header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

MaleisiŽ

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 



MaleisiŽ (officeel: Persekutuan Tanah Malaysia, of Eng.: Malaysia), federatief kieskoninkrijk in Zuidoost-AziŽ, bestaande uit de federatie van Malaya (sinds de stichting van MaleisiŽ meestal West-MaleisiŽ genoemd), gelegen op het schiereiland Malakka, en Oost-MaleisiŽ, bestaande uit Sabah en Sarawak, gelegen op Noord-Borneo, totaal 329.747 km2, met naar schatting (1994) 19,5 miljoen inw. (59 per km2); hoofdstad: Kuala Lumpur. De munteenheid is de ringgit, onderverdeeld in 100 sen. Nationale feestdag is 31 aug., Onafhankelijkheidsdag.


1. Bevolking

1.1 Samenstelling en spreiding
De etnische samenstelling van de bevolking is als volgt: talrijke stammen in West- en Oost-MaleisiŽ, waarvan de leden afstammen van de oorspronkelijke bewoners van deze gebieden, bijv. de Semang, Senoi en Jakun in West-MaleisiŽ, de Dajaks in Sarawak en de Kadazans in Sabah. De tweede groep omvat de Maleiers. Zij vormen ruim de helft van de bevolking. Hun staatsrechtelijke en sociale positie wordt door de grondwet met tal van waarborgen omgeven: de ambten van staatshoofd en premier kunnen alleen worden bekleed door Maleiers, hun taal is de officiŽle taal, zij zijn oververtegenwoordigd in het federale parlement en hun godsdienst, de islam, is de officiŽle godsdienst. Het beleid van de regering is erop gericht om de Maleiers, die traditioneel vissers en boeren zijn, ook economisch een grotere rol te laten spelen. Volgens een in 1971 begonnen, nieuwe economische politiek zou in 1990 30% van de aandelen van alle maatschappijen in handen van de 'bumiputra' ( 'zonen van de aarde'), dwz. alle oorspronkelijke stammen en de Maleiers, moeten zijn. Dit overheidsbeleid leidde tot toenemende spanningen tussen de Maleiers en de in het economisch leven overheersende Chinese bevolkingsgroep. Ten gevolge hiervan, alsmede door de economische recessie, werd het doel niet bereikt. De derde etnische groep (in grootte de tweede, ca. 30%) vormen de Chinezen, die een dominerende positie in handel en industrie innemen en samen met de IndiŽrs het grootste deel van de niet-agrarische beroepsbevolking uitmaken. Zij leven in een min of meer gesloten gemeenschap en hadden aanvankelijk nauwelijks politieke aspiraties. De vierde groep vormen de IndiŽrs, vnl. bestaande uit Srilankanen en Pakistani. Zij werden, evenals de Chinezen in de 19de eeuw, door de Engelsen naar MaleisiŽ gebracht om op de plantages te werken, omdat de Maleiers dit weigerden. Zij vormen 8% van de bevolking en werken vnl. op de plantages en als kleine middenstanders en lage ambtenaren. In de federatie woont ca. 38% van de bevolking in steden. Het jaarlijkse geboortecijfer bedroeg in 1994 22Č.
1.2 Taal
De officiŽle taal is de Bahasa Malaysia in West-MaleisiŽ en Sabah en Bahasa Malaysia en Engels in Sarawak. De verschillende etnische groeperingen spreken daarnaast hun eigen talen. Ondanks pogingen van de regering de Bahasa Malaysia te propageren is Engels de meest gebruikte taal in de handel, het onderwijs en de rechtspraak.
1.3 Religie
De islam is de officiŽle godsdienst, de islamieten (voor het overgrote deel Maleiers) maken iets meer dan de helft van de bevolking uit. De grondwet geeft de islam een voorkeurspositie: het staatshoofd is tevens islamitisch godsdienstig leider; islamitisch godsdienstonderricht is verplicht in de staatsscholen, islamieten hebben een eigen stelsel van rechtspraak en betalen speciale belastingen. De Chinezen zijn aanhangers van het confucianisme, het boeddhisme of taoÔsme, terwijl de meeste IndiŽrs hindoeÔsten zijn. Ruim 6% van de bevolking is christen. De stammen op Sarawak en Sabah hangen meest animistische religies aan.

2. Bestuur en samenleving
2.1 Staatsinrichting
De federatie MaleisiŽ bestaat uit dertien deelstaten en (sinds 1974) het federaal territorium Kuala Lumpur in West-MaleisiŽ en de deelstaten Sabah en Sarawak en (sinds 1984) het federaal territorium Labuan in Oost-MaleisiŽ. Aan het hoofd van negen van deze deelstaten staan erfelijke vorsten (zeven sultans, ťťn raja en ťťn Jang di-Pertuan Besar). Dezen kiezen om de vijf jaar uit hun midden als staatshoofd van MaleisiŽ een koning (Jang di-Pertuan Agong). De koning benoemt de heerser van Sabah en de gouverneurs voor Sarawak, Malakka en Pinang, alsook de hoogste rechters; bovendien is hij opperbevelhebber van de strijdkrachten. De uit de heersers van de 13 deelstaten bestaande 'conferentie' moet voor talloze kwesties geraadpleegd worden. De wetgevende macht ligt bij een uit twee kamers bestaand parlement, waarvan het lagerhuis in geheime en directe verkiezingen wordt gekozen. Ieder van de 13 deelstaten heeft een eigen grondwet, een eigen parlement met wetgevende bevoegdheden en een eigen regering. Er is algemeen kiesrecht voor een ieder boven de 20 jaar.
2.2 Politieke partijen
De politieke partijen in MaleisiŽ behartigen allereerst de belangen van de eigen etnische en linguÔstische groeperingen. De regering steunt op het uit elf partijen bestaande Barisan Nasional (Nationaal Front) waarin de UMNO (New United Malay National Organization) de belangrijkste partij is. Er is een aantal oppositiepartijen, waaronder de DAP (Democratic Action Party) en de PAS (Parti Islam Sa-Malaysia). De communistische partij is verboden.
2.3 Administratieve indeling
De dertien deelstaten in West-MaleisiŽ zijn administratief onderverdeeld in districten en die weer in mukims. Sarawak is in regionen verdeeld en Sabah in residentschappen.
2.4 Lidmaatschap van internationale organisaties
MaleisiŽ, dat deel uitmaakt van de Commonwealth, is lid van de Verenigde Naties en suborganisaties van de VN, alsmede van de ASEAN en het Colombo-plan en van een economisch driehoeksverbond met Singapore en IndonesiŽ.

3. Economie
3.1 Algemeen
Kuching SarawakDankzij de aanwezigheid van tin en de productie van rubber heeft (West-)MaleisiŽ na de Tweede Wereldoorlog een indrukwekkende economische ontwikkeling doorgemaakt. Door etnische spanningen, wanbeheer en labiele politieke verhoudingen is het land echter tot op heden geen leidende industriestaat geworden. Wel is het een van de rijkere landen van AziŽ. In de jaren 1990-1994 bedroeg de gemiddelde jaarlijkse groei van het bruto nationaal product 8,4%. In 1994 was de groei van het bnp zelfs 9,2%. Het bnp per hoofd van de bevolking was in 1996 $ 3440. Het land is de grootste exporteur ter wereld van rubber, tin en palmolie. Landbouw, bosbouw, visserij en mijnbouw zijn belangrijke sectoren van de Maleise economie. Ongeveer 30% van de beroepsbevolking is in deze sectoren werkzaam en zij dragen voor 22% bij aan het bnp. De industrie draagt voor ongeveer 30% (1994) bij aan het bnp en is daarmee de belangrijkste sector geworden, op de dienstverlening na, die goed is voor 45% van het bnp. De regering bevordert de industrialisatie om de economische basis te verbreden, waarbij vooral de productie van importvervangende goederen gestimuleerd wordt. Hoewel de overheid door middel van meerjarenplannen de economische ontwikkeling stuurt, speelt het particuliere initiatief een belangrijke rol en beperkt de directe overheidsbemoeienis zich tot de aanleg en uitbouw van de infrastructuur. In 1990 tekenden Singapore, IndonesiŽ en MaleisiŽ een verdrag, dat erin voorziet dat de eilandstaat Singapore, het belastingvrije Indonesische eiland Batam en de Zuidmaleisische havenstad Johore Baru samen tot een economische 'groeidriehoek' moeten uitgroeien. Voordelen van deze regio zijn de lage arbeidslonen en de uitstekende communicatiesystemen. Gemeten naar de standaarden van andere ontwikkelingslanden in AziŽ is de economie van MaleisiŽ ontwikkeld, gevarieerd en complex. De verschillende staten van de federatie zijn in sterk verschillende ontwikkelingsstadia. West-MaleisiŽ draagt voor bijna 90% aan het bnp bij, terwijl Sabah en Sarawak daarbij ver achterliggen.
3.2 Landbouw, veeteelt, bosbouw, visserij
Het belangrijkste product van de landbouw is rubber, dat hoofdzakelijk in West-MaleisiŽ wordt gewonnen. De helft van de rubberproductie is afkomstig van kleine boeren. Tweede belangrijk agrarisch exportproduct is palmolie. Vooral van belang voor binnenlands gebruik is de rijstbouw, die op kleine bedrijven in Perlis, Kedah, Penang en Perak plaatsvindt. MaleisiŽ kan voor ca. 75% in zijn eigen behoefte aan rijst voorzien. Andere belangrijke landbouwproducten zijn kokosnoten, cacao, peper en ananas. Door klimatologische en fysieke omstandigheden is de veehouderij weinig ontwikkeld. De bosbouw (ca. 70% van MaleisiŽ is met bos bedekt) levert verschillende soorten tropisch hardhout. Meer dan een kwart van de wereldbehoefte hieraan wordt door MaleisiŽ en m.n. door Sabah gedekt. Door beperkende maatregelen ter bescherming van het milieu neemt dit aandeel echter af. Door modernisering van de vissersvloot is de opbrengst van de visserij in tien jaar verdubbeld. Een groot deel daarvan is bestemd voor binnenlands gebruik; een deel wordt geŽxporteerd, vooral naar Singapore.
3.3 Mijnbouw
De belangrijkste producten van de mijnbouw zijn bauxiet, koper, goud, ijzer en mangaan. De tinmijnbouw is niet langer rendabel en wordt uitsluitend in West-MaleisiŽ beoefend. Op Sabah zijn door een Japans consortium grote kopervoorraden ontdekt, waardoor koper het vierde mijnbouw-exportproduct na aardolie, ijzererts en bauxiet werd. Oliewinning vindt vooral plaats op Sarawak en off-shore bij Sabah. Ook bij Kuantan (West-MaleisiŽ) zijn off-shore grote voorraden aardolie en aardgas gevonden.
3.4 Industrie
De industriŽle activiteiten zijn geconcentreerd in West-MaleisiŽ, in en bij Kuala Lumpur, en richten zich vnl. op de verwerking van landbouwproducten en lokale ruwe grondstoffen. Bovendien produceert de industrie textiel, elektronische apparatuur, chemische producten en machines. In juli 1985 is in samenwerking met het Japanse Mitsubishi begonnen met de assemblage van personenauto's. In 1989 werd een begin gemaakt met de export daarvan naar het Verenigd Koninkrijk. Het beleid van de overheid is o.a. gericht op geografische spreiding van de industrie.
3.5 Handel
De handelsbalans vertoont al jaren een steeds groter overschot. Belangrijkste exportproducten zijn aardolie (23% van de exportinkomsten) en industriŽle producten, daarna komen rubber, ijzererts en palmolie. De toeristenindustrie is sterk in opkomst. Voornaamste invoerproducten zijn machinerieŽn, chemicaliŽn en consumptieartikelen. MaleisiŽs belangrijkste handelspartners, zowel wat de in- als uitvoer betreft, zijn: Japan, Singapore en de Verenigde Staten. De centrale bank is de Bank Negara Malaysia.
3.6 Energievoorziening
De productie van stroom voor de energievoorziening is in handen van de National Electricity Board en vindt voor een kwart plaats door waterkrachtcentrales en voor de rest door warmtekrachtcentrales gevoed door aardolie.
3.7 Verkeer
Het wegennet in West-MaleisiŽ is het beste van Zuidoost-AziŽ (in 1996 ruim 40.000 km). Het spoorwegnet, vnl. in West-MaleisiŽ, is ca. 2300 km lang en wordt nog steeds uitgebreid. De nationale luchtvaartmaatschappij is Malaysia Airlines; de internationale luchthaven van Kuala Lumpur wordt door veel buitenlandse maatschappijen aangedaan. Er zijn vier andere internationale luchthavens: in Kota Kinabalu, Penang, Johore Bahru en Kuching.

4. Geschiedenis
Voor de komst van de Europeanen was de historie van de Maleise staatjes op Malakka in het algemeen via de peperhandel nauw verweven met die van de Sumateraanse kustrijken. Als eerste Europeanen kregen de Portugezen door hun inname van Malakka (1511) vaste voet. De Nederlanders veroverden deze plaats in 1641. Op het eind van de 18de eeuw maakte de Nederlandse hegemonie plaats voor de Britse. In 1786 kwam Penang, in 1795 Malakka in handen van de East India Company, die in 1819 door machinaties van Raffles ook Singapore verwierf. Singapore, Penang en Malakka werden de Straits Settlements. Na de ondergang van de East India Company werden de Settlements vanuit Delhi onder verantwoordelijkheid van het India Office bestuurd. In 1867 werden zij van India losgemaakt; zij vormden daarna een kroonkolonie met de gouverneurszetel in Singapore. Terzelfder tijd kregen Engelse firma's belangstelling voor het Maleise binnenland, o.m. voor de tinwinning in Perak. Hier was een troonstrijd gaande waarmee zich ook al Chinese mijnwerkerskongsies hadden bemoeid. Uiteindelijk mengde de Britse gouverneur in Singapore zich in de zaak, wat in 1874 leidde tot het akkoord van Pulau Pangkor. Perak werd een Brits protectoraat, waar de sultan bindend advies van de Engelse resident had in te winnen. Soortgelijke figuren kwamen ook tot stand in Selangor, Pahang en Negri Sembilan. Deze gebieden verenigden zich in 1895 tot de Federated Malay States. Het bestuur daarvan stond onder de Britse gouverneur in Singapore. In 1909 verwisselden Perlis, Kelantan, Kedah en Trengganu de Siamese suzereiniteit voor de Britse, terwijl ook Johore de Britse opperheerschappij erkende. Deze vijf gebieden vormden de Unfederated Malay States.
'British Malaya', zoals het geheel werd genoemd, was economisch geheel afhankelijk van rubber, tin en peper. De maatschappij was etnisch gesegmenteerd. Maleiers, levend onder hun sultans, waren veelal vissers en landbouwers. De tussenhandel werd beheerst door Chinezen. Dezen waren ook de koelies in de tinmijnen. IndiŽrs waren veelal plantagekoelies. Pas in de jaren dertig ontstond er een Maleis nationalisme. De belangrijkste dragers ervan waren de jongere vorstentelgen, zoals Tungku Abdulrahman.
Op 15 febr. 1942 veroverde Japan Singapore op de Britten. Het Japanse bewind over Malaya kenmerkte zich door een verscherpte Maleis-Chinese tegenstelling. Het waren vooral de lager geplaatste Chinezen die de kern uitmaakten van de Malayan People's Anti-Japanese Army (MPAJA). Op 5 sept. 1945 werd Singapore weer Brits. De Britten verenigden Federated en Unfederated States in de Malayan Union, die op 1 april 1946 van kracht werd. Singapore behoorde niet tot de Union, en kreeg de status van kroonkolonie. Het bestuur van de Union was centralistisch en Maleiers en Chinezen genoten gelijke burgerrechten. Dit was niet naar de zin van de Maleise bovenlaag, vooral van de vorsten. Gevolg hiervan was dat in 1948 de Union in de Federation of Malaya werd omgezet, waarin het zwaartepunt bij de deelstaten lag. In juni 1948 begon een guerrilla tegen de nieuwe federatie, vooral van de zijde van de Chinese communisten, verenigd in de Malayan Races Liberation Army (een voortzetting van de MPAJA). In 1951 was deze guerrilla vrijwel bedwongen. Binnen de Federatie werd de United Malay National Organisation (UMNO), waarvan Abdulrahman en Tun Abdul Razak de leiders waren, de dominerende partij. Gedurende de in verband met de guerrilla heersende noodtoestand federeerde de UMNO zich in 1952 met de Malayan Chinese Association (MCA), de partij van de Chinese zakenwereld in Malaya. Later sloot het Malayan Indian Congress (MIC) zich daarbij aan. Deze Alliantiepartij beheerste de regering. In 1957 verleende Engeland Malaya onafhankelijkheid.
De Federatie MaleisiŽ. Abdulrahman streefde naar een federatie van Malaya met de kroonkolonie Singapore en Sabah, Brunei en Sarawak (Brits-Borneo). De Federatie MaleisiŽ werd, na overleg tussen Groot-BrittanniŽ en de betrokken regeringen, op 8 juli 1963 geproclameerd (Brunei trok zich tevoren terug). De Chinees-Maleise tegenstellingen speelden in de nieuwe constellatie een belangrijke rol. Abdulrahman had compensatie gezocht voor de invloed van het vnl. Chinese Singapore door de overwegend Maleise gebieden op Borneo bij de Federatie te betrekken. Deze tegenstellingen leidden er echter toe, dat Singapore op 9 aug. 1965 uit de Federatie werd gezet.
De nieuwe Federatie had een belangrijke positie in de tegen China gerichte westelijke strategie. Een in 1957 tussen Malaya en Groot-BrittanniŽ tot stand gekomen militair verdrag dat o.m. voorzag in de legering van Britse (Australische en Nieuw-Zeelandse) troepen op Malaya's grondgebied, bleef van kracht na de vorming van de Maleisische Federatie. Het vormde de basis van de Britse deelname aan de verdediging tegen Indonesische infiltranten in de tijd van de 'Konfrontasi' na 1962. Tijdens de 'Konfrontasi' groeide heel voorzichtig een soort nationaal saamhorigheidsgevoel tussen de in Malaysia wonende bevolkingsgroepen, maar toen de goede betrekkingen met IndonesiŽ waren hersteld, traden de raciale (en politieke) tegenstellingen weer op de voorgrond. In mei 1969 leidden die tegenstellingen tot een gevoelig stemmenverlies voor de Alliantie van Tungku Abdulrahman en dadelijk daarop tot zeer ernstige moordpartijen in Kuala Lumpur, waarvan vooral de Chinezen het slachtoffer werden. Naast en boven de regering werd nu een National Operations Council (NOC) ingesteld, geleid door vice-premier Abdul Razak. Deze volgde Abdulrahman op in sept. 1970. De NOC werd ontbonden in febr. 1971. De regering slaagde er niet in een einde te maken aan de toenemende activiteiten van een communistische guerrillabeweging, die vooral onder de Chinese bevolkingsgroep, maar ook onder de Maleiers aanhang vond. Deze situatie bleef bestaan gedurende de eerste twee jaren van de ambtsperiode van premier Hussein bin Onn (sedert 1976). In 1978 werd met hulp van Thailand hieraan een einde gemaakt, hoewel naar schatting nog ca. 1400 guerrillero's actief bleven. In 1978 versterkten de rassen- en religieuze tegenstellingen zich; in de jaren tachtig werden de islamitische fundamentalistische bewegingen steeds sterker. De regering, sinds 1981 onder leiding van premier Mahathir bin Mohammed, trachtte de toestand onder controle te krijgen door middel van een repressief beleid van arrestaties en vooral, vanaf 1987, door haar greep op de pers te versterken en de burgerrechten te beperken. De regerende partij Barisan Nasional (Nationaal Front) kon aanvankelijk haar positie versterken en daarna consolideren, maar moest bij verkiezingen in 1990 vooral op deelstaatniveau, tijdelijk aan macht en invloed inboeten. Tevens ontstond er binnen het Nationaal Front een interne rivaliteit. In februari 1993 bereikten de regering en de negen sultans een compromis betreffende veranderingen in de grondwet die de macht van de sultans moesten terugdringen.
In febr. 1994 kozen de negen erfelijke vorsten voor de komende vijf jaar de regeerder van de deelstaat Negri Sembilan, Tuanku Jaafar ibni Abdul Rahman, tot koning van MaleisiŽ. De feitelijke macht van de koning is door de regering ingeperkt. De parlementsverkiezingen van april 1995 leverden een grote overwinning op voor de persoon en de regering van premier Mahathir van het Nationaal Front, een coalitie van zestien partijen. Mahathir is al sinds 1981 aan het bewind. In okt. 1996 leverde de partijverkiezing van de UMNO eveneens een ruime zege op voor premier Mahathir.
De economische groei handhaafde zich in het midden van de jaren negentig op een hoog niveau (8 ŗ 9%). Overheidsmonopolies werden verminderd en de privatisering van staatsondernemingen werd voortvarend voortgezet. De aanwezigheid van bijna twee miljoen gastarbeiders op een totale beroepsbevolking van acht miljoen leidde tot lokale incidenten. Terwijl de economie floreerde, maakten de Maleisische leiders zich enige zorgen over moreel verval, mede onder druk van de fundamentalistische islamitische PAS-partij.

Telefoongids MaleisiŽ
Postcodes MaleisiŽ

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009