header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Malta

 

Terug naar overzicht Europa >>

 

Malta (officieel: Maltees: Repubblika ta'Malta, Eng.: Republic of Malta), eilandengroep en republiek in de Middellandse Zee, ca. 93 km ten zuiden van SiciliŽ, bestaande uit de eilanden Malta (245,7 km2), Gozo (67,1 km2) en Comino (2,8 km2), alsmede de onbewoonde eilanden Cominotto en Filfla, totaal 315,6 km2, met (1994) 364.000 inw. (1153 per km2); hoofdstad: Valletta. Munteenheid is de Maltese lira (Lira Maltija, afk.: Lm), onderverdeeld in 100 cent. Nationale feestdagen zijn 13 december, de dag waarop in 1974 de republiek uitgeroepen werd, 27 september en 31 maart.

1. Fysische geografie
De eilanden liggen op het onderzeese plateau dat zich uitstrekt van SiciliŽ naar Afrika, en de Middellandse Zee in twee hoofdbassins verdeelt. De bodem bestaat uit kalksteen. De noordoostelijke en oostelijke kusten hebben verscheidene goede natuurlijke havens; de zuidelijke kust is rotsachtig en steil. Het hoogste punt ligt op 305 m boven de zeespiegel. Malta maakt door de zeer geringe vegetatie een barre indruk. Er zijn geen rivieren of meren, maar bronnen voorzien de eilanden van (te weinig) water. Er heerst een mediterraan klimaat. De temperatuurgemiddelden zijn: januari 17 įC, juli 33 įC. De neerslag valt gewoonlijk van eind september tot eind april en bedraagt gemiddeld 500 mm, echter schommelend tussen 291 en 721 mm. 's Zomers waait vaak de sirocco, die de temperatuur soms tot 40 įC doet stijgen.
Plantengroei en dierenwereld zijn van een verarmd mediterraan karakter. Het eiland is een belangrijk rustpunt voor trekvogels, die er overigens zeer te lijden hebben van massale en niet-aflatende jacht. De natuurbeschermingsgedachte wint maar uiterst langzaam veld.

2. Bevolking
Malta is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. De belangrijkste minderheid op het eiland is de Britse bevolking, waarvan de grootte onbekend is. Meer dan de helft van de bevolking woont in het stedelijke gebied rond Valletta en de Grand Harbour; de hoofdstad heeft 9129 inw. en Birkirkara is met 21.600 het grootste van de negen stadjes. Sinds het begin van de 20ste eeuw zijn veel Maltezen, vooral werkloze jonge ongehuwde mannen, geŽmigreerd. Dit is de voornaamste reden waarom Malta, en vooral Gozo, een groot vrouwenoverschot hebben. Tussen 1948 en 1979 vertrokken 141.660 emigranten, terwijl er 23.680 terugkwamen.
De gemiddelde bevolkingstoename in de periode 1985-1994 bedroeg jaarlijks 0, 6%.
Taal. Het Maltees heeft een Arabische morfologie, maar idioom en vocabulaire zijn sterk door het Siciliaans beÔnvloed. Het huidige Maltees heeft veel ontleend aan het Italiaans en het Engels en is de nationale taal sinds Malta onafhankelijk werd in 1964; het gebruik neemt sindsdien toe. De andere officiŽle taal is het Engels.
Religie. De Maltese bevolking is in overgrote meerderheid rooms-katholiek. Sinds 1943 vormt Malta een zelfstandige kerkprovincie.

3. Bestuur en samenleving
Sinds de grondwetswijziging van 1974 is Malta een republiek met aan het hoofd een president, die door het Huis van Afgevaardigden wordt gekozen voor een ambtstermijn van vijf jaar. Het Huis telt sinds 1987 65 leden, die worden gekozen bij algemeen kiesrecht uit dertien kiesdistricten. Een grondwetswijziging zorgde er toen voor dat de partij met een absolute stemmenmeerderheid indien noodzakelijk net zo veel extra parlementszetels zou krijgen tot er sprake was van een zetelmeerderheid. De president benoemt het parlementslid dat een meerderheid van het Huis achter zich kan verenigen, tot premier. Deze benoemt de overige ministers en staatssecretarissen, die parlementslid dienen te zijn. De maximale zittingsduur van het parlement is vijf jaar, de premier kan echter binnen deze termijn te allen tijde nieuwe verkiezingen uitschrijven en moet dit doen, als een regeringsvoorstel wordt verworpen. Malta kent geen lokaal bestuur, wat er mede de oorzaak van is dat de debatten in het parlement nogal eens een parochiaal karakter vertonen. Sinds 1966 zijn slechts twee politieke partijen in het parlement overgebleven: de Malta Labour Party (MLP), opgericht in 1921, en de christen-democratische Partit Nazzjonalista (PN), die in feite al bestaat sinds 1880. De partijen wisselen elkaar sinds 1947 af als regerings- en oppositiepartij. De MLP regeerde van 1971-1987, stond een sterk neutralistische koers voor en onderhield nauwe banden met de Arabische wereld, vooral met LibiŽ, en China. Haar aanhang bestaat vnl. uit de meerderheid van de arbeiders op de grote scheepswerven en droogdokken. De PN regeert sinds 1987 en is pro-Westers en pro-Europa en vindt haar aanhang vooral onder de academici, de geestelijkheid, de burgerij, de middenstand en de boeren, maar telt ook een niet onaanzienlijk aantal arbeiders onder haar aanhangers.
Malta is aangesloten bij de volgende internationale organisaties: de Verenigde Naties, een aantal suborganisaties van de VN, en de Raad van Europa. Voorts is er een associatieverdrag met de EU, waarvoor in 1990 officieel het lidmaatschap werd aangevraagd, en in 1973 werd Malta toegelaten tot de beweging van niet-gebonden landen. Malta maakt deel uit van het Gemenebest. In april 1995 ging het parlement akkoord met het NAVO-Partnership for Peace.

4. Economie
Malta gold tot in de jaren tachtig als een ontwikkelingsland, maar kende daarna een spectaculaire economische groei. De gemiddelde groei van het bnp (1980-1992) bedroeg 4,1%; het jaarlijks inkomen per hoofd (1993) $ 7970. De overheid is de grootste werkgever. Sinds 1987 wordt serieus getracht buitenlandse investeerders aan te trekken door middel van zeer gunstige fiscale voorwaarden en Malta te ontwikkelen tot een internationaal financieel centrum. In 1990 telde de beroepsbevolking 146.000 personen en waren er ruim 4000 werklozen. De koers van de Maltese lira wordt dagelijks vastgesteld door de Centrale Bank van Malta, een overheidsinstelling. De EG en ItaliŽ geven Malta forse financiŽle hulp.
Landbouw wordt meest uitgeoefend op kleine bedrijven, vaak als bijverdienste. Niet meer dan 50% van het totale landoppervlak leent zich voor akkerbouw en veehouderij. De totale agrarische productie (incl. visserij) vertegenwoordigde in 1992 slechts 3,1% van het bnp. Naast de exportgewassen aardappelen, uien, snijbloemen en planten worden veel wijndruiven verbouwd, maar niet genoeg voor de lokale wijnindustrie. Groente- en fruitteelt leveren, evenals de veehouderij, niet genoeg op voor de lokale consumptie. In de visserij zijn 1000 personen geheel of gedeeltelijk werkzaam.
Het toerisme, dat van groot belang is voor de Maltese economie, wordt van overheidswege sterk bevorderd. 1993 was een recordjaar met ruim ťťn miljoen toeristen, vnl. afkomstig uit Groot-BrittanniŽ en Duitsland.
Industrie. De grootste particuliere werkgever is de Malta Drydocks, de voormalige scheepswerven en droogdokken van de Britse admiraliteit, met meer dan 5000 werknemers. Er is tevens een aantal kleine bedrijven die sigaren, textiel, glas en aardewerk vervaardigen.
Voor zijn energievoorziening is Malta geheel afhankelijk van import van aardolie uit het Midden-Oosten. Het continentaal plat rondom de eigen archipel bevat aardolie en/of aardgas. In 1988 zijn onderhandelingen begonnen met internationale oliemaatschappijen om te komen tot de opzet van een offshore olie-industrie.
De handelsbalans vertoont een chronisch tekort. De belangrijkste import bestaat uit voedingsmiddelen, halffabrikaten, voertuigen, machines, chemicaliŽn, alcoholica, aardolie en aardolieproducten. De grootste leveranciers zijn: Groot-BrittanniŽ, ItaliŽ en Duitsland. De voornaamste exportproducten zijn textiel, kleding, schoeisel, machines, plastics, aardappelen, uien en tabaksartikelen. De belangrijkste afnemers zijn ItaliŽ, Duitsland, Groot-BrittanniŽ, Frankrijk en Amerika.
Malta beschikt over een vliegveld, Luqa, dat recent ingrijpend is gemoderniseerd. De in 1973 opgerichte staatsluchtvaartmaatschappij Air Malta onderhoudt diensten op Europa en Noord-Afrika, evenals sommige buitenlandse luchtvaartmaatschappijen. De Grand Harbour wordt door veel koopvaardijschepen aangedaan. Er is drie maal per week een veerdienst met SiciliŽ en Zuid-ItaliŽ. Het wegennet (1553 km in 1989) wordt redelijk onderhouden. Sinds 1931 heeft Malta geen spoorlijn meer; het openbaar vervoer (bussen en taxi's) is in handen van kleine particuliere ondernemers.

5. Geschiedenis
De eerstbekende bewoners waren waarschijnlijk migranten uit SiciliŽ, die met latere immigranten aangeduid worden als pre-FeniciŽrs. Zij bewoonden Malta reeds in het Neolithicum. Men neemt wel aan dat met het eiland van Calypso uit de Odyssee het eiland Gozo wordt bedoeld. De eerste FeniciŽrs arriveerden in 800 v.C.; zij werden nagevolgd door hun afstammelingen uit Carthago, die na de nederlaag in de Tweede Punische Oorlog in 218 v.C. voor de Romeinen moesten wijken. De schipbreuk van de apostel Paulus in 56 n.C. (Handelingen 28:1) zou volgens de overlevering op Malta hebben plaatsgevonden; hij zou er een christelijke gemeente hebben gesticht. Toen het Romeinse Rijk in 397 werd gesplitst, viel Malta waarschijnlijk aan Byzantium toe; in 870 werd het veroverd door uit Tunis afkomstige Arabieren. Na de verovering door Roger van NormandiŽ in 1090 vond herkerstening plaats en behoorde Malta aan de heersers van SiciliŽ, tot Karel V in 1530 de eilanden in suzereiniteit gaf aan de Souvereine en Militaire Ridderorde van St. Jan van Jeruzalem. In 1565 doorstonden de ridders een zwaar Turks beleg met succes en beschermden daarmee het westelijk deel van de Middellandse Zee voor verdere penetratie door de islam. Op doortocht naar Egypte kreeg Napoleon Bonaparte in 1798 Malta in handen. Diens antiklerikale bewind leidde echter spoedig tot een volksopstand en met Britse steun werden de Fransen in 1800 verjaagd. De Britten maakten zich bij de Vrede van Parijs (1814) definitief van Malta meester; het werd een Britse Kroonkolonie en vlootbasis, die na de opening van het Suezkanaal (1864) van vitaal belang werd voor de Britse scheepvaartroute naar India. In 1921 kreeg Malta beperkte autonomie. Mussolini's irredentisme, dat ook Malta omvatte, leidde tot een opleving van de pro-Italiaanse stroming en tot binnenlandse troebelen, waarna de Britten de grondwet introkken. In de Tweede Wereldoorlog was Malta strategisch van groot belang voor de geallieerde oorlogvoering in Noord-Afrika en later voor de invasie van SiciliŽ. Malta hield stand ondanks een strenge blokkade en 2000 luchtaanvallen en werd collectief beloond met de hoge Britse militaire onderscheiding, het George Cross, dat nog steeds de nationale vlag siert.
In 1947 werd een vernieuwde grondwet ingevoerd, maar zij werd echter weer opgeschort in 1958, na het aftreden van de regering-Mintoff (Malta Labour Party [MLP]) wegens het mislukken van haar politiek om Malta met Groot-BrittanniŽ te integreren. Het afnemen van Malta's strategisch belang, dat samenviel met de inkrimping van de Britse defensie, leidde uiteindelijk tot verlening van de onafhankelijkheid op 21 sept. 1964 onder de regering van de Partit Nazzjonalista (PN) van Giorgio Borg Olivier; deze had de verkiezingen van 1962 gewonnen - onder een nieuwe grondwet met vergaande autonomie - ten tijde van een diepgaand conflict van Mintoff met de lokale Rooms-Katholieke Kerk. Dit conflict werd pas in 1969, na het Tweede Vaticaans Concilie, bijgelegd, waarna Mintoff in 1971 een kleine verkiezingsoverwinning boekte. Het defensieverdrag met Groot-BrittanniŽ over de pacht van de militaire bases op Malta, dat vanaf de onafhankelijkheid dateerde, werd op initiatief van Mintoff in 1972 herzien en leidde sindsdien tot aanzienlijk meer inkomsten voor Malta, tot het afliep in 1979. Op 13 dec. 1974 werd de republiek uitgeroepen, waarmee een einde kwam aan de bevoorrechte positie van de rooms-katholieke hiŽrarchie en geestelijkheid. De regering-Mintoff boekte in 1976 wederom een kleine verkiezingsoverwinning. Zij vervolgde haar binnenlandse anti-establishment-politiek en buitenlandse politiek van neutralisme. Mintoff beschouwde het vertrek van de Britse strijdkrachten in 1979 als het hoogtepunt in zijn carriŤre. De vriendschap met de Libische leider Kaddafi kreeg overigens een deuk toen de laatste Malta's aanspraken op het mogelijk olierijke continentale plat in zee betwistte. Kanselier Kreiski van Oostenrijk wist Mintoff en Kaddafi weer te verzoenen en in 1984 werd een Libisch-Maltees vriendschapsverdrag gesloten.
In 1981 behaalde de PN een absolute stemmenmeerderheid bij de parlementsverkiezingen, maar de MLP bleef met een meerderheid aan parlementszetels aan de regering. De PN begon een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid en haar parlementsleden weigerden hun zetels in te nemen. Ook na het beŽindigen van de boycot bleef de sfeer gespannen, vooral toen de regering in 1984 greep probeerde te krijgen op het particulier onderwijs, wat tot een bitter conflict leidde met de Rooms-Katholieke Kerk. Mintoff trad in dec. 1984 af ten gunste van zijn zelfgekozen opvolger K. Mifsud Bonnici. In 1985 werd de schoolstrijd beŽindigd door een overeenkomst met het Vaticaan. In de aanloop naar de verkiezingen van 1987 bleef de atmosfeer onrustig en gewelddadig. De moord op een jeugdige PN-aanhanger in dec. 1986 leidde tot een opmerkelijke bemiddelingspoging van oud-premier Mintoff om een eind aan de polarisatie te maken. Er werd een grondwetswijziging doorgevoerd, die inhield dat in het vervolg de partij met een absolute stemmenmeerderheid ook een zetelmeerderheid in het parlement zou krijgen. In ruil hiervoor ging de PN akkoord met de opneming van het neutraliteitsbeginsel in de grondwet. Hierdoor werd het mogelijk dat in mei 1987 de PN na een vreedzame machtswisseling de regering overnam. E. Fenech Adami werd premier. Bij verkiezingen in februari 1992 bleef de PN aan de macht. Adami kondigde aan in zijn volgende ambtstermijn de rol van de overheid verder terug te dringen.
In april 1994 werd de vroegere leider van de regerende Nationalist Party, Ugo Mifsud Bonnici, beŽdigd tot president als opvolger van Vincent Tabone. De parlementsverkiezingen van okt. 1996 hadden als inzet de toetreding van Malta tot de EU, waartoe in 1990 een aanvraag was ingediend. De socialistische MLP, die slechts een 'speciale band' met de EU wilde, was de winnaar en haar leider, de econoom Alfred Sant, werd premier.
In nov. werd de EU meegedeeld dat Malta geen prijs meer stelde op het EU-lidmaatschap. De economie bleef zich voorspoedig ontwikkelen, vooral dankzij de snelle groei van het toerisme.


Telefoongids Malta
Postcodes
Malta

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009