| |
De
lijsters behoren tot de orde van de musachtigen. Ze komen overal
op aarde voor. Ze leven in alle soorten gebieden zelfs in grote
steden. Ze zijn niet zozeer op bomen aangewezen en leven vooral
op de grond. Daar vinden ze hun voedsel dat niet alleen uit
insecten en wormen bestaat maar ook uit plantaardig voedsel.
Een bekende lijstersoort is de zanglijster. Het is een trekvogel
die in de herfst naar het zuiden trekt. De vogels vliegen
meestal 's nachts. In de landen rond de Middellandse Zee worden
lijsters massaal gevangen en gegeten.
Zanglijsters worden beschouwd als schadelijke dieren omdat ze
bijvoorbeeld wijndruiven en kersen eten. Aan de andere kant eten
ze ook weer zoveel schadelijke insecten dat ze toch ook
eigenlijk wel nuttig zijn.
Tot de bekendste soorten van de lijsterfamilie behoort de
nachtegaal. Deze sierlijke vogel is 17 cm lang en valt op door
zijn prachtige gezang. Dit gezang is zo veelzijdig en vol
uitdrukking dat men de vogel al in talrijke gedichten heeft
bezongen.
Hoe ouder de vogels worden, hoe beter hun gezang wordt. De
jongere dieren leren naar het schijnt van de oudere dieren.
De nachtegaal is bij ons een trekvogel. Vroeg in het jaar keren
de mannetjes als eerste terug zodat ze hun territorium van het
vorige jaar veilig kunnen stellen. Wanneer ze deze taak
volbracht hebben, zingen ze nachten achtereen, totdat de
vrouwtjes arriveren. Ook tijdens de broedtijd gaan ze door met
zingen. Zodra de jongen uit het ei zijn gekomen is het afgelopen
met het zingen. Dan moeten beide ouders de jonge vogels voeden.
Deze eten wormen, larven en insecten.
Een andere geliefde lijster is het roodborstje. Deze vogels
hebben een opvallende oranjerode vlek op de hals en op de buik.
Roodborstjes overwinteren bij ons. Ze zijn niet schuw en kunnen
gemakkelijk gadegeslagen worden bij hun vrolijke activiteiten.
Het zijn handige klimmers in bomen en struiken. Op de grond
bewegen ze zich lopend voort of ze maken sprongetjes. Hoewel ze
goed kunnen vliegen, vliegen ze niet vaak.
De roodborstjes bouwen hun nesten dicht bij de grond, in
holletjes in de grond, in boomstronken, in het gras of in mos.
Het legsel telt 5-7 eieren, de broedtijd is met 14 dagen
relatief kort. Doordat de jongen in korte tijd worden
grootgebracht wordt er meestal nog een nest jongen groot
gebracht. |
|
|
|
|
|
|