|

|
Tot de familie
van de blauwtjes, vuurvlinders en kleine pages worden meer
dan zesduizend soorten vlinders gerekend. Het zijn vrijwel allemaal
kleine vlinders. De grootste bereikt een spanwijdte van nog geen
acht cm. Veel soorten hebben op de bovenkant van de vleugels
opvallende weerschijnkleuren. Blauwtjes danken zelfs hun naam aan de
metaalachtige glanzende blauwe kleuren, die vaak alleen bij
mannetjes worden aangetroffen. Vuurvlinders hebben opvallend rood
gekleurde vleugels. De verschillende soorten zijn vaak alleen te
herkennen aan het vlekkenpatroon aan de onderkant van de vleugels.
Veel kleine pages hebben kenmerkende staartjes aan hun
achtervleugels. De piepkleine eitjes zijn voorzien van putjes en
ribbels. Daaruit kruipen rupsjes, die veel lijken op slakken. Die
rupsen eten doorgaans eiwitrijk voedsel, zoals zaden, bloemknoppen
en soms ook insectenlarven. Heel wat blauwtjesrupsen bijvoorbeeld
hebben lange tijd in een mierennest geleefd. Als kleine rupsen laten
ze zich door werksters van bepaalde mierensoorten, vooral
knoopmieren, meenemen naar een nest. De mieren vinden deze rupsen
aantrekkelijk, omdat ze een zoete vloeistof afgeven aan de mieren.
In het nest doen de rupsen zich tegoed aan de mierenlarven en aan
het voedsel dat de mieren meenemen naar het nest.
Het popstadium brengen ze ook veilig in het mierennest door. Met de
hulp van sjirpgeluiden houden ze zich de mieren van het lijf. Zulke
blauwtjes kruipen vaak 's morgens vroeg uit de pop, als de mieren
nog niet zo actief zijn. Dan kunnen ze veilig het mierennest
verlaten.
De meeste soorten zijn behoorlijk honkvast. Individuele vlinders
blijven tijdens hun leven binnen een gebied met een straal van
slechts enkele honderden meter. |
|
|
|
|
|