| |
De
kraanvogel behoort tot de familie van de kraanvogels. Het is een
zeldzame vogel. Ze broeden in veen- en moerasgebieden.
Zijn verenkleed is lichtgrijs. De kop is aan de voorzijde zwart
en hij heeft een rode schedel. De krullige dekveren van de
vleugels zijn donkerder van kleur, de vleugels ze zijn aan de
uiteinden boogvormig.
Het voedsel van de kraanvogels bestaat vooral uit insecten,
wormen en slakken. Daarnaast eten ze ook uit bessen en granen.
Voordat de eieren worden gelegd bouwt de kraanvogel in een
drassig terrein een groot nest van plantenresten. Het vrouwtje
legt meestal 2 eieren. Deze zijn ongeveer 10 cm groot en ze zijn
bruinachtig gevlekt. De eieren worden beurtelings door het
mannetje en het vrouwtje bebroed. Na ongeveer 4 weken komen de
jongen uit het ei.
Kraanvogels zijn trekvogels die in Zuid-Europa en in
Noord-Afrika overwinteren. Op weg naar hun winterverblijf
pauzeren ze altijd op dezelfde plaatsen. Hier verzamelen zich
grote groepen die dan weer gezamenlijk verder trekken.
Een bijzonder gracieuze soort is de kroonkraanvogel. Deze komt
vooral voor in de moerassen van Afrika, in het gebied ten zuiden
van de Sahara. Zijn naam heeft hij te danken aan de gele
verenkroon op zijn kop. Zijn baltsgedrag is bijzonder
interessant. Tijdens het baltsen toont hij zijn verenkleed door
de vleugels wijd uit te spreiden en in een kring rond te lopen
en sprongetjes te maken.
Tot de kraanvogels behoren de rallen, de kraanvogels en de
snippen. Ze leven in moerassen, op stranden en in waterrijke
gebieden. Gewoonlijk hebben deze vogels middelhoge tot lange
poten.
Rallen leven meestal alleen. Ze hebben korte, afgeronde vleugels
en een afgeplat lichaam. Hierdoor kunnen ze zich ook goed in het
dichte kreupelhout voortbewegen. Veel soorten vertrekken in de
winter naar zuidelijke streken. Sommige soorten hebben lange
snavels, hiermee kunnen ze in het slik naar wormen, insecten en
weekdieren zoeken. Andere soorten hebben korte, dikke snavels.
Zij eten alleen maar plantaardig voedsel. Tot de rallen behoren
de waterhoen, de waterral en de meerkoet.
Tot de grootste snippen behoort niet alleen de wulp met zijn
lange, gebogen snavel maar ook de kievit. Ook de scholekster die
zich n grote groepen broedt, is een snip.
Tot de kraanvogels behoren 15 soorten. Ze hebben allemaal lange
halzen en poten. Ze kunnen 1,5 meter groot worden. Men treft ze
overal ter wereld aan. Ook kraanvogels trekken in de winter in
grote zwermen naar het zuiden. |
|
|
|
|
|
|