|
1. Fysische geografie
Midden-Kroatië,
ten oosten en ten zuiden van Zagreb en doorstroomd door Sava, Kupa en
Cesma, is laag en vlak, evenals het vruchtbare Slavonië tussen Donau en
Sava in het oosten. Noordwest-Kroatië omvat het grootste deel van Istrië
(tot bij Piran). Zuidwest-Kroatië omvat de gehele Dalmatische kuststreek
(zie Dalmatië) tot bij de Baai van Kotor met de ketens van de Dinarische
Alpen (tot 1831 m) en (ten oosten van de Velebit) het ruige hoogland
Lika en Krbava, grotendeels arme karstgebieden.
2. Bevolking
Het grootste deel van de bevolking (78%) bestaat uit Kroaten, een volk
van gemengd Iraans-Gotisch-Slavische oorsprong, die na de migraties van
Ostrogoten, Avaren en Slaven (begin 7de eeuw) hun etnische identiteit
verwierven en taalkundig tot de Slavische volken behoren (zie voorts
Servo-Kroatische taal).
Bij de volksstemming van 1991 was 12% van de bevolking Serviër, maar hun
aantal is snel geslonken door emigratie uit m.n. de Krajina en
West-Slavonië naar Servië als gevolg van de oorlog in de eerste helft
van de jaren negentig. Veel Kroaten wonen in het buitenland, de meesten
als gastarbeiders (naar schatting een kleine 300!000, inclusief hun
familieleden). In Kroatië woonden in 1995 ca. 180!000 vluchtelingen uit
Bosnië-Hercegovina, 5000 uit Joegoslavië en 240!000 uit eigen land. Ca.
55% van de bevolking woont in de steden. De Kroaten hangen voor het
merendeel het rooms-katholicisme aan (77% van de bevolking). Tot de
orthodoxe Kerk behoort 11%, protestants is 1,4% en islamitisch 1,2%.
3. Bestuur en
samenleving
3.1 Staatsinrichting
Volgens de grondwet van 1990 is Kroatië een uniforme, ondeelbare,
democratische en sociale staat met volledige soevereiniteit. Staatshoofd
is de president, die rechtstreeks voor vijf jaar wordt gekozen. Hij
bepaalt de buitenlandse politiek en is opperbevelhebber der
strijdkrachten. De minister-president en de andere leden van het kabinet
op diens voorstel worden door hem benoemd en ontslagen. Hij kan in
bepaalde gevallen de noodtoestand uitroepen. Hij is geen verantwoording
verschuldigd aan het parlement. De wetgevende macht berust bij de Sabor,
een tweekamerparlement, dat bestaat uit een Huis van Afgevaardigden,
waarvan de (in 1995 127) leden deels direct, deels via
vertegenwoordigende verkiezingen voor vier jaar worden gekozen, en een
Hogerhuis met 68 indirect gekozen leden. Kiesrecht is er voor allen
vanaf 18 jaar. Er is een kiesdrempel van 5%.
3.2 Administratieve indeling
Kroatië is verdeeld in 20 regio's en een hoofdstedelijk gebied.
3.3 Lidmaatschap internationale organisaties
Kroatië is lid van de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties van
de VN, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
en de Raad van Europa (sinds 1996).
3.4 Politieke partijen
Dominerende partij in de politiek is de Kroatische Democratische
Gemeenschap (HDZ), de christen-democratische partij van president
Tudjman. Belangrijkste oppositiepartij is de Kroatische Sociaal-Liberale
Partij (HSLS). De Kroatische Boerenpartij (HSS) vormt met de Istrische
Democratische Raad en een aantal kleinere partijen eveneens een
oppositieblok. De Sociaal-Democratische Partij van Kroatië (SDP) is de
opvolger van de oude Communistische Partij.
4. Economie
De
economie van Kroatië stabiliseert na een veranderingsproces van
gestuurde naar vrije economie en de gevolgen van de oorlog. De
economische groei is met 2% over 1995 nog bescheiden en de werkloosheid
ligt met 17% hoog, maar de inflatie is gering (3% in 1995) en de
overheidsschuld relatief beperkt ($ 2304 miljoen in 1994, exclusief het
aandeel van de oude Joegoslavische schuldenlast van $ 860 miljoen).
De vooralsnog geringe inheemse koopkracht zet nog een domper op de
groei, maar de vooruitzichten zijn gunstig, vooral daar de overheid de
broekriem aanhaalt. Het bnp per inwoner lag in 1994 op $ 2530. Het
overheidstekort bedraagt slechts 0,3% van het bnp. Nu de defensie minder
geld vereist, kan dit tekort weldra geëlimineerd worden.
De landbouw biedt 5% van de bevolking werkgelegenheid en draagt 13% aan
het bnp bij; in de industrie is 40% werkzaam, goed voor een bijdrage van
25% aan het bnp. Koploper is de dienstverlenende sector met 55% van de
werkgelegenheid en een bijdrage aan het bnp van 62%. De landbouw
floreert vooral in Midden-Kroatië en omvat de verbouw van granen,
suikerbieten, aardappelen en fruit. In de kuststreek worden
citrusvruchten, wijndruiven en vijgen geteeld. In het bergland komt
veeteelt voor (vooral schapen); bosbouw beperkt zich tot de Kapela- en
Velebitketens.
Het aantal winbare bodemschatten is gering: bauxiet is van belang,
evenals bruin- en steenkool. Natuursteen- en cementgroeven zijn er in
voldoende mate. De nationale bouwindustrie kan nog jaren vooruit.
Kroatië wint jaarlijks ca. twee miljoen ton aardolie en evenveel
aardgas, vooral in het Save-Drava-basin en in de Adriatische Zee. Voor
de energievoorziening kan het land op deze voorraden terugvallen,
afgezien van waterkracht (jaarlijks 20 miljard kWh).
De industrie is vanouds van grote betekenis. Van belang zijn
voedingsmiddelen-, textiel-, schoen-, scheepsbouw- en chemische
industrie. De export bestond in 1995 voor 22% uit chemische producten,
20% kleding en schoeisel, 8% aardolie, 7% schepen en 6,6%
voedingsmiddelen. De export beliep in dat jaar $ 3871 miljoen, de import
$ 6289 miljoen, waardoor de handelsbalans sterk passief is.
Belangrijkste handelspartners zijn Duitsland, Italië en Slovenië.
Het toerisme, vooral aan de Dalmatische kust met Dubrovnik als grootste
trekpleister, begint weer aan te trekken met in 1994 een bescheiden 3,5
miljoen buitenlandse bezoekers. In het voormalige Joegoslavië droeg
Kroatië voor 80% bij aan de inkomsten uit het toerisme, zodat de
perspectieven gunstig zijn. Naast historische steden en natuurparken
zijn de eilanden, kusten en thermale baden populair.
Kroatië is de schakel tussen Midden- en Zuid-Europa. Het wegennet telt
(1990) 23.663 km, waarvan 350 km autosnelweg. Het spoornet telt 2698 km,
waarvan 39% is geëlektrificeerd. De scheepvaart is van eminent belang:
Kroatië telt 350 grote en kleine havens. De grootste - voor het
internationale scheepsverkeer geoutilleerde - havens zijn Pula, Rijeka,
Zadar, Sibenik, Split, Ploce, Metkoviç en Dubrovnik. Er zijn acht
moderne luchthavens en tal van sport- en toeristenvliegvelden. Croatia
Airlines voorziet in binnen- en buitenlandse vluchten.
5. Geschiedenis
De
republiek Kroatië omvat de historische gebieden Kroatië-Slavonië en een
groot deel van Dalmatië. Het huidige Kroatië werd in de oudheid bewoond
door Illyriërs, werd in 35 v.C. door Octavianus als Pannonia bij het
Romeinse Rijk ingelijfd en behoorde na de deling van dit rijk
afwisselend tot het westelijk deel van het Romeinse Rijk, het
Ostrogotische en het Byzantijnse Rijk. In de 7de eeuw werd het veroverd
door Slavische stammen.
De politieke geschiedenis (het land was na de Byzantijnse heerschappij
aan het Frankische, daarna aan het Duitse Rijk onderhorig) en de
kerstening vanuit het noorden (waardoor niet het cyrillische, maar het
Latijnse alfabet werd overgenomen) veroorzaakten een scheiding van de
stamverwante Zuid-Slaven in Servië. Onder vorst Tomislav (koning in 924)
maakte Kroatië zich onafhankelijk. Weldra veroverde Venetië echter het
kustgebied en in 1102 werd Kroatië door koning Kálmán in een personele
unie met Hongarije verbonden. In de 16de en het begin van de 17de eeuw
maakten de Turken zich van een groot deel van Kroatië meester, terwijl
de kustplaatsen en de eilanden in handen der Venetianen bleven. In 1699
kwam Kroatië (met Hongarije) geheel aan Oostenrijk, in 1779 werd het
administratief bij Hongarije gevoegd.
Mede onder invloed van de Franse Revolutie kwam een nationale beweging
op, die na de Ausgleich van 1867, waarbij het grootste deel van Kroatië
(excl. een deel van Dalmatië) bij het Hongaarse rijksdeel werd
ingelijfd, vooral tegen Boedapest was gericht. In 1868 werd aan Kroatië
een zekere mate van autonomie verleend. Tijdens de Eerste Wereldoorlog
koos een deel van de Kroaten voor een Joegoslavisch koninkrijk onder de
Servische dynastie Karadjordjeviç, welk koninkrijk in 1918 tot stand
kwam. De Kroatische strijd tegen het centralisme en de bureaucratie van
Belgrado werd vooral gevoerd door de Kroatische Boerenpartij (leider
Stjepan Radiç en na diens gewelddadige dood in 1928 Macek). Daarnaast
ageerde de extremistische Ustasa-beweging, die gesteund werd door Italië
en Hongarije en verantwoordelijk was voor de moord op koning Alexander
in 1934.
Bij de Duitse aanval in 1941 nam Macek een afwachtende houding aan. De
uit Italië komende Ustasa-leider Ante Paveliç werd in april 1941 premier
van de 'eerste Kroatische nationale regering'. Paveliç genoot enige tijd
ruime erkenning. Met de hulp van een deel van vooral de lagere
rooms-katholieke geestelijkheid (kardinaal Stepinac nam na aanvankelijke
steun aan het regime een gereserveerde houding aan en veroordeelde bijv.
in 1943 de jodenvervolgingen) en van Bosnische islamieten werd een
vreselijke terreur tegen de (als Serviërs beschouwde) orthodoxen
uitgeoefend; honderdduizenden, die óf geen kans kregen óf weigerden zich
te bekeren, werden vermoord. Het regime van Paveliç werd ook door
wanbeheer gekenmerkt. De Kroatische militie (de domobranchi) bleek
onbetrouwbaar: velen liepen over naar de partizanen onder
Josip Tito.
Paveliç en een aantal van de zijnen ontvluchtten in mei 1945 het land,
dat sindsdien weer deel uitmaakt van de federatie Joegoslavië. Toen aan
het eind van de jaren tachtig de traditionele tegenstellingen tussen de
verschillende bevolkingsgroepen na het aantreden in de deelrepubliek
Servië van Slobodan Miloševiç zich weer scherper begonnen af te tekenen,
en Servië de heerschappij over Joegoslavië verder naar zich toe leek te
trekken, breidden de onlusten en politieke spanningen zich ook uit naar
Kroatië, waar Kroatische nationalisten inmiddels openlijk ijverden voor
een grotere onafhankelijkheid van hun republiek.
In 1989 werd een nieuwe kieswet ingevoerd en in dec. 1990 verklaarde
Kroatië zich soeverein. Kroatië werd op 15 jan. 1992 als een
onafhankelijke staat door de EG erkend. Duitsland (dat Kroatië en
Slovenië al eerder, nl. op 23 dec. 1991 had erkend), Hongarije en Italië
knoopten als eerste staten diplomatieke betrekkingen aan. De president
van de nieuwe republiek werd Franjo Tudjman, leider van de regerende
Kroatische nationalistische partij HDZ (Hrvatska Demokratska Zajednica,
de Kroatische Democratische Unie). Tijdens de oorlog om de door Serviërs
geclaimde Kroatische gebieden (Krajina) heeft Kroatië een derde deel van
zijn grondgebied aan de Serviërs verloren. Een aantal daar gelegen
steden, waaronder Vukovan en Osijek, zijn zwaar verwoest. De door
Serviërs bezette gebieden in Kroatië zijn: Knin-Krajina, West-Srijem,
Baranja, West- en Oost-Slavonië.
Aan de andere kant raakte Kroatië steeds meer betrokken bij de oorlog in
Bosnië-Hercegovina. Kroatische milities streden daar aanvankelijk samen
met de moslims tegen de Serviërs, maar keerden zich in 1993 tegen de
moslims om in het zicht van een mogelijke regeling nog zoveel mogelijk
grondgebied te veroveren.
In jan. van hetzelfde jaar begonnen de Kroatische strijdkrachten een
offensief tegen de Servische posities in de Knin-regio. Dit leidde tot
een felle veroordeling van de internationale gemeenschap, die een
verdere escalatie van het conflict vreesde. In ruil voor concessies
eiste de Kroatische president Tudjman dat de VN-troepen een terugkeer
van de vluchtelingen uit de regio mogelijk zouden maken, dat er een
demilitarisering van de regio zou plaatsvinden en dat de Kroatische
soevereiniteit zou worden hersteld.
De economische hervormingen en de privatiseringen van bedrijven leidden
tot een chaos, gekenmerkt door corruptie, financiële schandalen, hoge
inflatie en hoge werkloosheid. Op politiek gebied verbeterden in 1994 de
verhoudingen met de Bosnische regering, wat resulteerde in een
doeltreffende samenwerking tijdens het herfstoffensief tegen de
Bosnische Serviërs.
Bij het vredesakkoord voor Bosnië-Hercegovina, dat de presidenten van
Bosnië, Kroatië en Servië in nov. 1995 sloten in het Amerikaanse Dayton,
moest Kroatië belangrijke concessies doen in de vorm van teruggave van
veroverd gebied aan de Serviërs. Het Dayton-akkoord opende in 1996 de
weg naar betere relaties tussen Kroatië en Servië, die resulteerden in
het aanknopen van diplomatieke banden. President Tudjman schreef in okt.
1995 vervroegde verkiezingen uit in de hoop een tweederde meerderheid in
het parlement te verwerven om zo belangrijke grondwetswijzigingen te
kunnen doorvoeren. Hoewel de HDZ als overwinnaar uit de stembusstrijd
kwam, bleef de beoogde zetelwinst uit. In de loop van 1996 vorderde het
economisch herstel uiterst moeizaam. Enige verlichting bood de zwarte
markt, waarop naar schatting een kwart van de beroepsbevolking actief
was.
Telefoongids Kroatië
Postcodes
Kroatië
|