Het bruin
zandoogje komt voor in grote delen van Europa en in die delen van Afrika en
Azië die aan Europa grenzen. Het is een goede vlieger die zijn voedsel zoekt in
bloemrijke weilanden, bermen en houtwallen. Er is per jaar maar één generatie,
die wel van juni tot in september te zien is. Niet alle vlinders komen namelijk
op dezelfde tijd uit de pop. Mannetjes verdedigen een eigen woongebied tegen
soortgenoten. Vrouwtjes besteden zeer veel tijd aan het zoeken van nectar. Zij
hebben veel energierijk voedsel nodig om de eieren te kunnen produceren. De
eitjes worden gelegd op een groot scala van grassen. De rupsjes zijn niet zo
kieskeurig. Het half volgroeide rupsje overwintert in een verschrompelde
graspol. Als het tijdens de winter niet te koud is, gaan ze door met eten.