header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Marokko

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 

Marokko (officieel: al-Mamlaka al-Maghribžya = het westelijke [of Magribijnse] koninkrijk; Fr.: Le Maroc; Eng.: Morocco), koninkrijk in de Maghreb in het noordwesten van Afrika, aan de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan, 458.730 km2, met (1994) 26,5 miljoen inw. (58 inw. per km2); hoofdstad: Rabat. In 1969 kwam Ifni bij Marokko; de stadsgebieden Ceuta en Melilla in het noorden zijn Spaans. Sinds aug. 1979 bestuurt Marokko de Westelijke Sahara (voormalig Spaans Sahara) als Marokkaanse provincie. Dit bestuur wordt door Polisario aangevochten.
Munteenheid van Marokko is de dirham (DH), onderverdeeld in 100 centimes. Nationale feestdag is 3 maart, de dag waarop koning Hassan II in 1961 de troon besteeg.

 

1. Fysische geografie
1.1 Landschap
Men kan Marokko verdelen in vier natuurlijke landschappen:
a. De Rif, evenwijdig aan de Middellandse-Zeekust, omvattend de bergketens vanaf de Moulouyamonding tot aan de Straat van Gibraltar; hoogste top: Tidirhine (2456 m). Het is een sterk geŽrodeerd en weinig toegankelijk bergland. De kust is sterk geleed en rotsig.
b. Het bergmassief van de Atlas [aardrijkskunde]. Tussen het Rifgebergte en de Midden-Atlas (de noordwestelijkste keten van de Atlas) ligt de Poort van Taza, die in het Tertiair een zeestraat tussen Atlantische Oceaan en Middellandse Zee was en nu de voornaamste verbindingsweg met het oosten vormt. Ten zuiden van de Midden-Atlas ligt de Hoge Atlas, verbonden met de zuidelijkste keten, de Anti-Atlas. De Hoge Atlas bestaat vnl. uit een serie hoge plateaus (tot 2000 m), die de zuidzijde van de vlakte van de Sous begrenzen en in terrassen naar de wadi Dra'a in het voorland van de woestijn afdalen.
c. De hoogvlakte van Oost-Marokko, een steppe in de regenschaduw van de Atlasketens. Hier ligt het brede dal van de 530 km lange Moulouya, die ontspringt op de Midden-Atlas en uitmondt in de Middellandse Zee. Afdalend van het Atlasgebergte naar het zuidoosten ligt op een hoogte van 1500 ŗ 1600 m een plateaulandschap dat door een breuklijn gescheiden wordt van de Sahara. De tektonische bewegingen langs dit breukvlak veroorzaken soms hevige aardbevingen (verwoesting van Agadir in 1960).
d. Het gebied ten noordwesten van de Atlas. Er zijn drie landschapsvormen te onderscheiden, een vruchtbare kustvlakte, meer binnenwaarts een droog, steppeachtig, minder vruchtbaar plateau en ten slotte een strook aan de voet van het gebergte. Deze laatste is rijk aan water en vormt een aaneenschakeling van boomgaarden, waarvan de oase van Marrakech het middelpunt vormt.
1.2 Klimaat
Het klimaat verschilt naar landschap: het berggebied heeft ruwe winters en matig warme, in het zuiden hete zomers; rijke neerslag valt vooral in de winter (800-1000 mm) op de westhellingen van Midden- en Hoge Atlas. Op de oostelijke hoogvlakte valt aan de lijzijde van het gebergte weinig neerslag (200 mm). In de noordelijke kustvlakten heerst een Middellandse-Zeeklimaat, naar het binnenland neemt de invloed van het continent toe.
1.3 Plantengroei en dierenwereld
Het noorden van Marokko heeft een typisch mediterrane plantengroei, met o.a. kurkeiken, die sterk is beÔnvloed door mens en dier. Naar het zuidwesten toe krijgt de vegetatie een meer tropisch Afrikaans aanzien door het voorkomen van cactusachtige Euphorbia- en Acacia-soorten. In het gebergte overweegt op de hoogvlakten het alfagras en op de hellingen zijn nog bosrestanten met o.a. de Aleppoden en boven de 2000 m een alpine vegetatie.
De dierenwereld vertoont een interessante vermenging van circummediterrane (afkomstig uit de Palaearctische Regio, waartoe Marokko in wezen behoort; deze elementen zijn dus sterk Europees van karakter) en Afrikaanse elementen. De Noord-Afrikaanse, Barbarijse, Berber- of Atlasleeuw is reeds in de jaren twintig van de 20ste eeuw geheel uitgeroeid, evenals het Noord-Afrikaanse hartenbeest (dat al eerder verdween) en het Atlashert (een vorm van het edelhert, in plaats waarvan men het Spaanse edelhert ingevoerd heeft). Van enkele soorten gazellen komen nog zeer gereduceerde aantallen voor; panter en jachtluipaard komen wellicht nog spaarzaam voor. Ook de enige aap, de magot, is zeldzaam geworden, vnl. als gevolg van kaalslag van het gestaag verminderende bosareaal. Jacht en natuurbescherming zijn wettelijk geregeld; desondanks is vooral de stroperij door nomaden aan de noordgrens van de Sahara een probleem. De kusten van Marokko herbergen een rijke zeefauna.

P2030135.jpgP2030134.jpgP2030140.jpgP2030145.jpgP2030092.jpgP2040149.jpgP2030083.jpg

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Ca. 36% van de bevolking bestaat uit Berber(volken), 20% is Arabier en 40% is gearabiseerd Berber. De helft van de buitenlanders (circa 60!000) is Frans. Verder wonen er Spanjaarden en Algerijnen. De Berbers, van wie nog slechts 36% Berber in culturele zin genoemd kan worden, bewonen vooral de gebieden van de Hoge Atlas en de Midden-Atlas en zijn voorland, het stroomgebied van de Sous, alsook de Rif. 2,8% van de bevolking (in het zuiden) is negroÔde. Het aantal joden liep tussen 1969 en 1989 terug van 162!000 tot 30!000. De bevolking is ongelijkmatig over het land verspreid. Op 1/10 van de oppervlakte leeft 2/3 van de bevolking in het noordwesten en westen van het land. Het dichtst bevolkt zijn de vruchtbare gebieden aan de kust, en ook het Seboelaagland (Rharb), de Rif en het westelijk deel van de Meseta (ten westen van de Midden-Atlas). Door trek naar de stad neemt de bevolking in de steden jaarlijks 5% toe. In 1995 leefde ruim 50% van de totale bevolking in steden (in 1960: 29%). Tussen de 0,6 en 1 miljoen Marokkanen werken als gastarbeider in het buitenland, van wie 40% in Frankrijk en ca. 150!000 in Nederland. De jaarlijkse bevolkingstoename wordt op 2,4% geschat. Het geboortecijfer bedroeg in de periode 1985-1994 28Č, het sterftecijfer 8Č. De gemiddelde levensverwachting is 63 jaar. De kindersterfte bedroeg in 1994 4,6Č. 42% van de bevolking is jonger dan 15 jaar, 43% tussen de 15 en 45 jaar, 11% tussen 45 en 65 jaar en 6% ouder dan 65 jaar (1994).
De grootste steden zijn Rabat (incl. Salť, 1!397!000 inw. in 1993), Casablanca (3,5 miljoen), Marrakech (1,6 miljoen), FŤs (1 miljoen), MeknŤs (500!000) en Oujda (1 miljoen).
2.2 Taal
De officiŽle schrijftaal is het Arabisch. De gesproken taal is het in vele opzichten van het standaard Arabisch afwijkende Marokkaans Arabisch, dat door 60% van de bevolking gesproken wordt. 30 ŗ 40% spreekt het aan het Oud-Egyptisch verwante Berbers. Frans heeft als tweede taal steeds een belangrijke plaats behouden in het openbare leven. Verder wordt in het voormalige Spaanse noorden Spaans gesproken.
de moŽddzin2.3 Religie
Staatsgodsdienst is de soennitische islam; 98% van de bevolking behoort hiertoe. De koning, die zich als religieus leider ziet, zou tot de ahl al-bait of de familie van de profeet Mohammed behoren. Hoewel de islamitische doctrine geen heiligen kent, treft men in Marokko een diep in het volksgeloof gewortelde maraboetverering (zie maraboet) aan. Het christendom, m.n. het rooms-katholicisme, is vooral onder de buitenlanders vertegenwoordigd.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
Volgens de grondwet van 1972, laatstelijk gewijzigd in 1992, is Marokko een 'constitutionele, democratische en sociale monarchie' met erfopvolging in de mannelijke lijn. Staatshoofd, geestelijk hoofd (Amir al-Mu'mibin = vorst der gelovigen) en opperbevelhebber van de strijdkrachten is de koning. Hij stelt het kabinet samen, vaardigt wetten en koninklijke decreten uit en heeft de bevoegdheid het parlement te ontbinden en volksraadplegingen uit te schrijven. Van de 333 leden van het eenkamerparlement worden 222 leden direct, volgens algemeen kiesrecht, gekozen, de overigen worden door kiescolleges van gemeenteraden, kamers van koophandel en werknemersorganisaties aangewezen. De vrijheid van vereniging is in de grondwet gewaarborgd, maar wordt in de praktijk vaak beperkt.
3.2 Administratieve indeling
Het land (excl. de Westelijke Sahara) is verdeeld in 39 provincies en acht stadsprefecturen, met elk een gouverneur, en twee prefecturen.
3.3 Aansluiting bij internationale organisaties
Marokko is lid van de Verenigde Naties en van suborganisaties van de VN. Verder is het lid van de Arabische Liga, de Islamitische Conferentie, de Maghreb Unie, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT). Met Frankrijk worden speciale banden onderhouden en hoewel Marokko tot de niet-gebonden landen behoort, heeft het bijzondere betrekkingen met de Verenigde Staten, gebaseerd op een vriendschapsverdrag uit 1787, het oudste internationale verdrag uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Marokko heeft de status van geassocieerd lid van de EU.
3.4 Politieke partijen; vakbonden
Vergeleken met andere Noord-Afrikaanse landen is er een grote verscheidenheid aan politieke partijen. De voornaamste zijn: de koningsgezinde centrum-rechtse Union Constitutionelle (UC), opgericht in 1982; het Rassemblement National des Indťpendents (RNI), een massabeweging ter ondersteuning van het beleid van de koning; de Parti National Dťmocrate (PND), sociaal-democratische afsplitsing van de RNI, in 1981 opgericht. Dit zijn de zgn. 'koningspartijen'. Voorts maakt sinds 1984 van de regeringscoalitie deel uit de Mouvement Populaire, een beweging van verschillende koningsgezinde organisaties. De belangrijkste oppositiepartijen zijn de Istiqlal-partij, gematigd socialistisch en nationalistisch; de Union Socialiste des Forces Populaires (USFP), een radicale partij die o.a. nationalisatie bepleit; en de nog radicalere socialistische Union National des Forces Populaires (UNFP). Al deze partijen zijn in het parlement vertegenwoordigd. De fundamentalistische moslimpartij Adl wa Lihsane is verboden.
De vakbonden zijn te beperkt in hun bewegingsvrijheid om effectief de belangen van de werkende bevolking te kunnen behartigen. De grootste vakbondsorganisatie, de Union Marocaine du Travail (UMT), met ca. 700!000 leden, is nauw verbonden met de USFP. De met de Istiqlal-partij verbonden Union Gťnťrale des Travailleurs du Maroc (UGTM) heeft 500!000 leden.

4. Economie
4.1 Algemeen
De Marokkaanse economie kent dezelfde problemen als die van de meeste Derde-Wereldlanden: een snel groeiende bevolking, gebrek aan eigen kapitaal, een voor de industriŽle ontwikkeling te kleine binnenlandse markt, gebrek aan gekwalificeerde arbeidskrachten en afhankelijkheid van enkele exportproducten (fosfaat en landbouwproducten). Van alle Maghreb-landen is Marokko het armst. De afhankelijkheid van buitenlands kapitaal is groot en de staatsschulden zijn enorm (in 1994 in totaal US $ 22,5 miljard). De import was in 1993 bijna 50% groter dan de export (in 1974 nog ruim 10%). Het bruto nationaal inkomen (bnp) per hoofd van de bevolking bedroeg in 1994 $ 1150. De werkloosheid, vooral onder de jongeren, is groot. Het toerisme wordt een steeds belangrijkere bron van inkomsten; het draagt voor ca. 11% bij in de deviezeninkomsten van Marokko en geeft aan 5% van de bevolking werk. Sinds 1983 worden de door de staat beheerste bedrijfstakken voor een deel geprivatiseerd.
4.2 Landbouw, bosbouw, veehouderij, visserij
De landbouw is de belangrijkste sector in de economie, waarin 36% van de beroepsbevolking werk vindt, en die in 1992 15% van het bnp uitmaakte. Onvoldoende en onregelmatige regenval veroorzaken grote fluctuaties in de jaarlijkse oogst. Ongeveer 34 miljoen ha is in cultuur gebracht en 25% daarvan is akkerbouwgrond. Ondanks een snelle uitbreiding van geÔrrigeerd land is slechts 1 miljoen ha geÔrrigeerd. In de afgelopen jaren is de aanhoudende droogte het belangrijkste probleem geweest en heeft samen met een snelle bevolkingsgroei en de beperkte toegang tot de EU-markt voor een stagnatie van de productie per hoofd gezorgd. Van de akkerbouwgronden behoort ca. 6 miljoen ha tot de traditionele sector en ca. 1 miljoen ha tot de zgn. moderne sector, die 25% van de totale oogst levert. Naast granen is de verbouw van citrusvruchten, tomaten en aardappelen van belang. De verbouw van suikerbieten heeft een spectaculaire groei doorgemaakt.
Bosbouw is voor bijna 100% een staatsaangelegenheid. De totale oppervlakte aan bos bedroeg in 1994 ca. 5 miljoen ha, 12% van het totale landoppervlak. De opbrengst wordt gebruikt als brandhout en verwerkt in de bouw- en meubelindustrie. Marokko is het derde kurk producerende land ter wereld.
De overwegend extensieve veehouderij van de traditionele sector dekt de vraag naar vlees niet en invoer is bijgevolg nodig. Perioden van droogte dwingen tot noodslachtingen, waardoor de veestapel soms tot de helft moet worden teruggebracht. Het gevolg is dat de huidenprijzen plotseling scherp dalen.
Visserij. De bijzonder visrijke Atlantische kustwateren worden slechts gedeeltelijk benut door de technisch weinig geavanceerde en kleine vissersvloot. De hoeveelheden gevangen vis verschillen sterk per jaar. Marokko is op een na de grootste sardine-exporteur van de wereld.
4.3 Mijnbouw
Het land beschikt over grote en veelsoortige bodemschatten, die nog onvoldoende geŽxploiteerd worden. De fosfaatproductie is na die van de Verenigde Staten en Rusland de grootste en dekt ca. 27% van de wereldbehoefte. Fosfaat levert 30% van de inkomsten uit de export op. Mťt de voorraden in de Westelijke Sahara heeft Marokko ca. 70% van de wereldvoorraad. Een groot deel van de fosfaatproductie wordt onbewerkt uitgevoerd. Voorts zijn belangrijke bodemschatten: ijzererts, lood (Marokko is de grootste loodertsproducent van Afrika), zink, steenkool, mangaan, kobalt (grootste kobaltproducent van Afrika), aardolie en aardgas.
4.4 Industrie
De industriŽle sector is een van de meest dynamische sectoren van de Marokkaanse economie. Tussen 1980 en 1986 steeg de jaarlijkse productie met 12%. In 1994 leverde de industrie 30% van het bnp, terwijl ca. 24% van de beroepsbevolking in deze sector werkzaam was. Vooral de chemische en de textielindustrie zijn in opmars. Het zwaartepunt van de industrie ligt in het kustgebied tussen Casablanca en Rabat. Grote industriŽle bedrijven zijn het chemiecomplex van Safi (fosfaatverwerking), de aardolieraffinaderijen van Mohammedia en Sidi Qasim en de celstoffabriek van Sidi Yahya al-Gharb.
4.5 Handel
De handelsbalans vertoont traditioneel een tekort. Het belangrijkste aandeel aan de invoer in Marokko leveren Frankrijk, Spanje, Duitsland, de Verenigde Staten, Canada en Irak. De belangrijkste importartikelen zijn aardolie, machines, auto's, elektronische apparaten en levensmiddelen. De grootste afnemers zijn Frankrijk, Duitsland, Spanje, ItaliŽ en India. De belangrijkste exportartikelen zijn fosfaat, citrusvruchten, visconserven, geknoopte tapijten en confectie.
4.6 Energievoorziening
De aanwezige voorraden steenkool, aardolie en gas en de grote waterrijkdom in de Atlas kunnen slechts een klein deel (13%) van de energiebehoeften dekken. Het tekort wordt voor 90% aangevuld door import van aardolie uit Algerije. 20% van de elektriciteit wordt door waterkrachtcentrales geleverd.
4.7 Economische planning
Onder druk van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moest Marokko midden jaren tachtig nieuwe prioriteiten in zijn meerjarenplannen stellen: liberalisering van de handel, bevordering van de particuliere sector, belastinghervorming en daling van het begrotingstekort. Voorts streefde het land in 1990 naar importdaling van levensmiddelen, een jaarlijkse investeringsgroei van 5,3% (vooral in de particuliere sector), een waardestijging van de export met jaarlijks 5,4% en een inperking van de invoergroei van 3,9%.
4.8 Bankwezen
Naast de Centrale Bank van Marokko zijn er achttien handelsbanken, w.o. een aantal belangrijke buitenlandse, die in 1975 genationaliseerd zijn. Voorts zijn er o.m. zeven coŲperatieve volksbanken. Het bankwezen wordt sinds 1992 geliberaliseerd.
4.9 Verkeer
Het wegennet, ruim 62!000 km lang, is na dat van de Republiek van Zuid-Afrika het dichtst van het continent. Het spoorwegnet, dat 80% van het goederenvervoer verwerkt, is 1756 km lang, met een geplande uitbouw van 1000 km (in 1981 begonnen). Het scheepvaartverkeer speelt een belangrijke rol. Van de Atlantische havens is Casablanca de grootste, gevolgd door Mohammedia, Safi en Agadir. Royal Air Maroc, grotendeels in handen van de staat, verzorgt het internationale luchtverkeer. Casablanca, Tanger, Agadir, Marrakech, Oujda, El Hoceima, Rabat en FŤs beschikken over een internationale luchthaven. Royal Air Inter verzorgt sinds 1970 het binnenlandse vluchtverkeer.

5. Toeristische gegevens
Marokko heeft toeristisch veel te bieden: een kust van afwisselend rotsen en stranden, natuurschoon, exotisch aandoende steden met een sfeervolle medina (= oude stad) en souks (markten), waar men de producten van Marokkaans handwerk kan kopen, monumenten van de Berber- en Arabisch-islamitische cultuur, prehistorische en Romeinse resten, en het uitgaansleven van Casablanca en Tanger. Populaire badplaatsen zijn Salť, Azemmour, el Jadida (met 16de-eeuwse Portugese binnenstad), Safi, Essaouira, Agadir en el Hoceima. Het spectaculairste natuurschoon vindt men in de Hoge Atlas, waar Boumalne het uitgangspunt is voor de grillige Gorges du DadŤs. In tegenstelling tot dit droge gebied staat de milde Midden-Atlas met zijn meren, riviertjes, watervallen en cederbossen. Langs de Ziz (Er Rachidia, Erfoud, Rissani) en de Dra (Zagora, Agdz) bevinden zich vele oases. In alle gebergten in Marokko zijn wintersportcentra, bijv. Ketama, Mischliffen en Oukaimeden.
De oudste cultuurhistorische monumenten zijn de prehistorische rotstekeningen in de Hoge en Anti-Atlas uit ca. 10!000-5000 v.C., o.a. bij Oukaimeden, waar in de rotsen talrijke geometrische figuren, vuistbijlen, mensen en dieren zijn gegraveerd. Van de Romeinse ruÔnesteden is Volubilis beroemd, met resten van triomfbogen, thermen en woonhuizen met veel goed bewaard gebleven vloermozaÔeken, gelegen bij de heilige stad Moulai Idris.
Veel plaatsen in Marokko hebben een kasba (= burcht). De kasba's van de Berbers vertonen een eigen stijl: het zijn tot vier verdiepingen hoge, lemen burchten op vierkante plattegrond, met vier uitspringende hoektorens en met eenvoudige geometrische decoraties in diep-reliŽf. Sommige Berberkasba's bestaan uit ommuurde complexen met daarbinnen verschillende burchten, stallen en tuinen. Ze dien(d)en als vluchtburcht, familiehuis en/of voorraadschuur. Tot de mooiste Berberkasba's behoren die van Telouet, ¬Ôt-Benhaddou, Boumalne, El Keela-des-Mgouna en Tinerhir. Sommige Berberdorpen zijn omgeven door muren met bastions (ksar, meervoud ksour, = vestingdorp), bijv. ¬Ôt-Benhaddou.
De bezienswaardigste Arabisch-islamitische steden zijn, speciaal wat betreft de - Moors beÔnvloede - bouwkunst met haar gedetailleerde decoratie (zie ook islamitische kunst): de vier koningssteden FŤs, Marrakech, MeknŤs, Rabat, voorts Tanger, Salť, Tetouan, de heilige stad Chťchaouen met veel Moors-Andalusische architectuur, vooral moskeeŽn; Taza met Grote Moskee, Andalusische Moskee (minaret uit 1200) en een sultanspaleis. Vele Marokkaanse steden hebben een moussem (= jaarlijkse bedevaart) ter ere van de plaatselijke heilige, gepaard met feestelijkheden, waaronder vaak een afsluitende fantasia (= ruiterspel).
Van het Marokkaanse handwerk zijn bekend: de kleurige tapijten (o.a. Rabat-tapijten), het 'Marokkaans leer' (MeknŤs), aardewerk uit Safi en FŤs, wollen en zijden stoffen (FŤs), intarsiawerk uit Essaouira, gegraveerde koperen en messing gebruiksvoorwerpen, zilveren en gouden sieraden, wapens, speciaal de kromdolken uit Tiznit. Het museum in Tanger herbergt Marokkaanse volkskunst en plaatselijke (o.m. Romeinse) vondsten.

6. Geschiedenis
6.1 Van de oudheid tot de 19de eeuw
Van de geschiedenis van Marokko, dat al ver voor het Neolithicum door rondtrekkende volken bewoond geweest moet zijn, is de vestiging van Fenicische handelsposten aan de kust (o.a. het huidige Larache) in ca. 1200 v.C. het eerste bekende feit. Ook de Carthagers stichtten er
Juba IIhandelsfactorijen. In de laatste eeuwen voor het begin van onze jaartelling werd het gebied dat toen de naam Mauretania (genoemd naar de Mauri of Moren) had, door de lokale dynastieŽn geregeerd. Bekendste vorst uit die periode was Juba II - foto (50 v.C. - 23 n.C.). Na de dood van zijn zoon Ptolemaeus werd het gebied onder de naam Mauretania Tingitana een Romeinse provincie. Na het ineenstorten van het Romeinse Rijk in het Westen heersten er enige tijd de Vandalen en daarna probeerde Byzantium er voet aan de grond te krijgen, maar het kon slechts de stad Ceuta enige tijd in zijn macht houden (534 tot 709). In feite werd het gebied door onafhankelijke Berbers beheerst tot ca. 700, toen het land door de Arabieren werd veroverd en een geleidelijke islamisering begon. Hoewel het land nominaal onder het kalifaat van Bagdad viel, bleef het ook toen nog onder de controle van Berbers, tot Idris I, stichter van de Arabische dynastie der Idrisiden, het gebied probeerde te verenigen. Onder zijn opvolgers viel het land weer uiteen in een confederatie van Berbervolken, die het voorwerp werd van de machtsstrijd tussen de Arabische dynastieŽn der Fatimiden en de Omajjaden. In het midden van de 11de eeuw ontstonden er onder de Berbers sekten die de islam een nieuwe strijdbaarheid gaven. Zo verrezen de BerberdynastieŽn der Almoraviden (1056-1147) en Almohaden (1147-1269), onder welke Marokko tot grote macht en bloei kwam en geheel islamitisch Spanje tot tweemaal toe werd veroverd. In 1269 kwamen de Almohaden definitief ten val: Spanje werd prijsgegeven aan de christelijke Reconquista, het Noord-Afrikaanse land werd verdeeld onder drie nieuwe dynastieŽn. Marokko kwam in handen van de Mariniden, die reeds in 1196 waren begonnen het land vanuit de Sahara te infiltreren. Zij bleven tot 1549 aan de macht (na 1428 de tak der Wattasiden). De Portugezen veroverden Ceuta in 1415, de Spanjaarden in 1496 Melilla. De macht werd van de Wattasiden overgenomen door de krachtige Sa'adi-sjarifen (sjarif = afstammeling van de profeet Mohammed), die zich tot 1659, zij het na 1623 alleen te Marrakech, handhaafden. Zij wisten in 1578 bij Kasr al-Kabir de Portugezen een beslissende nederlaag toe te brengen. De bekendste vorst van deze dynastie, Ahmad al-Mansoer (1578-1603), verzette zich met succes tegen de Turken, die Algerije en TunesiŽ al in hun macht hadden. Van de Europese handel op de Middellandse Zee profiteerden de Marokkanen op hun eigen wijze (Barbarijse zeerovers). Omstreeks 1650 kwam er een nieuw sjarifenhuis aan het bewind, nl. de FilaliŽrs of Alawieten van Tafilalet, van wie Mawlai (= mijn heer) Isma'il al-Samin (1672-1727) het gezag van de sjarifen in het gehele land herstelde. Na hem geraakte het rijk door troontwisten en opstanden steeds meer in verval; niettemin hebben de Filali-sjarifen zich tot op heden als monarchen weten te handhaven.
6.2 Van de 19de eeuw tot 1939
In de 19de eeuw veranderde de internationale positie van Marokko door de zich wijzigende behoeften van het Europese imperialisme. Na de verovering van Algerije door de Fransen (1830) steunden de Marokkanen Abd el-Kader, wat uiteindelijk tot een oorlog leidde. Na de Vrede van Tanger (1845) profiteerde Marokko nog een tijdlang van zijn gunstige geografische ligging, die het echter ook tot twistappel van de grote mogendheden maakte. De internationale conferentie van Madrid (1880) regelde vooralsnog de staatsrechtelijke positie van het land: de mogendheden garandeerden Marokko en elkaar Marokko's 'onafhankelijkheid en economische internationaliteit'. In 1902 evenwel betuigden Frankrijk en ItaliŽ elkaar bij verdrag neutraliteit ten opzichte van hun Noord-Afrikapolitiek (resp. ten aanzien van Marokko en Tripolis), in 1904 sloot Frankrijk met Groot-BrittanniŽ en Spanje overeenkomsten over Marokko. Hierbij werd Marokko verdeeld in een internationale zone Tanger, een Franse invloedssfeer en een Spaanse invloedssfeer. Daarna ontstond de eerste Marokko-crisis (1905) en bezette Frankrijk, ondanks verzet van de overige mogendheden, toch een gedeelte van het land. In 1908 werd de heersende sjarif, sultan Abd al-Aziz, onttroond door zijn broer Mawlai Hafid, die evenwel ook al spoedig met zijn landgenoten in conflict kwam. Vervolgens brak de tweede Marokko-crisis (1911) uit. Het resultaat van de onderhandeling was, dat Duitsland een Frans protectoraat Marokko erkende. Mawlai Hafid trad af als sultan. Zijn opvolger, Mawlai Joesoef, sloot de protectoraatsverdragen van 30 maart en 27 nov. 1912 met Frankrijk en Spanje. De overeenkomst van 1904 werd herzien: Spanje behield de enclaves Ceuta en Melilla in het noorden en de enclave Santa Cruz de Mar PequeŮa (thans Ifni) in het zuiden wel, maar in verkleinde vorm. De eerste resident-generaal in het protectoraat Marokko was generaal Lyautey, die erin slaagde het land in betrekkelijk korte tijd te pacificeren. Franse troepen hielpen Spanje bij het onderdrukken van de gewelddadige opstand van de Riffijnse bevolkingsgroepen onder Abd el-Krim (1921-1926). Lyautey werd in 1925 vervangen door een civiele resident-generaal, die in feite volledig de macht in handen kreeg, terwijl de sultan slechts in naam regeerde. In 1932 slaagden de Fransen erin de oase Tafilalet te bezetten en in 1934 hadden zij geheel Marokko onder hun gezag gebracht. Omstreeks die tijd uitten zich de eerste nationalistische gevoelens in de Action Marocaine, met Allal al-Fasi als een van de voornaamste pleitbezorgers. De partij kwam met een uitvoerig programma van hervormingen, maar eiste niet direct de afschaffing van het protectoraat. De Action Marocaine werd in 1937 opgeheven, maar de tegen het Franse regime gerichte nationalistische propaganda duurde voort.
6.3 1939-1970
In 1939 sloot Marokko zich aan bij Frankrijk, in 1942 bij de beweging van de Vrije Fransen van generaal De Gaulle. De nationalisten richtten in 1943 de Verenigde Onafhankelijkheidspartij (Istiqlal) op (weer met al-Fasi als een van de voormannen), die volledige onafhankelijkheid voor Marokko eiste, met een constitutionele vorm van regering onder sultan Mohammed ibn Joesoef, die het nationalisme steunde. In 1944 werd een tweede onafhankelijkheidspartij, meer op het Westen georiŽnteerd, opgericht, de PDI. De Istiqlal, die in de steden zeer sterk stond, kon echter maar nauwelijks genade vinden bij de conservatieve Marokkaanse groepen op het platteland, die zich geschaard hadden rond Thami al-Glawi, de pasja van Marrakech. In aug. 1953 ging Ibn Joesoef in ballingschap, toegevend aan de druk van de groep onder leiding van al-Glawi. Mohammed ibn Arafa werd daarop als sultan erkend.
Er volgde een periode van fel gewapend verzet van de Marokkanen, waartegenover illegale Franse organisaties, waarin de Franse politie een belangrijk aandeel had, een 'contraterrorisme' stelden. De situatie bleef gespannen. In aug. 1955 kwam het Marokkaanse verzet vooral voor op het platteland, waar talrijke slachtoffers vielen. Ibn Arafa kon de situatie niet meer in de hand houden en vluchtte naar Tanger. Ibn Joesoef keerde terug en werd op 5 nov. 1955 opnieuw als sultan erkend. Op 2 maart 1956 volgde een Frans-Marokkaanse verklaring dat het protectoraatsverdrag van 1912 was verouderd en dat de Franse regering de onafhankelijkheid van Marokko erkende. Een Hoge Commissaris zou Frankrijk in de nieuwe staat vertegenwoordigen. Op 12 nov. 1956 werd Marokko lid van de Verenigde Naties, op 1 okt. 1958 van de Arabische Liga. Een internationale conferentie te Fedala had tot resultaat dat Tanger Marokkaans bezit werd. In 1959 verloor Tanger eveneens zijn status van economisch internationale zone; in 1962 werd de stad echter bij Koninklijk Besluit weer tot vrijhaven gemaakt. Spanje erkende vrijwel gelijktijdig met Frankrijk Marokko's onafhankelijkheid, terwijl het bovendien afstand deed van zijn noordelijke protectorale bezittingen in Marokko. Het behield echter steunpunten te Ceuta en Melilla. De zuidelijke enclave Ifni bleef Spaans, wat in de jaren 1956 tot 1958 tot veel strijd aanleiding gaf. In dec. 1965 werd door de Verenigde Naties een resolutie aangenomen volgens welke Spanje Ifni en Spaans Sahara moest dekoloniseren. Ten aanzien van Ifni werd deze resolutie uitgevoerd. Op 30 juni 1969 werd Ifni officieel aan Marokko overgedragen.
Sultan Mohammed ibn Joesoef, die in 1957 de titel koning had aangenomen, stierf in 1961. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Mawlai Hassan, die als Hassan II de troon besteeg. In dec. 1962 werd bij referendum een nieuwe grondwet goedgekeurd en in mei 1963 werden de eerste parlementsverkiezingen gehouden, waarbij de koningsgezinden wonnen. Inmiddels was de eerste van een reeks grensconflicten met Algerije uitgebroken. In febr. 1964 werd het conflict geregeld en een gedemilitariseerde zone ingesteld. Ook werden door bemiddeling van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen weer opgenomen. Een officieel bezoek van koning Hassan aan TunesiŽ in dec. 1964 bracht verbetering in de diplomatieke betrekkingen met dat land, die ernstig waren verstoord toen TunesiŽ in 1960 de onafhankelijkheid van MauritaniŽ erkende. In juni 1965 stelde Hassan de grondwet buiten werking en vormde een nieuwe regering met zichzelf als premier, teneinde zijn plannen voor administratieve en economische hervormingen door te voeren. In datzelfde jaar werden de politieke verhoudingen ernstig verstoord door de mysterieuze ontvoering naar Parijs (en de vermoedelijke liquidatie aldaar) van Ben Barka, de leider van de linkse Union Nationale des Forces Populaires (UNFP). Ook de relaties met Frankrijk werden hierdoor ernstig geschaad.
6.4 Binnenlandse politiek sinds 1970
In aug. 1970 werd een nieuwe Wetgevende Vergadering gekozen, waarin door het afzijdig blijven van de oppositie opnieuw de koningsgezinden een meerderheid kregen. Intussen had Hassan het premierschap opgegeven. Na een mislukte staatsgreep in juli 1971 delegeerde Hassan alle burgerlijke en militaire bevoegdheden aan generaal Mohammed Oufkir. Op 16 aug. 1972 deden officieren van de luchtmacht een greep naar de macht. Generaal Oufkir, die kort daarna zelfmoord pleegde, zou de leiding hebben gehad. De staatsgreep werd gevolgd door ingrijpende zuiveringen in de legertop en de daders werden allen geŽxecuteerd. De koning besloot evenwel zijn bewind meer op legaliteit te baseren en bood de oppositiepartijen ministersposten aan in het kabinet van zijn zwager Achmed Osman. In 1973 en 1974 vonden op grote schaal politieke processen plaats tegen studenten en oppositieleiders. Vooral de marxistisch-leninistisch georiŽnteerde groeperingen moesten het ontgelden.
In verband met het conflict over de Sahara (zie hierna) deed de koning pogingen de politieke partijen tot medewerking aan het systeem te bewegen. De parlementsverkiezingen van juni 1977 eindigden in een grote overwinning van de koningsgezinde 'onafhankelijken'. De Istiqlal stemde erin toe deel uit te maken van de regering. In maart 1979 werd een nieuwe regering op brede basis onder leiding van Maati Bouabid gevormd. Verder werd een Nationale Veiligheidsraad opgericht onder voorzitterschap van Osman, waarin alle belangrijke politieke partijen, inclusief de communisten, zitting kregen om aan de situatie in de Sahara het hoofd te bieden. De koning bleef echter verregaande bevoegdheden behouden en de vervolging van politieke tegenstanders werd voortgezet. In 1980 werd bij referendum een voorstel om de leeftijd voor troonsbestijging te verlagen van achttien naar zestien jaar en het voorzitterschap van de regentschapsraad niet langer voor te behouden aan iemand van de koninklijke familie, aangenomen. De regering liet een aantal prominente politieke gevangenen vrij en een aantal politieke ballingen mocht naar Marokko terugkeren.
De door het IMF geŽiste afschaffing van voedselsubsidies leidde begin 1981 tot drastische prijsstijgingen en hevige sociale onrust. Massale stakingen liepen in juni 1981 uit op een bloedbad in Casablanca. Universiteiten werden gesloten en honderden vakbondsleden en leden van de oppositiepartij USFP werden gearresteerd.
Bij de parlementsverkiezingen in sept. 1984 behaalden de koningsgezinde partijen, de Union Constitutionelle van Bouabid en de RNI van Ahmed Osman een ruime meerderheid. Premier Karim Lamrani werd in 1986 vervangen door Azzedine Laraki. In jan. 1984 en dec. 1990 kwam het opnieuw tot bloedige voedselrellen. Bij de laatste gelegenheid manifesteerden zich ook islamitische fundamentalisten, die protesteerden tegen deelname van Marokkaanse militairen (sinds sept. 1990) aan de internationale strijdmacht tegen Irak. De Marokkaanse militairen werden echter niet ingezet bij de bevrijding van Koeweit. In september 1992 werd een referendum gehouden over een nieuwe grondwet met daarin enige hervormingen. Ondanks een boycot zou de opkomst 97% hebben bedragen. Verkiezingen in juni 1993 leverden een groot succes op voor de oppositie.
6.5 Buitenlandse politiek sinds 1970
In jan. 1970 werd MauritaniŽ volledig door Marokko erkend en in juni van dat jaar werd er reeds een samenwerkingsverdrag tussen beide landen getekend.
Ten aanzien van het door Marokko betwiste Spaans Sahara (zie Westelijk Sahara) werd op 14 nov. 1975 een akkoord bereikt, wellicht mede onder de druk die Hassan wist uit te oefenen via een door hem georganiseerde 'vredesmars' door 350!000 Marokkanen naar dit gebied, een mars die evenwel werd afgebroken toen vlak na het overschrijden van de grens een confrontatie met Spaanse troepen dreigde. Volgens de bepalingen van het akkoord ontruimde Spanje het gebied vůůr 28 febr. 1976, waarna het werd verdeeld tussen MauritaniŽ en Marokko (dat het grootste deel van het gebied langs de Atlantische kust, alsmede de fosfaatgebieden bij Bu Cra kreeg toegewezen). Het voor een zelfstandige Sahararepubliek strijdende Polisario begon toen een guerrillastrijd tegen zowel Marokko als MauritaniŽ, daarin gesteund door Algerije. MauritaniŽ kon de geldverslindende oorlog niet lang volhouden en sloot in aug. 1979 een akkoord met Polisario om het gebied te ontruimen. Marokkaanse troepen trokken daarop dit deel van het gebied binnen en het werd als veertigste provincie bij Marokko ingelijfd. De kwestie van de erkenning van de door Polisario uitgeroepen Democratische Arabische Republiek Sahara (DARS) leidde tot een breuk binnen de Organisatie van Afrikaanse Eenheid. Marokko verbrak de betrekkingen met staten die tot erkenning van de DARS overgingen. Ten koste van een zware tol aan mensenlevens en geld wist Marokko geleidelijk een militair overwicht in de Sahara te verwerven. Er werden door Marokko grote verdedigingswallen opgericht om Polisariostrijders buiten de mijnbouwgebieden te houden. In aug. 1988 kwam secretaris-generaal van de VN, Perez de Cuellar, met een vredesplan dat voorzag in een bestand en een referendum. Op basis hiervan trad Marokko in overleg met Polisario. In maart 1993 riepen de Verenigde Naties unaniem Marokko op voor het eind van het jaar het toegezegde referendum te houden over de toekomst van het gebied. Zie ook Westelijke Sahara.
Binnen de Arabische wereld speelde Marokko een prominente rol. Diverse malen was koning Hassan gastheer van Arabische topconferenties. Hij speelde een belangrijke rol bij de terugkeer van Egypte in de Arabische Liga en ontving in juli 1986 de IsraŽlische minister van Buitenlandse Zaken S. Peres. De relaties met Frankrijk en de Verenigde Staten bleven zeer nauw. In 1977 en 1978 opereerden met Amerikaanse steun Marokkaanse militairen in ZaÔre. In sept. 1990 stuurde Marokko militairen naar Saoedi-ArabiŽ voor de internationale strijdmacht tegen Irak.
In juni 1993 werden voor het eerst sinds negen jaar parlementsverkiezingen gehouden, waarbij de belangrijkste oppositiepartijen forse winst boekten. In nov. vormde premier Lamrani een nieuwe, niet-partijgebonden regering. Ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag kondigde koning Hassan II in juli 1994 amnestie af voor politieke tegenstanders, met uitzondering van degenen die zich opstelden tegen het Marokkaanse beleid jegens de Westelijke Sahara. De koning kondigde voorts aan dat de Berberse cultuur voortaan als een wezenlijk onderdeel van de Marokkaanse identiteit zou gelden en dat lagere scholen werd toegestaan onderwijs in het Berbers te geven.
De verhouding met de EU werd lange tijd beheerst door een conflict over visserijrechten voor de Marokkaanse kust. Mede door ingrijpen van Hassan II kwam in okt. 1995 een akkoord tot stand, waarbij gedeeltelijk aan de wensen van de Marokkaanse vissers werd tegemoetgekomen.
Koning Hassan II zette het beleid van voorzichtige democratisering voort, zonder dat zijn machtspositie werd aangetast. In een reMohammed VIferendum sprak de bevolking zich in sept. 1996 vrijwel unaniem uit voor een nieuwe grondwet, die voorzag in een tweekamerstelsel: een direct gekozen Huis van Afgevaardigden en een indirect gekozen Kamer van Raadslieden. Via deze Kamer zou de koning zijn macht behouden. Onder druk van de EU begon de overheid een campagne tegen de hennepteelt in het Rifgebied, maar buitenlandse deskundigen wezen op een sterke verbondenheid van overheidsfunctionarissen op alle niveaus met de drugseconomie. Het reeds lang aangekondigde referendum over de toekomst van de bezette Westelijke Sahara werd ook in 1996 weer uitgesteld.
De huidige koning Mohammed VI - foto volgde in 1999 zijn vader op. Hij wordt in het Westen wel beschouwd als een van de representanten van een nieuwe lichting jonge moderne staatshoofden die in het Midden-Oosten modernisering en democratie teweeg kunnen brengen. Of dat ook werkelijk zal gaan gebeuren, moet de toekomst uitwijzen.

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009