. Een groot nadeel echter is dat zij door dezelfde eigenschap niet in staat zijn zich tegen het binnendringen van vervuilende stoffen te beschermen. De wiercomponent zorgt voor de productie van organisch voedsel door middel van de koolzuurassimilatie en wellicht, indien een blauwwier de fycobiont is, voor de opname van stikstof uit de lucht. Het wier kan opgenomen water en zouten van de schimmel ontvangen, terwijl de wiercomponent tevens tegen uitdroging wordt beschermd. Korstmossen produceren zeer specifieke stoffen, de licheenzuren; dit zijn complexe organische zuren. Ze zijn veelal in bepaalde combinaties soortspecifiek en men gebruikt de aanwezigheid van deze stoffen dan ook bij het bepalen van de soorten. De methodiek van het aantonen van de diverse licheenzuren berust op het toepassen van reagentia en de identificatie van de specifieke kristalvorm. Merkwaardigerwijze produceert de schimmel of het wier deze stoffen niet, wanneer ze apart in reincultuur gekweekt worden.

Economische betekenis

Korstmossen spelen een belangrijke rol bij de verwering van gesteenten. Cladonia-soorten (o.a. rendiermos) en Cetraria-soorten dienen als voedsel voor rendier en kariboe. Weinig andere dieren (inclusief de mens) bezitten enzymen om de elders weinig voorkomende koolhydraten af te breken. De vaak aanwezige licheenzuren moeten door koken onwerkzaam worden gemaakt om irritatie te voorkomen. Alleen in noodgevallen zal men korstmossen als voedsel gebruiken (het manna uit de bijbel was volgens sommigen Lecanora esculenta). Vroeger won men er kleurstoffen (bijv. lakmoes) uit, o.a. om textiel te kleuren. Tegenwoordig zijn deze kleurstoffen door synthetische stoffen vervangen. In poedervorm worden korstmossen in sommige parfums gebruikt wegens het uitstekend absorberende vermogen.
Het al of niet aanwezig zijn van bepaalde korstmossen in een gebied is een graadmeter voor de mate van luchtvervuiling. De soort Lecanora conizaeoides is goed bestand tegen sterk met zwaveldioxide verontreinigde lucht. In gebieden met een hoge ammoniakbelasting (door intensieve veehouderij) neutraliseert de ammoniak ten dele het zuurvormende zwaveldioxide, waardoor sommige zuurmijdende soorten toch in sterk vervuilde lucht kunnen groeien. Na de kernramp bij Tsjernobyl in 1986 bleken korstmossen (en paddestoelen) in Lapland zoveel radioactieve stoffen te hebben opgenomen dat zij, en de van kortmossen levende rendieren, sterk radioactief waren geworden.
 

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009