header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Liberia

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 


 

Liberia (officieel: Republic of Liberia), republiek aan de westkust van Afrika, 111.369 km2, met (schatting 1995) 2.941.000 inw. (26 inw. per km2); hoofdstad: Monrovia. Er zijn voorts circa ťťn miljoen vluchtelingen uit de buurlanden. De munteenheid is de Liberiaanse dollar, onderverdeeld in 100 cent. Nationale feestdag is 26 juli, Onafhankelijkheidsdag (1847).
 

1. Landschap en klimaat
De tot 80 km brede kuststrook is vlak, met uitzondering van een drietal kapen: Cape Mount (350 m), Cape Mesurado (100 m) en Cape Palmas (35 m), en wordt verder gekenmerkt door de aanwezigheid van lagunes, getijdekreken en mangrovemoerassen. De kustvlakte gaat vrij plotseling over in een tot 300 m hoog, met dichte oerwouden begroeid gebied, dit weer in een tot 700 m hoge plateauzone, waar de begroeiing minder dicht is. In het uiterste noorden, bij de grens met Guinee, wordt het land bergachtig; de hoogste top in het Nimbagebergte, dat zich in Guinee voortzet, is Mount Nimba (1768 m).
De belangrijkste rivieren zijn (van west naar oost): de Morro, die zich verenigt met de Gbeya en daarna Mano heet, de Lofa, de St. Paul, de St. John, de Cestos en de Cavally. Liberia heeft een tropisch, regenrijk moesson-klimaat. De jaarlijkse hoeveelheid neerslag bedraagt in de kuststreek gemiddeld 300-500 cm. Meer landinwaarts neemt dit af tot ca. 200 cm. Gedurende de eerste maanden van de droge tijd waait de droge, uit de Sahara afkomstige harmattan.
De dierenwereld is vnl. die van het West-Afrikaanse oerwoud en is rijk aan apen, bosantilopen (bosbok en duikers, waaronder zeldzame soorten als Jentinks en de zebraduiker), buffel, olifant, luipaard, enz. Het dwergnijlpaard, een bedreigde soort, komt nog hier en daar voor. Het Mount Nimba-reservaat bevindt zich op de grens van Liberia, Ivoorkust en Guinea. Kaalslag van het bos en gebrek aan toepassing van de desbetreffende wetten zijn de belangrijkste bedreigende factoren voor de natuurbescherming.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De meerderheid van de bevolking behoort tot een van de zestien Afrikaanse stammen in Liberia: 51% behoort tot de Mandegroep (met Kpelle en Gio), de Guineagroep (met Bassa, Kru, Grebo en Kran) vormt 38% van de bevolking, 8% behoort tot Atlantische kuststammen (met Kissi en Gola) en 3% van de bevolking stamt af van in de negentiende eeuw naar Liberia teruggekeerde, vrijgelaten Amerikaanse negerslaven, die lange tijd een bevoorrechte positie innamen, de Americo-Liberianen. 44% van de bevolking woont in verstedelijkte gebieden. Als gevolg van de burgeroorlog zijn honderdduizenden Liberianen naar het buitenland gevlucht en nog eens honderdduizenden van hun woonplaats verdreven om elders, in veiliger omstreken, te gaan wonen. Ca. 200.000 mensen zijn in de burgeroorlog gedood (1996). In de periode 1985-1993 bedroeg de jaarlijkse bevolkingsgroei 0,9%. De gemiddelde levensverwachting was in 1993 53 jaar.
2.2 Taal
Engels is de officiŽle taal, maar wordt door slechts 20% van de bevolking gesproken. De inheemse stammen hebben elk hun eigen taal of dialect.
2.3 Religie
Liberia is officieel een christelijke staat met godsdienstvrijheid. Een groot deel van de bevolking hangt (tevens) animistische godsdiensten aan (ca. 50 ŗ 60%), 10 ŗ 40% is christen, vnl. protestants, en ongeveer 20% behoort tot de islam.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting en bestuur
De eerste grondwet (naar Amerikaans model) dateert van 1847. Ook de nieuwe grondwet van 1984 (gewijzigd in 1988) is opgesteld naar het voorbeeld van het Amerikaanse presidentiŽle systeem. De uitvoerende macht berust bij de president (gekozen voor zes jaar), die de ministers benoemt, het kabinet leidt en opperbevelhebber van de strijdkrachten is. De wetgevende macht berust bij de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Het kiesrecht geldt voor alle Liberianen van 18 jaar en ouder. Sinds het begin van de burgeroorlog in 1989 is de grondwet echter een dode letter. De voor de oorlog politiek actieve partijen spelen thans geen rol meer. Parlementsverkiezingen worden keer op keer uitgesteld.
3.2 Administratieve indeling
Het land is administratief verdeeld in elf 'counties' en vier 'territories'.
3.3 Lidmaatschap internationale organisaties
Liberia is lid van de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties van de VN, alsmede van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid en van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten. Via het Verdrag van Lomť is het geassocieerd lid van de EU.

4. Economie
4.1 Algemeen
De Liberiaanse economie wordt door de zgn. 'open door policy' van de regering vrijwel geheel gedomineerd door het buitenlandse bedrijfsleven. De rubber- en mijnbouwindustrie, het bankwezen, de bouwsector en de spoorwegen zijn in handen van buitenlandse, vnl. Amerikaanse maatschappijen. Vrijwel de gehele handel is in handen van niet-Liberianen, onder wie veel Libanezen. De meeste buitenlandse maatschappijen hebben speciale concessies. De Firestone Plantation Company en een dozijn andere concessionarissen leveren het grootste aandeel aan het bruto nationaal product. Het bnp per hoofd van de bevolking is, in verhouding met de buurlanden, met US $ 200 betrekkelijk laag. De inkomensverdeling is echter zeer ongelijk.
In de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig kende het land een respectabele groei. Halverwege de jaren zeventig liep de groei terug en wist deze vaak maar nauwelijks gelijke tred te houden met de bevolkingsgroei. Deze daling van de groei van het bnp zette zich voort in de jaren tachtig, voornamelijk ten gevolge van een vermindering van de exportinkomsten. De coup in 1980 veroorzaakte kapitaalvlucht en vermindering van buitenlandse investeringen. Dit leidde tot een ernstige liquiditeitscrisis, welke men probeerde op te lossen door uitvoering van een Economisch Herstel Programma. Door de burgeroorlog in 1989 is het land sterk achterop geraakt.
4.2 Landbouw, bosbouw en visserij
Liberia is nog steeds een agrarisch land (69% van de beroepsbevolking is in deze sector werkzaam). Het merendeel van de landbouwgrond wordt gebruikt voor de verbouw van producten voor het directe levensonderhoud, vooral rijst. Belangrijke voedingsmiddelen zijn voorts cassave, bananen, palmolie, zoete aardappelen en aardnoten. Door het gebruik van de 'slash and burn'-methode in de landbouw is de gemiddelde opbrengst per hectare relatief laag. Het belangrijkste agrarische exportproduct is rubber (ca. 25% van de totale uitvoer), in de omgeving van Monrovia en Harper door de Amerikaanse Firestone Company, de Liberian Agricultural Comp. en Goodrich geproduceerd; 30% van de rubberproductie komt voor rekening van ca. 5000 kleine boeren.
Verslechtering van de situatie op de wereldmarkt heeft vooral voor deze groep tot inkomensvermindering geleid. Stijgende concurrentie van rubberproducenten in Zuidoost-AziŽ leidde tot sluiting van vooral de kleinere plantages. Andere uitvoerproducten zijn koffie, cacao, palmpitten, diamant, hout en ananas. De veeteelt is weinig ontwikkeld door tekort aan grasland en de verwoestende werking van de tseetseevlieg. De bossen leveren diverse soorten hardhout. Sinds 1971 voert Liberia een actief bosbouwbeleid en worden gekapte bossen opnieuw beplant. Het belang van de visserij neemt toe, met name in verband met de noodzakelijke proteÔnenvoorziening van de bevolking in het binnenland. Door de oorlog is de vangst gehalveerd.
4.3 Mijnbouw
De mijnbouw, van vnl. zeer hoogwaardig ijzererts, vormt met de rubberproductie de basis van de Liberiaanse economie. In 1992 vormde ijzererts 51% van de totale exportopbrengst. Toch verminderen de inkomsten uit de ijzerertswinning ten gevolge van een daling van de internationale vraag. De belangrijkste maatschappijen zijn de Liberian-American-Swedish Minerals Company (die ca. 50% produceert), de Duitse Bong Mining Company (30%), de National Iron Ore Company en de Liberian Mining Company. Er worden diamanten gedolven in het gebied van de benedenloop van de Loffa River.
4.4 Industrie
In het totaal van de economische activiteiten speelt de industrie een geringe rol (zij levert 22% van het bnp en minder dan 10% van de beroepsbevolking is erin werkzaam). Pogingen om buitenlands kapitaal aan te trekken en het aandeel van de industrie in de nationale economie te vergroten, zijn mislukt. Ook hier speelt de burgeroorlog het land parten. Factoren die hierbij een rol spelen, zijn terughoudendheid bij potentiŽle investeerders, het ontbreken van nationaal kapitaal en een te kleine binnenlandse markt. Er is vrijwel geen zware industrie; de industriŽle activiteiten zijn beperkt tot de voedingsmiddelenindustrie.
4.5 Energievoorziening
Hout en houtskool zijn de belangrijkste energieleveranciers voor het merendeel van de bevolking. Aardolie wordt geÔmporteerd. Elektriciteitsvoorziening is er alleen in de grote steden, deze wordt voor een groot deel door waterkracht geleverd. Ongeveer de helft van de thermische capaciteit is in handen van particuliere mijnbouwmaatschappijen en fabrieken.
4.6 Handel
Liberia heeft met zijn export van ruwe grondstoffen naar industrielanden en de invoer van consumptiegoederen, aardolie en kapitaal de typische structuur van een ontwikkelingsland. De belangrijkste handelspartners zijn de Verenigde Staten en de EU, vooral Duitsland.
4.7 Ontwikkelingssamenwerking
Ontwikkelingshulp werd vnl. ontvangen van de Verenigde Staten en Duitsland. Sinds de oorlog ligt de hulp stil, op humanitaire interventies na.
4.8 Bankwezen
Centrale bank is sinds 1974 de National Bank of Liberia. Overige banken zijn sinds 1989 niet meer actief.
4.9 Transport en verkeer
De Liberiaanse handelsvloot is, dankzij de soepele registratievoorwaarden die het land biedt, de grootste ter wereld. Recentelijk is de omvang van de vloot echter afgenomen. Stond in 1982 nog een brutotonnage van ruim 81 miljoen in Monrovia geregistreerd, in 1995 was dit teruggelopen tot 60 miljoen. Het ca. 500 km lange spoorwegnet, geŽxploiteerd door de mijnbouwmaatschappijen, wordt uitsluitend gebruikt voor goederenvervoer. Het wegennet is ca. 10!000 km lang. Het merendeel ligt er evenwel momenteel verwoest bij. De belangrijkste autoweg is die van Monrovia naar de Guineese grens. De vijf havens van het land zijn Monrovia (vrijhaven), Buchanan (uitvoer van ijzererts), Harper, Greenville en Robertsport. De nationale luchtvaartmaatschappij is Air Liberia, de internationale luchthaven Robertsville Airport, 56 km van Monrovia. Sinds 1989 is deze evenwel gesloten.

5. Geschiedenis
De westkust van Liberia, die reeds aan Fenicische en Carthaagse zeevaarders bekend was en waar in de 14de en 15de eeuw nederzettingen gesticht werden door Franse handelaars, kwam in de belangstelling, toen in 1821 het gebied van Kaap Mesurado als kolonisatiegebied werd gekocht door een in de Verenigde Staten opgerichte vennootschap tot bevordering van kolonisatie door vrijgelaten negerslaven. De eerste vrijgelaten slaven kwamen aan land in 1822; een blanke Amerikaan, Jehudi Ashmun, die de leider werd van de organisatie ter plaatse, was de eigenlijke stichter van Liberia.
In 1824 bedacht Curly, die Ashmun assisteerde bij het beheer, de namen Liberia (v. Lat. liber = vrij) en Monrovia (naar de Amerikaanse president Monroe), dat de hoofdstad werd. In het betrokken gebied werden ook andere kolonies gesticht, die later werden samengevoegd. Gouverneur Roberts, die in 1841 aan het bewind kwam en het gebied van Liberia sterk uitbreidde onder voortdurende strijd met de inheemse bevolking, riep op 26 juli 1847 de onafhankelijkheid van Liberia uit en werd de eerste president. De Europese staten erkenden meteen de nieuwe staat, de Verenigde Staten pas in 1862. Lange tijd bestond er een grote tegenstelling tussen de leidende groep van de uit Amerika afkomstige negers en hun afstammelingen enerzijds en de autochtone bevolking, die dikwijls in opstand kwam, anderzijds.
De eerste tijd van haar bestaan kende de republiek ernstige financiŽle moeilijkheden. Na een staatsbankroet in 1909 kwam de Amerikaanse regering tussenbeide en sindsdien was Liberia financieel en economisch in grote mate afhankelijk van de Verenigde Staten. De wrijvingen die hierdoor veroorzaakt werden, brachten in 1930 een diplomatieke breuk teweeg tussen de beide staten; in 1935 werden de betrekkingen weer genormaliseerd, nadat met de Verenigde Staten een financiŽle regeling getroffen was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Liberia van groot belang voor de geallieerden wegens zijn rubberplantages; in 1944 verklaarde het de oorlog aan de Asmogendheden.
President W.V.S. Tubman, die in 1943 aan het bewind kwam en een actieve internationale en Afrikaanse politiek voerde, werd in 1971 opgevolgd door W.R. Tolbert. In april 1980 pleegde sergeant Samuel K. Doe een militaire staatsgreep met het doel een eind te maken aan het corruptieve bewind van Tolbert, die bovendien lange tijd politieke oppositie onmogelijk had gemaakt. Tolbert kwam hierbij om het leven en Doe werd staatshoofd en premier. Doe liet een nieuwe grondwet ontwerpen en beloofde terugkeer naar een burgerregering in 1986 door middel van verkiezingen. Gaandeweg verstevigde hij zijn eigen machtspositie en die van de stam waartoe hij behoorde, de Krahn-stam. Doe toonde zich een zeer gewelddadig leider. Er waren in de loop van de jaren tachtig verschillende couppogingen, die alle door hem op brute en bloedige wijze werden neergeslagen. Met name na de militaire staatsgreep in 1985, onder leiding van voormalig legerleider T. Quiwonkpa, richtte Doe een ware slachting aan onder de burgers.
In januari 1986 werd Doe na frauduleuze verkiezingen geÔnaugureerd als president. In 1990 verminderden de Verenigde Staten hun hulp; ook de Wereldbank en het IMF trokken zich uit Liberia terug uit protest tegen de enorme financiŽle chaos en corruptie. In december 1989 begon een opstand tegen het bewind van Doe in het noordoosten van het land onder leiding van Charles Taylor en Prince Johnson. De rebellen wisten een groot deel van het land onder controle te krijgen. Doordat de belangrijkste toevoerkanalen voor de noodzakelijke eerste levensbehoeften werden vernietigd of afgesloten, ontstond grote hongersnood onder de bevolking.
Onder druk van het buitenland (met name de Verenigde Staten en de ECOWAS, de Economische Samenwerking van West-Afrikaanse Staten) besloten Doe en de inmiddels van Taylors rebellenleger afgescheiden Johnson met elkaar te gaan praten. Tijdens dit gesprek ontstond een vuurgevecht waarbij Doe de dood vond. Taylor, Johnson, D. Nimley, leider van het regeringsleger en A. Saywer, een in ballingschap levend Liberiaans advocaat, claimden vervolgens aanspraak op het presidentschap.
Een vredesmacht van ECOWAS (ECOMOG) wist alle rebellentroepen in november uit de hoofdstad Monrovia te verdrijven. Eerst op 31 oktober 1991 werd een vredesakkoord getekend, dat echter niet werd gerespecteerd. Taylors NPFL raakte slaags met het vanuit Sierra Leone opererende ULIMO. De strijd werd tot in Monrovia uitgevochten ten koste van vele doden. In februari 1993 kwamen de regering en het ULIMO overeen de door ULIMO veroverde gebieden onder het gezag van de interim-regering te stellen. In juli werd onder auspiciŽn van ECOWAS een vredesakkoord getekend tussen de NPFL en het ULIMO; het werd mede-ondertekend door de interim-regering.
De ontwapening van de strijdende partijen, overeengekomen in het vredesverdrag van 1993 kwam, na een hoopvol begin, in 1994 tot een einde. De sterke onderlinge verdeeldheid van de rebellen, die ook elkaar bestreden, maakte een langdurige vrede tot een utopie. In sept. 1994 braken in diverse delen van het land weer hevige gevechten uit.
Een nieuw vredesakkoord van aug. 1995 stortte in april 1996 ineen toen volgelingen van Charles Taylors NPFL en die van Kromahs ULIMO-K in Monrovia het hoofdkwartier van een derde militieleider, Roosevelt Johnson, bestormden. Bij de gevechten in het tot totale anarchie vervallen Monrovia vielen zeker 1500 doden. In aug. 1996 werd in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja een nieuw bestand bereikt, dat door de belangrijkste militieleiders werd getekend.

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009