Loopkevers
zijn meestal slanke en beweeglijke insecten. Het zijn meestal
roofdieren. Ze hebben lange poten en sterke bovenkaken waarmee ze
wormen, insecten en andere kleine dieren kunnen pakken. De prooi
wordt eerst buiten het lichaam met een verteringssap opgelost en
daarna opgezogen.
De loopkevers komen vooral ‘s nachts uit hun schuilplaatsen
tevoorschijn. Ze hebben een donkere kleur of ze zijn opvallend
kleurrijk zoals bijvoorbeeld de bekende schalebijter.
Deze heeft een groene bovenkant en hij komt veel in onze tuin voor.
Het dier kan zich met zijn lange poten goed redden. Omdat zijn
achtervleugels geatrofieerd zijn kan hij niet vliegen.
Zijn voedsel bestaat uit rupsen en wormen. De kever grijpt ze met
zijn krachtige bovenkaken en hij spuit een bruin verteringssap in de
wonden. Het sap maakt de massa zacht. Hierdoor kan het zonder
problemen door de kever worden opgezogen. Wanneer de schalebijter
bedreigd wordt scheidt zijn achterlijf behalve het verteringssap ook
nog een stinkende vloeistof af.
Andere loopkevers zijn de bijzonder mooi gekleurde zandloopkevers en
de poppenrover die ook in bomen jaagt.