header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Mali

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 

 


 

Mali  (officieel: Republik Mali - République du Mali), republiek in West-Afrika, 1.240.142 km2, met (1994) 9,5 miljoen inw. (8 per km2); hoofdstad: Bamako. De munteenheid is de franc, onderverdeeld in 100 centimes. De nationale feestdag is 22 sept., de dag waarop in 1960 de republiek werd uitgeroepen.
 

 

1. Fysische geografie
Het grootste, centrale deel van Mali maakt deel uit van de Grote West-Afrikaanse Slenk en bestaat uit plateaus van zelden meer dan 450 m hoogte, en vlakten. Zuid-Mali ligt in de bekkens van de Niger en de Senegal, terwijl zich in het uiterste zuidwesten een aantal uit zandsteen gevormde bergen met vrij steile rotswanden bevindt. De noordelijke helft van het land ligt binnen de Sahara, maar de woestijn rukt steeds verder naar het zuiden op. In het woestijngebied van Noord-Mali komt alleen in de wadi's (droge rivierbeddingen) enige vegetatie voor. Zuid-Mali vormt een moeras- en steppegebied met in het zuiden wouden (plaatselijk langs de rivieren galerijwouden). In West-Mali ligt het Nationaal Park van de Baoulé.
Een groot gedeelte van Mali werd ooit ingenomen door een groot, thans verdwenen meer; een restant hiervan is het uitgestrekte moerasgebied rondom de middenloop van de Niger (die Zuid-Mali in noordoostelijke richting doorstroomt) tussen Sansanding en Kabara. Door het veranderende klimaat hebben aanhoudende droogteperioden ervoor gezorgd dat deze voorheen vruchtbare binnendelta steeds meer uitdroogt, wat catastrofale gevolgen heeft voor de bevolking en de dierenwereld.
Dieren- en plantenwereld zijn vnl. die van de zand- en steenwoestijnen. Het grote wild is sterk bedreigd; van woestijnantilopen als algazel en addax komen nog slechts restpopulaties voor.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Van de vroeger vnl. uit nomaden bestaande bevolking in het noorden (Toeareg, Berbers en Fulani) heeft ca. 80% zich gevestigd, als gevolg van de grote droogteperioden in de jaren tachtig. De verder naar het zuiden, in het Nigerdal wonende volkeren (o.a. Songhai en Mandingo of Malinke) zijn sedentaire boeren en kooplieden. De zuidwestelijke en centrale gebieden worden bewoond door agrarische Soedannegers (Bambara, Dogon e.a.). De gemiddelde jaarlijkse bevolkingsaanwas bedraagt ca. 2, 5%. De gemiddelde leeftijd is laag (meer dan 50% van de bevolking is jonger dan 20 jaar). De gemiddelde levensverwachting is 47 jaar. Het geboortecijfer bedroeg in 1993 50‰, het sterftecijfer 20‰. Bijna 30% van de bevolking woont in het vochtige, vruchtbare zuiden (stroomgebied van de Niger). Ca. 20% woont in de steden. Dit percentage stijgt door de trek van het platteland naar de stad, een trek die vnl. veroorzaakt wordt door de aanhoudende droogte, waaronder het land in de jaren tachtig veel te lijden heeft gehad. De grootste steden zijn Bamako, de hoofdstad (646!000 inw.), Mopti, Ségou en Kayes. Mali heeft een hoog emigratiepercentage; uit economische overwegingen werken veel Malinezen in Ivoorkust, Senegal, Frankrijk en de aardolie producerende Arabische landen.
2.2 Taal
Officiële taal is het Frans, dat slechts door zo'n 10% gesproken wordt. Arabisch wordt in het noorden gesproken. 40% van de bevolking spreekt Bambara (een Mande-taal) dat als nationale taal door de regering wordt gepropageerd.
2.3 Religie
Naar schatting bestaat 80% van de bevolking uit islamieten. De negervolken in het zuiden zijn merendeels animisten (bijna 20% van de bevolking). De christenen (rooms-katholiek en protestant) vormen een kleine minderheid (1%). Sinds 1961 bestaat in Mali godsdienstvrijheid.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting en bestuur
Volgens de grondwet van 1974 die in 1979 in werking trad, was Mali een eenpartijstaat. De grondwet is na de val van het Traoré-regime in maart 1991 opgeschort. Hiermee kwam een einde aan het eenpartijsysteem, waarin de president zowel staatshoofd als regeringsleider was. De derde republiek begon in 1992 met een nieuwe grondwet en de eerste democratische verkiezingen. Bestuurlijk is het land ingedeeld in acht regionen en één stadsdistrict (Bamako).
3.2 Lidmaatschap van internationale organisaties
Mali is lid van de Verenigde Naties en van een aantal suborganisaties van de VN, verder van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de West-Afrikaanse Monetaire Unie, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS), het IMF en de Wereldbank. Via de Overeenkomst van Lomé worden banden met de EU onderhouden.
3.3 Politieke organisatie en vakbeweging
Sinds 1992 is Mali een meerpartijenstaat met elke vijf jaar vrije verkiezingen. Het parlement telt 129 zetels, waarvan 13 voor Maliërs in het buitenland.

4. Economie
4.1 Algemeen
PictureDe stijgingen van de aardolieprijs in jaren zeventig en de verschillende langdurige periodes van droogte hebben de economie van Mali zwaar getroffen. Met een inkomen per hoofd van de bevolking van $ 300 (1993) behoort Mali tot de tien armste landen ter wereld. Ontwikkelingsplannen in de jaren tachtig waren gericht op voorziening in de eigen voedselbehoefte. De plannen bleven echter zonder succes. Uitbreiding van de hoeveelheid landbouwgrond en het doelmatiger maken van management en prijzenstelsel moeten zelfvoorziening in de toekomst dichterbij brengen.
Een belangrijke factor in het economisch leven van Mali zijn de staatsbedrijven. Driekwart van de industriële productie vindt plaats in deze bedrijven. De staatssector wordt gekenmerkt door verliezen en inefficiëntie. Onder druk van buitenlandse geldschieters en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn economische hervormingen doorgevoerd (o.a. privatisering van staatsbedrijven, vermindering van subsidies en beperking van de staatsschuld). Bovendien heeft de overheid een anticorruptiecampagne gevoerd. Tijdens de afgelopen decennia is de economie van een door de staat geleide tot een gemengde economie omgevormd, al blijft de nadruk op planning bestaan.
4.2 Landbouw, visserij, veeteelt en bosbouw
De landbouw, waarin 79% van de actieve bevolking werkzaam is, is de basis van de Malinese economie. Een groot deel van de akkerbouwgronden wordt gebruikt voor de verbouw van producten bestemd voor de eerste levensbehoeften, zoals gierst, maïs en rijst. Voor de export alsmede voor de verwerking in de industrie worden grondnoten, katoen en suikerriet verbouwd. De prijs voor de aankoop van landbouwproducten wordt door de overheid vastgesteld. Omdat deze vaak beduidend lager is dan de prijzen in de buurlanden, worden op grote schaal producten het land uit gesmokkeld. De veehouderij behoort tot de belangrijkste sectoren van de economie in Mali. Door de aanhoudende droogte in de jaren tachtig zijn het runderbestand en het schapenbestand met ca. 60% verminderd. De export van levend vee richt zich vooral op Ivoorkust, Liberia en Senegal. Mali is door de visserij op binnenwateren, na Marokko en Senegal, de derde visproducent van Noord- en West-Afrika. Voornaamste visgebieden zijn het binnendeltagebied van de Niger en het merengebied. Door lange droogteperioden is het waterpeil echter sterk gedaald, wat tot verminderde vangsten heeft geleid. Een groot deel van de vangst wordt in de vorm van gerookte en gedroogde vis op de markt gebracht. De bossen leveren vnl. brandhout en timmerhout voor de traditionele economie. De langdurige droogte heeft echter een verwoestende uitwerking op het bosbouwbestand gehad.
4.3 Mijnbouw
De mijnbouw is economisch van weinig betekenis. Wel is de aanwezigheid van aanzienlijke voorraden ijzererts geconstateerd. Exploitatie van de bodemschatten blijft op een bescheiden niveau, omdat de infrastructurele voorzieningen tekortschieten. Traditioneel wordt in Taoudenni, in het uiterste noorden van het land, zout gewonnen. Verder wordt op kleine schaal fosfaat, goud en kalk gewonnen.
4.4 Industrie
De industriële activiteiten richten zich vnl. op de verwerking van binnenlandse grondstoffen en de vervaardiging van consumptiegoederen ter vervanging van geïmporteerde goederen. De agro-industrie is de voornaamste tak van industrie. Op de tweede plaats komt de textielindustrie, vooral drijvend op katoen. Eind jaren zeventig bedroeg het gemiddelde jaarlijkse groeicijfer voor de industrie ca. 9%, daarna is dit cijfer, vnl. door de slechte oogsten als gevolg van de droogte, teruggelopen.
4.5 Energievoorziening
De productie en verdeling van elektriciteit voor de energievoorziening zijn in handen van de gemengde onderneming Énergie du Mali. Energie wordt gewonnen met behulp van waterkrachtcentrales (94%) en thermische centrales (6%). Het aantal waterkrachtcentrales is recentelijk uitgebreid (o.a. bij de Selingué-stuwdam en een in de Bafing [zijrivier van de Senegal] bij Manantali). Hierdoor is Mali er in geslaagd te voorzien in de eigen energiebehoefte. Naast de traditionele vormen van energiewinning wordt gepoogd de zonne-energie economisch te exploiteren.
4.6 Handel
Voornaamste uitvoerproducten zijn katoen, grondnoten, levende dieren en vis. Geïmporteerd worden machines en apparaten, aardolieproducten, voedings- en genotmiddelen. Voornaamste handelspartners van Mali zijn Frankrijk, Ivoorkust en Duitsland.
4.7 Ontwikkelingssamenwerking
De meeste ontwikkelingshulp krijgt Mali van Frankrijk en Duitsland. De Europese Unie en de VS komen op de derde en vierde plaats. In 1991 ontving Mali $ 475 miljoen steun.
4.8 Bankwezen
Als centrale bank fungeert de Banque Centrale des États de l'Afrique de l'Ouest (in 1968 opgericht als Banque Centrale du Mali). Voorts zijn er talrijke handelsbanken, deels in staatsbezit.
4.9 Verkeer
Driekwart van het personen- en goederenverkeer geschiedt over de weg. Het wegennet was in 1992 18!000 km lang, waarvan slechts ca. 2000 km geasfalteerd is. De belangrijkste spoorlijn is die van Dakar (Senegal) naar Bamako. Het noorden van Mali is nauwelijks ontsloten. De rivieren de Senegal en de Niger zijn in de tijden van hoogwater bevaarbaar. Internationale luchthavens zijn er in Bamako-Segou en Mopti. De staatsmaatschappij Air Mali is in 1988 opgeheven. In 1992 werd Mali lid van de groep Air Afrique.

5. Geschiedenis
Op het grondgebied van het huidige Mali was waarschijnlijk sedert de 4de eeuw n.C. het oude keizerrijk Ghana gelegen, langs de Niger. Na zijn verval werd het Mali-rijk machtig. In het begin van de 15de eeuw maakten de Songhai zich los; de legers van Sonni Ali (ca. 1464-1492) brachten een groot deel van de Mali-gebieden onder Songhai-gezag. De macht van de Songhai werd gebroken door een Marokkaans leger in 1591; Tombouctou bleef gedurende twee eeuwen onder Moorse overheersing. Frankrijk veroverde het gebied in de periode 1860-1890. In
1904 ging het deel uitmaken van de kolonie Haut-Sénégal-Niger, in 1920 kreeg het zijn definitieve vorm onder de naam Frans Soedan. In 1959 vormde het land, dat inmiddels zelfbestuur binnen de Franse gemeenschap had gekregen, de Mali-federatie met Senegal. In aug. 1960 trok Senegal zich echter terug. Op 22 sept. van dat jaar werd Frans Soedan onafhankelijk onder de naam Mali. Modibo Keita, leider van de Soedanese Unie, werd tot president gekozen. In nov. 1968 werd hij afgezet door een 'Militair Comité van Nationale Bevrijding'. De grondwet werd buiten werking gesteld. De leiding van de staat ging berusten bij generaal Moussa Traoré, die ook regeringsleider werd. In 1974 werd een nieuwe grondwet bij referendum goedgekeurd. In 1979 werd de UDPM opgericht en het burgerbestuur keerde terug. Traoré werd tot president gekozen. Hij verenigde de ambten van president en regeringsleider en voerde gedurende de jaren tachtig een autoritair bewind. Rellen en demonstraties voor invoering van een meerpartijenstelsel en andere democratische beginselen leidden tot de omverwerping van het regime-Traoré in 1991 en maakten hiermee een einde aan 22 jaar dictatuur, gedurende welke de mensenrechten op grote schaal werden geschonden. Een interim-president, luitenant Amadou Toumany Touré, leidde het land tot aan de (vrije) verkiezingen van februari en maart 1992. Deze verkiezingen waren reeds voorzien voor eind 1991, maar werden uitgesteld om een vergelijk mogelijk te maken met de Toeareg, die met Libische hulp al jaren tegen de centrale regering vochten. Dit akkoord werd in april 1992 in Bamako getekend. Op 8 juni werd Alphar Omer Konaré als eerste democratisch gekozen president beëdigd. Wegens o.a. 'moord met voorbedachten rade' bij rellen in maart 1991 werden ex-president Traoré en drie anderen ter dood veroordeeld op 12 februari 1993.
In juni 1995 kondigde het Arabisch-Islamitisch Front (FIAA) van Azaouad, de enig overgebleven Toeareg-groepering die nog gewapend verzet pleegde, een eenzijdig staakt-het-vuren af. Begin 1996 werd het vredesproces tussen de regering en de opstandige Toearegs voltooid. De ongeveer 3000 gedemobiliseerde Toearegstrijders werden geïntegreerd in het nationale leger of kregen paramilitaire functies. De regering beloofde meer ontwikkelingsprogramma's voor het noorden van het land. De opstand van de Toearegs had sinds 1990 zeker 50!000 mensen het leven gekost.

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009