Natuur worldwidebase

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Lawaaioverlast
maatregelen
 

 
   

Preventieve maatregelen tegen lawaaioverlast

Aan de meest voorkomende vormen van lawaaioverlast kunnen wij als Jan met de pet in feite weinig of niks veranderen. Er bestaat jammer genoeg geen volumeknop om ons ‘omgevingslawaai’ (vb. het verkeer, lawaai van een trein of vliegtuig, enzovoort) op een lager niveau te zetten. Dus zijn we voor deze zaken aangewezen op de ingrijpende en preventieve maatregelen van de mensen die wij politiek gezien ons vertrouwen hebben geschonken, en die voor een stuk verantwoordelijk zijn voor ons algemeen welzijn en onze gezondheid.

Daarnaast zijn er bepaalde vormen van lawaaioverlast die ‘een feit’ zijn en waar er aan de oorsprong weinig kan veranderd worden; bijvoorbeeld het lawaai van de machines in een fabriek. Dit law
aai is er en zal er ook altijd in praktisch dezelfde mate aanwezig zijn, maar hier ligt de bal voor een groot stuk in ons kamp. Wie met dergelijke werkomstandigheden te maken heeft weet dat en moet dan ook beseffen dat hij of zij zich tegen die lawaaioverlast voldoende moet beschermen. Ook hier blikken we even naar de overheid, want die moet zorgen voor een duidelijk omschreven en verantwoorde reglementering hieromtrent en controle op de naleving ervan.
Tenslotte zijn er heel wat vormen van lawaaioverlast die uitsluitend een persoonlijk karakter hebben, met andere woorden waar wij individueel voor kiezen. Wij kiezen zelf of we in onze vrije tijd vertoeven in een lawaaierige omgeving, of wij genieten van het gedreun van keiharde muziek, of wij de geluidsinstallatie thuis op springen zetten, of wij willen dat heel ons lichaam gezellig meedavert met het gebulder van onze walkman, of wij met andere woorden in ons privé leven kiezen voor omgevingen en activiteiten met of zonder lawaaioverlast !
 Een heel belangrijk punt in deze context is de preventie.
Op de volgende bladzijden overlopen we vanuit de overheid, maar ook bij onszelf welke preventieve maatregelen kunnen en in feite moeten genomen worden.
 
Maatregelen en preventie door de overheid

De wettelijke bepalingen omtrent geluidsbeheersing zijn terug te vinden in het Koninklijk Besluit van 26/9/1991 inzake arbeidslawaai, in de machinerichtlijn (KB van 5/5/1995) en in de milieu reglementering VLAREM II.
De bevoegde overheidsinstanties weten heel duidelijk waar de klepel hangt. Er is hieromtrent voldoende cijfermateriaal uit enquêtes en onderzoeken voorhanden.

1. Maatregelen rond omgevingslawaai
In verband met het verkeer op onze wegen zien we de laatste jaren een duidelijke tendens bij de overheid om het woon-werk verkeer met de wagen terug te dringen. Alternatieven zijn het gebruik van trein, bus en tram, het openbaar vervoer dus, wat duidelijk gestimuleerd wordt of het benutten van de mogelijkheid tot carpooling, waarbij minder voertuigen hetzelfde aantal mensen vervoeren. Op deze manieren wordt het verkeer niet alleen veiliger, maar ook minder lawaaierig. Ook wordt vanuit de overheid het gebruik van de fiets als dagelijks vervoerm
iddel aangemoedigd. Daar een te hoge snelheid leidt tot meer lawaaioverlast verwelkomden wij vanaf 1 maart 2004 de nieuwe verkeersreglementering, die radicaal inspeelt op de snelheidsbeperking. Bij de aanleg van nieuwe wegen en autosnelwegen wordt rekening gehouden met het vermijden van dicht bebouwde woongebieden, en waar nodig een geluidswerend scherm aangebracht.
Ditzelfde principe wordt toegepast voor het treinverkeer (zie de geluidswerende bescherming bij de aanleg van lijnen voor hogesnelheidstreinen), al is het in de praktijk onmogelijk om de lawaaioverlast volledig weg te werken.
Reeds jaren maken we het duw- en trekwerk mee rond het beperken van lawaaioverlast rond de vliegvelden (zie Zaventem) en de recentste maatregelen omtrent het beperken van de nachtvluchten en de wijzigingen rond het landingstraject die minister Anciaux heeft doorgevoerd zorgen nog steeds voor de nodige wrijvingen. Bij dergelijke maatregelen wordt het natuurlijk een wikken en wegen tussen de gezondheidsbelangen en de economische belangen.
De overheid heeft sinds 18 juli 1973 een wet voor de bestrijding van geluidshinder ingevoerd, waar de specifiek toegelaten geluidsnormen en tijdstippen duidelijk worden omschreven. Deze wetgeving omvat de reglementering voor de gewone burger (bvb. Burenlawaai, nachtlawaai, geblaf van honden, enzovoort), de horecazaken, uitgaansplaatsen en bedrijven … kortom alle bronnen van lawaaihinder. Voor de gewone burger bestaat bijvoorbeeld het verbod van burenlawaai vanaf 22 u tot 7 u, terwijl zaken of bedrijven zich moeten houden aan de vastgestelde geluidsnormen voor het verwerven van een milieuvergunning. Deze wetgeving, gekend onder de benaming ‘Vlarem II – geluidsnormen’, wordt aangepast indien nodig.

VLAREM II – milieureglementering
VLAREM II werd op het vlak van geluid recent geactualiseerd en aangevuld. Net als bij de andere vormen van verontreiniging wordt met emissie- en immissienormen gewerkt om lawaaihinder aan banden te leggen. In VLAREM II
zijn immissierichtwaarden voor de milieukwaliteit vastgelegd. Deze hebben betrekking op het totale geluidsklimaat.
De richtlijnen zijn afhankelijk van de bestemming van het gebied, zoals aangeduid op de bestemmingsplannen (gewestplannen, bijzondere plannen van aanleg...) en van de periode van de dag (dag/avond/nacht). Zo worden verschillende richtwaarden gegeven voor onder andere landelijke gebieden, gebieden in de buurt van industrie, woongebieden, industriegebieden en recreatiegebieden. Bovendien wordt in VLAREM ook onderscheid gemaakt tussen de richtwaarden voor geluid in open lucht en binnenshuis en wordt rekening gehouden met de aard van het geluid (gaat het om constant geluid, om fluctuerend, incidenteel, impulsachtig, intermitterend geluid...).
Volgens VLAREM loopt de dag van 7u00 tot 19u00, gevolgd door de avond tot 22u00, waarop de nacht begint.
In bijlage 2.2.1 van VLAREM II vinden we volgende richtwaarden:
- voor landelijke gebieden, en gebieden voor verblijfsrecreatie op 500 m of meer van industriegebieden, gebieden voor ambachtelijke bedrijven en KMO's, dienstverleningsgebieden, ontginningsgebieden tijdens de ontginning: 40 dB overdag, 35 dB 's avonds en 30 dB 's nachts
- voor woongebieden op meer dan 500 m van dergelijke gebieden: respectievelijk 45, 40 en 35 dB
- voor woongebieden dichter dan 500 m van dergelijke gebieden: respectievelijk 50, 45 en 45 (of 40) dB
- voor industriegebieden: respectievelijk 60, 55 en 55 dB

In VLAREM II werden bovendien normen opgenomen om de geluidshinder te beperken afkomstig van inrichtingen die door VLAREM I ingedeeld zijn als vergunnings- of meldingsplichtig. De normen hebben betrekking op het "specifieke geluid in open lucht" en op het geluidsniveau binnenshuis, voor bedrijven die een muur of vloer delen met bewoonde vertrekken. Onder het specifieke geluid wordt ook het geluid gerekend afkomstig van het transport op het terrein, laad- en losverrichtingen en in- en uitrijdend verkeer. Van zodra de vrachtwagens op de openbare weg zijn vallen ze niet langer onder VLAREM. Dit is een enigszins absurde situatie, waarin Vlaanderen trouwens verschilt van Brussel en Wallonië.
Al de normen hier opsommen is weinig zinvol, u kunt ze vinden in de bijlagen 4.5.4 en 4.5.5 van VLAREM II. De normen gelden voor nieuwe inrichtingen van klasse 1 en 2 en voor veranderingen aan bestaande inrichtingen van klasse 1 en 2.
Bij een bestaande inrichting van klasse 1 of 2 hangt het ervan af of een overschrijding van de normen wordt vastgesteld. Wanneer een beperkt akoestisch onderzoek uitwijst dat de inrichting de voor haar toepasselijke normen overschrijdt, kan de toezichthoudende ambtenaar een volledig akoestisch onderzoek opleggen. Op kosten van de exploitant. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat het specifieke geluid van de inrichting de normen met meer dan 10 dB overschrijdt, moet de exploitant een saneringsplan opstellen en uitvoeren.
Wanneer de overschrijding minder dan 10 dB bedraagt, hangt het af van de vergunningverlenende overheid, die moet beslissen of een sanering al dan niet nodig is. Los daarvan is de exploitant van een bestaande inrichting verplicht om de normen zo goed mogelijk te benaderen en daarvoor onder andere de Beste Beschikbare Technieken in te zetten.
Daarnaast legt VLAREM voor bepaalde sectoren nog aanvullende voorschriften op inzake geluidshinderbestrijding. Bijvoorbeeld voor garages, houtbewerking, windmolens en vliegvelden gelden aparte sectorale voorschriften.
Tenslotte hebben ook de gemeenten een niet onbelangrijke lepel in de pap te brokken wat geluidshinder betreft. Vele bronnen van geluidshinder hebben nog niet het voorwerp uitgemaakt van nationale of gewestelijke reglementering.
Gemeenten hebben dus inzake geluidshinder, in tegenstelling tot de problemen van luchtverontreiniging, waterverontreiniging en afval een niet onbelangrijke wetgevende bevoegdheid. Zij kunnen politieverordeningen uitvaardigen met betrekking tot bijvoorbeeld bellen, fluiten en sirenes van fabrieken bij het begin en einde van de arbeid of werktuigen gebruikt voor bouwwerken.

2. Maatregelen rond lawaai in bedrijven
Voor wat de arbeidsomstandigheden betreft, zijn de bepalingen in het ARAB het belangrijkste. Het ARAB bepaalt maatregelen ter voorkoming van de hinder en het geneeskundig toezicht op de werknemers en gezondheidstoezicht op de werkplaats.

Om de aan het lawaai verbonden risico's te beoordelen zijn de volgende evaluatieparameters ingevoerd:
- de dagelijkse persoonlijke blootstelling in dB
- of het weekgemiddelde van de dagelijkse dosissen, indien de blootstelling wisselt van dag tot dag
- of het piekniveau, wanneer de werknemer blootsgesteld wordt aan impulsgeluid.

De wetgeving vraagt dat de blootstelling aan geluid van de werknemers wordt beperkt tot een zo laag mogelijk niveau, rekening houdend met de technische ontwikkelingen. Algemeen stelt het KB dat het dagelijks blootstellingsniveau niet hoger mag zijn dan 85 dB en het piekniveau nooit 140 dB mag overschrijden. Ter herinnering: 140 dB is de pijngrens en komt overeen met vlak naast een startend vliegtuig staan. In de praktijk maakt men nog een verdere opdeling van normen: onder 85 dB, tussen 85 en 90 dB en boven 90 dB. Met de verplichting bepaalde maatregelen te nemen wanneer de respectievelijke normen worden overschreden. Bestrijding aan de bron geniet hierbij duidelijk de voorkeur. De grens van 85 dB mag echter niet als een ondergrens worden beschouwd, waaronder geen geluidsrisico's meer aanwezig zijn. Let wel: het gaat hier over gehoorbeschadiging, niet over de hinder die een persoon kan ondervinden van lawaai. Het is pas onder 75 dB dat algemeen wordt aangenomen dat er geen geluidsrisico's meer zijn. In de praktijk zou zowat ieder bedrijf met iet of wat productielijn, geluidsniveaus halen boven 85 dB.
Belangrijk zijn ook de voorschriften inzake informatieplicht en rapportering. De niet-medische gegevens in verband met het blootstellingsniveau op de arbeidspost, beslissingen van de arbeidsgeneesheer en voorkomingsmaatregelen moeten onder andere ter beschikking van de
werknemers en de leden van het Comité voor Preventie en Bescherming worden gehouden. De werknemers en hun vertegenwoordigers moeten geraadpleegd worden bij de metingen en de beoordeling van het geluid. Zij hebben toegang tot de resultaten en de betekenis ervan.
De machinerichtlijn legt fabrikanten van machines regels op inzake het beperken van het geproduceerde geluid.
De Kaderwet betreffende de bestrijding van de geluidshinder van 18/7/1973 heeft tot doel het algemeen lawaainiveau te beperken. De in de milieuregelgeving opgenomen normen en bepalingen zijn eigenlijk uitvoeringsbesluiten van deze wet.

3. Preventiemaatregelen
Een geluidsprobleem kan opgesplitst worden in drie categorieën :
- de geluidsbronnen of de oorzaak van het probleem, waarvan dus de sterkte kan worden beïnvloed
- de geluidsoverdracht, of de weg die het geluid aflegt tussen de bron en de blootgestelde personen
- de geluidsimmissie, of de ontvangen geluidsenergie bij de blootgestelde personen, waar we ons moeten afvragen welke hoeveelheid geluid toelaatbaar is bij de ontvanger.
Om nu het geluidsniveau te verlagen, dient een lawaaibestrijdingsprogramma te worden opgesteld. Vertrekkende bij de inventarisatie van de geluidshinder, over een selectief aankoopbeleid, tot voorlichting van en informatie aan de blootgestelde personen. Voor het opstellen van een lawaaibestrijdingsprogramma kan de exploitant beroep doen op gespecialiseerde studiebureaus. Zij zetten naast hun expertise ook aangepaste computerprogramma's om de resultaten van ingrepen te simuleren. Een korte rondvraag leert echter dat verschillende programma's verschillende resultaten geven, dit is natuurlijk een niet onbelangrijk probleem. Naarmate de deskundige meer ervaring krijgt met een bepaald computermodel, lukt het beter om eenduidige resultaten te bekomen. Dit maakt het uiteraard wat moeilijk om een beslissing te nemen over welke investeringen nodig zijn binnen het lawaaibestrijdingsprogramma. Zeker wanneer je beseft dat die investeringen voor een groot bedrijf snel kunnen oplopen tot heel grote bedragen.
In de ons omringende landen legt men standaard een rekenmodel op, en legt men zich neer bij de fouten die worden gemaakt. Iedereen maakt dan immers dezelfde fouten. In Vlaanderen legt men meer de nadruk op meten, en dan pas op rekenen. Onder impuls van een Europese ontwerprichtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai, werkt men de laatste jaren aan een ISO-norm voor rekenmodellen, om het omgevingslawaai te berekenen. Deze ISO-norm zou op termijn een Europese standaard moeten worden. Voor het binnenlawaai bestaat helemaal geen standaard en wordt hier ook niet naar gestreefd. Dit neemt niet weg dat voor een heel aantal zinvolle maatregelen geen studie of computersimulatie nodig is om te weten dat ze het geluidsniveau aanzienlijk zullen verminderen.

Maatregelen aan de bron
De meest doeltreffende methode om lawaai te bestrijden, is het ontstaan van geluid te voorkomen of aan de bron te beperken. De voornaamste geluidsbronnen ontstaan bij het botsen van massa's, door het ronddraaien van onderdelen, door stroming van lucht of vloeistoffen, of door afstraling van het
geluid (trillingen die zich verplaatsen via vloeren, buizen, funderingen...). De grootst mogelijke verbetering van een toestand wordt meestal bereikt door de toepassing van een stillere werkwijze, zoals lassen in plaats van verbinden met klinknagels.
Daarnaast kan men bij de aankoop van nieuwe machines aandacht besteden aan de hoeveelheid geluid die deze produceren. Ook bij bestaande machines kunnen belangrijke geluidsreducties worden bereikt, met soms eenvoudige maatregelen als beter smeren of het vervangen van lawaaierige tandwielen door nieuwe kunststof tandwielen.
Maatregelen bij geluidsoverdracht

Wanneer maatregelen aan de bron onvoldoende oplossing bieden, moet de overdracht van het geluid worden verminderd. Hiertoe bestaan een aantal verschillende maatregelen, maar algemeen kan de overdracht van geluid beperkt worden door:
- vergroting van de afstand
- vergroting van de absorptie, geluidsdemping of geluidsisolatie
- afscherming
- omkasting of omkapseling.
Een isolerend scherm aan de kant van de bron, bekleed met absorptiemateriaal, geeft enig resultaat in de hoge frequenties. Het omkasten van een geluidsbron met absorberend materiaal heeft echter weinig zin. Dit isoleert immers niet voldoende. Het omkasten van een geluidsbron met een isolerend materiaal geeft een veel beter resultaat, voornamelijk in het gebied van midden en hoge frequenties. Wanneer het de bedoeling is trillingen van de vloer tegen te houden, geeft een toepassing van veren in combinatie met een geluidsisolerende omkasting de beste resultaten. Een bijkomende geluidsabsorptie verhoogt het effect nog aanzienlijk, omdat daardoor het effect in de kast daalt.
Maatregelen bij de ontvanger
De persoonlijke gehoorsbescherming vormt een aparte categorie. Ze moet worden beschouwd als een laatste redmiddel, hoewel de omstandigheden het vaak noodzakelijk maken om ze te gebruiken. Al naar gelang de soort (kap, prop, watten) zijn effecten van 10 tot 25 dB haalbaar. Een goede begeleiding bij het gebruik van deze middelen is noodzakelijk.

Persoonlijke maatregelen en preventie

We stellen vast dat er vanuit de overheid wel degelijk preventieve normen en reglementeringen worden opgelegd om de bevolking te behoeden tegen lawaaioverlast.
In welke mate de controle hierop gebeurt en de naleving door iedereen strikt wordt opgevolgd, die vraag laten we hier in het midden … feit is, er wordt preventief werk verricht om de lawaaioverlast te beperken.
En toch stelt men bij enquêtes en onderzoeken vast dat er nog steeds
mensen zijn die last hebben van, of schade ondervinden door lawaai.
We hebben het reeds gehad over de ingesteldheid van ieder individu … beveiligen wij onszelf voldoende in de situaties waarin wij noodgedwongen te maken hebben met lawaai ... proberen wij lawaaierige omgevingen te vermijden, of zoeken wij die juist op … gaat plezier maken, ontspannen en genieten bij ons samen met veel lawaai maken of kunnen wij ook genieten van rust en stilte … allemaal vragen waarop ieder voor zich dient te antwoorden.
Ook de persoonlijke keuzes die je maakt kunnen voor de bijhorende gevolgen zorgen … mensen die zich vestigen bij een vliegveld, aan een spoorweg, aan een autosnelweg of naast een bedrijf weten vooraf dat zaken zoals lawaai, geurhinder, drukte enzovoort er nu eenmaal bijhoren.
 

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009