|

|
Het liberalisme wortelt
in de afkeer van macht zonder autoriteit. Liberalen wijzen onrechtmatige
aanspraken op eerbied en respect dan ook af. Bij hun streven naar
vooruitgang van de mensheid, leggen ze nadruk op het vermogen van de
menselijke rede om voor elk probleem een passende oplossing te vinden.
Liberalisme heeft een sterk universele inslag. De doelstelling van morele,
intellectuele en materiële vooruitgang geldt de hele mensheid. Het is geen
toeval dat de grondslagen van het liberalisme in de 17de eeuwse
wetenschappelijke revolutie en de 18de eeuwse Verlichting (tweelingbroers
van secularisatie en democratie) werden gelegd.
De politieke term 'liberalisme' werd voor het eerst gebruikt voor de Spaanse
rebellen die na 1815 streden tegen de niet-democratische grondwet. Vanaf de
jaren 1820 werd het begrip ook in Engeland meer en meer gebruikt. Alleen in
Engeland en zijn blanke koloniën werd de term gaandeweg ingevoerd als
partijnaam, maar de liberale denkbeelden verspreidden zich naarmate de 19de
eeuw verstreek, over gans Europa.
Liberalisme was echter niet overal hetzelfde, maar de kern was toch een
onvoorwaardelijk geloof in vrijheid als het werktuig van de vooruitgang. De
aanhang ontstond aanvankelijk vooral in de handelswereld, waar gepleit werd
voor de opruiming van economische barrières. Voornaamste tegenstander was de
landelijke adel die het lang voor het zeggen had in de politiek. Vrije
gekozen parlementen, een onafhankelijke rechterlijke macht, vrijheid van
meningsuiting en religie, scheiding van kerk en staat, vrijheid van
vergadering en de verdediging van het eigendom behoorden tot de liberale
doelstellingen. Een ander sleutelconcept voor liberalen was 'ruim baan voor
talent'.
Van de drie grote idealen die door de Franse revolutionairen werden
verkondigd (vrijheid, gelijkheid en broederschap), wijdde het liberalisme
zich met name aan de vrijheid. De nadruk lag op individuele rechten en
individuele zelfontplooiing. Een zeker wantrouwen tegen collectieve actie
werd alleen opzij gezet wanneer het erom ging massacampagnes voor liberale
doelen te lanceren.
Hoewel de liberalen voor het grootste deel van de 19de eeuw afkerig bleven
van algemeen kiesrecht, werden ze tegen het eind van de 19de eeuw gedwongen
te buigen voor de tijdgeest. Toen het socialisme in de 20ste eeuw op de
voorgrond trad, leek het liberalisme haar langste tijd te hebben gehad. Na
de val van de Berlijnse Muur lijkt het er meer op dat de liberale stroming
haar wedergeboorte beleeft. |