Het
pimpernelblauwtje komt voor in de warme en gematigde
gebieden van Europa en Azië. De vlinders zoeken nectar in de
bloemen van de grote pimpernel. In diezelfde bloemen worden de
eitjes gelegd. Rupsen van het pimpernelblauwtje eten in de
nazomer van het vruchtbeginsel van de plant. De half volgroeide
rups verlaat de waardplant om meegenomen te worden door
werksters van de knoopmier. De rups eet in het mierennest volop
mierenlarven. Daar overwintert de rups ook. In het voorjaar eet
hij verder van het mierenbroed tot hij in juni verpopt. De
vliegtijd van de vlinders, die niet veel ouder dan een week
worden, valt in de zomer. Er is één generatie vlinders per jaar.