| |
De
kramsvogel of turdus pilaris
In het najaar kan een luid 'tsjak-tsjak'-geroep uw aandacht
trekken als er een verwaaide zwerm forse lijsters overvliegt.
Dit zijn kramsvogels, de voorboden van de winter, zoals de
zwaluwen de zomer aankondigen. Tijdens koudeperiodes en bij
sneeuwval vallen de zwermen uiteen. Dan ziet u waarschijnlijk
kramsvogels in uw tuin verschijnen, soms samen met koperwieken.
Kenmerken
De kramsvogel is een forse lijster, die zich onderscheidt door
zijn grijze kop en romp en kastanjebruine rug. Zijn witte
ondervleugels lichten op tijdens de vlucht. Lengte : 25 cm.
Geluid
Het liedje is een mengeling van lachjes en fluiten, vermengd met
tsjakken.
Voedsel
Het hoofdvoedsel van de kramvogel bestaat uit wormen, slakken en
andere kleine dieren. Er wordt in de winter ook fruit gegeten,
vooral als er geen dierlijk voedsel beschikbaar is. Bessen van
de meidoorn, hulst en lijsterbes en afgevallen appels zijn
bijzondere lekkernijen. De eerste kramsvogel probeert vaak zijn
boomtop te verdedigen tegen invallende soortgenoten.
Wintervoedering
Kramsvogels zijn dol op oud, verrot fruit.
Nest
De kramsvogel broedt in Noord-, Centraal- en Oost-Europa. In ons
land, vooral in Limburg, neemt de kramsvogel nog steeds toe als
broedvogel. Men telt er nu al zo'n duizend broedparen. Het nest
is een kom van granentwijgjes en modder, gevoerd met fijn gras.
Het nest is in een boom gebouwd, soms op de grond. Kramsvogels
vormen kolonies en de verschillende paren bouwen hun opvallende
nesten dicht bij elkaar; ze zijn agressief tegen indringers.
Broedgegevens
Maanden april en mei - één of twee legsels - vier tot zes
roodgestippelde, lichtblauwe eieren - broedtijd : 13-14 dagen
door het vrouwtje - vliegvlug : na veertien dagen; twee weken
later zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|