Om dit te
verduidelijken keren we terug naar ons voorbeeld met de sinaasappel.
Stel je een sinaasappel voor, vrij zwevend binnen een
speelgoedballonnetje. Drukken we nu met twee vingers (elk aan één
kant) de ballon bovenaan en onderaan zover in, dat onze vingertoppen
op respectievelijk de noordpool en de zuidpool van de sinaasappel
komen te rusten, dan krijgt de ballon een vorm die redelijk goed
overeenstemt met wat we de magnetosfeer (zie middenste foto) van de aarde noemen.
Deze magnetosfeer vormt een soort schild om onze planeet heen. De
term ‘schild’ wekt de indruk dat wij van buitenaf op de één of
andere manier worden bestookt met projectielen. In feite is dat ook
zo. De zon blaast namelijk voortdurend materie van zich af. Men
spreekt dan ook over de zonnewind, een continue stroom van
elektrisch geladen deeltjes, die in alle richtingen de wereldruimte
worden ingestuurd, dus ook in de richting van onze aarde.
Bij uitbarstingen op de zon kan die stroom een zeer hoge intensiteit
bereiken. Het aardoppervlak zou voortdurend aan deze vorm van
bombardement blootstaan, indien het niet door die magnetosfeer voor
een groot stuk werd beschermd. Zoals we weten zijn magnetisme
en elektriciteit zoiets als broer en zus. De beweging van
elektrisch geladen deeltjes wordt beïnvloed door de aanwezigheid van
een magneetveld. Dit is ook zo in de ruimte rond onze aarde, waar de
elektrisch geladen deeltjes uit de zonnewind als het ware stuiten op
de magnetische ‘omheining’ die onze planeet bezit. Er zijn maar twee
plaatsen waar deze omheining de deeltjes toestaat om door te dringen
tot in de atmosfeer van onze planeet, en die twee plaatsen zijn de
poolgebieden. Enkel daar zien die zonnedeeltjes de kans (zie
ons voorbeeld met de ingedrukte ballon) om in aanraking te komen met
aardse materie, namelijk de gassen waaruit onze dampkring bestaat.
Die wisselwerking tussen zonnematerie en aardmaterie tovert ons de
fascinerende en kleurrijke lichteffecten voor die we samenvatten
onder de noemer poollicht.
Wij spreken in dat verband meestal over het ‘noorderlicht’. Wanneer
wij dit verschijnsel waarnemen, doet het zich altijd in noordelijke
richting voor, omdat daar voor ons de dichtste pool ligt. Maar
rondom de zuidpool spelen zich ook dergelijke natuurkundige
processen af en daar spreken we over ‘poollicht’. |
|
|
|
|
|