header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Madagascar

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 


 

Madagaskar (officieel: Malgassisch: Repoblikani Malagasikara, of Fr.: Rťpublique de Madagascar), republiek, omvat het eiland Madagaskar in de Indische Oceaan, voor de zuidoostkust van Afrika, waarvan het wordt gescheiden door de Straat van Mozambique, 587.041 km2, met (1995) 14,7 miljoen inw. (25 inw. per km2); hoofdstad: Antananarivo. De munteenheid is de Madagassische franc, onderverdeeld in 100 centimes. Nationale feestdag is 26 juni, de dag van de onafhankelijkheid.

Madagascar Map & Flag

1. Fysische geografie
1.1 Landschap
Het eiland Madagaskar is ca. 1580 km lang en tot 460 km breed. Het centraal gelegen Ankaratragebergte (hoogste top: Tsjiafajavona 2638 m) is grotendeels vulkanisch en plaatselijk zeer vruchtbaar; het zet zich naar het noorden en zuiden voort met een gemiddelde hoogte van 1500 m. Een groot aantal uitgedoofde vulkanen, het feit dat vele van de eilanden voor de kust uit lava zijn gevormd en de aanwezigheid van warme bronnen, enz. getuigen van eertijds sterk vulkanisme. Het centrale plateau wordt omgeven door gebergten van kalk- en zandgesteenten. Het meest zuidelijke deel van Madagaskar is weinig bergachtig en heeft een steppekarakter. Behalve in het uiterste noorden en zuiden ligt langs de westkust een 15 tot 110 km brede, vlakke en moerassige kustvlakte. In het noordwesten heeft de kust vele diepe inhammen, waarvoor talrijke eilanden liggen. De grootste rivieren zijn de Manambdo en de Tsiribihina.
1.2 Klimaat
Het klimaat wordt bepaald door de zuidoostpassaat. In het droge jaargetijde (april-okt.) waait een constante oostenwind. November, met veel onweer, is de regenrijkste maand, hoewel de oostkust vrijwel het gehele jaar door neerslag heeft (orografische neerslag, 3000 tot 4800 mm per jaar). In de kustmoerassen heerst vaak een ongezonde tropische hitte; op de hoogvlakten daarentegen stijgt de temperatuur zelden boven 23 įC.
1.3 Dierenwereld

De rijke en gevarieerde dierenwereld reflecteert de merkwaardige geologische geschiedenis van het eiland: aanvankelijk maakte het deel uit van het zuidelijke supercontinent Gondwana, maar later raakte het geÔsoleerd en bleef dat sinds het Krijt. De dierenwereld van het nabije Afrika heeft de grootste invloed uitgeoefend, daarnaast zijn er ook invloeden van India en Sri Lanka en Zuid-Amerika aan te wijzen. Het gevarieerde landschap van dit grote eiland is verder een factor die de diversiteit in de fauna bevorderd heeft. Een hoog percentage van de dierenwereld is endemisch (uitsluitend beperkt tot Madagaskar; eventueel ook nog op de Komoren). Slechts zes zoogdierorden komen op het eiland voor; opvallend is de afwezigheid van de orden Onevenhoevigen, (land)Evenhoevigen en Haasachtigen. De grote zoogdieren van Afrika ontbreken, behalve het penseelzwijn. Van de Roofdieren zijn alleen de Civetkatten (de oudste familie van deze orde) vertegenwoordigd, meestal met eigen soorten: fossa, fanaloka en Madagaskarmangoesten; de fossa is er het grootste roofdier. Onder de Vleermuizen zijn o.a. de Aziatische vruchtenetende vleermuizen (vliegende honden) vertegenwoordigd; een zeer groot deel van de Knaagdieren is endemisch. De belangrijkste groepen zijn de Primaten, op Madagaskar uitsluitend vertegenwoordigd door Halfapen van de drie endemische families (Maki's, Indri-achtigen en het vingerdier), en de insecteneters met ťťn endemische familie, de Tenreks. De merkwaardige Halfapen (ca. 20 soorten) waren oorspronkelijk wijd verbreid (o.a. in Noord-Amerika en Europa), maar alleen op Madagaskar was geen concurrentie van de Apen, omdat dit eiland nooit door deze dieren bereikt werd; hier konden de Halfapen zich dan ook goed handhaven. Uitgestorven vormen waren vermoedelijk even groot als de huidige mensapen. De Tenreks vormen met ca. 25 soorten een dominant element in de fauna van Madagaskar.
Onder de vogels ontbreken eveneens veel typisch Afrikaanse groepen; onder de 51 families zijn talrijke endemische vormen. Van de endemische families verdienen vermelding de Vanga's met elf soorten, verder Steltrallen en Naaktoogpitta's. De uitgestorven Olifantsvogels, reusachtige loopvogels, zijn zonder twijfel de meest opvallende vogels van het eiland geweest; het uitsterven van deze vogels is van voldoende recente datum om hier en daar nog talrijke (fragmenten van) eierschalen te kunnen aantreffen. Onder de Reptielen zijn te noemen Afrikaanse elementen als de nijlkrokodil, enige schildpadden en talrijke kameleons (waarvan vele endemisch); boa-achtige slangen en leguanen vertegenwoordigen een Zuid-Amerikaans element. Giftige slangen ontbreken geheel. Ook de AmfibieŽn, alleen vertegenwoordigd door kikkers en padden, hebben een hoog percentage endemische vormen. Zoetwatervissen zijn slecht vertegenwoordigd. Lagere dieren, waaronder insecten en landslakken, vertonen een grote rijkdom aan soorten. Van alle groepen is wederom een opvallend endemisme bekend, waarbij echter altijd een Afrikaans element de overhand heeft.
De merkwaardige en unieke fauna van Madagaskar wordt zeer bedreigd door ongebreidelde jacht, ontbossing (de meest interessante vormen bewonen de bossen op en langs de centrale bergrug) en de toenemende bevolking, die ook een hoger peil van ontwikkeling bereikt (resulterend in het wegvallen van beschermende taboes, die vooral een aantal Maki's ontzagen). In de praktijk blijken de overigens voortreffelijke natuurbeschermingsmaatregelen weinig effectief. Een strikte bescherming van het natuurlijk milieu en de archaÔsche fauna en flora zou de hoogste prioriteit moeten krijgen. In de Franse tijd werd een belangrijk biologisch instituut annex museum en dierentuin in Antananarivo opgericht.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De bevolkingstoename bedraagt ca. 3% per jaar. De oostkust en het centrale plateau zijn relatief dichtbevolkt; op 4% van het totale landoppervlak woont 25% van de bevolking. In het westen is 2 inw. per km2 geen uitzondering. Van de bevolking woont ca. 75% op het platteland. Het geboorte- en sterftecijfer bedroeg in de periode 1990-1995 resp. 44, 9Č en 12,6Č. De gemiddelde levensverwachting was in die periode voor mannen 56 jaar en voor vrouwen 59 jaar. Meer dan de helft van de bevolking is jonger dan 15 jaar.
De MalgassiŽrs zijn overwegend van Maleis-Indonesische afkomst en in geringe mate zijn negroÔde en Arabische elementen vertegenwoordigd. Er zijn achttien etnische groepen te onderscheiden; de grootste is die van de Merina, in het hoogland, gevolgd door de Betsimisaraka, aan de oostkust, de Betsileo, in het zuiden van het centrale hoogland, de Tsimiheti, in de noordelijke hooglanden, en de Sakalava, aan de westkust. Er bestaat rivaliteit tussen de kustbewoners (cŰtiers) en de bewoners van het hoogland, wat vaak tot spanningen heeft geleid, m.n. tussen de Merina en de cŰtiers. Ca. 1% van de bevolking bestaat uit vnl. Fransen, KomoriŽrs, IndiŽrs en Chinezen.
2.2 Taal
Frans en Malgassisch (verwant aan de Maleise taal) zijn de officiŽle talen. Belangrijkste omgangstaal is het Hova, dat door de Merina wordt gesproken.
2.3 Religie
De helft van de inwoners hangt animistische religies aan. Ca. 45% van de bevolking is christen, ongeveer evenveel rooms-katholieken als protestanten; ca. 5% is islamiet.

3. Bestuur en samenleving
Staatshoofd is de president, die voor vijf jaar wordt gekozen. Er is een meerpartijensysteem, maar van 1975 tot 1992 waren alleen politieke partijen op socialistische grondslag toegestaan. Sinds de nieuwe grondwet is Madagaskar een presidentiŽle republiek met een nationale volksvergadering (138 zetels) en een meerpartijensysteem. Kiesrecht heeft iedereen boven de achttien jaar.
Administratief is het grondgebied ingedeeld in zes provincies (Antsiranana, Fianarantsoa, Mahajanga, Toamasina, Antananarivo en Toliary, alle met gelijknamige hoofdstad), die onderverdeeld zijn in prefecturen, onderprefecturen, districten en traditionele dorpsvergaderingen (fokonolona). Het bestuur is sterk gedecentraliseerd.
Madagaskar is lid van de Verenigde Naties en dochterorganisaties van de VN, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAS) en is geassocieerd met de EU.

4. Economie
Madagaskar behoort tot de armste landen ter wereld en is overwegend agrarisch; bijna 80% van de bevolking leeft van de landbouw en ca. 80% van de export bestaat uit agrarische producten. Samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank probeert de overheid sinds 1980 de economie van het land te verbeteren door o.a. privatisering van staatsbedrijven, liberalisering van de handel en vermindering van de uitgaven. De zeer trage economische groei is o.m. het gevolg van de geÔsoleerde ligging en de slechte infrastructuur, maar ook van corruptie, lage koffie- en kruidnagelprijzen op de wereldmarkt, foute planning en natuurrampen (droogte en cyclonen). Het bruto nationaal product daalde in de jaren tachtig gemiddeld 4% per jaar en bedroeg in 1993 $ 250 per hoofd van de bevolking.
De verbouw van voedingsgewassen op kleinschalige bedrijven overheerst. Rijst is het belangrijkste product; sinds 1972 moet rijst worden ingevoerd; gestreefd wordt naar zelfvoorziening. Daarnaast worden voor eigen gebruik cassave, zoete aardappelen, bananen, grondnoten en groenten verbouwd. Koffie is het belangrijkste exportproduct (ruim 40% van de totale exportwaarde). Madagaskar is de grootste producent van vanille (70% van de wereldproductie) en neemt ongeveer eenderde van de wereldproductie van kruidnagelen voor zijn rekening. Er worden ook sisal, peper, suikerriet, tabak en katoen verbouwd en men is begonnen met de aanleg van theeplantages. Ondanks de grote hoeveelheid vee, die van belang is voor de sociale status, heeft de veehouderij nauwelijks economische waarde. De veehouders zijn half-nomaden. De weidegrond wordt inefficiŽnt gebruikt. Er worden vnl. zeboes gehouden, voorts runderen, schapen, varkens, geiten en kippen. Sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw vallen grote delen van het regenwoud ten offer aan kaalslag ten behoeve van brandhout, de belangrijkste energiebron in Madagaskar, en de aanleg van rijstvelden. In 1990 was nog maar 15% van het voormalig bosoppervlak over. Oorzaken zijn de enorme bevolkingsgroei, de grote armoede van de bevolking, de buitenlandse schuld ($ 5 miljard in 1995) en de dalende landbouwprijzen op de wereldmarkt van Madagaskars exportgoederen. Visvangst vindt - dankzij de lange kustlijn en de vele meren en rivieren - op groeiende schaal plaats (vooral garnalen). Sinds 1986 bestaat een verdrag met de EU over visvangst door EU-landen in de Madagassische wateren in ruil voor betaling. De bosbouw is nauwelijks van belang, ontbossing en bodemerosie vormen een groot probleem.
De aanwezigheid van veel delfstoffen is aangetoond, maar er wordt weinig geŽxploiteerd, o.a. vanwege slechte bereikbaarheid en een slechte infrastructuur. Belangrijkste mineralen zijn grafiet, chroomerts, mica en verschillende halfedelstenen. In de jaren tachtig werd begonnen met de exploitatie van bauxiet en titaniumerts. De industrie is hoofdzakelijk op de binnenlandse markt georiŽnteerd, slechts ongeveer 6% van de beroepsbevolking is werkzaam in deze sector. De meeste bedrijven verwerken agrarische producten, zoals rijst, tabak, koffie en katoen. De suiker- en vleesverwerkende industrieŽn produceren voor de export. Wegens te hoge kosten en technische problemen is de exploitatie van aanwezige olievoorraden tot nog toe niet van de grond gekomen. Andere belangrijke industrieŽn zijn de cement- en kunstmestindustrie. Met Hong Kong zijn afspraken gemaakt over de vestiging van een belastingvrije industriŽle zone aan de oostkust. Ongeveer 70% van het geÔnstalleerd elektrisch vermogen is afkomstig van hydro-elektrische centrales, maar 85% van de energiebehoefte wordt met het verbranden van hout gedekt. Beoogd wordt een verdrievoudiging van het vermogen door de bouw van twee stuwdammen: het zgn. Andekaleka-project.
De handelsbalans vertoont tekorten. Met een zeer terughoudende importpolitiek probeert men het nadelig saldo te beperken. Ingevoerd worden voedingsmiddelen (vooral rijst), aardolie, machines en transportmiddelen. De voornaamste uitvoerproducten zijn koffie, kruidnagelen, vanille en garnalen (tezamen goed voor tweederde van de exportopbrengst). Frankrijk is de belangrijkste handelspartner, gevolgd door Duitsland, de Verenigde Staten, ItaliŽ en Japan. Sinds 1972 wordt gestreefd naar grotere economische onafhankelijkheid van het buitenland en diversifiŽring van de ontwikkelingshulp. Frankrijk en de Internationale Ontwikkelingsassociatie (IDA) zijn de grootste donoren van ontwikkelingshulp aan Madagaskar.
De aanleg van wegen en spoorlijnen is moeilijk en kostbaar. Van de ca. 60!000 km weg is 15% verhard en tweederde slechts bij goed weer begaanbaar. Zelfs belangrijke steden zijn niet het gehele jaar door bereikbaar over de weg. Dit brengt regelmatig problemen met zich mee voor de voedselaanvoer. Door de gebrekkige verbindingen over land zijn de kustvaart en de luchtvaart belangrijk. Veel goederenverkeer vindt plaats door het 600 km lange Pangalaneskanaal, dat uit een aaneenschakeling van lagunes bestaat en voor ongeveer eenderde bevaarbaar is. Het net van vliegroutes is in verhouding tot de omvang van de bevolking het dichtste van de wereld. Air Madagascar is de nationale luchtvaartmaatschappij. Behalve op het binnenland wordt regelmatig op Europa en Zuid- en Oost-Afrika gevlogen.

5. Geschiedenis

Het eiland, op de Europees-Indische handelsroute, werd sedert 1500 aangedaan door Portugese, vervolgens door Franse, Hollandse en Britse kolonisatoren. Toch bleef het onafhankelijk tot de 19de eeuw. In het begin van die eeuw begon de stam van de Hova (Merina) onder koning Radama I zijn heerschappij over het hele eiland uit te breiden. In 1883 begon Frankrijk een oorlog tegen Madagaskar, die eindigde met een verdrag waarbij de buitenlandse politiek onder Franse controle werd gesteld. Ten slotte werd in 1895 de hoofdstad Tananarive (thans Antananarivo) bezet en de laatste inheemse heerser, koningin Ranavalona III, verbannen. Annexatie door Frankrijk volgde in 1896. In 1947 brak een opstand uit, die streng werd onderdrukt. In 1958 werd Madagaskar uitgeroepen tot een autonome republiek binnen de Franse gemeenschap. In 1960 werd het een volledig onafhankelijk lid. President en premier werd Philibert Tsiranana. In 1972 droeg deze, na een periode van ernstige onlusten en demonstraties tegen zijn steeds dictatorialer geworden bewind, de macht over aan de chef-staf van het leger, generaal GabriŽl Ramanantsoa, die de grondwet opschortte en de rust wist te herstellen. Zijn regering, die in jan. 1973 de speciale relaties met Frankrijk verbrak door de in 1960 gesloten verdragen van samenwerking op te zeggen, bleek ten slotte evenwel niet in staat het hoofd te bieden aan de toenemende economische problemen van het land. Ramanantsoa droeg zijn bevoegdheden over aan minister van Binnenlandse Zaken Ratsimandrava (febr. 1975), die echter een week later werd vermoord. Een militair directoraat nam nu de macht in handen en kondigde de staat van beleg af. In juni 1975 ontbond het directoraat zichzelf; het werd vervangen door een opperste revolutionaire raad onder leiding van Didier Ratsiraka, eerder reeds minister van Buitenlandse Zaken. In dec. 1975 werd, na een referendum, de Democratische Republiek Madagaskar uitgeroepen. Ratsiraka werd voor een periode van zeven jaar tot president gekozen en de Arema (Avantgarde de la rťvolution malgache) werd opgericht als kern van de enig toegestane politieke partij, het Front national pour la dťfense de la rťvolution socialiste. Ook onder dit nieuwe, socialistische bewind bleef het onrustig. In 1980 vonden twee mislukte couppogingen plaats. In de loop van de jaren tachtig waren er regelmatig rellen, plunderingen, stakingen, couppogingen en gewelddadige demonstraties uit onvrede met het regime. Ratsiraka werd in 1989 voor een derde ambtstermijn als president gekozen. In hetzelfde jaar werd de perscensuur opgeheven en een jaar later werd ook de oprichting van politieke partijen weer toegestaan.
Het jaar 1992 stond in het teken van aanslagen, rellen en een mislukte couppoging. Bij de presidentsverkiezingen van febr. 1993 behaalde Albert Zafy, leider van de oppositionele coalitie Forces Vives tweederde van de stemmen. De parlementsverkiezingen van juni werden eveneens met absolute meerderheid gewonnen door Forces Vives. Economische hervormingen en de devaluatie van de CFA-frank veroorzaakten in 1994 een forse daling van de levensstandaard van de meeste eilandbewoners. In 1995 werden de bevoegdheden van de president aanzienlijk uitgebreid. Wegens herhaaldelijke schendingen van de grondwet werd tegen president Zafy een afzettingsprocedure gestart, die door het Constitutionele Hof werd bevestigd. De vroegere militaire leider Didier Ratsiraka versloeg in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen (eind dec. 1996) met gering verschil Albert Zafy. Premier werd Pascal Rakotomavo.

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009