Deze
vis komt uit het Tanganyikameer (tussen Tanzania en Zaïre) en wordt
ongeveer 19 cm. lang. Het is een rustige en schuwe vis. Het water
moet kristalhelder, hard; alkalisch en warm (25-28 graden C.) zijn.
De vissen eten het liefst levend voer, zoals grote stukken aardworm
of vlees. In het wild leven ze op diepten van vijf tot 125 meter. In
gevangenschap neemt de activiteit van de vissen toe in de
duisternis. Overdag verschuilen ze zich tussen de stenen. Hoewel ze
ook in gevangenschap vraatzuchtig blijven, wordt hun gezondheid
slechter naarmate ze ouder worden; pogingen om te kweken, zijn tot
nog toe mislukt. Ze hebben een groot aquarium nodig met
schuilplaatsen en de bodem moet zandig zijn. |
|
|
|
|
|
|
|