| |
Ongeveer
5.000 jaar voor Christus
De vroege jagers wisten dat
dierenhuiden bruikbaar waren, mits ze konden voorkomen dat ze zouden
ontbinden. Rond 5.000 voor Christus had men verschillende manieren
gevonden om huid om te zetten in leer. Ze begonnen de huid eerst te
drogen en stelden hem dan bloot aan verschillende stoffen, waaronder
urine. Tegen 800 voor Christus hadden de mensen in het oude rijk
Assyrië in Noord-Mesopotamië (Irak) een betere procedure ontwikkeld.
Ze weekten de huid in een oplossing waarin aluin en
groentenextracten, vol looizuur, waren verwerkt.
|
|
|
|
|
|