Het
vuurvlindertje komt zowel in koude als in zeer warme
gebieden voor in Noord-Afrika, Europa, Azië en Noord-Amerika. De
vlinder is geen echte trekvlinder, maar koloniseert snel nieuwe
terreinen, waar de waardplanten veldzuring en schapenzuring
groeien. De vlinders vliegen van begin mei tot eind oktober in
twee tot soms wel vier generaties. Het half volgroeide rupsje
overwintert verscholen tussen de bladeren in de strooisellaag.
In het voorjaar groeit de rups snel en verpopt in een losmazige
cocon. Mannelijke vuurvlindertjes zijn territoriaal. In
uiterlijk is er weinig verschil tussen de geslachten.