header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Lesotho

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 


 

Lesotho (officieel: Mmuso wa Lesotho), koninkrijk in het zuiden van Afrika, lid van het Gemenebest, enclave in de Republiek van Zuid-Afrika, 30.355 km2, met (1995) 1.996.000 inw. (66 inw. per km2); hoofdstad: Maseru. De munteenheid is de loti, onderverdeeld in 100 lisente. Nationale feestdag is 4 oktober, de dag waarop het land in 1966 onafhankelijk werd.

1. Fysische geografie
Lesotho bestaat voor tweederde uit hoogland. In het oosten, in de Drakensberge, bereikt dit een hoogte van 3820 m boven zeeniveau. Het midden van het land wordt ingenomen door een basaltplateau van 3000-3500 m (Malutibergen), waarop verschillende rivieren ontspringen, waaronder de Oranjerivier. Het klimaat is droog en streng.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Lesotho - Malealea LodgeDe bevolking bestaat vnl. uit Afrikanen, die grotendeels tot het Sotho-volk, een zuidelijke Bantoetalige groepering, behoren. De ca. 3000 Europeanen en enige honderden Aziaten zijn vnl. werkzaam in het bestuur, de handel en de missie. Tweederde van de totale bevolking woont in het vruchtbare westelijke laagland en de rivierdalen (ca. 12% van het totale grondgebied). 22% woont in de steden. De bevolkingstoename bedroeg in de periode 1985-1993 2,6%. Geboorte- en sterftecijfer bedroegen in die periode respectievelijk 39 per 1000 en 11,2 per 1000. De gemiddelde levensverwachting is 56 jaar voor mannen en 61 jaar voor vrouwen.
2.2 Taal
OfficiŽle talen zijn het Sesotho en het Engels. Het Engels wordt het meest als handelstaal en in het onderwijs gebruikt.
2.3 Religie
Ca. 74% van de bevolking is christen (daarvan 44% rooms-katholiek en 30% protestants); een minderheid hangt de traditionele stamreligie aan; er is een kleine islamitische gemeenschap.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting en bestuur
Lesotho is sinds de onafhankelijkheid in 1966 een koninkrijk. Volgens de grondwet van 1993 wordt de uitvoerende macht gevormd door het kabinet, bestaande uit een minister-president en ten minste zeven ministers. De Nationale Vergadering en de Senaat vormen samen het parlement. De Nationale Vergadering bestaat uit 65 gekozen leden; de Senaat wordt gevormd door 22 stamhoofden of 'chiefs' en 11 benoemde leden. De koning heeft alleen ceremoniŽle en representatieve functies. Administratief is het land verdeeld in tien districten. Elk district is verdeeld in 'wards', die worden geregeerd door stamhoofden. Volgens traditioneel recht kan de koning worden afgezet door een meerderheidsbeslissing in de raad van stamhoofden.
Lesotho kent geen officiŽle strijdkrachten.
3.2 Lidmaatschap van internationale organisaties
Lesotho is lid van de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties vam de VN, het Gemenebest, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) en de Southern African Development (SADC); voorts is het land geassocieerd lid van de EU [politiek] (Lomť-conventie) en de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT). Met de Republiek van Zuid-Afrika bestaat een tolunie.
3.3 Politieke organisatie; partijwezen; vakbeweging
De organisatiegraad in politiek opzicht is vrij hoog. De belangrijkste politieke partijen zijn de Basotho National Party (opgericht in 1958; conservatief; steunend op de stamhoofden en de [rooms-katholieke] plattelandsbevolking) en de Basuto Congress Party (opgericht in 1952; radicaal Panafrikaans; ca. 75!000 leden). Belangrijkste vakbond is de Construction and Allied Workers' Union of Leshoto (CAWULE), die belangrijk heeft bijgedragen aan de terugkeer naar een democratische burgerregering.


Lesotho - Maseru SunLesotho - Lesotho Sun

4. Economie
4.1 Algemeen
De economie is sterk afhankelijk van de Republiek van Zuid-Afrika. Het chronisch tekort op de handels- en betalingsbalans wordt slechts ten dele opgeheven door het inkomen uit de trekarbeid. Ontwikkelingsgelden moeten het tekort aanzuiveren. Grote economische problemen zijn o.a. de afwezigheid van natuurlijke hulpbronnen (behalve water), bodemerosie, de snelle bevolkingstoename en het chronisch tekort aan arbeidsplaatsen, waardoor ca. 50% van de werkende mannelijke en 10% van de vrouwelijke bevolking gedwongen is in de Republiek van Zuid-Afrika hun levensonderhoud te verdienen. In het midden van de jaren negentig bestond ongeveer 42% van het bnp uit inkomsten van de ruim 100!000 trekarbeiders. De langdurige droogte in de eerste helft van de jaren tachtig verergerde de economische problemen.
4.2 Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij
Bijna 80% van de bevolking leeft op het platteland. De bevolkingsdruk heeft de landbouw schade toegebracht. Door de uitbreiding van woongebieden is landbouwgrond verloren gegaan. Dit verlies en de voortgaande versnippering van het grondbezit hebben geleid tot een daling van de productie. Het aandeel van de landbouw in het nationaal product liep terug van ca. 50% in 1974 tot ca. 14% twintig jaar later. De landbouwproductie is in hoofdzaak bestemd voor binnenlands gebruik, toch moet nog een kwart van het voedsel worden ingevoerd. Het grondgebruik is op communale wijze ingericht; door de geringe bruikbaarheid van de bodem heeft dit hier echter mede geleid tot beheersingsproblemen in de vruchtbare gebieden, zoals overbevolking, bodemuitputting en erosie door overbeweiding. Sorghum, maÔs, tarwe en peulvruchten zijn de voornaamste gewassen. Uitdunning van de veestapel is noodzakelijk om verdere overbeweiding tegen te gaan. Bomen (vnl. eucalyptus) zijn geplant om verdere bodemverschraling te voorkomen. Herbebossing is hoofddoel in de bosbouw. De visserij heeft alleen plaatselijke betekenis.
4.3 Mijnbouw en energievoorziening
In de jaren tachtig liep de diamantproductie terug als reactie op een afnemende vraag op de wereldmarkt; de enige diamantmijn werd in 1982 gesloten. Voor de energievoorziening is de waterkracht van belang. Het Madibamatso-project in de gelijknamige rivier komt vnl. het industriegebied rond Witwatersrand in Zuid-Afrika ten goede, terwijl de Serabolengdam de (weinige) hoofdstedelijke industrie van energie moet voorzien. Tijdens de jaren tachtig is een begin gemaakt met het ambitieuze Highland Water Scheme, een project dat in 2025 voltooid zal moeten zijn. De kosten, die op ca. $ 4 miljard geraamd worden, worden mede opgebracht door de Wereldbank en de EU. Het project zal water aan Zuid-Afrika gaan leveren (industriegebied rond Johannesburg) en volledig gaan voorzien in de elektriciteitsbehoefte van Lesotho. Nu is het land voor zijn elektriciteitsvoorziening nog voor 90% afhankelijk van Zuid-Afrika.
4.4 Industrie
Op industrieel gebied zijn de buitenlandse investeringen gering gebleven, ondanks de zeer lage lonen en de gunstige vestigingsvoorwaarden. De industriŽle sector bood in 1991 werk aan 11!432 mensen en leverde een aandeel van 46% in het bnp. Ongeveer tweederde van Lesotho's export is afkomstig uit deze sector. Staatsinstellingen als de Lesotho National Development Corporation hebben de taak om de kleine en middelgrote ondernemingen in de eigen industrie te stimuleren. De bouw-, textiel- en souvenirbedrijfjes genieten daarbij prioriteit.
4.5 Handel
Voor de in- en uitvoer is Lesotho grotendeels op Zuid-Afrika aangewezen. Ingevoerd worden maÔs en andere voedingsproducten en kapitaalgoederen zoals machines. Uitgevoerd worden m.n. mohair en wolproducten, naar Zuid-Afrika, maar ook naar Noord-Amerika en de Europese Unie.
4.6 Ontwikkelingssamenwerking en planning
Om de economie in de gewenste richting te sturen, werkt de regering met vijfjarenplannen, die echter lang niet altijd de gewenste uitwerking hebben. Het eerste vijfjarenplan (1970-1975) legde prioriteiten bij de wegenbouw en de landbouw. Het ontwikkelingsplan 1976-1980 was gericht op productieverhoging en verruiming van de werkgelegenheid met 30!000 banen. Het derde plan (1980-1985) beoogde Lesotho minder afhankelijk te maken van Zuid-Afrika door exploratie en exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, m.n. water. Het vierde plan (1986-1991) was gericht op verdere ontwikkeling van de infrastructuur. Ontwikkelingshulp ontving Lesotho m.n. van Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Canada en de West-Europese landen; daarnaast ook van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties en het Wereldvoedselprogramma. Het laatste plan stond onder toezicht van het IMF en kon merendeels gerealiseerd worden.
4.7 Bankwezen
In 1972 werd de Lesotho Bank opgericht. Voorts opereren in de agrarische sector een Landbouwontwikkelingsfonds en een staatskrediet-instelling. In 1980 werd de Lesotho Agricultural Development Bank opgericht.
4.8 Verkeer en telecommunicatie
Het binnenlands verkeer bedient zich in het moeilijk toegankelijke bergland vaak nog van paard, ezel of muildier. Verkeerswegen bevinden zich vnl. in het westen (van Butha-Buthe over Maseru naar Outhing), waar ook busverbindingen zijn. Recentelijk is het wegennet, overeenkomstig het vierde vijfjarenplan en met financiŽle hulp van onder meer de EU en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, aanzienlijk uitgebreid, tot 5324 km. Vanuit Maseru is er een spoorwegverbinding (2,6 km) over de grens, die aansluit op de spoorlijn Durban-Bloemfontein in Zuid-Afrika. Het binnenlands luchtverkeer wordt sinds 1971 verzorgd door de Lesotho Airways. Dagelijks is er vanuit Zuid-Afrika een luchtverbinding tussen Maseru en Johannesburg. Daarnaast worden rechtstreekse vluchten onderhouden op Harare (Zimbabwe), Maputo (Mozambique) en de Seychellen. In 1985 werd een nieuw vliegveld in gebruik genomen. Daarnaast zijn er 31 landingsplaatsen, waarvan 14 regelmatig gebruikt worden. In datzelfde jaar werd een telecommunicatiesysteem voltooid dat rechtstreeks automatisch telex- en telefoonverkeer mogelijk maakt.

5. Geschiedenis
Basutoland, zoals Lesotho tot 4 okt. 1966 heette, is ontstaan in 1818 toen het opperhoofd van de Basoeto, Moshesh (of Moshoeshoe I), verschillende stammen die door de Matabele en de Zoeloe waren verstrooid, wist te verenigen tot het volk van de Sotho. Van 1856 tot 1868 is Moshesh verschillende malen in oorlog geweest met de Boeren van Oranje Vrystaat. In het laatstgenoemde jaar werd het gebied door Groot-BrittanniŽ geannexeerd en in 1870 werden de grenzen vastgelegd. Nadat Basutoland een tijd lang deel had uitgemaakt van de Kaapkolonie, werd het in 1884 een Brits kroonprotectoraat. In 1965 werd intern zelfbestuur toegekend en werd Constantine Bereng Seeiso als paramount chief geÔnstalleerd.
Op 4 okt. 1966 werd Basutoland een onafhankelijk koninkrijk onder de naam Lesotho en werd de paramount chief koning Moshoeshoe II. Er ontstond al spoedig een conflict tussen de koning en premier Leboea Jonathan van de regerende Basotho National Party over de bevoegdheden van het staatshoofd; nadat Jonathan begin 1970 de (vermoedelijk door de koning gesteunde) oppositie had uitgeschakeld en de grondwet buiten werking had gesteld, verbleef Moshoeshoe enige maanden in ballingschap in Nederland, van waaruit hij weer mocht terugkeren op voorwaarde dat hij zich niet meer actief met de politiek zou bezighouden.
In 1973 is een interim Nationale Assemblee benoemd die tot taak kreeg een nieuwe grondwet op te stellen. Het autoritaire bewind van premier Jonathan stuit op steeds meer kritiek. Het regime is zeer afhankelijk van Zuid-Afrika, maar in de laatste jaren heeft het zich in toenemende mate kritisch opgesteld tegenover de apartheidspolitiek en het buitenlandse beleid van Pretoria.
In 1986 werd premier Jonathan tijdens een coup van het leger zonder bloedvergieten afgezet en de wetgevende macht werd overgedragen aan koning Moshoeshoe II. Deze machtsovername werd gesteund door de Zuid-Afrikaanse autoriteiten. De feitelijke macht kwam in handen te liggen van een militaire raad onder leiding van generaal-majoor Justin Metsing Lekhanya. Verschil van mening over de relatie met Zuid-Afrika bemoeilijkte de samenwerking tussen de koning en de militaire raad. De raad streefde naar goede betrekkingen met de Zuid-Afrikaanse regering, Moshoeshoe II uitte regelmatig zijn sympathie voor het ANC.
Lekhanya nam in 1990 'tijdelijk' de macht over van de koning met als doel politieke en economische hervormingen door te voeren. In december 1990 werd de oudste zoon van koning Moshoeshoe tot koning Letsie III gekroond.
Bij een onbloedige staatsgreep op 30 april 1991 werd Lekhanya afgezet door kolonel Elias Ramaema. Na twee jaar ballingschap in Groot-BrittanniŽ keerde ex-koning Moshoeshoe II op 20 juli 1992 naar Lesotho terug. Ondertussen had zijn zoon, Letsie III, aangekondigd afstand te willen doen van de troon ten gunste van zijn vader. De regering liet echter weten dat Moshoeshoe II alleen als burger zou kunnen terugkeren en Letsie III bleef koning.
Een nieuwe grondwet, die voor de verkiezingen van kracht zou worden, zou de bevoegdheden van de monarch sterk beperken. De nieuwe grondwet trad in 1993 in werking. Bij verkiezingen in maart won de Basotho Congress Party. Haar leider, Nesu Mokhehle, werd premier van de nieuwe regering.
In 1994 trok koning Letsie III alle macht naar zich toe door het parlement naar huis te sturen, de regering te ontslaan en de grondwet op te schorten. Onder internationale druk moest hij vervolgens aftreden ten gunste van zijn vader Moshoeshoe. Toen deze in 1996 verongelukte, volgde Letsie hem op. Lesotho is economisch volledig afhankelijk van Zuid-Afrika, waarbinnen het een enclave vormt.

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009