Natuur worldwidebase

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Levensgemeenschap
 

 
   
De levensgemeenschap of biocoenose (v. Gr. bios = leven, koinos = gemeenschappelijk), is de groep van organismen die tezamen een biotoop bewonen. Hierin bestaat er een organisatie.

Klassen
In elke levensgemeenschap zijn drie klassen van organismen te onderscheiden:

1. producenten, de groene planten (de basis van elke levensgemeenschap) die met behulp van de zonne-energie kooldioxide, water en mineralen organische stoffen opbouwen;
2. consumenten, dieren die direct van de planten leven (herbivoren) of indirect door het eten van planteneters of diereneters (carnivoren);
3. reducenten, organismen (voornamelijk micro-organismen) die de dode organische stof ontleden in minerale stoffen, die dan weer ter beschikking komen van de planten.


Kringloop
Er is dus een continue stroom van stoffen en energie door de levensgemeenschap. Deze stroom verloopt via allerlei voedselketens (zie kringloop [biologie, geologie]), die dikwijls verschillende stappen omvatten. Zij vertakken zich (bijv. waar twee roofvijanden een gemeenschappelijke prooi hebben) en vloeien tezamen (als één roofdier meerdere prooidiersoorten belaagt). Op die manier ontstaat een ingewikkeld netwerk van onderlinge betrekkingen. De energie die door de groene planten wordt vastgelegd in de organische stoffen die ze maken, verdeelt zich via de voedselketens door de levensgemeenschap. Elk organisme maakt maar een bescheiden rendement van de opgenomen energie. Een groot deel komt als arbeid en warmte vrij bij de ademhaling en is dan verder voor de levensgemeenschap verloren. Bij elke schakel gaat er dus energie voor de levensgemeenschap verloren. Alle door de planten opgenomen energie verdwijnt uiteindelijk uit de levensgemeenschap. De door de groene planten opgenomen stoffen doorlopen (evenals de opgenomen energie) de voedselketens van de levensgemeenschap. Deze stoffen komen, althans ten dele, weer ter beschikking van de groene planten. De kringloop is gesloten.


Relaties
Doordat elk organisme in een levensgemeenschap afhankelijk is van andere organismen (zie biotische factoren), hebben veranderingen in één component gevolgen voor de andere leden van de gemeenschap. Hoe ingewikkelder het netwerk van producenten, consumenten en reducenten is, hoe minder gevolgen het tijdelijk uitvallen van een organisme voor de andere leden van de gemeenschap zal hebben. Bijvoorbeeld een roofdier dat in een levensgemeenschap veel verschillende prooidiersoorten heeft, zal er minder last van ondervinden als één van de prooidiersoorten tijdelijk schaars is, dan wanneer er in de levensgemeenschap slechts een enkele prooidiersoort aanwezig is. Een sterke toename van een soort zal sneller teniet worden gedaan door de invloeden van roofvijanden, parasieten en concurrenten, als er veel soorten vijanden zijn dan wanneer dit slechts weinig soorten betreft. Diversiteit geeft stabiliteit. De term ‘natuurlijk’ biologisch evenwicht heeft hierop betrekking. Een omschrijving van dit begrip zou kunnen zijn: een levensgemeenschap is in ‘evenwicht’, als in een arbitrair vast te stellen reeks van jaren noch in de soortensamenstelling noch in de verhouding tussen de aantallen van de soorten een zodanige verandering optreedt dat het aanzien van het biotoop wordt veranderd. Het begrip biologisch evenwicht is een nogal vaag begrip. Het veelvuldig optreden van plagen in de kunstmatige monoculturen van landbouwgewassen, die zijn op te vatten als sterk vereenvoudigde levensgemeenschappen, hangt samen met de geringe interne stabiliteit van eenvoudige levensgemeenschappen.
 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009