|

1. Fysische geografie
De eilanden liggen op het onderzeese plateau dat zich uitstrekt van
Sicilië naar Afrika, en de Middellandse Zee in twee hoofdbassins
verdeelt. De bodem bestaat uit kalksteen. De noordoostelijke en
oostelijke kusten hebben verscheidene goede natuurlijke havens; de
zuidelijke kust is rotsachtig en steil. Het hoogste punt ligt op 305 m
boven de zeespiegel. Malta maakt door de zeer geringe vegetatie een
barre indruk. Er zijn geen rivieren of meren, maar bronnen voorzien de
eilanden van (te weinig) water. Er heerst een mediterraan klimaat. De
temperatuurgemiddelden zijn: januari 17 °C, juli 33 °C. De neerslag valt
gewoonlijk van eind september tot eind april en bedraagt gemiddeld 500
mm, echter schommelend tussen 291 en 721 mm. 's Zomers waait vaak de
sirocco, die de temperatuur soms tot 40 °C doet stijgen.
Plantengroei en dierenwereld zijn van een verarmd mediterraan karakter.
Het eiland is een belangrijk rustpunt voor trekvogels, die er overigens
zeer te lijden hebben van massale en niet-aflatende jacht. De
natuurbeschermingsgedachte wint maar uiterst langzaam veld.
2. Bevolking
Malta is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. De belangrijkste
minderheid op het eiland is de Britse bevolking, waarvan de grootte
onbekend is. Meer dan de helft van de bevolking woont in het stedelijke
gebied rond Valletta en de Grand Harbour; de hoofdstad heeft 9129 inw.
en Birkirkara is met 21.600 het grootste van de negen stadjes. Sinds het
begin van de 20ste eeuw zijn veel Maltezen, vooral werkloze jonge
ongehuwde mannen, geëmigreerd. Dit is de voornaamste reden waarom Malta,
en vooral Gozo, een groot vrouwenoverschot hebben. Tussen 1948 en 1979
vertrokken 141.660 emigranten, terwijl er 23.680 terugkwamen.
De gemiddelde bevolkingstoename in de periode 1985-1994 bedroeg
jaarlijks 0, 6%.
Taal. Het Maltees heeft een Arabische morfologie, maar idioom en
vocabulaire zijn sterk door het Siciliaans beïnvloed. Het huidige
Maltees heeft veel ontleend aan het Italiaans en het Engels en is de
nationale taal sinds Malta onafhankelijk werd in 1964; het gebruik neemt
sindsdien toe. De andere officiële taal is het Engels.
Religie. De Maltese bevolking is in overgrote meerderheid
rooms-katholiek. Sinds 1943 vormt Malta een zelfstandige kerkprovincie.
3. Bestuur en
samenleving
Sinds
de grondwetswijziging van 1974 is Malta een republiek met aan het hoofd
een president, die door het Huis van Afgevaardigden wordt gekozen voor
een ambtstermijn van vijf jaar. Het Huis telt sinds 1987 65 leden, die
worden gekozen bij algemeen kiesrecht uit dertien kiesdistricten. Een
grondwetswijziging zorgde er toen voor dat de partij met een absolute
stemmenmeerderheid indien noodzakelijk net zo veel extra
parlementszetels zou krijgen tot er sprake was van een zetelmeerderheid.
De president benoemt het parlementslid dat een meerderheid van het Huis
achter zich kan verenigen, tot premier. Deze benoemt de overige
ministers en staatssecretarissen, die parlementslid dienen te zijn. De
maximale zittingsduur van het parlement is vijf jaar, de premier kan
echter binnen deze termijn te allen tijde nieuwe verkiezingen
uitschrijven en moet dit doen, als een regeringsvoorstel wordt
verworpen. Malta kent geen lokaal bestuur, wat er mede de oorzaak van is
dat de debatten in het parlement nogal eens een parochiaal karakter
vertonen. Sinds 1966 zijn slechts twee politieke partijen in het
parlement overgebleven: de Malta Labour Party (MLP), opgericht in 1921,
en de christen-democratische Partit Nazzjonalista (PN), die in feite al
bestaat sinds 1880. De partijen wisselen elkaar sinds 1947 af als
regerings- en oppositiepartij. De MLP regeerde van 1971-1987, stond een
sterk neutralistische koers voor en onderhield nauwe banden met de
Arabische wereld, vooral met Libië, en China. Haar aanhang bestaat vnl.
uit de meerderheid van de arbeiders op de grote scheepswerven en
droogdokken. De PN regeert sinds 1987 en is pro-Westers en pro-Europa en
vindt haar aanhang vooral onder de academici, de geestelijkheid, de
burgerij, de middenstand en de boeren, maar telt ook een niet
onaanzienlijk aantal arbeiders onder haar aanhangers.
Malta is aangesloten bij de volgende internationale organisaties: de
Verenigde Naties, een aantal suborganisaties van de VN, en de Raad van
Europa. Voorts is er een associatieverdrag met de EU, waarvoor in 1990
officieel het lidmaatschap werd aangevraagd, en in 1973 werd Malta
toegelaten tot de beweging van niet-gebonden landen. Malta maakt deel
uit van het Gemenebest. In april 1995 ging het parlement akkoord met het
NAVO-Partnership for Peace.
4. Economie
Malta gold tot in de jaren tachtig als een ontwikkelingsland, maar kende
daarna een spectaculaire economische groei. De gemiddelde groei van het
bnp (1980-1992) bedroeg 4,1%; het jaarlijks inkomen per hoofd (1993) $
7970. De overheid is de grootste werkgever. Sinds 1987 wordt serieus
getracht buitenlandse investeerders aan te trekken door middel van zeer
gunstige fiscale voorwaarden en Malta te ontwikkelen tot een
internationaal financieel centrum. In 1990 telde de beroepsbevolking
146.000 personen en waren er ruim 4000 werklozen. De koers van de
Maltese lira wordt dagelijks vastgesteld door de Centrale Bank van
Malta, een overheidsinstelling. De EG en Italië geven Malta forse
financiële hulp.
Landbouw wordt meest uitgeoefend op kleine bedrijven, vaak als
bijverdienste. Niet meer dan 50% van het totale landoppervlak leent zich
voor akkerbouw en veehouderij. De totale agrarische productie (incl.
visserij) vertegenwoordigde in 1992 slechts 3,1% van het bnp. Naast de
exportgewassen aardappelen, uien, snijbloemen en planten worden veel
wijndruiven verbouwd, maar niet genoeg voor de lokale wijnindustrie.
Groente- en fruitteelt leveren, evenals de veehouderij, niet genoeg op
voor de lokale consumptie. In de visserij zijn 1000 personen geheel of
gedeeltelijk werkzaam.
Het toerisme, dat van groot belang is voor de Maltese economie, wordt
van overheidswege sterk bevorderd. 1993 was een recordjaar met ruim één
miljoen toeristen, vnl. afkomstig uit Groot-Brittannië en Duitsland.
Industrie. De grootste particuliere werkgever is de Malta Drydocks, de
voormalige scheepswerven en droogdokken van de Britse admiraliteit, met
meer dan 5000 werknemers. Er is tevens een aantal kleine bedrijven die
sigaren, textiel, glas en aardewerk vervaardigen.
Voor zijn energievoorziening is Malta geheel afhankelijk van import van
aardolie uit het Midden-Oosten. Het continentaal plat rondom de eigen
archipel bevat aardolie en/of aardgas. In 1988 zijn onderhandelingen
begonnen met internationale oliemaatschappijen om te komen tot de opzet
van een offshore olie-industrie.
De handelsbalans vertoont een chronisch tekort. De belangrijkste import
bestaat uit voedingsmiddelen, halffabrikaten, voertuigen, machines,
chemicaliën, alcoholica, aardolie en aardolieproducten. De grootste
leveranciers zijn: Groot-Brittannië, Italië en Duitsland. De voornaamste
exportproducten zijn textiel, kleding, schoeisel, machines, plastics,
aardappelen, uien en tabaksartikelen. De belangrijkste afnemers zijn
Italië, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Amerika.
Malta beschikt over een vliegveld, Luqa, dat recent ingrijpend is
gemoderniseerd. De in 1973 opgerichte staatsluchtvaartmaatschappij Air
Malta onderhoudt diensten op Europa en Noord-Afrika, evenals sommige
buitenlandse luchtvaartmaatschappijen. De Grand Harbour wordt door veel
koopvaardijschepen aangedaan. Er is drie maal per week een veerdienst
met Sicilië en Zuid-Italië. Het wegennet (1553 km in 1989) wordt
redelijk onderhouden. Sinds 1931 heeft Malta geen spoorlijn meer; het
openbaar vervoer (bussen en taxi's) is in handen van kleine particuliere
ondernemers.
5. Geschiedenis
De
eerstbekende bewoners waren waarschijnlijk migranten uit Sicilië, die
met latere immigranten aangeduid worden als pre-Feniciërs. Zij bewoonden
Malta reeds in het Neolithicum. Men neemt wel aan dat met het eiland van
Calypso uit de Odyssee het eiland Gozo wordt bedoeld. De eerste
Feniciërs arriveerden in 800 v.C.; zij werden nagevolgd door hun
afstammelingen uit Carthago, die na de nederlaag in de Tweede Punische
Oorlog in 218 v.C. voor de Romeinen moesten wijken. De schipbreuk van de
apostel Paulus in 56 n.C. (Handelingen 28:1) zou volgens de overlevering
op Malta hebben plaatsgevonden; hij zou er een christelijke gemeente
hebben gesticht. Toen het Romeinse Rijk in 397 werd gesplitst, viel
Malta waarschijnlijk aan Byzantium toe; in 870 werd het veroverd door
uit Tunis afkomstige Arabieren. Na de verovering door Roger van
Normandië in 1090 vond herkerstening plaats en behoorde Malta aan de
heersers van Sicilië, tot Karel V in 1530 de eilanden in suzereiniteit
gaf aan de Souvereine en Militaire Ridderorde van St. Jan van Jeruzalem.
In 1565 doorstonden de ridders een zwaar Turks beleg met succes en
beschermden daarmee het westelijk deel van de Middellandse Zee voor
verdere penetratie door de islam. Op doortocht naar Egypte kreeg
Napoleon Bonaparte in 1798 Malta in handen. Diens antiklerikale bewind
leidde echter spoedig tot een volksopstand en met Britse steun werden de
Fransen in 1800 verjaagd. De Britten maakten zich bij de Vrede van
Parijs (1814) definitief van Malta meester; het werd een Britse
Kroonkolonie en vlootbasis, die na de opening van het Suezkanaal (1864)
van vitaal belang werd voor de Britse scheepvaartroute naar India. In
1921 kreeg Malta beperkte autonomie. Mussolini's irredentisme, dat ook
Malta omvatte, leidde tot een opleving van de pro-Italiaanse stroming en
tot binnenlandse troebelen, waarna de Britten de grondwet introkken. In
de Tweede Wereldoorlog was Malta strategisch van groot belang voor de
geallieerde oorlogvoering in Noord-Afrika en later voor de invasie van
Sicilië. Malta hield stand ondanks een strenge blokkade en 2000
luchtaanvallen en werd collectief beloond met de hoge Britse militaire
onderscheiding, het George Cross, dat nog steeds de nationale vlag
siert.
In 1947 werd een vernieuwde grondwet ingevoerd, maar zij werd echter
weer opgeschort in 1958, na het aftreden van de regering-Mintoff (Malta
Labour Party [MLP]) wegens het mislukken van haar politiek om Malta met
Groot-Brittannië te integreren. Het afnemen van Malta's strategisch
belang, dat samenviel met de inkrimping van de Britse defensie, leidde
uiteindelijk tot verlening van de onafhankelijkheid op 21 sept. 1964
onder de regering van de Partit Nazzjonalista (PN) van Giorgio Borg
Olivier; deze had de verkiezingen van 1962 gewonnen - onder een nieuwe
grondwet met vergaande autonomie - ten tijde van een diepgaand conflict
van Mintoff met de lokale Rooms-Katholieke Kerk. Dit conflict werd pas
in 1969, na het Tweede Vaticaans Concilie, bijgelegd, waarna Mintoff in
1971 een kleine verkiezingsoverwinning boekte. Het defensieverdrag met
Groot-Brittannië over de pacht van de militaire bases op Malta, dat
vanaf de onafhankelijkheid dateerde, werd op initiatief van Mintoff in
1972 herzien en leidde sindsdien tot aanzienlijk meer inkomsten voor
Malta, tot het afliep in 1979. Op 13 dec. 1974 werd de republiek
uitgeroepen, waarmee een einde kwam aan de bevoorrechte positie van de
rooms-katholieke hiërarchie en geestelijkheid. De regering-Mintoff
boekte in 1976 wederom een kleine verkiezingsoverwinning. Zij vervolgde
haar binnenlandse anti-establishment-politiek en buitenlandse politiek
van neutralisme. Mintoff beschouwde het vertrek van de Britse
strijdkrachten in 1979 als het hoogtepunt in zijn carrière. De
vriendschap met de Libische leider Kaddafi kreeg overigens een deuk toen
de laatste Malta's aanspraken op het mogelijk olierijke continentale
plat in zee betwistte. Kanselier Kreiski van Oostenrijk wist Mintoff en
Kaddafi weer te verzoenen en in 1984 werd een Libisch-Maltees
vriendschapsverdrag gesloten.
In 1981 behaalde de PN een absolute stemmenmeerderheid bij de
parlementsverkiezingen, maar de MLP bleef met een meerderheid aan
parlementszetels aan de regering. De PN begon een campagne van
burgerlijke ongehoorzaamheid en haar parlementsleden weigerden hun
zetels in te nemen. Ook na het beëindigen van de boycot bleef de sfeer
gespannen, vooral toen de regering in 1984 greep probeerde te krijgen op
het particulier onderwijs, wat tot een bitter conflict leidde met de
Rooms-Katholieke Kerk. Mintoff trad in dec. 1984 af ten gunste van zijn
zelfgekozen opvolger K. Mifsud Bonnici. In 1985 werd de schoolstrijd
beëindigd door een overeenkomst met het Vaticaan. In de aanloop naar de
verkiezingen van 1987 bleef de atmosfeer onrustig en gewelddadig. De
moord op een jeugdige PN-aanhanger in dec. 1986 leidde tot een
opmerkelijke bemiddelingspoging van oud-premier Mintoff om een eind aan
de polarisatie te maken. Er werd een grondwetswijziging doorgevoerd, die
inhield dat in het vervolg de partij met een absolute stemmenmeerderheid
ook een zetelmeerderheid in het parlement zou krijgen. In ruil hiervoor
ging de PN akkoord met de opneming van het neutraliteitsbeginsel in de
grondwet. Hierdoor werd het mogelijk dat in mei 1987 de PN na een
vreedzame machtswisseling de regering overnam. E. Fenech Adami werd
premier. Bij verkiezingen in februari 1992 bleef de PN aan de macht.
Adami kondigde aan in zijn volgende ambtstermijn de rol van de overheid
verder terug te dringen.
In april 1994 werd de vroegere leider van de regerende Nationalist
Party, Ugo Mifsud Bonnici, beëdigd tot president als opvolger van
Vincent Tabone. De parlementsverkiezingen van okt. 1996 hadden als inzet
de toetreding van Malta tot de EU, waartoe in 1990 een aanvraag was
ingediend. De socialistische MLP, die slechts een 'speciale band' met de
EU wilde, was de winnaar en haar leider, de econoom Alfred Sant, werd
premier.
In nov. werd de EU meegedeeld dat Malta geen prijs meer stelde op het
EU-lidmaatschap. De economie bleef zich voorspoedig ontwikkelen, vooral
dankzij de snelle groei van het toerisme.
Telefoongids Malta
Postcodes
Malta
|