|
1. Fysische geografie
Het
grootste, centrale deel van Mali maakt deel uit van de Grote
West-Afrikaanse Slenk en bestaat uit plateaus van zelden meer dan 450 m
hoogte, en vlakten. Zuid-Mali ligt in de bekkens van de Niger en de
Senegal, terwijl zich in het uiterste zuidwesten een aantal uit
zandsteen gevormde bergen met vrij steile rotswanden bevindt. De
noordelijke helft van het land ligt binnen de Sahara, maar de woestijn
rukt steeds verder naar het zuiden op. In het woestijngebied van
Noord-Mali komt alleen in de wadi's (droge rivierbeddingen) enige
vegetatie voor. Zuid-Mali vormt een moeras- en steppegebied met in het
zuiden wouden (plaatselijk langs de rivieren galerijwouden). In
West-Mali ligt het Nationaal Park van de Baoulé.
Een groot gedeelte van Mali werd ooit ingenomen door een groot, thans
verdwenen meer; een restant hiervan is het uitgestrekte moerasgebied
rondom de middenloop van de Niger (die Zuid-Mali in noordoostelijke
richting doorstroomt) tussen Sansanding en Kabara. Door het veranderende
klimaat hebben aanhoudende droogteperioden ervoor gezorgd dat deze
voorheen vruchtbare binnendelta steeds meer uitdroogt, wat catastrofale
gevolgen heeft voor de bevolking en de dierenwereld.
Dieren- en plantenwereld zijn vnl. die van de zand- en steenwoestijnen.
Het grote wild is sterk bedreigd; van woestijnantilopen als algazel en
addax komen nog slechts restpopulaties voor.
2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Van de vroeger vnl. uit nomaden bestaande bevolking in het noorden (Toeareg,
Berbers en Fulani) heeft ca. 80% zich gevestigd, als gevolg van de grote
droogteperioden in de jaren tachtig. De verder naar het zuiden, in het
Nigerdal wonende volkeren (o.a. Songhai en Mandingo of Malinke) zijn
sedentaire boeren en kooplieden. De zuidwestelijke en centrale gebieden
worden bewoond door agrarische Soedannegers (Bambara, Dogon e.a.). De
gemiddelde jaarlijkse bevolkingsaanwas bedraagt ca. 2, 5%. De gemiddelde
leeftijd is laag (meer dan 50% van de bevolking is jonger dan 20 jaar).
De gemiddelde levensverwachting is 47 jaar. Het geboortecijfer bedroeg
in 1993 50‰, het sterftecijfer 20‰. Bijna 30% van de bevolking woont in
het vochtige, vruchtbare zuiden (stroomgebied van de Niger). Ca. 20%
woont in de steden. Dit percentage stijgt door de trek van het
platteland naar de stad, een trek die vnl. veroorzaakt wordt door de
aanhoudende droogte, waaronder het land in de jaren tachtig veel te
lijden heeft gehad. De grootste steden zijn Bamako, de hoofdstad
(646!000 inw.), Mopti, Ségou en Kayes. Mali heeft een hoog
emigratiepercentage; uit economische overwegingen werken veel Malinezen
in Ivoorkust, Senegal, Frankrijk en de aardolie producerende Arabische
landen.
2.2 Taal
Officiële taal is het Frans, dat slechts door zo'n 10% gesproken wordt.
Arabisch wordt in het noorden gesproken. 40% van de bevolking spreekt
Bambara (een Mande-taal) dat als nationale taal door de regering wordt
gepropageerd.
2.3 Religie
Naar schatting bestaat 80% van de bevolking uit islamieten. De
negervolken in het zuiden zijn merendeels animisten (bijna 20% van de
bevolking). De christenen (rooms-katholiek en protestant) vormen een
kleine minderheid (1%). Sinds 1961 bestaat in Mali godsdienstvrijheid.
3. Bestuur en
samenleving
3.1 Staatsinrichting en bestuur
Volgens de grondwet van 1974 die in 1979 in werking trad, was Mali een
eenpartijstaat. De grondwet is na de val van het Traoré-regime in maart
1991 opgeschort. Hiermee kwam een einde aan het eenpartijsysteem, waarin
de president zowel staatshoofd als regeringsleider was. De derde
republiek begon in 1992 met een nieuwe grondwet en de eerste
democratische verkiezingen. Bestuurlijk is het land ingedeeld in acht
regionen en één stadsdistrict (Bamako).
3.2 Lidmaatschap van internationale organisaties
Mali is lid van de Verenigde Naties en van een aantal suborganisaties
van de VN, verder van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de
West-Afrikaanse Monetaire Unie, de Economische Gemeenschap van
West-Afrikaanse Staten (ECOWAS), het IMF en de Wereldbank. Via de
Overeenkomst van Lomé worden banden met de EU onderhouden.
3.3 Politieke organisatie en vakbeweging
Sinds 1992 is Mali een meerpartijenstaat met elke vijf jaar vrije
verkiezingen. Het parlement telt 129 zetels, waarvan 13 voor Maliërs in
het buitenland.
4. Economie
4.1 Algemeen
De
stijgingen van de aardolieprijs in jaren zeventig en de verschillende
langdurige periodes van droogte hebben de economie van Mali zwaar
getroffen. Met een inkomen per hoofd van de bevolking van $ 300 (1993)
behoort Mali tot de tien armste landen ter wereld. Ontwikkelingsplannen
in de jaren tachtig waren gericht op voorziening in de eigen
voedselbehoefte. De plannen bleven echter zonder succes. Uitbreiding van
de hoeveelheid landbouwgrond en het doelmatiger maken van management en
prijzenstelsel moeten zelfvoorziening in de toekomst dichterbij brengen.
Een belangrijke factor in het economisch leven van Mali zijn de
staatsbedrijven. Driekwart van de industriële productie vindt plaats in
deze bedrijven. De staatssector wordt gekenmerkt door verliezen en
inefficiëntie. Onder druk van buitenlandse geldschieters en het
Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn economische hervormingen
doorgevoerd (o.a. privatisering van staatsbedrijven, vermindering van
subsidies en beperking van de staatsschuld). Bovendien heeft de overheid
een anticorruptiecampagne gevoerd. Tijdens de afgelopen decennia is de
economie van een door de staat geleide tot een gemengde economie
omgevormd, al blijft de nadruk op planning bestaan.
4.2 Landbouw, visserij, veeteelt en bosbouw
De landbouw, waarin 79% van de actieve bevolking werkzaam is, is de
basis van de Malinese economie. Een groot deel van de akkerbouwgronden
wordt gebruikt voor de verbouw van producten bestemd voor de eerste
levensbehoeften, zoals gierst, maïs en rijst. Voor de export alsmede
voor de verwerking in de industrie worden grondnoten, katoen en
suikerriet verbouwd. De prijs voor de aankoop van landbouwproducten
wordt door de overheid vastgesteld. Omdat deze vaak beduidend lager is
dan de prijzen in de buurlanden, worden op grote schaal producten het
land uit gesmokkeld. De veehouderij behoort tot de belangrijkste
sectoren van de economie in Mali. Door de aanhoudende droogte in de
jaren tachtig zijn het runderbestand en het schapenbestand met ca. 60%
verminderd. De export van levend vee richt zich vooral op Ivoorkust,
Liberia en Senegal. Mali is door de visserij op binnenwateren, na
Marokko en Senegal, de derde visproducent van Noord- en West-Afrika.
Voornaamste visgebieden zijn het binnendeltagebied van de Niger en het
merengebied. Door lange droogteperioden is het waterpeil echter sterk
gedaald, wat tot verminderde vangsten heeft geleid. Een groot deel van
de vangst wordt in de vorm van gerookte en gedroogde vis op de markt
gebracht. De bossen leveren vnl. brandhout en timmerhout voor de
traditionele economie. De langdurige droogte heeft echter een
verwoestende uitwerking op het bosbouwbestand gehad.
4.3 Mijnbouw
De mijnbouw is economisch van weinig betekenis. Wel is de aanwezigheid
van aanzienlijke voorraden ijzererts geconstateerd. Exploitatie van de
bodemschatten blijft op een bescheiden niveau, omdat de infrastructurele
voorzieningen tekortschieten. Traditioneel wordt in Taoudenni, in het
uiterste noorden van het land, zout gewonnen. Verder wordt op kleine
schaal fosfaat, goud en kalk gewonnen.
4.4 Industrie
De industriële activiteiten richten zich vnl. op de verwerking van
binnenlandse grondstoffen en de vervaardiging van consumptiegoederen ter
vervanging van geïmporteerde goederen. De agro-industrie is de
voornaamste tak van industrie. Op de tweede plaats komt de
textielindustrie, vooral drijvend op katoen. Eind jaren zeventig bedroeg
het gemiddelde jaarlijkse groeicijfer voor de industrie ca. 9%, daarna
is dit cijfer, vnl. door de slechte oogsten als gevolg van de droogte,
teruggelopen.
4.5 Energievoorziening
De productie en verdeling van elektriciteit voor de energievoorziening
zijn in handen van de gemengde onderneming Énergie du Mali. Energie
wordt gewonnen met behulp van waterkrachtcentrales (94%) en thermische
centrales (6%). Het aantal waterkrachtcentrales is recentelijk
uitgebreid (o.a. bij de Selingué-stuwdam en een in de Bafing [zijrivier
van de Senegal] bij Manantali). Hierdoor is Mali er in geslaagd te
voorzien in de eigen energiebehoefte. Naast de traditionele vormen van
energiewinning wordt gepoogd de zonne-energie economisch te exploiteren.
4.6 Handel
Voornaamste uitvoerproducten zijn katoen, grondnoten, levende dieren en
vis. Geïmporteerd worden machines en apparaten, aardolieproducten,
voedings- en genotmiddelen. Voornaamste handelspartners van Mali zijn
Frankrijk, Ivoorkust en Duitsland.
4.7 Ontwikkelingssamenwerking
De meeste ontwikkelingshulp krijgt Mali van Frankrijk en Duitsland. De
Europese Unie en de VS komen op de derde en vierde plaats. In 1991
ontving Mali $ 475 miljoen steun.
4.8 Bankwezen
Als centrale bank fungeert de Banque Centrale des États de l'Afrique de
l'Ouest (in 1968 opgericht als Banque Centrale du Mali). Voorts zijn er
talrijke handelsbanken, deels in staatsbezit.
4.9 Verkeer
Driekwart van het personen- en goederenverkeer geschiedt over de weg.
Het wegennet was in 1992 18!000 km lang, waarvan slechts ca. 2000 km
geasfalteerd is. De belangrijkste spoorlijn is die van Dakar (Senegal)
naar Bamako. Het noorden van Mali is nauwelijks ontsloten. De rivieren
de Senegal en de Niger zijn in de tijden van hoogwater bevaarbaar.
Internationale luchthavens zijn er in Bamako-Segou en Mopti. De
staatsmaatschappij Air Mali is in 1988 opgeheven. In 1992 werd Mali lid
van de groep Air Afrique.
5. Geschiedenis
Op het grondgebied van het huidige Mali was waarschijnlijk sedert de 4de
eeuw n.C. het oude keizerrijk Ghana gelegen, langs de Niger. Na zijn
verval werd het Mali-rijk machtig. In het begin van de 15de eeuw maakten
de Songhai zich los; de legers van Sonni Ali (ca. 1464-1492) brachten
een groot deel van de Mali-gebieden onder Songhai-gezag. De macht van de
Songhai werd gebroken door een Marokkaans leger in 1591; Tombouctou
bleef gedurende twee eeuwen onder Moorse overheersing. Frankrijk
veroverde het gebied in de periode 1860-1890. In
1904
ging het deel uitmaken van de kolonie Haut-Sénégal-Niger, in 1920 kreeg
het zijn definitieve vorm onder de naam Frans Soedan. In 1959 vormde het
land, dat inmiddels zelfbestuur binnen de Franse gemeenschap had
gekregen, de Mali-federatie met Senegal. In aug. 1960 trok Senegal zich
echter terug. Op 22 sept. van dat jaar werd Frans Soedan onafhankelijk
onder de naam Mali. Modibo Keita, leider van de Soedanese Unie, werd tot
president gekozen. In nov. 1968 werd hij afgezet door een 'Militair
Comité van Nationale Bevrijding'. De grondwet werd buiten werking
gesteld. De leiding van de staat ging berusten bij generaal Moussa
Traoré, die ook regeringsleider werd. In 1974 werd een nieuwe grondwet
bij referendum goedgekeurd. In 1979 werd de UDPM opgericht en het
burgerbestuur keerde terug. Traoré werd tot president gekozen. Hij
verenigde de ambten van president en regeringsleider en voerde gedurende
de jaren tachtig een autoritair bewind. Rellen en demonstraties voor
invoering van een meerpartijenstelsel en andere democratische beginselen
leidden tot de omverwerping van het regime-Traoré in 1991 en maakten
hiermee een einde aan 22 jaar dictatuur, gedurende welke de
mensenrechten op grote schaal werden geschonden. Een interim-president,
luitenant Amadou Toumany Touré, leidde het land tot aan de (vrije)
verkiezingen van februari en maart 1992. Deze verkiezingen waren reeds
voorzien voor eind 1991, maar werden uitgesteld om een vergelijk
mogelijk te maken met de Toeareg, die met Libische hulp al jaren tegen
de centrale regering vochten. Dit akkoord werd in april 1992 in Bamako
getekend. Op 8 juni werd Alphar Omer Konaré als eerste democratisch
gekozen president beëdigd. Wegens o.a. 'moord met voorbedachten rade'
bij rellen in maart 1991 werden ex-president Traoré en drie anderen ter
dood veroordeeld op 12 februari 1993.
In juni 1995 kondigde het Arabisch-Islamitisch Front (FIAA) van Azaouad,
de enig overgebleven Toeareg-groepering die nog gewapend verzet pleegde,
een eenzijdig staakt-het-vuren af. Begin 1996 werd het vredesproces
tussen de regering en de opstandige Toearegs voltooid. De ongeveer 3000
gedemobiliseerde Toearegstrijders werden geïntegreerd in het nationale
leger of kregen paramilitaire functies. De regering beloofde meer
ontwikkelingsprogramma's voor het noorden van het land. De opstand van
de Toearegs had sinds 1990 zeker 50!000 mensen het leven gekost.
|