header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

KroatiŽ

 

Terug naar overzicht Europa >>

 

 

KroatiŽ (Servo-Kroat.: Republika Hrvatska), republiek op de Balkan, 56.538 km2, met (1995) 4.780.000 inw. (85 inw. per km2), hoofdstad: Zagreb (868.000 inw.). Munteenheid is de kuna, verdeeld in 100 lipa. Nationale feestdag is 30 mei, dag van de (oprichting van de) republiek in 1990.
 

1. Fysische geografie
Midden-KroatiŽ, ten oosten en ten zuiden van Zagreb en doorstroomd door Sava, Kupa en Cesma, is laag en vlak, evenals het vruchtbare SlavoniŽ tussen Donau en Sava in het oosten. Noordwest-KroatiŽ omvat het grootste deel van IstriŽ (tot bij Piran). Zuidwest-KroatiŽ omvat de gehele Dalmatische kuststreek (zie DalmatiŽ) tot bij de Baai van Kotor met de ketens van de Dinarische Alpen (tot 1831 m) en (ten oosten van de Velebit) het ruige hoogland Lika en Krbava, grotendeels arme karstgebieden.

2. Bevolking
Het grootste deel van de bevolking (78%) bestaat uit Kroaten, een volk van gemengd Iraans-Gotisch-Slavische oorsprong, die na de migraties van Ostrogoten, Avaren en Slaven (begin 7de eeuw) hun etnische identiteit verwierven en taalkundig tot de Slavische volken behoren (zie voorts Servo-Kroatische taal).
Bij de volksstemming van 1991 was 12% van de bevolking ServiŽr, maar hun aantal is snel geslonken door emigratie uit m.n. de Krajina en West-SlavoniŽ naar ServiŽ als gevolg van de oorlog in de eerste helft van de jaren negentig. Veel Kroaten wonen in het buitenland, de meesten als gastarbeiders (naar schatting een kleine 300!000, inclusief hun familieleden). In KroatiŽ woonden in 1995 ca. 180!000 vluchtelingen uit BosniŽ-Hercegovina, 5000 uit JoegoslaviŽ en 240!000 uit eigen land. Ca. 55% van de bevolking woont in de steden. De Kroaten hangen voor het merendeel het rooms-katholicisme aan (77% van de bevolking). Tot de orthodoxe Kerk behoort 11%, protestants is 1,4% en islamitisch 1,2%.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
Volgens de grondwet van 1990 is KroatiŽ een uniforme, ondeelbare, democratische en sociale staat met volledige soevereiniteit. Staatshoofd is de president, die rechtstreeks voor vijf jaar wordt gekozen. Hij bepaalt de buitenlandse politiek en is opperbevelhebber der strijdkrachten. De minister-president en de andere leden van het kabinet op diens voorstel worden door hem benoemd en ontslagen. Hij kan in bepaalde gevallen de noodtoestand uitroepen. Hij is geen verantwoording verschuldigd aan het parlement. De wetgevende macht berust bij de Sabor, een tweekamerparlement, dat bestaat uit een Huis van Afgevaardigden, waarvan de (in 1995 127) leden deels direct, deels via vertegenwoordigende verkiezingen voor vier jaar worden gekozen, en een Hogerhuis met 68 indirect gekozen leden. Kiesrecht is er voor allen vanaf 18 jaar. Er is een kiesdrempel van 5%.
3.2 Administratieve indeling
KroatiŽ is verdeeld in 20 regio's en een hoofdstedelijk gebied.
3.3 Lidmaatschap internationale organisaties
KroatiŽ is lid van de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties van de VN, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Raad van Europa (sinds 1996).
3.4 Politieke partijen
Dominerende partij in de politiek is de Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ), de christen-democratische partij van president Tudjman. Belangrijkste oppositiepartij is de Kroatische Sociaal-Liberale Partij (HSLS). De Kroatische Boerenpartij (HSS) vormt met de Istrische Democratische Raad en een aantal kleinere partijen eveneens een oppositieblok. De Sociaal-Democratische Partij van KroatiŽ (SDP) is de opvolger van de oude Communistische Partij.

4. Economie

De economie van KroatiŽ stabiliseert na een veranderingsproces van gestuurde naar vrije economie en de gevolgen van de oorlog. De economische groei is met 2% over 1995 nog bescheiden en de werkloosheid ligt met 17% hoog, maar de inflatie is gering (3% in 1995) en de overheidsschuld relatief beperkt ($ 2304 miljoen in 1994, exclusief het aandeel van de oude Joegoslavische schuldenlast van $ 860 miljoen).
De vooralsnog geringe inheemse koopkracht zet nog een domper op de groei, maar de vooruitzichten zijn gunstig, vooral daar de overheid de broekriem aanhaalt. Het bnp per inwoner lag in 1994 op $ 2530. Het overheidstekort bedraagt slechts 0,3% van het bnp. Nu de defensie minder geld vereist, kan dit tekort weldra geŽlimineerd worden.
De landbouw biedt 5% van de bevolking werkgelegenheid en draagt 13% aan het bnp bij; in de industrie is 40% werkzaam, goed voor een bijdrage van 25% aan het bnp. Koploper is de dienstverlenende sector met 55% van de werkgelegenheid en een bijdrage aan het bnp van 62%. De landbouw floreert vooral in Midden-KroatiŽ en omvat de verbouw van granen, suikerbieten, aardappelen en fruit. In de kuststreek worden citrusvruchten, wijndruiven en vijgen geteeld. In het bergland komt veeteelt voor (vooral schapen); bosbouw beperkt zich tot de Kapela- en Velebitketens.
Het aantal winbare bodemschatten is gering: bauxiet is van belang, evenals bruin- en steenkool. Natuursteen- en cementgroeven zijn er in voldoende mate. De nationale bouwindustrie kan nog jaren vooruit. KroatiŽ wint jaarlijks ca. twee miljoen ton aardolie en evenveel aardgas, vooral in het Save-Drava-basin en in de Adriatische Zee. Voor de energievoorziening kan het land op deze voorraden terugvallen, afgezien van waterkracht (jaarlijks 20 miljard kWh).
De industrie is vanouds van grote betekenis. Van belang zijn voedingsmiddelen-, textiel-, schoen-, scheepsbouw- en chemische industrie. De export bestond in 1995 voor 22% uit chemische producten, 20% kleding en schoeisel, 8% aardolie, 7% schepen en 6,6% voedingsmiddelen. De export beliep in dat jaar $ 3871 miljoen, de import $ 6289 miljoen, waardoor de handelsbalans sterk passief is. Belangrijkste handelspartners zijn Duitsland, ItaliŽ en SloveniŽ.
Het toerisme, vooral aan de Dalmatische kust met Dubrovnik als grootste trekpleister, begint weer aan te trekken met in 1994 een bescheiden 3,5 miljoen buitenlandse bezoekers. In het voormalige JoegoslaviŽ droeg KroatiŽ voor 80% bij aan de inkomsten uit het toerisme, zodat de perspectieven gunstig zijn. Naast historische steden en natuurparken zijn de eilanden, kusten en thermale baden populair.
KroatiŽ is de schakel tussen Midden- en Zuid-Europa. Het wegennet telt (1990) 23.663 km, waarvan 350 km autosnelweg. Het spoornet telt 2698 km, waarvan 39% is geŽlektrificeerd. De scheepvaart is van eminent belang: KroatiŽ telt 350 grote en kleine havens. De grootste - voor het internationale scheepsverkeer geoutilleerde - havens zijn Pula, Rijeka, Zadar, Sibenik, Split, Ploce, MetkoviÁ en Dubrovnik. Er zijn acht moderne luchthavens en tal van sport- en toeristenvliegvelden. Croatia Airlines voorziet in binnen- en buitenlandse vluchten.

5. Geschiedenis
De republiek KroatiŽ omvat de historische gebieden KroatiŽ-SlavoniŽ en een groot deel van DalmatiŽ. Het huidige KroatiŽ werd in de oudheid bewoond door IllyriŽrs, werd in 35 v.C. door Octavianus als Pannonia bij het Romeinse Rijk ingelijfd en behoorde na de deling van dit rijk afwisselend tot het westelijk deel van het Romeinse Rijk, het Ostrogotische en het Byzantijnse Rijk. In de 7de eeuw werd het veroverd door Slavische stammen.
De politieke geschiedenis (het land was na de Byzantijnse heerschappij aan het Frankische, daarna aan het Duitse Rijk onderhorig) en de kerstening vanuit het noorden (waardoor niet het cyrillische, maar het Latijnse alfabet werd overgenomen) veroorzaakten een scheiding van de stamverwante Zuid-Slaven in ServiŽ. Onder vorst Tomislav (koning in 924) maakte KroatiŽ zich onafhankelijk. Weldra veroverde VenetiŽ echter het kustgebied en in 1102 werd KroatiŽ door koning KŠlmŠn in een personele unie met Hongarije verbonden. In de 16de en het begin van de 17de eeuw maakten de Turken zich van een groot deel van KroatiŽ meester, terwijl de kustplaatsen en de eilanden in handen der Venetianen bleven. In 1699 kwam KroatiŽ (met Hongarije) geheel aan Oostenrijk, in 1779 werd het administratief bij Hongarije gevoegd.
Mede onder invloed van de Franse Revolutie kwam een nationale beweging op, die na de Ausgleich van 1867, waarbij het grootste deel van KroatiŽ (excl. een deel van DalmatiŽ) bij het Hongaarse rijksdeel werd ingelijfd, vooral tegen Boedapest was gericht. In 1868 werd aan KroatiŽ een zekere mate van autonomie verleend. Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos een deel van de Kroaten voor een Joegoslavisch koninkrijk onder de Servische dynastie KaradjordjeviÁ, welk koninkrijk in 1918 tot stand kwam. De Kroatische strijd tegen het centralisme en de bureaucratie van Belgrado werd vooral gevoerd door de Kroatische Boerenpartij (leider Stjepan RadiÁ en na diens gewelddadige dood in 1928 Macek). Daarnaast ageerde de extremistische Ustasa-beweging, die gesteund werd door ItaliŽ en Hongarije en verantwoordelijk was voor de moord op koning Alexander in 1934.
Bij de Duitse aanval in 1941 nam Macek een afwachtende houding aan. De uit ItaliŽ komende Ustasa-leider Ante PaveliÁ werd in april 1941 premier van de 'eerste Kroatische nationale regering'. PaveliÁ genoot enige tijd ruime erkenning. Met de hulp van een deel van vooral de lagere rooms-katholieke geestelijkheid (kardinaal Stepinac nam na aanvankelijke steun aan het regime een gereserveerde houding aan en veroordeelde bijv. in 1943 de jodenvervolgingen) en van Bosnische islamieten werd een vreselijke terreur tegen de (als ServiŽrs beschouwde) orthodoxen uitgeoefend; honderdduizenden, die ůf geen kans kregen ůf weigerden zich te bekeren, werden vermoord. Het regime van PaveliÁ werd ook door wanbeheer gekenmerkt. De Kroatische militie (de domobranchi) bleek onbetrouwbaar: velen liepen over naar de partizanen onder Josip Tito.
PaveliÁ en een aantal van de zijnen ontvluchtten in mei 1945 het land, dat sindsdien weer deel uitmaakt van de federatie JoegoslaviŽ. Toen aan het eind van de jaren tachtig de traditionele tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen na het aantreden in de deelrepubliek ServiŽ van Slobodan MiloöeviÁ zich weer scherper begonnen af te tekenen, en ServiŽ de heerschappij over JoegoslaviŽ verder naar zich toe leek te trekken, breidden de onlusten en politieke spanningen zich ook uit naar KroatiŽ, waar Kroatische nationalisten inmiddels openlijk ijverden voor een grotere onafhankelijkheid van hun republiek.
In 1989 werd een nieuwe kieswet ingevoerd en in dec. 1990 verklaarde KroatiŽ zich soeverein. KroatiŽ werd op 15 jan. 1992 als een onafhankelijke staat door de EG erkend. Duitsland (dat KroatiŽ en SloveniŽ al eerder, nl. op 23 dec. 1991 had erkend), Hongarije en ItaliŽ knoopten als eerste staten diplomatieke betrekkingen aan. De president van de nieuwe republiek werd Franjo Tudjman, leider van de regerende Kroatische nationalistische partij HDZ (Hrvatska Demokratska Zajednica, de Kroatische Democratische Unie). Tijdens de oorlog om de door ServiŽrs geclaimde Kroatische gebieden (Krajina) heeft KroatiŽ een derde deel van zijn grondgebied aan de ServiŽrs verloren. Een aantal daar gelegen steden, waaronder Vukovan en Osijek, zijn zwaar verwoest. De door ServiŽrs bezette gebieden in KroatiŽ zijn: Knin-Krajina, West-Srijem, Baranja, West- en Oost-SlavoniŽ.
Aan de andere kant raakte KroatiŽ steeds meer betrokken bij de oorlog in BosniŽ-Hercegovina. Kroatische milities streden daar aanvankelijk samen met de moslims tegen de ServiŽrs, maar keerden zich in 1993 tegen de moslims om in het zicht van een mogelijke regeling nog zoveel mogelijk grondgebied te veroveren.
In jan. van hetzelfde jaar begonnen de Kroatische strijdkrachten een offensief tegen de Servische posities in de Knin-regio. Dit leidde tot een felle veroordeling van de internationale gemeenschap, die een verdere escalatie van het conflict vreesde. In ruil voor concessies eiste de Kroatische president Tudjman dat de VN-troepen een terugkeer van de vluchtelingen uit de regio mogelijk zouden maken, dat er een demilitarisering van de regio zou plaatsvinden en dat de Kroatische soevereiniteit zou worden hersteld.
De economische hervormingen en de privatiseringen van bedrijven leidden tot een chaos, gekenmerkt door corruptie, financiŽle schandalen, hoge inflatie en hoge werkloosheid. Op politiek gebied verbeterden in 1994 de verhoudingen met de Bosnische regering, wat resulteerde in een doeltreffende samenwerking tijdens het herfstoffensief tegen de Bosnische ServiŽrs.
Bij het vredesakkoord voor BosniŽ-Hercegovina, dat de presidenten van BosniŽ, KroatiŽ en ServiŽ in nov. 1995 sloten in het Amerikaanse Dayton, moest KroatiŽ belangrijke concessies doen in de vorm van teruggave van veroverd gebied aan de ServiŽrs. Het Dayton-akkoord opende in 1996 de weg naar betere relaties tussen KroatiŽ en ServiŽ, die resulteerden in het aanknopen van diplomatieke banden. President Tudjman schreef in okt. 1995 vervroegde verkiezingen uit in de hoop een tweederde meerderheid in het parlement te verwerven om zo belangrijke grondwetswijzigingen te kunnen doorvoeren. Hoewel de HDZ als overwinnaar uit de stembusstrijd kwam, bleef de beoogde zetelwinst uit. In de loop van 1996 vorderde het economisch herstel uiterst moeizaam. Enige verlichting bood de zwarte markt, waarop naar schatting een kwart van de beroepsbevolking actief was.


Telefoongids KroatiŽ
Postcodes KroatiŽ

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009