|
1. Fysische geografie
1.1 Landschap
Het eiland Madagaskar is ca. 1580 km lang en tot 460 km breed. Het
centraal gelegen Ankaratragebergte (hoogste top: Tsjiafajavona 2638 m)
is grotendeels vulkanisch en plaatselijk zeer vruchtbaar; het zet zich
naar het noorden en zuiden voort met een gemiddelde hoogte van 1500 m.
Een groot aantal uitgedoofde vulkanen, het feit dat vele van de eilanden
voor de kust uit lava zijn gevormd en de aanwezigheid van warme bronnen,
enz. getuigen van eertijds sterk vulkanisme. Het centrale plateau wordt
omgeven door gebergten van kalk- en zandgesteenten. Het meest zuidelijke
deel van Madagaskar is weinig bergachtig en heeft een steppekarakter.
Behalve in het uiterste noorden en zuiden ligt langs de westkust een 15
tot 110 km brede, vlakke en moerassige kustvlakte. In het noordwesten
heeft de kust vele diepe inhammen, waarvoor talrijke eilanden liggen. De
grootste rivieren zijn de Manambdo en de Tsiribihina.
1.2 Klimaat
Het klimaat wordt bepaald door de zuidoostpassaat. In het droge
jaargetijde (april-okt.) waait een constante oostenwind. November, met
veel onweer, is de regenrijkste maand, hoewel de oostkust vrijwel het
gehele jaar door neerslag heeft (orografische neerslag, 3000 tot 4800 mm
per jaar). In de kustmoerassen heerst vaak een ongezonde tropische
hitte; op de hoogvlakten daarentegen stijgt de temperatuur zelden boven
23 °C.
1.3 Dierenwereld
De
rijke en gevarieerde dierenwereld reflecteert de merkwaardige
geologische geschiedenis van het eiland: aanvankelijk maakte het deel
uit van het zuidelijke supercontinent Gondwana, maar later raakte het
geïsoleerd en bleef dat sinds het Krijt. De dierenwereld van het nabije
Afrika heeft de grootste invloed uitgeoefend, daarnaast zijn er ook
invloeden van India en Sri Lanka en Zuid-Amerika aan te wijzen. Het
gevarieerde landschap van dit grote eiland is verder een factor die de
diversiteit in de fauna bevorderd heeft. Een hoog percentage van de
dierenwereld is endemisch (uitsluitend beperkt tot Madagaskar; eventueel
ook nog op de Komoren). Slechts zes zoogdierorden komen op het eiland
voor; opvallend is de afwezigheid van de orden Onevenhoevigen, (land)Evenhoevigen
en Haasachtigen. De grote zoogdieren van Afrika ontbreken, behalve het
penseelzwijn. Van de Roofdieren zijn alleen de Civetkatten (de oudste
familie van deze orde) vertegenwoordigd, meestal met eigen soorten:
fossa, fanaloka en Madagaskarmangoesten; de fossa is er het grootste
roofdier. Onder de Vleermuizen zijn o.a. de Aziatische vruchtenetende
vleermuizen (vliegende honden) vertegenwoordigd; een zeer groot deel van
de Knaagdieren is endemisch. De belangrijkste groepen zijn de Primaten,
op Madagaskar uitsluitend vertegenwoordigd door Halfapen van de drie
endemische families (Maki's, Indri-achtigen en het vingerdier), en de
insecteneters met één endemische familie, de Tenreks. De merkwaardige
Halfapen (ca. 20 soorten) waren oorspronkelijk wijd verbreid (o.a. in
Noord-Amerika en Europa), maar alleen op Madagaskar was geen
concurrentie van de Apen, omdat dit eiland nooit door deze dieren
bereikt werd; hier konden de Halfapen zich dan ook goed handhaven.
Uitgestorven vormen waren vermoedelijk even groot als de huidige
mensapen. De Tenreks vormen met ca. 25 soorten een dominant element in
de fauna van Madagaskar.
Onder de vogels ontbreken eveneens veel typisch Afrikaanse groepen;
onder de 51 families zijn talrijke endemische vormen. Van de endemische
families verdienen vermelding de Vanga's met elf soorten, verder
Steltrallen en Naaktoogpitta's. De uitgestorven Olifantsvogels,
reusachtige loopvogels, zijn zonder twijfel de meest opvallende vogels
van het eiland geweest; het uitsterven van deze vogels is van voldoende
recente datum om hier en daar nog talrijke (fragmenten van) eierschalen
te kunnen aantreffen. Onder de Reptielen zijn te noemen Afrikaanse
elementen als de nijlkrokodil, enige schildpadden en talrijke kameleons
(waarvan vele endemisch); boa-achtige slangen en leguanen
vertegenwoordigen een Zuid-Amerikaans element. Giftige slangen ontbreken
geheel. Ook de Amfibieën, alleen vertegenwoordigd door kikkers en
padden, hebben een hoog percentage endemische vormen. Zoetwatervissen
zijn slecht vertegenwoordigd. Lagere dieren, waaronder insecten en
landslakken, vertonen een grote rijkdom aan soorten. Van alle groepen is
wederom een opvallend endemisme bekend, waarbij echter altijd een
Afrikaans element de overhand heeft.
De merkwaardige en unieke fauna van Madagaskar wordt zeer bedreigd door
ongebreidelde jacht, ontbossing (de meest interessante vormen bewonen de
bossen op en langs de centrale bergrug) en de toenemende bevolking, die
ook een hoger peil van ontwikkeling bereikt (resulterend in het
wegvallen van beschermende taboes, die vooral een aantal Maki's
ontzagen). In de praktijk blijken de overigens voortreffelijke
natuurbeschermingsmaatregelen weinig effectief. Een strikte bescherming
van het natuurlijk milieu en de archaïsche fauna en flora zou de hoogste
prioriteit moeten krijgen. In de Franse tijd werd een belangrijk
biologisch instituut annex museum en dierentuin in Antananarivo
opgericht.
2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De
bevolkingstoename bedraagt ca. 3% per jaar. De oostkust en het centrale
plateau zijn relatief dichtbevolkt; op 4% van het totale landoppervlak
woont 25% van de bevolking. In het westen is 2 inw. per km2 geen
uitzondering. Van de bevolking woont ca. 75% op het platteland. Het
geboorte- en sterftecijfer bedroeg in de periode 1990-1995 resp. 44, 9‰
en 12,6‰. De gemiddelde levensverwachting was in die periode voor mannen
56 jaar en voor vrouwen 59 jaar. Meer dan de helft van de bevolking is
jonger dan 15 jaar.
De Malgassiërs zijn overwegend van Maleis-Indonesische afkomst en in
geringe mate zijn negroïde en Arabische elementen vertegenwoordigd. Er
zijn achttien etnische groepen te onderscheiden; de grootste is die van
de Merina, in het hoogland, gevolgd door de Betsimisaraka, aan de
oostkust, de Betsileo, in het zuiden van het centrale hoogland, de
Tsimiheti, in de noordelijke hooglanden, en de Sakalava, aan de
westkust. Er bestaat rivaliteit tussen de kustbewoners (côtiers) en de
bewoners van het hoogland, wat vaak tot spanningen heeft geleid, m.n.
tussen de Merina en de côtiers. Ca. 1% van de bevolking bestaat uit vnl.
Fransen, Komoriërs, Indiërs en Chinezen.
2.2 Taal
Frans en Malgassisch (verwant aan de Maleise taal) zijn de officiële
talen. Belangrijkste omgangstaal is het Hova, dat door de Merina wordt
gesproken.
2.3 Religie
De helft van de inwoners hangt animistische religies aan. Ca. 45% van de
bevolking is christen, ongeveer evenveel rooms-katholieken als
protestanten; ca. 5% is islamiet.
3. Bestuur en
samenleving
Staatshoofd is de president, die voor vijf jaar wordt gekozen. Er is een
meerpartijensysteem, maar van 1975 tot 1992 waren alleen politieke
partijen op socialistische grondslag toegestaan. Sinds de nieuwe
grondwet is Madagaskar een presidentiële republiek met een nationale
volksvergadering (138 zetels) en een meerpartijensysteem. Kiesrecht
heeft iedereen boven de achttien jaar.
Administratief is het grondgebied ingedeeld in zes provincies (Antsiranana,
Fianarantsoa, Mahajanga, Toamasina, Antananarivo en Toliary, alle met
gelijknamige hoofdstad), die onderverdeeld zijn in prefecturen,
onderprefecturen, districten en traditionele dorpsvergaderingen (fokonolona).
Het bestuur is sterk gedecentraliseerd.
Madagaskar is lid van de Verenigde Naties en dochterorganisaties van de
VN, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAS) en is geassocieerd met
de EU.
4. Economie
Madagaskar
behoort tot de armste landen ter wereld en is overwegend agrarisch;
bijna 80% van de bevolking leeft van de landbouw en ca. 80% van de
export bestaat uit agrarische producten. Samen met het Internationaal
Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank probeert de overheid sinds 1980 de
economie van het land te verbeteren door o.a. privatisering van
staatsbedrijven, liberalisering van de handel en vermindering van de
uitgaven. De zeer trage economische groei is o.m. het gevolg van de
geïsoleerde ligging en de slechte infrastructuur, maar ook van
corruptie, lage koffie- en kruidnagelprijzen op de wereldmarkt, foute
planning en natuurrampen (droogte en cyclonen). Het bruto nationaal
product daalde in de jaren tachtig gemiddeld 4% per jaar en bedroeg in
1993 $ 250 per hoofd van de bevolking.
De verbouw van voedingsgewassen op kleinschalige bedrijven overheerst.
Rijst is het belangrijkste product; sinds 1972 moet rijst worden
ingevoerd; gestreefd wordt naar zelfvoorziening. Daarnaast worden voor
eigen gebruik cassave, zoete aardappelen, bananen, grondnoten en
groenten verbouwd. Koffie is het belangrijkste exportproduct (ruim 40%
van de totale exportwaarde). Madagaskar is de grootste producent van
vanille (70% van de wereldproductie) en neemt ongeveer eenderde van de
wereldproductie van kruidnagelen voor zijn rekening. Er worden ook
sisal, peper, suikerriet, tabak en katoen verbouwd en men is begonnen
met de aanleg van theeplantages. Ondanks de grote hoeveelheid vee, die
van belang is voor de sociale status, heeft de veehouderij nauwelijks
economische waarde. De veehouders zijn half-nomaden. De weidegrond wordt
inefficiënt gebruikt. Er worden vnl. zeboes gehouden, voorts runderen,
schapen, varkens, geiten en kippen. Sinds de jaren zestig van de
twintigste eeuw vallen grote delen van het regenwoud ten offer aan
kaalslag ten behoeve van brandhout, de belangrijkste energiebron in
Madagaskar, en de aanleg van rijstvelden. In 1990 was nog maar 15% van
het voormalig bosoppervlak over. Oorzaken zijn de enorme
bevolkingsgroei, de grote armoede van de bevolking, de buitenlandse
schuld ($ 5 miljard in 1995) en de dalende landbouwprijzen op de
wereldmarkt van Madagaskars exportgoederen. Visvangst vindt - dankzij de
lange kustlijn en de vele meren en rivieren - op groeiende schaal plaats
(vooral garnalen). Sinds 1986 bestaat een verdrag met de EU over
visvangst door EU-landen in de Madagassische wateren in ruil voor
betaling. De bosbouw is nauwelijks van belang, ontbossing en bodemerosie
vormen een groot probleem.
De aanwezigheid van veel delfstoffen is aangetoond, maar er wordt weinig
geëxploiteerd, o.a. vanwege slechte bereikbaarheid en een slechte
infrastructuur. Belangrijkste mineralen zijn grafiet, chroomerts, mica
en verschillende halfedelstenen. In de jaren tachtig werd begonnen met
de exploitatie van bauxiet en titaniumerts. De industrie is
hoofdzakelijk op de binnenlandse markt georiënteerd, slechts ongeveer 6%
van de beroepsbevolking is werkzaam in deze sector. De meeste bedrijven
verwerken agrarische producten, zoals rijst, tabak, koffie en katoen. De
suiker- en vleesverwerkende industrieën produceren voor de export.
Wegens te hoge kosten en technische problemen is de exploitatie van
aanwezige olievoorraden tot nog toe niet van de grond gekomen. Andere
belangrijke industrieën zijn de cement- en kunstmestindustrie. Met Hong
Kong zijn afspraken gemaakt over de vestiging van een belastingvrije
industriële zone aan de oostkust. Ongeveer 70% van het geïnstalleerd
elektrisch vermogen is afkomstig van hydro-elektrische centrales, maar
85% van de energiebehoefte wordt met het verbranden van hout gedekt.
Beoogd wordt een verdrievoudiging van het vermogen door de bouw van twee
stuwdammen: het zgn. Andekaleka-project.
De handelsbalans vertoont tekorten. Met een zeer terughoudende
importpolitiek probeert men het nadelig saldo te beperken. Ingevoerd
worden voedingsmiddelen (vooral rijst), aardolie, machines en
transportmiddelen. De voornaamste uitvoerproducten zijn koffie,
kruidnagelen, vanille en garnalen (tezamen goed voor tweederde van de
exportopbrengst). Frankrijk is de belangrijkste handelspartner, gevolgd
door Duitsland, de Verenigde Staten, Italië en Japan. Sinds 1972 wordt
gestreefd naar grotere economische onafhankelijkheid van het buitenland
en diversifiëring van de ontwikkelingshulp. Frankrijk en de
Internationale Ontwikkelingsassociatie (IDA) zijn de grootste donoren
van ontwikkelingshulp aan Madagaskar.
De aanleg van wegen en spoorlijnen is moeilijk en kostbaar. Van de ca.
60!000 km weg is 15% verhard en tweederde slechts bij goed weer
begaanbaar. Zelfs belangrijke steden zijn niet het gehele jaar door
bereikbaar over de weg. Dit brengt regelmatig problemen met zich mee
voor de voedselaanvoer. Door de gebrekkige verbindingen over land zijn
de kustvaart en de luchtvaart belangrijk. Veel goederenverkeer vindt
plaats door het 600 km lange Pangalaneskanaal, dat uit een
aaneenschakeling van lagunes bestaat en voor ongeveer eenderde
bevaarbaar is. Het net van vliegroutes is in verhouding tot de omvang
van de bevolking het dichtste van de wereld. Air Madagascar is de
nationale luchtvaartmaatschappij. Behalve op het binnenland wordt
regelmatig op Europa en Zuid- en Oost-Afrika gevlogen.
5. Geschiedenis
Het eiland, op de Europees-Indische handelsroute, werd sedert 1500
aangedaan door Portugese, vervolgens door Franse, Hollandse en Britse
kolonisatoren. Toch bleef het onafhankelijk tot de 19de eeuw. In het
begin van die eeuw begon de stam van de Hova (Merina) onder koning
Radama I zijn heerschappij over het hele eiland uit te breiden. In 1883
begon Frankrijk een oorlog tegen Madagaskar, die eindigde met een
verdrag waarbij de buitenlandse politiek onder Franse controle werd
gesteld. Ten slotte werd in 1895 de hoofdstad Tananarive (thans
Antananarivo) bezet en de laatste inheemse heerser, koningin Ranavalona
III, verbannen. Annexatie door Frankrijk volgde in 1896. In 1947 brak
een opstand uit, die streng werd onderdrukt. In 1958 werd Madagaskar
uitgeroepen tot een autonome republiek binnen de Franse gemeenschap. In
1960 werd het een volledig onafhankelijk lid. President en premier werd
Philibert Tsiranana. In 1972 droeg deze, na een periode van ernstige
onlusten en demonstraties tegen zijn steeds dictatorialer geworden
bewind, de macht over aan de chef-staf van het leger, generaal Gabriël
Ramanantsoa, die de grondwet opschortte en de rust wist te herstellen.
Zijn regering, die in jan. 1973 de speciale relaties met Frankrijk
verbrak door de in 1960 gesloten verdragen van samenwerking op te
zeggen, bleek ten slotte evenwel niet in staat het hoofd te bieden aan
de toenemende economische problemen van het land. Ramanantsoa droeg zijn
bevoegdheden over aan minister van Binnenlandse Zaken Ratsimandrava (febr.
1975), die echter een week later werd vermoord. Een militair directoraat
nam nu de macht in handen en kondigde de staat van beleg af. In juni
1975 ontbond het directoraat zichzelf; het werd vervangen door een
opperste revolutionaire raad onder leiding van Didier Ratsiraka, eerder
reeds minister van Buitenlandse Zaken. In dec. 1975 werd, na een
referendum, de Democratische Republiek Madagaskar uitgeroepen. Ratsiraka
werd voor een periode van zeven jaar tot president gekozen en de Arema (Avantgarde
de la révolution malgache) werd opgericht als kern van de enig
toegestane politieke partij, het Front national pour la défense de la
révolution socialiste. Ook onder dit nieuwe, socialistische bewind bleef
het onrustig. In 1980 vonden twee mislukte couppogingen plaats. In de
loop van de jaren tachtig waren er regelmatig rellen, plunderingen,
stakingen, couppogingen en gewelddadige demonstraties uit onvrede met
het regime. Ratsiraka werd in 1989 voor een derde ambtstermijn als
president gekozen. In hetzelfde jaar werd de perscensuur opgeheven en
een jaar later werd ook de oprichting van politieke partijen weer
toegestaan.
Het jaar 1992 stond in het teken van aanslagen, rellen en een mislukte
couppoging. Bij de presidentsverkiezingen van febr. 1993 behaalde Albert
Zafy, leider van de oppositionele coalitie Forces Vives tweederde van de
stemmen. De parlementsverkiezingen van juni werden eveneens met absolute
meerderheid gewonnen door Forces Vives. Economische hervormingen en de
devaluatie van de CFA-frank veroorzaakten in 1994 een forse daling van
de levensstandaard van de meeste eilandbewoners. In 1995 werden de
bevoegdheden van de president aanzienlijk uitgebreid. Wegens
herhaaldelijke schendingen van de grondwet werd tegen president Zafy een
afzettingsprocedure gestart, die door het Constitutionele Hof werd
bevestigd. De vroegere militaire leider Didier Ratsiraka versloeg in de
tweede ronde van de presidentsverkiezingen (eind dec. 1996) met gering
verschil Albert Zafy. Premier werd Pascal Rakotomavo.
|