De grote vuurvlinder
is ondanks zijn naam een betrekkelijk kleine vlinder. De
spanwijdte van de vleugels bedraagt zo'n twintig mm. Hij is wel
groot in verhouding tot de andere vuurvlinders. Hij komt zeer
plaatselijk voor in Europa en Azië. De fel oranjerood gekleurde
mannetjes verdedigen een territorium. De vrouwtjes zijn veel
minder fel gekleurd en hebben een zwart vlekkenpatroon bovenop
de vleugels. De grote vuurvlinder leeft in uitgebreide
moerasgebieden, waar hij nectar drinkt en zoekt naar honingdauw.
De eitjes legt de vlinder vooral op grote waterzuring en enkele
andere zuringsoorten. In gematigde streken is er één generatie,
in zuidelijker gebieden soms wel drie. Het half volgroeide
rupsje overwintert tussen de dorre bladeren aan de basis van de
grote waterzuring.