header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Laos

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 


 

Laos (officieel: Democratische Volksrepubliek Laos), republiek in Zuidoost-AziŽ, op het schiereiland Achter-IndiŽ, 236.800 km2, met (schatting 1995) 4.742.000 inw. (20 inw. per km2); hoofdstad: Vientiane, met 450.000 inw. (1994). Munteenheid is de kip, onderverdeeld in 100 at. Nationale feestdag is 2 december, de dag waarop in 1975 de Volksrepubliek geproclameerd werd.

1. Fysische geografie
Vrijwel het gehele land is bergachtig. Vooral het noorden vormt een sterk door rivieren versneden berglandschap, waarvan de kern wordt gevormd door het Hoogland van Tran Ninh (Phu Bia, 2850 m). Naar het zuiden toe wordt de oostelijke grens gevormd door de Cordillere van Annam. De westelijke grens wordt vrijwel geheel gevormd door de rivier de Me-kong, waarop de meeste andere rivieren afwateren. Laos heeft een moessonklimaat, met noordoostelijke winden van november tot april, de droge tijd, en zuidwestelijke winden van mei tot oktober, het regenseizoen.
Meer dan tweederde van het land is bedekt met subtropische wouden. In het noorden treft men wouden aan, niet ongelijk aan de uit Europa bekende woudtypen. In de drogere gebieden van Midden- en Zuid-Laos komen Dipterocarpus-wouden voor, in de prov. Sayaboury, aan de grens met Thailand, waardevolle djatiwouden. De nog zeer onvolledig bekende dierenwereld behoort tot die van Zuidoost-AziŽ. Het oerbos herbergt nog talloze grote zoogdieren, o.a. de Indische olifant, en een zeer rijke vogelwereld, maar jacht, dierenhandel en stroperij hebben ertoe geleid dat vele soorten in hun voortbestaan bedreigd worden. Kaalslag van het woud is echter de grootste bedreiging. De natuurbescherming staat nog in de kinderschoenen. De rivieren zijn zeer rijk aan vis.

2. Bevolking
Vientiane, Laos Pictures - Vientiane 2 pictureDe bevolking behoort grotendeels tot drie groepen: a. Thai, waarvan de grootste groep die van de Lao is, meer dan 50% van de totale bevolking van Laos uitmakend, gevestigd in de Me-kongdelta en vnl. agrarisch; b. bergvolken van Chinees/Maleise afkomst in Midden-Laos; c. volken die niet tot de Thai behoren, o.a. Miao (of Miau, Meo), Jao en Ho; ook deze volken leven vnl. in de bergen. Minderheden worden gevormd door Chinezen en Vietnamezen. De Lao vormen een elite (zij noemden de minst ontwikkelde groep Kha, d.i. slaven). De Lao wonen in kleine dorpen, waarvan de bewoners meestal aan elkaar verwant zijn. De familie is lange tijd de basiseenheid in politiek, economisch en sociaal opzicht geweest. De vrouwen treden meer op de voorgrond dan in de meeste Aziatische landen gebruikelijk is.
In 1995 bedroeg het geboortecijfer 44Č, het sterftecijfer was in dat jaar 15Č. De zuigelingensterfte was in de periode 1990-1995 97 per 1000 per jaar. De bevolking groeide in de periode 1990-1995 met gemiddeld 2,9% per jaar. Ruim 44% van de bevolking was in 1993 jonger dan 15 jaar.
OfficiŽle taal is het Lao, behorend tot de Thai-subgroep van de Sino-Tibetaanse taalfamilie. Engels en Frans worden vooral als handelstaal nog veel gebruikt.
De belangrijkste religie is het boeddhisme (tijdens het koninkrijk staatsgodsdienst), waartoe de Lao behoren; de andere volken hangen natuurreligies aan. Er zijn ca. 30.000 katholieken en 25.000 protestanten. Na de omwenteling in 1975 zijn de godsdiensten ongemoeid gelaten en in 1991 bestaat er ook officieel weer godsdienstvrijheid.

3. Bestuur en samenleving
Na de afschaffing van de monarchie werd op 2 dec. 1975 de Democratische Volksrepubliek Laos uitgeroepen.
Laos is bestuurlijk ingedeeld in zestien provincies.
Laos is lid van de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties van de VN, het IMF, de Asian Development Bank en de Wereldbank. Sinds 1992 heeft het de status van waarnemer bij de Association of Southeast Asian Nations (ASEAN).
Het rechtswezen is vermoedelijk na 1975 onveranderd gebleven, met o.m. tribunalen in de provinciehoofdsteden, en strafrechters in Vientiane, Pakse en Luang Prabang. Het opperste gerechtshof zetelt in Vientiane.
De sterkte van de krijgsmacht was naar Westerse schatting in 1987 55!500 man; sinds 1975 staat deze onder bevel van de Pathet Lao. Er geldt een dienstplicht van 18 maanden. Er zijn ook paramilitaire beroepen. Enkele tienduizenden Vietnamezen zijn in Laos gelegerd.
Er bestaat geen stelsel van sociale voorzieningen. De gezondheidszorg laat veel te wensen over. Volgens WHO-schatting zou er in 1987 ťťn arts beschikbaar zijn geweest op ruim 21.000 personen.
De grootste vakbond is de Lao Confederatie van Vakbonden.
Onderwijs is sinds 1955 verplicht voor zes jaar. Sinds 1976 wordt een campagne gevoerd om het analfabetisme te bestrijden. Het analfabetisme is van 75% (in 1976) tot 10% in 1985 gedaald. Vientiane heeft een universiteit.
De pers is sinds 1975 in handen van de staat, die twee dagbladen uitgeeft. Grote delen van het land zijn verboden terrein voor buitenlanders. Lao National Radio zendt uit in het Lao, Frans, Engels, Thai, Khmer en Vietnamees. Vanaf 1983 is Lao National Television (aanvankelijk zes dagen per week) televisieprogramma's gaan verzorgen. Daarvůůr kon men al Russische programma's ontvangen via een satellietstation dat met Russische hulp is gebouwd.

4. Economie
De organisatie van de economie heeft sinds de omwenteling van 1975 grote veranderingen ondergaan. Er werden maatregelen genomen voor het opzetten van een socialistische economie: handel, agrarische en industriŽle productie zouden door de staat worden gecontroleerd. Het doorvoeren van dergelijke hervormingen stuitte echter op verzet bij de bevolking, de productie daalde en vele bekwame mensen trokken weg omdat zij hun oude (vaak bevoorrechte) posities niet konden behouden. Hierdoor verslechterde de economische situatie zodanig, dat ombuigingen noodzakelijk bleken.
Begin 1980 werden enkele maatregelen doorgevoerd (hervorming muntstelsel, het toelaten van particuliere handel op markten, beperking van de collectivisatie van de landbouw, het opheffen van staatswinkels in een aantal plaatsen en het actief ingrijpen van de overheid in het loon- en prijsbeleid), waardoor de economie weer meer tot leven kwam. Begin jaren negentig werd Laos geteisterd door natuurrampen, maar sinds 1992 gaat het bergopwaarts. De economische groei was in 1996 7%.
Vientiane, Laos Pictures - Vientiane 5 pictureCa. 70% van de beroepsbevolking is werkzaam in de landbouw. In 1993 leverde de landbouw 51% van het bnp. Slechts 5% van de grond wordt gebruikt voor agrarische doeleinden, circa 40% van het land bestaat uit bosgebied. Rijst is het belangrijkste landbouwproduct, maar de opbrengst is laag en kan de behoefte (rijst is het volksvoedsel) vaak niet dekken. Met name in de jaren 1987-1989 stegen de rijsttekorten enorm vanwege de extreme droogte. In 1984 was Laos voor het eerst zelfvoorzienend in zijn voedselproductie; er was in dat jaar zelfs een overschot aan rijst.
Andere landbouw- en bosbouwproducten zijn: maÔs, zoete aardappelen, opium, groente, fruit, suikerriet en verschillende houtsoorten (teakhout, notenhout, palisander, ebbenhout). De veehouderij omvat varkens, runderen en pluimvee. De rivier de Me-kong levert veel vis.
Hoewel Laos veel bodemschatten (tin, zink, kopererts, lood, mangaan, steenkool, kalksteen en aardolie) bezit, is nog maar nauwelijks een begin gemaakt met de ontginning ervan. Alleen gips en tin worden rendabel geŽxploiteerd. Er zijn nog geen winstgevende aardolie- of gasvelden gevonden.
Slechts 3% van de beroepsbevolking is werkzaam in de industrie. De industriŽle ontwikkeling wordt sterk gehinderd door gebrek aan geschoold en leidinggevend personeel en door de beperkte binnenlandse afzetmarkt. De belangrijkste industriŽle activiteiten hebben betrekking op de houtverwerkende industrie, tinconcentraten en elektriciteitsopwekking. Daarnaast is er kleinschalige nijverheid, o.a. de productie van sigaretten en drank. In 600 bedrijven werkten tot nog toe 37.300 mensen.
De belangrijkste handelspartners zijn Japan, Thailand, Frankrijk en Singapore. De handelsbalans vertoont al jaren een tekort. Laos importeert twee keer zoveel als dat het exporteert. Ingevoerd worden voornamelijk rijst, brandstof en machines; de belangrijkste exportproducten zijn elektriciteit, fabrieksgoederen, hout, koffie en tin.
Laos ontvangt van Japan, AustraliŽ, Frankrijk, Duitsland en Zweden financiŽle steun ter compensatie van betalingsbalans- en begrotingstekorten. De buitenlandse hulpfondsen bedroegen in 1992 $ 166 miljoen, waarvan $ 40 miljoen uit het Westen. Op het Partijcongres in 1986 werden maatregelen afgekondigd om de economie te decentraliseren en de subsidies te verlagen. Het Vijfjarenplan voor 1991-1995 geeft een nieuwe koers aan: meer markteconomie, verbetering van de infrastructuur, exportbevordering en importbeperking en geringere afhankelijkheid van Thailand. De secretaris-generaal van de LPRP noemde de familie-economie de basis van een socialistische maatschappij.
In 1988 vond er een reorganisatie plaats van het bankwezen. Verschillende functies van de Staatsbank werden overgeheveld naar commerciŽle banken. Er zijn een centrale bank en een handelsbank. De nieuwe bankwet lijkt op die van Thailand.
Laos heeft geen spoorwegen. Het wegennet is gebrekkig; het is 14!130 km lang, waarvan slechts ca. 16% het gehele jaar door te berijden is. Als gevolg van de hervormingen van 1987 zijn veel 'checkpoints' langs de wegen verwijderd. De hoofdscheepvaartweg de Me-kong heeft ten gevolge van stroomversnellingen slechts enkele bevaarbare trajecten. Lao Aviation is de staatsluchtvaartmaatschappij. Wattay is de luchthaven van Vientiane; daarnaast zijn er ruim veertien kleinere en grotere vliegvelden.

5. Geschiedenis
5.1 Tot aan de onafhankelijkheid
Vientiane, Laos Pictures - Vientiane 1 pictureLaos, oorspronkelijk Lan Xang geheten, werd in de 14de eeuw gesticht. Van ca. 1420 af werd de historie van Laos gekenmerkt door strijd om de troon en door met hun vorst twistende leenmannen, die naar willekeur hulp van buiten (Annam, Siam) inriepen. De eerste Europeaan die het land bezocht, was de Hollandse koopman Gerrit van Wuysthoff (1641). Omstreeks 1715 was het land uiteengevallen in de rijken Vientiane, Luang Prabang en Champassak. Een ander rijkje, Xieng Khouang, was zowel aan Annam als aan Luang Prabang schatplichtig.
In 1828 plunderden de Siamezen Vientiane en lijfden het in. De koning van dit rijk vluchtte naar Xieng Khouang, dat hem echter aan Bangkok uitleverde, tot ongenoegen van Annam, dat in 1832 Xieng Khouang annexeerde. Na 1855 verminderde de Annamitische druk op dit rijkje, omdat de Annamieten met de Fransen rekening moesten houden. Op grond van de verdragen van Huť (1884) kwam Annam onder Frans protectoraat. Siam (Thailand) zag nu de kans schoon om Noord-Laos binnen te vallen. In 1886 kwam Bangkok met de Fransen overeen dat de laatsten een consul in Luang Prabang mochten benoemen.
In 1887 verwisselde de koning van Luang Prabang het Siamese protectoraat tegen een Frans. In 1888/1889 werd geheel Noord- en Midden-Laos aan het bewind van Bangkok onttrokken en kwam er een Frans bestuur onder een in Vientiane zetelende 'rťsident supťrieur'. In 1893 stond Siam, nadat de Fransen een vlooteskader naar Bangkok hadden gezonden, het gehele gebied ten oosten van de linkeroever van de Me-kong aan Laos af. Op grond van in 1902, 1904 en 1907 gesloten Frans-Siamese conventies kregen Luang Prabang en Champassak nog enige stukken aan de rechteroever van de Me-kong erbij.
In 1940-1941 brak tussen Bangkok en Indo-China een grensoorlogje uit. Dankzij Japanse 'bemiddeling' kreeg Thailand (zoals Siam toen reeds heette) de in 1902, 1904 en 1907 afgestane gebieden terug. Krachtens het Frans-Laotiaanse protectoraatsverdrag van 29 aug. 1941 werden o.m. Vientiane en Xieng Khouang aan het gebied van Luang Prabang toegevoegd. Nadat de Japanners op 9 maart 1945 aan de Franse macht in Indo-China een eind hadden gemaakt, maar in aug. 1945 zelf voor de geallieerden hadden moeten capituleren, proclameerde de onderkoning Pethsarat in sept. 1945 de vereniging van Luang Prabang, Vientiane en Champassak tot het onafhankelijke koninkrijk Laos.
Franse troepen bezetten echter in april 1946 Vientiane en de regering van 'Lao Issara' (Vrij Laos) vluchtte naar Bangkok. Thailand moest de verwervingen van 1941 weer teruggeven. Na het herstel van het Franse bestuur ontstond een verzetsbeweging, sinds 1950 Pathet Lao geheten, die nauw met Ho Chi Minh samenwerkte. In okt. 1953 verleende Frankrijk Laos de onafhankelijkheid.
5.2 Na de onafhankelijkheid (1953-1975)
Op grond van de verdragen van GenŤve (1954) kwam na gevechten een regeling tot stand tussen de Laotiaanse regering en de Pathet Lao. Laos werd nu de rol toegedacht van een neutrale staat die los zou moeten staan van de machtsblokken in de 'Koude Oorlog'. Deze 'neutralisering' was betrekkelijk, ondanks het feit dat de veertien-mogendhedenconferentie over Laos van 1962 haar nogmaals lippendienst bewees. In wezen maakte een drietal elites in het land de dienst uit. De min of meer Fransgezinde hoge aristocratie (o.m. Souvanna Phouma) stond een op balanceerkunst gebaseerd neutralisme voor. De meer Westers-georiŽnteerde 'Jong-Turken' (koning Savang Vatthana, generaal Phoumi Nosavan) waren pro-Amerikaans, terwijl aristocraten van lagere rang, zoals Souvanna Phouma's halfbroer Souphanouvong, een oriŽntatie op Ho Chi Minh voorstonden.
De periode tussen 1960 (neutralistische coup van generaal Khong Le) en 1964 (pro-Amerikaanse coup van generaal Kuprasith Abhay) werd gekenmerkt door een belangengemeenschap tussen Souvanna Phouma en Souphanouvongs procommunistische Pathet-Laobeweging. Sinds 1964 echter sloot een deel van de neutralisten, onder wie Souvanna Phouma, ten dele onder Amerikaanse druk, zich bij de rechterzijde tegen de Pathet Lao aan. Dit heeft tot verscheidene gevechten geleid, die merendeels plaatsvonden op de strategisch belangrijke Vlakte der Kruiken. Het bleek dat de Pathet Lao, die op steun van de plaatselijke bevolking kon rekenen, over een grotere militaire mobiliteit beschikte dan de regeringstroepen; ongeveer tweederde van het land werd in feite door de verzetsbeweging beheerst.
In deze burgeroorlog werden sinds 1964 de door de Pathet Lao beheerste gebieden door de Amerikaanse luchtmacht gebombardeerd, vanwege de aanwezigheid van Noord-Vietnamese troepen en de door Zuid-Laos lopende Ho Chi Minh-route. Een poging van Zuid-Vietnamese troepen om die bevoorradingsweg van Noord- naar Zuid-Vietnam af te snijden, mislukte in de Slag bij Sepone in het begin van 1971. Op 14 sept. 1973 kwam te Vientiane een vredesakkoord tot stand, en in april 1974 slaagden beide partijen erin een (voorlopige) coalitieregering te vormen, onder leiding van Souvanna Phouma.
De macht van de Pathet Lao bleef zich evenwel uitbreiden en in mei 1975 had zij de macht in feite overgenomen; het coalitiekabinet bleef alleen formeel nog in functie. De definitieve afsluiting van de omwenteling voltrok zich op 2 dec. 1975, toen Souvanna Phouma aftrad als premier. Diezelfde dag werd de monarchie afgeschaft en werd de Democratische Volksrepubliek Laos uitgeroepen.
5.3 Democratische Volksrepubliek
De Pathet-Lao-leider prins Souphanouvong werd benoemd tot president; premier werd de Pathet-Lao-politicus Kaysone Phomvihan. Souvanna Phouma en de afgezette koning Savang Vatthana werden adviseurs van resp. de regering en de president. De regering streefde naar een socialistische maatschappelijke ordening, voornamelijk met inachtneming van de traditionele godsdienst en leefgewoonten van de bevolking. De aanhangers van de monarchie en de Meo-bergstammen verzetten zich tegen het bewind. Tegen de Meo's werden in 1977 militaire acties gevoerd. Velen van hen vluchtten naar Thailand.
In het Chinees-Vietnamese conflict in 1978/1979 koos Laos in 1979 een anti-Chinees standpunt, wat de verhouding met China nadelig beÔnvloedde. Vietnam gaf het land technische en militaire steun, in 1988 deelde de Laotiaanse regering mee dat Vietnamese troepen zich geheel uit het land hadden teruggetrokken. Nauwe banden met Vietnam bleven bestaan. In de loop van de jaren tachtig werd ook de relatie met China weer beter: in 1987 werden de diplomatieke betrekkingen en de bilaterale handel hervat. Onenigheid met Thailand over de gemeenschappelijke grens en over de aanwezigheid van Vietnamese troepen in Laos leidde tot vele militaire incidenten aan de grens. In maart 1991 werd dit grensconflict vreedzaam geregeld.
President Souphanouvong werd wegens ziekte vervangen door Phoumi Vongvichit (1986). In 1989 werden voor het eerst parlementsverkiezingen gehouden. Van de 79 zetels was 30% gereserveerd voor niet-communisten. Zodoende bleef alle macht bij de communisten. Dezen streefden echter sinds 1990 naar verbetering van de betrekkingen met o.a. de Verenigde Staten.
Bij de parlementsverkiezingen in 1992 werden ook niet-partijgebonden kandidaten gekozen. De regering moedigde in 1994 de economische liberaliseringen verder aan met een wet op buitenlandse investeringen en een versoepeling van de belastingwetgeving. De betrekkingen met voormalige vijanden als de Verenigde Staten, China en Thailand werden verder aangehaald, wat in 1995 resulteerde in een opheffing van het economische embargo door de VS.
In 1995 werd Laos geteisterd door de ernstigste overstromingen sinds dertig jaar, waarbij tien procent van de bevolking direct getroffen werd.
De positie van partijleider generaal Khamtay - zie doto (de huidige president), die in 1992 de overleden Kayson Phomvihane was opgevolgd, werd op het zesde partijcongres van de LPRP in maart 1996 versterkt.

Telefoongids Laos
Postcodes Laos

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009