| |
De
kwartel of coturnix coturnix
Trekvogel (april, mei tot september, oktober). Een hoen ter
grootte van een spreeuw en zeer verborgen levend; rond, korte
staart en aardkleurig. Op de rug vormen lange lengte-strepen
twee min of meer duidelijke banden. Het mannetje is op de kop
sterker donker getekend dan het vrouwtje (zie foto). Doet in de
lucht eerder denken aan een snip of een hoen.
Verspreiding en woongebied : bijna geheel Europa, behalve
Scandinavië. Bij ons verbreide, maar onregelmatige en door
intensieve landbouw bedreigde broedvogel van het laagland.
Voortplanting : nest op de grond in een vlakke kom. Legtijd :
tweede helft van mei tot juni. Zeven tot veertien gelige eieren
met donkere vlekken. Het vrouwtje broedt alleen 18-20 dagen,
voert ook de jongen alleen, die na 20 dagen kunnen vliegen en
met 5-7 weken zelfstandig zijn. Voedsel : zaden en insecten;
minder groenvoer dan de patrijs. |
|
|
|
|
|
|